De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

147. Het koninklijk paternalisme

De ineenstorting van onze huidige kapitalistisch-socialistische wereld zal naar alle waarschijnlijkheid plotseling en brutaal gebeuren. Daarna komt een lange overgangsperiode tijdens dewelke – en niet zonder de hulp van het Onbevlekt Hart van Maria – een koninklijk gezag het volk zal moeten laten overgaan, zonder te veel dwang uit te oefenen, van het oude, democratisch en geseculariseerd regime naar de nieuwe katholieke monarchie, waarin een spontane wedergeboorte van de volkse vrijheden, eigenheden en samenhorigheid zal plaatsvinden. Alles wat de staat ten onrechte ingepalmd had, zal teruggeschonken worden aan het bestuur door de herstelde en opnieuw georganiseerde nationale gemeenschap. Dan zal men de indruk krijgen dat men waarlijk herleeft onder een bij uitstek vaderlijke regeringsvorm.

1. De kennis was onder de voogdij geplaatst van een staat die zowel beschermheer als beschermeling was van het grote Geld, «  rationalistisch en anti-heroïsch  » (Schumpeter). Het ministerie van Nationale opvoeding en Onderwijs, in de regel in handen van vrijmetselaars, wendde de kennis af van haar eerste doel – de godsdienst, de cultuur, de wetenschap, het onderzoek en de informatie – om ze ten dienste te stellen van laïcisering en collectivisering van de massa’s.

Onder de welwillende controle van de Kerk en de nieuwe staat zal de kennisoverdracht terug toevertrouwd worden aan de grote corporaties van de natie. Provincies en gemeenten zullen helpen door organisatie en subsidiëring. Gilden en particuliere stichtingen zullen in volle vrijheid academies, laboratoria voor wetenschappelijk onderzoek en culturele instellingen kunnen oprichten.

2. De macht, die de bezittende klasse zich na-ijverig had toegeëigend, zal in alles wat niet valt onder de koninklijke prerogatieven toevallen aan de nieuwe elite die de leiding langs natuurlijke wegen zal overnemen  : gezinshoofden, plaatselijke magistraten, burgemeesters, ondernemers, personen die beroepsbekwaamheid hebben. Daar komt nog de uitgebreide aristocratie bij van legerleiders, diplomaten, hogere magistraten, rectoren van universiteiten, topingenieurs en zij die een leidende functie vervullen in de massamedia.

Die erkende gezagsdragers zullen van meet af aan deelhebben aan dat vaderlijk, «  paternalistisch  » prestige, dat zo gehoond wordt in tijden van democratie, maar dat kordaatheid paart aan zachtheid en mag beschouwd worden als een bewonderenswaardige afstraling van het minzame en wijze gezag van onze hemelse Vader.

3. Het bezit, tegenwoordig aan de ene kant afgeroomd door de grote financiële organismen en aan de andere kant door de staat, die tegelijk belastingen int en voor nationaal bankier en herverdelende geldmagnaat speelt, zal in de toekomst niet meer alle waarde verliezen, de inflatie verveelvoudigen en grotendeels verdampen. Het zal niet meer van spaartegoeden naar financiële centra gaan, van de gezinnen naar de staat, van de provincies naar de hoofdstad, om dan uiteindelijk te verdwijnen in grote, idiote projecten.

Neen, het zal binnen de familiale horizon blijven, dienen als wisselgeld en als belegging tussen firma’s die bekend staan om hun goede naam en faam. Zo wordt ervoor gezorgd dat juist zij die de rijkdom scheppen ook de verdiende beloning krijgen in de vorm van salaris, spaargeld en eigendom.

Op die manier zal de natie geen volk meer zijn van in databanken opgelijste onwetenden, werknemers die van steun afhankelijk zijn, individuen die als onverantwoordelijken aan een administratie onderworpen zijn. De natie van de toekomst zal «  geheel van vrijheden voorzien zijn  » (Funck-Brentano), zoals vroeger met onze christelijke landen het geval was, ontdaan van onrechtmatige bevoogding, van parasieten en rovers op grote schaal. Zij zal opbloeien, veredelen en zich langzaam verheffen naar het licht.