De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

12 AUGUSTUS 2018

De toespraak over het Brood des levens (I)

DE woorden van de toespraak over het «  Brood des levens  » waarvan we de meditatie verderzetten, openbaren ons dat Jezus het leven en het licht van de mensen is. Hij is het die door zijn persoon, zijn woorden, zijn onderricht ons de mogelijkheid geeft niet te sterven in de woestijn van de aarde, maar te verrijzen en onthaald te worden in de eeuwige tabernakels. We zullen zien hoe onze goddelijke Verlosser verder gaat ondanks het onbegrip van de Joden, om ons allen de volheid van de Openbaring van God te schenken.

41 «  De Joden morden over Hem, omdat Hij gezegd had  : “ Ik ben het brood dat uit de hemel is neergedaald, ” en zij zeiden  : “ Is dit niet Jezus, de zoon van Jozef, en kennen wij zijn vader en moeder niet  ? Hoe kan Hij dan zeggen  : Ik ben uit de hemel neergedaald  ?  ”

Zonder zijn kalmte en innerlijke opgewektheid te verliezen, wordt Jezus niet gebruskeerd door dat onbegrip. Maar Hij herhaalt de openbaringen die Hij tevoren gedaan heeft en die zo nieuw klinken in de oren van de Joden. Hij bereidt slechts zijn toehoorders voor op de volle Waarheid die op het door Hem vastgestelde Uur zal komen. Alles zal gezegd worden in twee etappes en dat zal klaarheid brengen over Jezus als… Messias  ? Of als bedrieger.

44 Nadat Hij hen dus verzocht heeft niet meer onder elkaar te morren, maar naar Hem te luisteren, verwittigt Hij hen van de ware mœilijkheid waarin ze zich bevinden. Want, zo zegt Hij hen, “ niemand kan tot Mij komen als de Vader die Mij zond hem niet aantrekt ”. Dat is de “ genade van de Waarheid ” die aan alle Joden wordt gegeven die reeds door God onderricht zijn, en voor wie niets anders resteert dan nederig gehoor te geven aan de Vader en aan zijn traditionele leer, die van de Schriften. Aldus zullen ze “ tot Mij kunnen komen ”, zegt Jezus, want de voltooiing van deze Schriften is Hijzelf, het Woord van God. Dat zij zich de “ Dienaar van Jahweh ” herinneren die voorspeld wordt in het boek Jesaja  : wordt er niet gezegd dat Hij hun een meester moet zijn van wie het onderricht uit de Hemel komt, om er terug te keren nadat het zijn vruchten, dat wil zeggen hun geloof, heeft voortgebracht  ?

“ Al wie beginnen luisteren is naar de Vader en naar zijn onderricht, komt tot Mij… Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u  : wie gelooft, heeft eeuwig leven. ”

En om die reden kan Jezus zonder te liegen zeggen dat Hijzelf dat hemels voedsel is dat van bij God komt en dat veel meer biedt dan de verzadiging van het lichaam  : het eeuwig leven. Het besluit van die eerste etappe luidt als volgt  : 49 “ Ik ben het brood des levens. Uw vaderen, die het manna gegeten hebben in de woestijn, zijn niettemin gestorven  ; maar dit brood daalt uit de hemel neer, opdat wie er van eet niet sterft. Ik ben het levende brood dat uit de hemel is neergedaald. Als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. ”

51 Vervolgens, alvorens bij iemand de gedachte opkomt om als waarborg voor de aangekondigde geestelijke gave nog een echt brood te vragen dat er het tastbaar teken zou van zijn, anticipeert Jezus hun verlangen wanneer Hij plots aan het offer van Zichzelf als hun Brood des levens een grotere genade toevoegt, het niet te overtreffen offer  : “ Het brood dat Ik zal geven, is mijn vlees, voor het heil der wereld. ”

52 Ontzetting bij de Joden  : “ Hoe kan die man ons zijn vlees te eten geven  ? ” Hun verbazing door hun ongeloof komt ons van pas. Want Jezus zal aandringen, herhalen, volhouden en tenslotte plechtig getuigen van de werkelijkheid en de volle waarheid van het beloofde wonder, waardoor het tot op vandaag onmogelijk gemaakt wordt deze verbazingwekkende aankondiging in twijfel te trekken  :

“ Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u  : als gij het vlees van de Mensenzoon niet eet en zijn bloed niet drinkt, hebt gij het leven niet in u. Wie mijn vlees eet en mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. ”

Ziedaar iets wat ondubbelzinnig en absoluut nieuw is. Onze getuige durft hier de woorden kauwen, verslinden gebruiken zoals een dier doet met rauw voedsel  ! Men zou niet meer uitgesproken realistisch kunnen zijn  !

Anderzijds is de belofte van dat van het lichaam gescheiden bloed dat te drinken wordt aangeboden absoluut zonder voorgaande in de joodse godsdienst, vermits het nuttigen van het bloed van offers en dat van elk gedood dier streng verboden was door de goddelijke Wet… want bloed betekent leven  !

Deze herhaalde woorden zullen dus de vaste gedachte inprenten dat de nuttiging van het vlees en van het bloed van Jezus de eenheid van de leerlingen in het Woord en de Geest van hun Meester en Verlosser zullen beduiden en tot stand brengen. Hierdoor zullen zij het eeuwig Leven verkrijgen en, viermaal bevestigd in dezelfde toespraak, “ de verrijzenis van het lichaam op het einde der tijden ”.

Het is precies wat de Kerk later een sacrament zal noemen. Tijdens deze ritus zijn vlees eten en zijn bloed drinken betekent in Hem blijven en Hij in ons. Om deze absolute waarheid kracht bij te zetten voegt Jezus, zich als het ware niet bewust van de openbaring die dat bewijs – voor ons mysterie der mysteries –inhoudt, vertrouwelijk het volgende toe  : “ Zoals Ik door de Vader, die leeft, gezonden ben en leef door de Vader, zo zal ook hij die Mij eet, leven door Mij. ”

Zo wordt het leven van de leerling gevoed aan de Bron van leven die God de Vader is, leven dat door zijn Woord overgaat in de heilige omhelzing van het geestelijk geloof, maar bewezen en gevoed door het één geworden vlees en bloed, in de nuttiging van zijn Lichaam en het drinken van zijn Bloed.

58 Op dat punt eindigt de toespraak van Jezus met de evocatie van het manna… Om te besluiten dat dit niet hoeft betreurd te worden en om te getuigen dat het teken van God er het antwoord op is, maar dan volmaakt, in de sublieme genade van het nieuw en eeuwig Verbond dat zal bezegeld worden in “ zijn voor de redding van de wereld gegeven lichaam ”, buitengewoon toereikend als prijs en teken voor de redding van allen  :

“ Zie het uit de hemel neergedaalde brood  ; het is niet zoals dat wat uw Vaders gegeten hebben, die gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid. ” Zo was het onderricht dat Jezus gaf in een synagoge te Kafarnaüm.  »

Goede plaatsbepaling  : archeologen hebben de ruïnes van deze synagoge teruggevonden. Deze toespraak heeft dus niets weg van een mythe  ; onze getuige liegt niet, hij vertelt ons een historische gebeurtenis die ons geloof op een solide manier onderbouwt.

broeder Bruno van Jezus-Maria
uittreksels uit het commentaar op het Evangelie van Sint-Jan