De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

16. Jezus Christus, Redder van de wereld

  1. Gods Zoon is op de wereld komen wonen om hem te redden. Zou Hij, de eeuwige Wijsheid, met zijn menswording alleen maar een grotere schoonheid van zijn schepping en een duidelijker openbaring van de goddelijke goedheid op het oog gehad hebben  ? Het staat vast dat een dwingender motief tot dat glorierijk werk heeft gevoerd en er de wegen heeft van bepaald  : het goddelijk Woord wou onze verlossing door het Kruis. Hij kwam om de zonden van de wereld uit te boeten en hem zo los te rukken uit de macht van de duivel, die de wereld altijd al heeft willen beheersen vóór Hem, buiten Hem en tegen Hem.

Het gebeuren van het Kruisoffer deelt de geschiedenis van de mensheid in tweeën  : tevoren heersten de duisternis, de slavernij van de zonde, het bederf en de dood  ; nadien kwamen het licht, de vrede, de vreugde, de vrijheid en ook al het eeuwig leven. Het Kruis deelt de wereld op in twee rijken. Aan het ene moet men verzaken om aan het andere te kunnen toebehoren. Men moet kiezen tussen het rijk van God en het rijk van Satan, die ooit het eeuwige Paradijs en de eeuwige hel zullen zijn.

  1. De falangist heeft een sombere kijk op de wereld zonder God. Misschien is hij niet zo pessimistisch als onze voorouders, die beïnvloed waren door de traditie van de H. Augustinus. Maar hij zal nooit optimistisch denken over de mens en niet, zoals Jean-Jacques Rousseau, in bewondering staan voor zijn natuurlijke goedheid, de kinderlijke eenvoud van de primitieve mens en de volkeren die nog niet bedorven zijn door de machthebbers. De falangist wantrouwt alles wat Christus nog niet heeft aangeraakt en geheiligd. Hij heeft medelijden met de ongelovigen om hun ellendige toestand, maar hij bestrijdt hen als ze arrogant en agressief zijn.
  2. De falangist heeft vertrouwen in de christelijke volkeren, in de bewoners van de stad Gods en in zichzelf, maar dat vertrouwen is niet vermetel  ! Hij weet dat de genade en de kracht van God hun deel zijn, maar slechts omdat de verdiensten van Christus op hen worden toegepast en zij voortdurend genieten van de vruchten van de Verlossing. Zo worden zij boven zichzelf uitgetild door de kracht van de sacramenten. Hun vaste trouw aan Christus hebben zij te danken aan de genade van zijn gebed, zijn leven en zijn voorbeeld. Alleen zo kunnen zij hopen de Boze te overwinnen en vooruitgang te boeken in hun roeping van kinderen Gods.
  3. In die christelijke strijd neemt de H. Mis de centrale plaats in. Als voortdurend hernieuwd offer van Christus voor zijn Kerk is de Eucharistie geen ritus waaraan men vrij kan deelnemen of niet, maar het dagelijks voedsel van de falangist in de schoot van de katholieke gemeenschap. In dat offer schenkt Christus zelf aan de zijnen zijn vergeving, zijn genade, zijn kracht, zijn lessen, zijn liefde en zijn vreugde. Daar smeedt Hij met zijn Lichaam en Bloed de band van hun broederlijke liefde.