2 SEPTEMBER 2018

Controverse over de overlevering van de voorvaderen

DE Kerk biedt ons op deze 22ste zondag door het jaar ter meditatie een uittreksel aan uit hoofdstuk 7 van het Evangelie van de H. Marcus. Hierin toont Jezus zich een zeer vurige verdediger van het volk tegen de valse gezagsdragers van Jeruzalem. De taak van Jezus in Galilea eindigt dus met een vreselijke botsing tussen Hem en de Farizeeën. We zullen zien hoe onze Goede Herder van de gelegenheid gebruik maakt om ons een absoluut heldere kijk te geven op de tegenstelling tussen deze twee godsdiensten: die van de Farizeeën en de zijne, die een voortzetting is van die van Mozes.

De H. Marcus geeft een beschrijving van alle gebruiken van de Farizeeën en vermeldt hun vraag:

7 "Waarom gedragen uw leerlingen zich niet volgens de overlevering van de voorvaderen, maar gebruiken zij hun maaltijd met onzuivere handen?" Jezus weet reeds dat Hij tegenover zich mensen heeft die samen met de Herodianen samenspannen voor zijn dood, dus die een en al leugenachtig zijn. Hij spaart hen niet en zal hen tonen dat heel hun opzet berust op een absolute leugen.

6 Hij zegt hen: "Hoe juist heeft Jesaja over u, huichelaars, geprofeteerd! Zo staat er geschreven: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart is ver van Mij.

7 Zij eren Mij, maar zonder zin, en mensenwet is wat zij leren.

Dat is het sleutelwoord: ze hebben een ganse reeks regels gemaakt, tegen de wet van Mozes in die van God komt, waarvan de geest tegengesteld is aan de goddelijke wet en waarvan de voorschriften handig vastgelegd zijn om zich te kunnen bevrijden van de verplichtingen van de goddelijke wet. Jezus weet dat en zal hen confronteren met hun leugen.

8 Gij laat het gebod van God varen – dat wil zeggen de wet van Mozes – en houdt vast aan de overlevering van mensen" gesmeed tegen het gebod van God.

9 En Hij zei hen: "Het is fraai dat gij het gebod van God buiten werking stelt om uw overlevering te handhaven! 10Immers – Jezus geeft een bijzonder revolterend voorbeeld – Mozes heeft gezegd: Eer uw vader en uw moeder, en wie zijn vader of moeder vervloekt, moet sterven.11 En toch leert gij: Als iemand tot zijn vader of moeder zegt: alles waarmee ik u zou kunnen helpen, is Korban, (dat betekent: offergave), 12 dan staat ge hem niet meer toe iets voor zijn vader of moeder te doen. Jezus brengt hen aldus in verwarring:

13 Zo maakt ge het woord Gods krachteloos ten gunste van uw overlevering die gij doorgeeft. En ge doet meer van dergelijke dingen." 14 Daarop riep Hij het volk weer bij zich en sprak tot hen: “Luistert allen naar Mij en wilt verstaan.” Het arme volk bestond uit geminachte mensen die, volgens de Farizeeën, niet zuiver konden zijn en het heil niet konden ontvangen. Jezus zegt daarom: «Het is gedaan met dat alles». Hij wil het volk bevrijden van die hoogmoedigen die hen een valse leer onderrichten. En Hij legt het hen uit door een parabel.

15 Niets kan de mens bezoedelen wat van buitenaf in hem komt. Maar wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. 16 Als iemand oren heeft om te horen, hij luistere.” 17 Nadat Hij zich van het volk had teruggetrokken en thuisgekomen was, stelden zijn leerlingen Hem vragen over de gelijkenis.

18 Hij antwoordde hun: “Begrijpt ook gij nog zo weinig? Beseft gij dan niet, dat al wat van buitenaf in de mens komt hem niet kan bezoedelen, 19 omdat het niet in zijn hart komt maar in zijn buik en zijn weg vindt in een zekere plaats?” (Zo verklaarde Hij alle voedsel rein.) Anders gezegd: "Jullie kunnen eten wat jullie willen." Dat was zeer revolutionair. Maar het zal uiteindelijk opgenomen worden in de gebruiken van de Kerk en vijftig jaar later zal het niet langer gaan om een opzijschuiven van de wet van Mozes, maar zal het eenvoudigweg de selectie zijn van wat in de wet van Mozes blijvend is en wat ongeldig is.

20 “Maar,” zei Hij, “wat uit de mens komt, dat bezoedelt de mens. 21 Want uit het binnenste, uit het hart van de mensen, komen boze gedachten, ontucht, diefstal, moord, 22 echtbreuk, hebzucht, kwaadaardigheid (dat voor wat betreft de heidenen), bedrog, losbandigheid, afgunst, godslastering, trots, lichtzinnigheid (wat de Joden betreft). Het zal gemakkelijker zijn voor de heidenen zich te bekeren tot het rijk Gods door zich af te keren van deze vreselijke zonden van het vlees dan voor de Joden van wie de ondeugden ingebakken zitten in het verstand. 23 Al die slechte dingen komen uit het binnenste en bezoedelen de mens.”

Dat is het einde van zijn taak in Galilea. Nu zien we heel duidelijk wat het rijk Gods is en we begrijpen dat Jezus er het centrum van is. Hij zal zijn apostelen meenemen naar heidens gebied om rustig van hen het geloof in zijn goddelijkheid te bekomen. Het zal de vertrekbasis zijn van zijn grote Openbaring.

broeder Bruno van Jezus-Maria
uittreksels uit een commentaar op het Marcusevangelie