De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

6. Over het jodendom

Voor iedereen met het nodige inzicht vormt de Bijbel duidelijk een geheel, waarvan de twee delen elkaar aanvullen. Ze zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Het ene is de voorbereiding, het andere de voltooiing van het goddelijk-menselijk werk dat doorgaat tot het einde van de wereld en zich moet uitstrekken tot aan de uiteinden van de aarde.

  1. De falangist kan het jodendom van nu daarom niet beschouwen als een echte godsdienst of een heilsverbond, zelfs niet als de erfenis van het oude Israël en het Verbond in Mozes. Door niet te willen erkennen dat dit Verbond in Christus voltooid werd, heeft de Synagoog, het verbroken. Toen zij haar Messias en Verlosser kruisigde, vervielen de beloften die haar waren gedaan. Door die Godsmoord riep het joodse ras over zichzelf de vervloeking af. Het moderne jodendom is een trouweloze vervorming van de oude godsdienst en kan dus geen aanspraak maken op waarheid, genade, authenticiteit. Integendeel, het heeft zich opgeworpen tot vijand van God en van zijn Kerk – het geestelijke Israël – door de redactie van de Misjna en de Talmoed, rabbijnse geschriften die een bittere, vijandige geest tegenover het Evangelie van Christus uitademen.
  2. De falangist stelt het religieuze en soms zelfs atheïstische racisme en de louter aardse ambities van het moderne jodendom aan de kaak als de meest te duchten omvorming van de oude profetische geest. Het gaat om een hoogmoedig racisme en een hebzuchtig imperialisme die de beschaving en de vrede in de wereld voortdurend in gevaar brengen. Daar moet de christenheid zich tegen verdedigen.
  3. Dat betekent echter helemaal niet dat de falangist zelf antisemitisch zou zijn en zover zou gaan het Oude Testament te verwerpen, het joodse volk uit te sluiten van het heil of te weigeren een van de leden ervan te vergeven. Alle mensen zijn immers geroepen tot eenzelfde broederschap in Christus.

Integendeel, met de Kerk en tegen het vroegere en hedendaagse antisemitisme in beschouwt de falangist het joodse volk als een heel bijzonder volk, dat de stempel van zijn eerste uitverkiezing draagt. Verspreid onder alle naties blijft het voortbestaan als de eeuwige getuige van het mozaïsch verbond en de messiaanse beloften, als een levend gedenkteken van de kruisiging van de Heer Jezus en, na zijn bekering, als het profetisch teken van de uiteindelijke massale terugkeer van alle volkeren in de schoot van de Kerk van Christus, het nieuwe Jeruzalem van bij God neergedaald.