De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

DE STRIJD OM DE
VALLE DE LOS CAÍDOS

«  EEN monument tot meerdere eer en glorie van Franco  », «  een mausoleum voor een dictator opgericht door dwangarbeiders  »  : aan leugens en halve waarheden geen gebrek als het gaat om de Vallei van de Gevallenen, de grandioze begraafplaats die generalísimo Francisco Franco (1892-1975), «  leider (Caudillo) van Spanje bij de gratie Gods  », liet optrekken ten noordwesten van Madrid.

Het gigantische kruis en de ondergrondse basiliek van Santa Cruz kwamen op initiatief van Franco tot stand na de beëindiging van de nationale kruistocht tegen het communisme. Het was zijn bedoeling om een gemeenschappelijke begraafplaats op te richten voor alle doden van de verschrikkelijke Burgeroorlog die dertig maanden geduurd had, van 1936 tot 1939. Alle gesneuvelden, tot welk kamp ze ook behoorden, moesten hier zij aan zij rusten, in een geest van nationale verzoening.

Op een dag in 1940 maakte Franco een wandeling te paard in het gezelschap van generaal Moscardó, de held van het Alcazar van Toledo. Ze reden voorbij de Monte Abantos, een berg in de Sierra de Guadarrama waarop zich vandaag het geweldige kruis verheft, en Franco zei  : «  Ooit zal de dag komen dat duizenden Spanjaarden naar hier zullen optrekken.  » Hij kreeg gelijk. En het zullen niet de vervolgingen door de socialistische regering van Pedro Sánchez zijn die de toevloed zullen afremmen, want tussen januari en oktober 2018 ontving de Valle de los Caídos niet minder dan driehonderdduizend bezoekers en pelgrims. In januari van dit jaar, na de aankondiging van Sánchez dat hij het stoffelijk overschot van de Caudillo wou laten opgraven, nam het aantal visites nog met 75 % toe  !

VERZOENING IN CHRISTUS

Francisco Franco, Caudillo (leider) van Spanje

Francisco Franco, Caudillo (leider) van Spanje

De bouw van het monument, op een hoogte van 1300 meter, nam achttien jaar in beslag  : van 1941 tot 1959. Franco maakte er een punt van alles tot in de details op te volgen. Eerst werd de ruimte voor de basiliek onder de rotsen uitgegraven. Al het weggehakte gesteente diende om de reusachtige esplanade aan te leggen waarrond de abdij, het gastenverblijf en het internaat verrijzen. Het kruis werd opgericht in 1950-1953. Het materiaal ervoor voerde men aan langs de tunnel van de basiliek die in verbinding staat met de basis van het kruis. Om geen stellingen te moeten gebruiken en de rotsen niet te beschadigen, gebeurden de werkzaamheden vanuit het binnenste van het kruis  : via trappen en een lift konden de arbeiders geleidelijk aan naar boven toe werken. Naarmate het beton gegoten werd, bekleedde men het met graniet.

De beschuldiging van links dat op deze immense bouwwerf dwangarbeiders ingezet werden, strookt absoluut niet met de waarheid. De helft van de werklieden waren vrije burgers, de andere helft gevangenen die zich vrijwillig gemeld hadden om gebruik te kunnen maken van een regime van kwijtschelding van straf  ; ze kregen hetzelfde salaris als de vrije arbeiders en genoten van verschillende voordelen. Sommigen onder hen die er na verloop van jaren hun straftijd hadden opzitten, bleven doorwerken aan het monument als vrijwilliger en sloten vriendschap voor het leven met hun vroegere vijanden.

Het kruis, dat zichtbaar is vanaf Madrid, bereikt een hoogte van 150 meter. Het getuigt van de wil van Franco, een katholiek staatshoofd, om de wonden van de Burgeroorlog te hechten en de heftige tegenstellingen binnen het Spaanse volk het zwijgen op te leggen. Alle Spanjaarden moesten zich verenigd terugvinden aan de voet van het Kruis, gereinigd door hetzelfde verlossend Bloed. Ave Crux, spes unica  !

Acht enorme beelden aan de basis van het kruis stellen de vier Evangelisten en de vier kardinale deugden voor (rechtvaardigheid, kracht, voorzichtigheid en matigheid). Boven het toegangsportaal van de basiliek prijkt een grote piëta  ; door de harmonie van de verhoudingen wordt de indruk gewekt dat het lichaam van Christus, dat Onze-Lieve-Vrouw liefdevol in haar armen houdt, net van het monumentale kruis is afgenomen. Op die manier is de H. Maagd met het bedroefde en Onbevlekte Hart het brandpunt van dit grote werk van verzoening. Op de inkomdeur zijn de vijftien mysteries van de Rozenkrans uitgebeeld, want de paternoster is «  de sleutel die de poort van het Paradijs opent  », zei paus Joannes-Paulus I, en de vrede in de wereld hangt af van het dagelijks bidden van het rozenhoedje.

Aan de voet van het Kruis en boven de ingang van de basiliek bevindt zich een reusachtige Pietà.

Aan de voet van het Kruis en boven de ingang van de basiliek bevindt zich een reusachtige Pietà.

EEN IMMENSE NECROPOOL

Onder het kruis, binnen in de berg, strekt zich de basiliek uit. Ze heeft de verbluffende lengte van 270 meter, wat meer is dan de Sint-Pieter in Rome  ! Om nutteloze wrijvingen met het Vaticaan te vermijden is men canoniek overeengekomen dat de eigenlijke basiliek pas begint ter hoogte van het grote smeedijzeren hek… Twee reusachtige ijzeren engelen, gegoten uit de kanonnen die tijdens de Burgeroorlog gebruikt werden, staan aan elke zijde van het hek opgesteld en fungeren als bewakers van het heiligdom.

Vergeten we niet dat dit heiligdom een enorme begraafplaats is  : achter de muren van de basiliek werden 33.700 lichamen geborgen (volgens andere schattingen  : 70.000) uit alle delen van Spanje. Vele ervan komen uit massagraven waarin de Roden de lijken van hun slachtoffers gooiden, zodat de necropool de stoffelijke resten van talrijke martelaren bevat  ; 54 van hen werden tot nog toe zalig verklaard. Op hen allemaal is het woord van toepassing dat drie zusters van de Madrileense Visitatie neerschreven vlak voor ze vermoord werden  : «  Wij wachten op de palm van het martelaarschap. Als ons vergoten bloed de redding van Spanje kan verdienen, maak dan, Heer, dat het zo vlug mogelijk mag gebeuren  !  »

Om de nationale verzoening te onderstrepen gaf Franco de toelating om ook lichamen van zijn tegenstanders – republikeinen van socialistische, communistische of anarchistische signatuur – hier een laatste rustplaats te geven, op voorwaarde dat zij het doopsel ontvangen hadden (overeenkomstig de kerkelijke wet die geen begrafenis van ongedoopten in gewijde grond toelaat). Die toelating was zo kort na de gruwelen van 1936-1939 geen vanzelfsprekendheid  : de jezuïet pater Guerrero protesteerde in 1958 in een artikel verschenen in het tijdschrift Razón y Fe tegen het betreffende decreet van de Caudillo en eiste dat enkel de doden van zijn eigen kamp in de Valle de los Caídos zouden begraven worden. Maar Franco hield voet bij stuk.

Het schip van de basiliek is volledig gewijd aan de Allerheiligste Maagd. De zes kapellen zijn geplaatst onder de namen waarin Maria in Spanje het meest aanroepen wordt  : rechts de Onbevlekte Ontvangenis (patrones van de infanterie), Onze-Lieve-Vrouw van de berg Karmel (marine) en Onze-Lieve-Vrouw van Loreto (luchtmacht); links La Virgen del Pilar (Capitana general van het Spaanse leger), Nuestra Señora de la Merced (patrones van de Reconquista) en Onze-Lieve-Vrouw van Afrika (beschermster van het Legioen). Tussen de kapellen hangen kopieën van de grote Vlaamse wandtapijten over de Apocalyps die Karel V bestelde en aan zijn zoon Filips II schonk.

GEEN MAUSOLEUM

De met mozaïeken beklede koepel van de basiliek en het grote kruis gebeeldhouwd door een bekeerde republikein.

De met mozaïeken beklede koepel van de basiliek en het grote kruis gebeeldhouwd door een bekeerde republikein.

Boven het hoofdaltaar hangt een indrukwekkend kruis waarvan het corpus gebeeldhouwd werd door een bekeerde republikein. De immense koepel boven de viering is volledig bedekt met mozaïeken die de gemeenschap van de heiligen uitbeelden. In het centrum prijken Jezus en Maria die de zielen tot zich trekken. Aan de kant van Christus zien we Sint-Paulus en Sint-Jacob, ieder aan het hoofd van een hele reeks Spaanse heiligen, martelaren, belijders en maagden. Aan de kant van de H. Maagd, Middelares van alle genaden, zijn de soldaten en burgers voorgesteld die omkwamen tijdens de Burgeroorlog  ; de martelaren die recht naar de hemel opstijgen hebben een anker bij zich waaraan de anderen zich vastklampen, vertrouwend op de verdiensten van die glorievolle bloedgetuigen.

Elke dag wordt de mis opgedragen voor het zielenheil van alle gesneuvelden in de Burgeroorlog en voor verzoening onder alle Spanjaarden. Telkens als de priester de woorden «  Dit is mijn Lichaam, dat voor u wordt overgeleverd  » uitspreekt, worden alle lichten in de basiliek gedoofd en blijven enkel het altaar en het kruisbeeld erboven verlicht.

Vóór het hoofdaltaar bevindt zich het graf van José Antonio Primo de Rivera, de stichter van de katholieke Falange Española, die op 20 november 1936 door de communisten gefusilleerd werd. Aan de andere kant, bij de ingang van het koor, ligt Franco begraven onder een eenvoudige zerk. Boze tongen beweren dat de Caudillo zich met de bouw van de basiliek en het kruis verzekerd heeft van een eigen mausoleum. Dat is laster, want Franco heeft tijdens zijn leven geen enkele wens uitgesproken in verband met de plaats van zijn graf. Het was koning Juan Carlos die in 1975 aan de benedictijnen van los Caídos vroeg om de begrafenisdienst voor het overleden staatshoofd te houden en hem in de basiliek ter aarde te bestellen.

EEN MOEDIGE ABT

De abdij aan de voet van het kruis werd gesticht in 1957 en een jaar later kerkelijk erkend door paus Pius XII. Ze is in handen van een gemeenschap van benedictijnen. De paters zijn afkomstig van de beroemde abdij van Santo Domingo de Silos, niet ver van Burgos, en begonnen hun kloosterleven in de Valle de los Caídos op 17 juli 1958 – de verjaardag van de beslissende Spaanse overwinning op de Moren in de veldslag van Las Navas de Tolosa (1212).

De abdij telt vandaag 23 monniken, onder wie nog enkele van de oorspronkelijke stichters. Zij zorgen voor de basiliek en verzekeren een onafgebroken gebed voor de zielenrust van alle gevallenen, hun moordenaars en hun families. Verder hebben zij de Escolanía onder hun hoede, een jongenskoor  : een vijftigtal leerlingen uit heel Spanje, tussen 9 en 14 jaar oud, studeren in de gebouwen van de abdij en ontvangen er een muzikale opleiding om de liturgische diensten op te luisteren.

Na het gedwongen aftreden van de Spaanse premier Rajoy op 1 juni 2018 kwam de socialist Pedro Sánchez aan de macht als leider van een minderheidsregering. Hoewel Spanje het hoofd moet bieden aan tal van zware problemen, besloot Sánchez meteen om van de herbegraving van Franco een prioriteit te maken. In augustus stemde een parlementaire meerderheid in met zijn plan om het stoffelijk overschot van de Caudillo naar elders over te brengen.

Maar de familie van Franco, die volledig genegeerd werd, ging dwarsliggen. Een groot deel van de Spanjaarden protesteerde tegen het voornemen van de socialisten en hun aanhang om, zoals de conservatieve politicus Pablo Casado het verwoordde, «  op een onverantwoordelijke manier oude wonden opnieuw open te rijten  ». Sánchez krijgt het verwijt dat hij Spanje tachtig jaar na het einde van de Burgeroorlog opnieuw in een ideologische strijd wil storten.

Ook de abt van de benedictijnerabdij liet weten dat zijn kloostergemeenschap niet zal instemmen met een opgraving. Daar is moed voor nodig, want blijkbaar oefent het Vaticaan via kardinaal-staatssecretaris Pietro Parolin druk uit op dom Santiago Cantera om zich in de hele kwestie “ soepeler ” op te stellen…

De Spaanse socialistische vicepremier, Maria del Carmen Calvo, had in oktober 2018 in Rome een persoonlijke ontmoeting met Parolin. Wat daar werd bedisseld, is niet geweten  ; er werden achteraf geen verklaringen afgelegd. Maar het Vaticaan maakte al wel duidelijk «  zich niet te verzetten tegen een opgraving  ». Een zoveelste dolksteek in de rug van overtuigde katholieken  !

Er circuleert een denkpiste om Franco te herbegraven in de familiecrypte in de kathedraal van La Almudena in hartje Madrid, vlakbij het koninklijk paleis. Dat zou voor de linksen echter een ramp zijn, want zij riskeren dan eerbetuigingen van aanhangers van de Caudillo midden in de hoofdstad. Dan nog liever de Valle de los Caídos

Ondertussen is de socialistische minderheidsregering ten val gekomen, maar dat betekent niet dat het gevaar definitief bezworen is. De demissionaire premier schoof 10 juni naar voren als de dag waarop de exhumatie hoe dan ook moet doorgaan. Hij wil het voormalige staatshoofd laten bijzetten op het buiten Madrid gelegen kerkhof van Mingorrubio, dat eigendom van de staat is. Op 28 april gaan vervroegde parlementsverkiezingen door. Zorgt de kwestie-Franco dan voor nog meer verdeeldheid onder de Spanjaarden  ?

Wijze woorden komen eens te meer van de Russische president Vladimir Poetin  : «  Men vraagt mij vaak waarom ik het lichaam van Lenin niet laat verwijderen uit zijn mausoleum op het Rode Plein. Ik ga daar niet op in omdat zo’n verhuis de eenheid onder de Russen schade zou toebrengen. Spanje zou Franco moeten laten rusten waar hij ligt, om te vermijden dat de eenheid onder de Spanjaarden er onder lijdt.  »

broeder Thomas van OLV van Altijddurende Bijstand & redactie KCR
Hij is verrezen  ! nr. 99, mei-juni 2019

EEN SLACHTOFFER EN ZIJN MOORDENAAR

Juan Huguet Cardona, geboren in Alaior (Menorca, Balearen) in 1913, stierf tijdens de Burgeroorlog de marteldood op 23-jarige leeftijd, 33 dagen na zijn priesterwijding.

Juan was de oudste zoon in een diepchristelijk boerengezin. Toen hij negen jaar was, deed hij zijn eerste communie en trad hij toe tot de Tarcisii, de jongenstak van de broederschap van de Nachtelijke Aanbidding. In 1924 ging hij binnen in het kleinseminarie van Ciudadella, waar hij kennismaakte met drie jonge Mexicanen die verbannen waren uit hun land wegens de vervolging van de Cristeros. Hun belevenissen en hun grote verering voor de toenmalige martelaren in Mexico maakten diepe indruk op hem.

In 1929 ging hij met jaargenoten op bedevaart naar Rome en bezocht er alle plekken die herinneren aan het martelaarschap van de eerste christenen.

Op 6 juni 1936 werd Juan tot priester gewijd door Mgr. Irurita, bisschop van Barcelona en zelf een toekomstig martelaar. Tijdens zijn sermoen sprak de bisschop profetische woorden  : «  Jullie zijn voorbestemd tot de dood en het offer.  »

Op 23 juli vallen de Roden het dorp Ferreries binnen waar Juan bij zijn ouders woont. «  Ik leef in vrede in de handen van God  », zegt hij aan zijn moeder. Kort daarop komt brigadier Pedro Marquès hem arresteren, samen met een andere priester en drie “ té katholieke ” leken. Beide geestelijken moeten hun soutane uittrekken «  en zich als man kleden  ». Marquès vindt op het lichaam van Juan een paternoster, trekt er vol razernij het kruisje af en werpt dat op de grond. «  Spuw er op  ! Spuw er op of ik maak je af  !  » buldert hij.

De jonge priester beseft dat het ultieme moment aangebroken is, het moment om het getuigenis te geven waarop hij zich vanaf zijn jeugd voorbereid heeft. Hij schudt neen met zijn hoofd en zegt dat hij weigert te spuwen op “ zijn ” Christus. Hij strekt zijn armen in kruisvorm uit en roept met een stem die tot op het marktplein te horen is  : «  Viva Cristo Rey  !  »

Marquès vuurt tweemaal. Juan valt neer op zijn rug, met open armen, terwijl zijn bloed over de vloer stroomt. Zijn doodstrijd duurt nog verschillende uren. Na zijn afsterven kleedt zijn arme moeder hem in de priestergewaden waarin hij zijn eerste mis opgedragen heeft…

Een van de wondere vruchten van dit martelaarschap is de bekering van de moordenaar, Pedro Marquès, die berecht werd en ter dood veroordeeld op 6 november 1939. Hij schreef een afscheidsbrief aan zijn vrouw en zijn kinderen waarin hij hen aanspoorde tot het geloof in God en de devotie tot de Maagd Maria. Hij leefde in berouw en diepe spijt  : «  Ik kan die jonge priester niet vergeten die ik vermoord heb.  »

Na gebiecht te hebben en vroom de mis te hebben bijgewoond, ging hij naar de celebrant toe en omarmde hem  : «  Ik omhels de priester tot eerherstel voor de misdaad die ik begaan heb door die andere priester in Ferreries te doden  !  » In die gezindheid ging hij vreedzaam op weg naar de plaats van zijn executie.

Wat is er mooier dan dat deze beide mannen, het slachtoffer en zijn moordenaar, zij aan zij mogen rusten in de basiliek van het H. Kruis, symbool van de nationale verzoening in Christus  ?