De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

3 SEPTEMBER 2017

De vernedering van de H. Petrus

WE hebben afgelopen zondag gezien hoe Jezus de H. Petrus aangesteld heeft tot hoofd van zijn Kerk en hetzelfde zal gebeuren met al zijn opvolgers. De paus is werkelijk de vertegenwoordiger van Jezus Christus op aarde, het zichtbaar hoofd van de Kerk. Dat was de sterke kant van de persoon van de H. Petrus. Maar in datzelfde hoofdstuk 16 van de H. Mattheüs zien we ook zijn zwakke kant of zijn vernedering wanneer hij weigert de zienswijze van zijn goddelijke Meester aan te nemen door slechts zijn eigen menselijke voorzichtigheid te willen horen.

Men moet goed beseffen dat alles wat de H. Petrus is overkomen in het Evangelie een voorspellende waarde had. Als de Evangelisten, geïnspireerd door de H. Geest, ons deze opmerkingen, woorden, houdingen van de H. Petrus verteld hebben, dan is dat precies opdat ze een eeuwig teken zouden zijn, een onderricht voor alle eeuwen en een waarschuwing voor alle pausen tot het einde van de wereld.

Petrus had tot Jezus gezegd  : «  Gij zijt de Messias, de Zoon van de levende God.  » Jezus maakt gebruik van dit geloof van de apostelen in Hem als de Heilige van God, als de Messias, als de Zoon van God om hen te openbaren wat zich gaat voltrekken.

Wat zich gaat voltrekken zal vreselijk zijn  : Hij zal door deze generatie verworpen worden, beschimpt, misprezen en gekruisigd worden, dat wil zeggen vervloekt worden. De Wet zegt immers dat hij die op het kruishout sterft, vervloekt is. Het is dus een vervloeking die op Hem zal neerkomen. Hij legt hen dit a priori uit opdat ze hier geen aanstoot zouden aan nemen  : «  De Mensenzoon zal optrekken naar Jeruzalem om er mishandeld en veroordeeld te worden, aan de heidenen uitgeleverd en gekruisigd, maar de derde dag zal Hij verrijzen.  »

En Petrus, die impulsief is, slechts zijn eigen menselijke wijsheid volgt en slechts luistert naar zijn wereldse hartstochten zegt  : «  Heer, maar hoe dwaas is dat  ! Vooral dat niet  ! Nooit van mijn leven  !  » En Jezus zegt tot hem  : «  Ga weg, Satan, terug  ! Uw gedachten zijn niet die van God, maar die van mensen. Laat mij door  !  »

Zo hebben we in hetzelfde hoofdstuk het «  Tu es Petrus  » dat te Rome plechtig gezongen wordt tijdens de kroning van de pausen. En iets verderop het «  Vade retro Satana  !  » voor dezelfde man  ! De Satan in de H. Petrus is de eerzuchtige en aardse persoon, het is de man die redeneert volgens de wereld, die zoekt te behagen aan de wereld, die naar de UNO gaat om te zeggen wat de UNO hem gevraagd heeft te zeggen. Het is de mondaine en eerzuchtige Petrus.

Wanneer Jezus zal overgeleverd worden aan de heidenen, vervolgd zal worden, zegt Petrus  : «  Ik zal meegaan, ik zal sterven met u  !  » Jezus haalt de schouders op en zegt hem  : «  Gij wilt sterven voor Mij  ? Nog voor morgenochtend, wanneer de haan tweemaal kraait om drie uur in de morgen aan te geven, zult gij Mij reeds driemaal verraden hebben.  » Ziedaar de mens Petrus  !

Hij is de vertegenwoordiger van Christus op aarde, de grootste man op aarde  ; hij is het die de sleutels van het Koninkrijk der Hemelen heeft om het te openen of te sluiten  ; hij is het die ons redding zal schenken of die onze ondergang zal betekenen. Maar het is ook dezelfde mens die openstaat voor de meest menselijke redeneringen en die bezwijkt op het moment waarop men hem nodig zal hebben. Want Petrus heeft Jezus in de steek gelaten tijdens diens Passie  !

En nochtans heeft Jezus hem gezegd  : «  Als gij teruggekeerd zult zijn, bevestig dan uw broeders.  » Dus kan men niet zeggen  : aan de ene kant staat er de grote man en aan de andere de verrader, de lafaard. Neen, het gaat hier slechts om één en dezelfde man, voor wie Christus heeft gebeden opdat zijn geloof niet zou verflauwen en opdat wanneer zijn gevoelens hem in de steek laten, wanneer de lafheid als mens naar boven komt, zijn geloof in de goddelijkheid van Jezus zou blijven en de hoeksteen zou zijn waarop de Kerk gebouwd wordt.

Vandaar mijn besluit  : als men doorgedrongen is tot de ziel van Petrus en van zijn opvolgers is daar dezelfde mengeling van het goddelijke en het menselijke. Net zoals de H. Petrus is de paus geen God op aarde, maar een mens die goddelijke privileges heeft en terzelfdertijd menselijke zwakheden.

Dit is de basis van onze zekerheid vandaag. Want als we ertoe gebracht worden de Paus te bekritiseren, is het niet wat betreft het goddelijk deel van hemzelf – dat, dankzij de Kerk, sterk afgelijnd is wanneer hij spreekt ex cathedra. Maar wanneer de paus toegeeft aan louter menselijke wijsheid, doet hij niets duurzaams en alles wat hij probeert te construeren, stort in. We betreuren dat en we vragen hem terug te keren om ons te bevestigen in het geloof.

Omdat Christus hem beloofd heeft dat zijn geloof niet zal verflauwen, omdat Jezus gebeden heeft voor Petrus en zijn opvolgers die slechts één zijn, omdat Jezus gezegd heeft dat Hij met hen zal zijn tot aan het einde van de wereld, daarom zullen wij het geloof bewaren, zelfs als men jaren in droefheid moet wachten waarbij we de Kerk voor de helft in puin zien, omdat er geschreven staat  : «  Gij zijt Petrus en op deze rots zal ik mijn Kerk bouwen en de poorten der hel zullen haar niet overweldigen.  »

«  We moeten veel bidden voor de H. Vader…  »

abbé Georges de Nantes
uittreksels uit de homilie van 1 oktober 1979