De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

20. Tegen de verleiding van de menselijke kennis  : de nederigheid

  1. De falangist wil het grote gebod van de Heer, dat van de naastenliefde, in de praktijk brengen. De liefde tot zijn hemelse Vader en zijn liefde tot Jezus Christus, zijn Redder en dus zijn eerste naaste, voeren hem tot liefde voor zijn evenmens. Er is geen volmaakte liefde tot God zonder de liefde tot Christus, geen liefde tot Christus zonder liefde tot de naaste. Elke mens is, tenminste in potentie, onze christenbroeder. Want Jezus heeft van zijn voorbeeld een wet gemaakt. Hij beminde eerst wie Hem nog niet beminde, Hij had ons lief met de grootst mogelijke liefde door zijn leven als losprijs te geven om ons tot zijn broeders te kunnen rekenen.

Deze goddelijke liefde gaat heen en weer van de Verlosser naar de mensen die Hij vrijgekocht heeft door zijn Bloed, van de onschuldige naar de misdadiger, van de met God verenigde naar de meest afgedwaalde, naar wie het armst is en het meest verlaten onder de ongelovigen, kortom naar elke mens en zelfs naar de meest wrede vijand.

  1. Het obstakel voor de naastenliefde is de hoogmoed, die van het ras, van de kaste, van wie zich superieur waant. Het heil komt de nederigen toe, zij die weten dat zij voorwerp van barmhartigheid zijn en die zelf de barmhartigheid beoefenen  ; het wordt geweigerd aan hen die muren optrekken en zich verschansen in hun zelfgenoegzaamheid, afgescheiden van de andere mensen en dus van God. Sedert Jezus Christus is er geen uitverkoren volk of messiaans ras meer, geen kaste van volmaakten, zuiveren of wijzen  ; er zullen nooit Übermenschen zijn. De Farizeeën van weleer, de stoïcijnen en katharen uit latere tijden, de aanhangers van Nietzsche gisteren en die van het elitarisme vandaag, al diegenen die verklaren dat ze tot een waardevoller bloed, volk, cultuur of klasse behoren, zonder behoefte aan verlossing, zonder plicht tot erbarmen en medelijden, zonder deelname in de christelijke naastenliefde – zij lopen de eeuwige vervloeking op.

De falangist erkent de gaven die hij door geboorte, beschaving en genade gekregen heeft en streeft nederigheid na, de christelijke deugd die onderpand van zaligheid is. Volgens het woord en het voorbeeld van Christus doet hij zijn talenten vrucht dragen, ten dienste van zijn medemensen, in de barmhartigheid en de vergiffenis van de beledigingen, wat het meest treffende bewijs van christelijke broederliefde is.