De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

10 APRIL 2016

De tweede wonderbare visvangst

DEZE tweede wonderbare visvangst speelt zich af in een klimaat van mysterie, zoals wanneer het zonlicht door de ochtendmist schemert, aan de oevers van het meer van Tiberias. Het is een beetje onwerkelijk (Jo 21), zoals in een droom…

Waarom heeft Jezus zijn apostelen laten terugkeren naar Galilea  ? Waarom wacht Hij hen op aan de oever van het meer  ? Waarom laat Hij hen een tweede wonderbare visvangst doen  ? Uit sentimentaliteit  ? Om redenen van romantiek  ?

De moderne exegeten merken op dat die scène tweemaal wordt verteld, aan het begin en aan het einde van het Evangelie, waarmee de cirkel rond is. Ze besluiten eruit dat het om een literaire vorm gaat en dat men niet moet geloven dat Jezus dezelfde “ cinema ” tweemaal heeft laten plaatsvinden. Mooie redenering  !

Sentimentele mensen zeggen  : Jezus heeft hen willen plezieren door hen in herinnering te brengen hoe het allemaal begonnen is. Neen  ! Er komen geen oppervlakkige gevoelens voor in het Evangelie of anders wordt het sentiment geleid door een wijsheid, door een les. Dan vragen we ons af of heel dit verhaal geen parabel is, niet één die door Jezus op het moment zelf is bedacht, maar een reële, een parabel die beleefd is. Er zijn veel dingen – en dat is het wat ik op de eerste plaats wil doen inzien – buiten de parabels, mooie verhalen die Jezus vertelt om zijn leer te illustreren, zijn mysterie te openbaren. Er zijn echt beleefde parabels, scènes die Jezus meegemaakt heeft, zoals de vermenigvuldiging van de broden, zoals de ontmoeting met de blindgeborene. Het zijn taferelen die tegelijkertijd parabels zijn, die een les insluiten en een mysterie openbaren.

Tijdens de eerste wonderbare visvangst erkent Petrus dat hij een zondaar is, dat hij zonder Jezus niets kan  ; en Jezus verzekert hem dat dit mirakel de aankondiging is van wat ze later zullen doen  : ze zullen mensen vangen in hun netten en het zal een menigte zijn die ze zullen vissen.

Wanneer Jezus hen na zijn dood, na verloochend geweest te zijn door Petrus, nadat Hij alle apostelen heeft zien vluchten, terugvoert naar het beginpunt, dan is het vanzelfsprekend niet om te wenen van ontroering bij het zien van de boot van de eerste wonderbare visvangst. Jezus wil hen terug in dit beginstadium brengen om opnieuw een wonderbare visvangst te doen, maar deze keer met de genade en de kracht van God. Ditmaal is het aantal vissen verbazingwekkend, maar het net scheurt niet. Dat net wordt, uiteraard, het beeld van de Kerk. De Kerk, dat is dat grote net dat de zee die deze wereld is uitkamt en grote vissen binnenhaalt. Het zijn dikke vissen. De apostelen tellen hun vissen, het is nogmaals een buitengewone visvangst, maar het is niet de herhaling van het eerste verhaal  : er zijn gelijkaardige dingen en er zijn er dingen die verschillend zijn.

Jezus gaat hen nu een les geven. We zien dat Jezus aan het einde van zijn leven, wanneer Hij weldra zal terugkeren naar zijn Vader, zijn apostelen opnieuw op missionering zal zenden. Tevoren was het slechts een verre belofte  ; nu gaat het om de realisering ervan. Die boot, natuurlijk houden ze ervan  ; hij roept bij hen herinneringen op. Het scheelt niet veel of men had hem in het museum geplaatst als in die tijd musea bestaan hadden. Waarom  ? Omdat dit de boot van de eerste wonderbare visvangst geweest is en nu de boot van de tweede wonderbare visvangst.

Maar ook is het de boot van de tot bedaren gebrachte storm. Dat is een ander verhaal van het Evangelie waar de apostelen werkelijk de macht van Jezus gevoeld hebben, zijn bekommernis voor hen. Deze boot brengt hen ook die gebeurtenissen in herinnering. Maar wat voor boot is het  ? Het is de boot van Simon Petrus. Wie is Simon Petrus  ? Hij is de Plaatsvervanger van Christus, de eerste paus, de bisschop van Rome. Hij is het hoofd van de apostelen. Het is de boot van de aanvoerder van de apostelen.

Wat stelt deze boot voor vanaf dewelke men een wonderbare visvangst doet wanneer men, op bevel van Jezus, het net uitwerpt  ? Deze boot, die de storm heeft meegemaakt en die Jezus gered heeft van schipbreuk, beduidt de Kerk. Dus deze boot is een parabel of, als je wil, het is een voorafbeelding. Het is een figuurlijke afbeelding van de Kerk. Alle Kerkvaders hebben er prachtige sermoenen over gemaakt om aan te tonen dat deze boot de Kerk is en dat men die boot niet kan verlaten zonder in zee te vallen en te verdrinken. Het is deze boot die beschermd wordt tegen de storm, het is deze boot die tot aan het einde van de wereld zal varen terwijl hij zijn bemanning vervoert, dit wil zeggen de apostelen en hun opvolgers. Het is deze boot die uit de zee van de wereld alle grote vissen haalt en de mensen die verdrinken om hen allen te redden.

Wanneer Jezus dus terugkomt – en dat is het laatste hoofdstuk van Sint-Jan – en hen in de vroege ochtend verrast op hun boot zonder visvangst en zonder vissen, weet Hij alles, maar wil Hij het mirakel overdoen om hen aan te kondigen dat hen nu, ondanks hun verraad, ondanks hun lafheid van Goede Vrijdag, vergeving geschonken wordt. De dingen gaan hun loop hernemen wanneer Hij terug ten Hemel zal gevaren zijn. Maar Hij moet hen moed geven. Dus is Hij daar tastbaar aanwezig en Hij heeft met hen een wonderlijk gesprek, en vooral  : Hij gaat met hen een laatste keer eten.

Weldra zal Jezus zich ginds, in het Beloofde Land, in de eeuwige heuvelen bevinden. In die eeuwige heuvels bereidt Hij voor hen brood en vis. Het woord vis, in het Grieks “ ichtus  ”, is het symbool van Christus, want de eerste letters van deze woorden duiden aan  : Jezus Christus, Zoon van God, de Verlosser. Dus de vis dat is Hijzelf. Brood en vis duiden de Eucharistie aan. Hij zal zich geven onder de gedaante van brood.

Voor de arbeiders die terugkeren van hun wonderbare visvangst en die heel de nacht gewerkt hebben zonder iets te vangen, maar die vertrouwen op Hem hebben gesteld, zal Jezus vanuit de hoge Hemel niet ophouden zijn Kerk te voeden. Die waardevolle apostelen aan wie vergiffenis geschonken werd, weten dat Hij ginds is, in de Hemel, en dat Hij ziet hoe ze vechten tegen de storm, dat Hij hen steeds zal beschermen, dat Hij hen ter hulp zal komen tot aan het einde van de wereld.

Hierna volgt een lang gesprek met Petrus waarin Hij hem een proef doet ondergaan. Driemaal vraagt Hij hem of hij werkelijk van Hem houdt, zodat hij zichzelf vrij kan kopen van zijn drievoudige verloochening. Vervolgens maakt Petrus zich ongerust over het feit dat Sint-Jan daar is, achter hen, en hen volgt en hij wil weten wat er van Sint-Jan zal worden. Christus zegt dan deze raadselachtige woorden  : «  Als Ik wilde dat hij blijft tot Ik terugkom, wat maakt u dat uit  ? Gij van uw kant, volg mij  !  »

Mysterieuze woorden waarover ik hier niet uitweid. Ziedaar dus hoe dit eindigde en hoe de apostelen begrepen dat de Kerk gesticht was, dat de H. Geest hen weldra zou gegeven worden en dat Christus, ondanks zijn afwezigheid op aarde, altijd aanwezig zou zijn vanuit de Hemel en dat de boot niet zou vergaan.

Wij van onze kant zullen het schip van de Kerk nooit verlaten  ; het is de boot van het heil, de boot waarover Christus waakt als over de pupil van zijn ogen. Deze boot is het die ons naar de Hemel zal voeren door alle stormen van het einde der tijden heen, en in de sereniteit die Jezus in het universum zal doen heersen op het moment waarop de genade door het Onbevlekt Hart van Maria zal afgesmeekt worden en er aan de wereld (een zekere tijd van) vrede zal geschonken worden.

abbé Georges de Nantes
uittreksel uit de vesperpreek van 31 mei 1993