De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

EEN « WANKELENDE » PAUS

Paus Franciscus onder de liefdevolle blik van de H. Maagd van Guadalupe

Paus Franciscus onder de liefdevolle blik van de H. Maagd van Guadalupe, patrones van Mexico (13 februari 2016).

Integristen ergeren zich aan Franciscus en aarzelen niet om scherp naar hem uit te halen. Zij begrijpen niet dat de KCR zo positief over hem spreekt, of willen het niet begrijpen. Toch is het standpunt van broeder Bruno duidelijk  : anders dan Paulus VI, Joannes-Paulus II en Benedictus XVI heeft Franciscus het katholiek geloof en verkondigt hij dat. Maar geregeld lijkt hij te «  wankelen  » ten gevolge van de conciliaire pastoraal die hij van zijn voorgangers geërfd heeft en die hij zich eigen heeft gemaakt.

FRANCISCUS EN DE OPPERRABBIJN

AAN de vooravond van het bezoek van Franciscus aan de synagoog van Rome (17 januari 2016) kwamen we te weten dat opperrabbijn Riccardo Di Segni de paus rechtstreeks had opgebeld «  met de vraag dat hij zou vermijden om het woord “ Farizeeër ” te gebruiken in een betekenis die de Joodse leider als pejoratief beschouwde. Hij gaf ook publiek te kennen dat deze paus “ gevaarlijk ” is voor het jodendom  » (Le Figaro, 16-17 januari 2016). Gevaarlijk  ? Een uitspraak die we alleszins niet gehoord hebben over de pausen Montini, Wojtyla of Ratzinger  !

Di Segni zei dat de H. Vader aan de telefoon «  heel aandachtig was  ». De opperrabbijn hield wel vast aan zijn kritiek ten gronde op een theologie die zeer christocentrisch is  ; logisch voor een christen, gaf hij toe, maar hij wou Franciscus toch de aanbeveling doen «  om geen God van de barmhartigheid te plaatsen tegenover een God van de wraak, die zou laten verstaan dat er alleen maar heil is voor de christenen…  »

Wat antwoordde de paus  ? «  Om zichzelf te begrijpen kunnen de christenen niet anders dan verwijzen naar hun Joodse wortels. En de Kerk, die het heil door het geloof in Christus belijdt, erkent het onherroepelijk karakter van het Oude Verbond zowel als de constante en trouwe liefde van God voor Israël.  » Een liefde die nauwelijks beantwoord werd, zoals we kunnen lezen in het Oude Testament, «  een waarachtig liefdesdrama waarin God de rol van de bedrogen vader en echtgenoot speelt, en Israël die van de ontrouwe zoon, dochter of echtgenote  », aldus de paus in zijn Vastenbrief. Hij kon het niet beter formuleren.

Heel de kwestie is dus te weten of deze trouw van God beantwoord wordt buiten het geloof in Christus… De paus besloot zijn toespraak in de synagoog met de zegening die Mozes en Aäron op aangeven van Jahweh uitspraken over de kinderen van Israël  : «  Mocht de Heer ons zegenen en bewaren. Mocht Hij zijn aanschijn over ons doen stralen en ons genadig zijn. Mocht Hij zijn gelaat tot ons keren en ons de vrede schenken  » (Nm 6, 25-26). Het gelaat van God, dat is Christus, «  gelaat van het erbarmen van de Vader  »  ! Zal de opperrabbijn deze boodschap horen in het jaar van de barmhartigheid  ?

FRANCISCUS EN DE LUTHERANEN

De pauselijke catechese van 20 januari 2016 was gewijd aan het thema van de «  Gebedsweek voor de eenheid en de barmhartigheid  », geput uit de eerste Brief van de H. Petrus  : «  Vroeger van genade verstoken, nu begenadigd  » (1 P 2, 10).

«  Het Tweede Vaticaans Concilie  », aldus Franciscus, «  onderstreept dat “ het doopsel de sacramentele band van de eenheid vormt die zijn kracht uitoefent tussen allen die erdoor zijn wedergeboren ” (Unitatis redintegratio, 22).  » En hij voegde er aan toe  : «  De eerste Brief van Petrus is gericht aan de eerste generatie christenen, om hen bewust te doen worden van de gave die zij in het doopsel ontvangen hebben en van de eisen die dat met zich mee brengt. Ook wij worden in deze Gebedsweek uitgenodigd om dat alles te herontdekken en om dat samen te doen, voorbij onze verdeeldheid.  » Hoe dan wel  ? Door te erkennen «  dat wij allemaal zondaars zijn en dat wij er nood aan hebben gered te worden, vrijgekocht en bevrijd van het kwade. Het is dat negatieve aspect dat de eerste Brief van Petrus “ duisternis ” noemt als er staat  : “ Hem die u riep uit de duisternis tot zijn wonderbaar licht ” (1 P 2, 9).  »

Het is precies daar dat het schoentje wringt, zoals onze vader, abbé Georges de Nantes, opmerkte toen hij van nr. 22 van het aangehaalde conciliedocument schreef dat «  het ons eigenlijk een loer draait, wat niet heel fraai is, maar wat wel heel wat moeilijkheden vermijdt  ». Waarover gaat het  ? Over «  een zaak waarover ik nooit meer iets zie of hoor en die nochtans altijd een constante katholieke waarheid is geweest en zal zijn  », namelijk «  de “ staat van genade ”, dat prachtig geschenk dat de vereniging van de ziel met God in stand houdt en dat de vurigheid van de godsvrucht en de deugden geeft in de onafgebroken uitwisseling van liefde tussen God en zijn schepsel.  » En de doodzonde «  haalt haar benaming uit het verschrikkelijk effect ervan, namelijk de verbreking van die zo kostbare banden, het verlies dus van de “ heiligmakende genade ”. De christen die in staat van doodzonde verkeert, kan tot geen enkel sacrament nog toegang krijgen zonder een nieuwe “ heiligschennis ” te begaan, met uitzondering natuurlijk van de biecht  ; als hij dat sacrament op passende wijze ontvangt, krijgt hij al het geestelijk goed terug dat hij kwijt was.

«  Daarover wordt nooit nog gesproken. Uiteraard, omdat het doopsel een absoluut begin is, maakt het van de zondaar zonder enige overgang een heilige. De volwassen protestant vraagt het protestants doopsel, omdat hij er geen ander kent of wil. Dat doopsel is geldig. Hij is heilig  ! Bijgevolg wordt hij, zoals elke katholiek, door de goddelijke bijstand overspoeld. Maar ook de eisen van Christus en de Kerk – en die twee zijn onafscheidelijk – overspoelen hem… En dan beginnen de moeilijkheden.

«  Het Concilie stapt daar allemaal over om al die geliefde oecumenisten met wie men zo graag dialogeert te verontschuldigen. Hen eraan herinneren dat het Jezus, de katholieke Jezus is die doopt en die de zorg voor de nieuwe dopeling op zich neemt, zou er op neer komen duidelijk te maken dat er “ buiten de Kerk ” geen heiligmakende genade en geen heil bestaat (tenzij die voorbereid worden in een onschuldige ziel, op weg naar). Bovendien kan niemand het katholiek geloof verliezen of, als hij elders gedoopt is, de prediking ervan weigeren zonder een doodzonde te begaan en zichzelf uit te sluiten van de weldaad van de sacramenten die in het schisma of de ketterij ontvangen zijn.

«  We kunnen niet anders dan de waarheid verkondigen  : de zonde verslindt de wereld, in die mate dat de katholieken zelf meestal niet in staat van genade verkeren en heiligschennis begaan door in die hoedanigheid te communie te gaan  ; dat de leden van de schismatieke en ketterse Kerken of sekten er nog veel erger aan toe zijn, door het feit dat hun tegenstand tegen het katholiek geloof hen berooft van de genade die absoluut noodzakelijk is voor hun trouw aan de goddelijke geboden. In die omstandigheden over “ eenheid ” spreken tot massa’s mensen die buiten de goddelijke genade leven en die slechts tot het mystiek Lichaam van Christus behoren als dode takken, is een grote leugen. Dat Lichaam bestaat uit alle zielen die gedoopt zijn of verlangen naar het doopsel (en persoonlijk ben ik voor een ruime interpretatie daarvan wat de armen, de zwakken, de nederigen en de vervolgden betreft). De zogezegde oecumenische beweging daarentegen stapelt de lijken van zielen die al dood zijn op, zonder er zich om te bekommeren hen eerst terug tot leven te wekken  !  » (Autodafé, 1996, pp. 224-225).

Geschreven in 1996, vier jaar vóór de publicatie van het derde geheim van Fatima, waarin we lezen over «  de Heilige Vader  » die onderweg is «  door een grote stad die voor de helft verwoest is. Half bevend, met wankele tred, door pijn en verdriet teneerge­slagen, bidt hij voor de zielen van de lijken die hij op zijn weg tegenkomt  »…

Hoe dan ook  : paus Franciscus zal, bescheiden en vriendelijk, maar wel duidelijk, een Non possumus uitspreken als dat vereist is. Ook al is de opperrabbijn van Rome daarover ontgoocheld, toch zal Franciscus voortgaan met over de Farizeeën te spreken «  in een pejoratieve zin  », zoals Jezus in het Evangelie, en een rustig en robuust christocentrisme belijden. En ook al zijn de lutheranen daarover ontgoocheld, toch zal de H. Vader de intercommunie niet toestaan.

broeder Bruno van Jezus-Maria
Hij is verrezen  ! nr. 80, maart-april 2016

INGEBONDEN NUMMERS

Vers van de pers  : de jaargangen 2013 t/m 2015, stevig ingebonden in één boekdeel. Meer dan 300 blz. lectuur en tientallen illustraties.

prijs  : € 30, portkosten inbegrepen

bestelling  : schrijven naar de uitgever of mailen naar hij. is. verrezen @ gmail. com