De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

1. In de naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest

De falangist is gedoopt in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest. Hij is katholiek van geboorte of door bekering, maar altijd in de lijn van de traditie, want in de orde van de genade wordt niemand als vondeling geboren. Door de genade van God en zijn eigen onherroepelijke wil behoort hij tot de Roomse Kerk.

1. Trouw aan die verbintenis bewaart hij het katholiek geloof, ontvangt de sacramenten, neemt deel aan de liturgie van de Kerk en onderwerpt zich aan haar geboden. Hij doet dat loyaal en zonder valse schaamte, zowel in het openbare leven als in de privésfeer.

2. De falangist herkent in zijn godsdienst de absolute waarde van zijn bestaan  : de weg, de waarheid, het leven. Wetenschap of kunst, macht of eer, bezit of wereldse genoegens  : niets kan in zijn ogen de christelijke mystiek overtreffen of benaderen, laat staan weerleggen. Elke inbreuk op dit beginsel is voor hem een dwaling en een fout.

3. De falangist is bovennatuurlijk geïnspireerd, omdat hij zijn aards leven oriënteert op de heerlijkheid van het hiernamaals  ; omdat hij het heden beoordeelt op basis van de traditie van het verleden, waarin de mysteries verschenen die de grondslag vormen van ons heil  ; omdat hij hier beneden geen blijvende woning vindt, maar aan de overzijde van dood en geschiedenis de komst verwacht van het eeuwig Koninkrijk in al zijn volheid.

4. De falangist ontwikkelt in zichzelf de goddelijke deugden van geloof, hoop en liefde, naast de morele deugden van voorzichtigheid, kracht, rechtvaardigheid en matigheid. Hij leeft door de band in de vrede en de vreugde die aan de leerlingen van Christus werden beloofd.

Met heel zijn wezen maakt hij deel uit van de Kerk. Hij is vereerd en gelukkig falangist te mogen zijn.