De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

4. De geschiedenis van de wereld wordt door God geleid

1. Door de genade van het geloof komt de falangist de obstakels te boven die de filosofie hem voor de voeten werpt en overwint hij de morele onrust die de realiteit van het kwaad in elk leven doet ontstaan  : de beperkingen en ontberingen van de mens, zijn lijden en nood, zijn zedelijk falen, ziekte en dood. Terwijl hij het filosofisch probleem laat voor wat het is, weerstaat hij aan de bekoring om zich op te werpen tot rechter en tegenstander van God. Hij weigert om elke wanorde of kwelling voor onrechtvaardig en onduldbaar te houden, elke vorm van ongelijkheid als schandalig te beschouwen. Hij zal niet toegeven aan de hoogmoedswaanzin die door de opstandige Satan in de mens wordt opgewekt  : «  Gij zult als goden zijn  !  »

2. Hij weet dat het echte kwaad, het enige kwaad, de zonde is. Alle andere kwalen komen daaruit voort. De eerste zonde was de rebellie van Satan, die in zijn val de opstandige engelen meesleurde en die vervolgens onze eerste ouders verleidde. Vanaf dat ogenblik is het kwaad in de wereld gekomen en samen met het kwaad het lijden en de dood. Maar God leidt de geschiedenis van de wereld en trekt uit het kwaad een groter goed, voor zijn glorie, voor de redding van de uitverkorenen en voor de manifestatie van zijn vrijgevigheid. Om de liefde van zijn God te beantwoorden moet de mens de beproevingen die Hij toelaat aanvaarden en zich onderwerpen aan zijn heilige wil. Hij moet de bekoringen van zich afduwen en zich ver houden van alle zonden. En tenslotte moet hij zijn broeders helpen in hun moreel of fysiek ongeluk, in hun geestelijke of materiële miserie.

De falangist stemt met Gods bedoelingen in nog voor hij die kent. Hij is tevreden met wat in het leven zijn deel en zijn lotsbestemming is en dankt er de Schepper om. Hij legt zich neer bij het onherroepelijke kwaad als bij een mysterieuze beproeving, maar wil vechten tegen elk kwaad dat bekampt of vermeden kan worden  : hij weet dat het de roeping van de mens op aarde is dat te overwinnen. Hij buigt zich vol medelijden, naar ingeving van Gods Geest, over het ongeluk en het lijden van zijn broeders, om hen te verlichten en hen te helpen het gewicht ervan te dragen. Hoe dan ook verricht hij de werken van barmhartigheid jegens de naaste tot meerdere eer en glorie van God.

3. Zo doet het bovennatuurlijk geloof de falangist steeds beter begrijpen wat de zin van zijn persoonlijk leven en van de mensengeschiedenis is  : de schepping gaat van het onvolmaakte naar het meer volkomene  ; de wereld moet uitgroeien tot een heilige stad, het werk van goddelijke genade en menselijke vrijheid, met het oog op het eeuwig Koninkrijk  ; elk leven moet een bekering en een heiliging zijn, vervuld van hoop. Het is pas op het einde van dat langdurig proces dat zich in alle klaarheid het heilsplan van onze God zal ontvouwen  : «  Heel de schepping zucht en kreunt in barensweeën tot op die dag  » (Rm 8, 22).

Uiteindelijk zal de schepping, bevrijd van het kwaad en de Boze die haar bestookt, in haar orde heilig en volmaakt zijn volgens het plan van de liefdevolle goddelijke wijsheid, naar het beeld en de gelijkenis van de hemelse Vader van wie zij het werk is en tot eeuwige lof van zijn glorie.