De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

11. Tegen het postchristelijk humanisme

«  God is mens geworden opdat de mens God zou worden.  » Zo luidde het treffende motto van de Kerkvaders, waarin het uiteindelijke doel en de vruchten van de Menswording van het goddelijk Woord prachtig worden samengevat. Bijgevolg kan en mag niets van ons bestaan louter en uitsluitend menselijk blijven, en al zeker niet in de uitdagende bewering dat de mens autonoom is  : zoiets is per definitie antichristelijk, schadelijk voor de mens en beledigend voor God, godslasterlijk dus.

  1. De falangist erkent in Jezus Christus de bron en de maat van alle wijsheid, goedheid en schoonheid van de schepping, zowel voor, tijdens als na zijn komst op de wereld. Alles bestaat voor Hem en door Hem, die als Zoon van God onze broeder geworden is. Daarom verwerpt de falangist elke esthetiek of mystiek van individueel of collectief heil die zich zou definiëren als een integraal humanisme los van Christus.
  2. De grote bekoring van de christenen van deze tijd – een bekoring die het jodendom hen voorhoudt, maar die de beweging van de Bijbelse openbaring omkeert en terugvoert naar zijn aardse bronnen en onvolmaaktheden – is die van het secularisme. Dat humanisme, dat zich graag postchristelijk noemt, naturaliseert het bovennatuurlijke door onze dogma’s, sacramenten en liturgie te herleiden tot een mythologie, tot een schat aan symbolen die enkel menselijk zijn  ; de zinnelijke, wereldse zaken hebben de hoogste waarde. Anderzijds wil het secularisme in een aanvullende beweging het natuurlijke in de bovennatuurlijke sfeer brengen door de aardse realiteiten op te blazen tot iets absoluuts en de mensengeschiedenis te vergoddelijken  ; Christus, God die uit de hemel is neergedaald, en zijn Kerk, onze moeder die ons in zijn voetsporen doet stappen op weg naar de hemel waar Hij is teruggekeerd, worden volledig uit onze horizon gebannen.
  3. In deze apocalyptische strijd verzet de falangist zich op heldhaftige wijze tegen die zinnelijke, wereldse, puur menselijke mystiek, die cultus van de mens die een vorm van zelfverafgoding is. Hij bekampt de secularisering die er het verborgen en uiterst efficiënte werktuig van is. Daartegenover stelt hij zijn integraal christendom, gevestigd op het woord van de Heer  : «  Zonder Mij kunt gij niets  », en op dat van Sint-Paulus, door de H. Pius X gekozen als devies  : «  Alles herstellen in Christus  ». Want om de wereld te behoeden en de zielen te redden moet alles christelijk gemaakt worden met het oog op de beloofde ware vergoddelijking.