De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

HET SCHISMA VAN DE LEFEBVRISTEN

Het was altijd één van de grote bekommernissen van abbé de Nantes om zijn beweging te behoeden voor welke schismatieke houding ook. Heel anders was de opstelling van Mgr. Lefebvre, die jarenlang gehoorzaamheid aan de paus voorwendde en het leerstellig debat ontweek, om dan plots aan vier priesters van zijn Broederschap de bisschopswijding toe te dienen tegen het uitdrukkelijk bevel van de H. Vader in.

VAN VATICANUM II TOT DE STICHTING VAN ÉCÔNE

Mgr. Marcel LefebvreMgr. Marcel Lefebvre, voormalig aartsbisschop van Dakar en na dien bisschop van Tulle, en vervolgens generaal-overste van de Paters van de H. Geest, was één van de voormannen van de traditionalistische minderheid op het Concilie. In die tijd was hij van mening dat abbé de Nantes overdreef met te beweren, vanaf het einde van de eerste zitting, dat er in de Kerk een revolutie aan de gang was. Zelf verkoos hij de Paus te vertrouwen en te werken aan de amendering van de conciliaire teksten die het minst goed waren. Uiteindelijk tekende hij ze echter allemaal, met inbegrip van het decreet over de godsdienstvrijheid.

Toen abbé de Nantes op 1 juli 1968 op bevel van Paulus VI aangemaand werd om zijn kritiek op de Paus, het Tweede Vaticaans Concilie en de Franse bisschoppen te herroepen, en hen een volledige, onvoorwaardelijke en onbegrensde gehoorzaamheid te zweren – zonder dat men hem gewezen had op zijn eventuele dwalingen – ging hij raad vragen aan Mgr. Lefebvre. De prelaat raadde hem af deze schromelijk overdreven herroeping te ondertekenen  : «  U mag dat niet doen. U hebt er het recht niet toe. Wijzelf hebben het indertijd aan de Heilige Vader geschreven  : de oorzaak van al het kwaad ligt in de Akten van het Concilie. Sta sterk in de waarheid.  » Niettemin liet hij onze geestelijke vader alleen naar het Paleis van het H. Officie gaan om de rechters zijn Non possumus bekend te maken. Want in die tijd stelde Mgr. Lefebvre zich voor als een gehoorzame en onderworpen zoon van Paulus VI en de kerkelijke gezagsdragers.

ÉcôneEnkele weken later legde de vroegere aartsbisschop van Dakar zijn functie van generaal-overste van de Paters van de H. Geest neer. Sedert de liturgische hervorming wou hij inderdaad een seminarie openen. Zijn redenering was eenvoudig  : de nieuwe ordo missæ, meer protestants dan katholiek, bewees dat het geloof verloren ging in de Kerk  ; er moest dus een priesterelite opgeleid worden, er moesten “ echte priesters ” gevormd worden om het geloof te redden. Het beoogde seminarie was bijgevolg voor hem een zaak van de grootste hoogdringendheid. Om de stichting ervan niet te compromitteren, en om al de noodzakelijke canonieke toelatingen te verkrijgen, schreef de voorzichtigheid hem voor om het stilzwijgen te bewaren in de discussies en debatten van dat moment.

In november 1970 bereikte hij zijn doel  : de Priesterbroederschap van de H. Pius X werd overeenkomstig het canoniek recht gesticht en het seminarie van Écône, in Zwitserland, kon zijn deuren openen.

DE ONMOGELIJKE VERDEDIGING VAN DE TRADITIE
IN DE GEHOORZAAMHEID AAN PAULUS VI

Vanaf dat ogenblik stak Mgr. Lefebvre zijn krachtige oppositie tegen de nieuwe mis niet meer weg, maar hij zweeg nog altijd over de leerstellige dwalingen van de conciliaire Akten. «  Het huidige probleem van de Mis  », zei hij in 1972, «  is een probleem dat uiterst ernstig is voor de H. Kerk. Alle inspanningen die men levert om datgene wat verloren gaat te redden, om te reorganiseren, te reconstrueren, te herbouwen, dat alles wordt door steriliteit getroffen omdat men niet meer de werkelijke bron van de heiligheid bezit  : het Heilig Misoffer. Omdat het geprofaneerd is, geeft het geen genade meer, laat het geen genade meer doorstromen.  »

De bisschop beperkte zijn weigering van de Hervorming uitsluitend tot het domein van de liturgie. Hij klom niet hogerop tot aan de bron van het kwaad. De grote leerstellige debatten waren niet aan hem besteed, en hij viel de nieuwlichterijen van het Concilie niet publiekelijk aan.

De houding die toen door abbé de Nantes aangenomen werd, was totaal verschillend  : zonder de dubbelzinnigheden van de nieuwe ritus te ontkennen, erkende hij er toch de geldigheid van, en dat deed hem niet afwijken van zijn voornaamste gevecht, namelijk het aanklagen van de leerstellige dwalingen die heel de Kerk binnengedrongen waren door toedoen van het Tweede Vaticaans Concilie.

In 1973 begaf de stichter van de Katholieke Contrareformatie zich naar Rome om aan de Heilige Stoel zijn Liber accusationis tegen Paus Paulus VI te overhandigen. Mgr. Lefebvre wou zich in geen geval aansluiten bij die onderneming, en er zelfs niet van ver of van dichtbij bij betrokken lijken.

Schijnbaar bevond Mgr. Lefebvre zich dus helemaal niet op de weg van het schisma. Herhaalde hij niet graag dat zijn stichting tot doel had «  de Kerk van altijd verder te zetten in de onderwerping aan de Heilige Stoel, en het bewaren van ons geloof  »  ? Anders gezegd  : het geloof verdedigen en tegelijk gehoorzaam blijven aan de H. Stoel. De bibliotheek van het seminarie in Écône bezat geen enkel werk van na 1962. De Akten van Vaticanum II  ? Nooit van gehoord… en dus moest men ze ook niet kritisch lezen.

Tijdens de woelige postconciliaire jaren sloot een groot aantal traditionalistische gelovigen zich bij Mgr. Lefebvre aan. Zij verwachtten dat de jonge priesters die in Écône opgeleid waren hen de vroomheid van de parochies van vroeger zouden teruggeven. Veel lezers van La Contre-Réforme catholique lieten zich ook verleiden. Zij gaven de voorkeur aan een bijzonder goed – het behoud van hun mis van de H. Pius V – boven de dienst van het algemeen belang van de Kerk  : de ketterij aanklagen, zoals abbé de Nantes deed.

Bovendien leek het eerder laatstgenoemde te zijn die dicht bij een schisma stond, met zijn tegenstand tegen het Concilie en de Paus, terwijl Mgr. Lefebvre alle waarborgen bood van zijn onderwerping aan Paulus VI.

In werkelijkheid was precies het tegenovergestelde het geval. De analyse van het verloop van Vaticanum II had abbé de Nantes duidelijk gemaakt dat de leerstellige dwalingen alleen maar hadden kunnen zegevieren dankzij het persoonlijk ingrijpen van Paulus VI. Het was dus onmogelijk te beweren dat men jonge priesters vormde in de trouw aan het katholiek geloof terwijl men zich tegelijkertijd aan diezelfde Paus onderwierp  ! Dat betekende onvermijdelijk afstevenen op een conflict waarvoor maar twee oplossingen waren  : ofwel de sluiting van het seminarie en het accepteren van de wil van Paulus VI, dus van de ketterij  ; ofwel de rebellie, wat tot het schisma zou leiden om het seminarie te redden. Abbé de Nantes begreep onmiddellijk dat er een drama op til was.

«  Geen schisma, geen ketterij  !  », herhaalde onze geestelijke vader voortdurend. De oplossing die hij voorstond was de enige katholieke, de enige die onaanvechtbaar was totdat de waarheid zou triomferen  : een beroep doen op het soeverein en onfeilbaar gezag van de Paus tégen de Paus, waardoor abbé de Nantes beschermd was binnen de Kerk door het feit zelf van de pauselijke onfeilbaarheid. Mgr. Lefebvre heeft deze strategie nooit willen aanvaarden.

PAULUS VI BEVEELT DE SLUITING VAN ÉCÔNE

Eind 1974 trokken onweerswolken samen boven het seminarie van Écône. Om te beginnen lieten de Franse bisschoppen weten dat zij in hun bisdommen geen priesters uit dat seminarie zouden aanvaarden. Vervolgens zond Rome er apostolische visitatoren naartoe. Na afloop van een eerste canoniek bezoek publiceerde Mgr. Lefebvre in het tijdschrift Itinéraires een geloofsbelijdenis in het katholieke en eeuwige Rome en een felle aanklacht tegen het protestantse, liberale en modernistische Rome. Abbé de Nantes merkte niettemin op  : «  Mgr. Lefebvre identificeert de lopende Hervorming, die ketters en werkelijk diabolisch is, niet uitdrukkelijk met de Akten van Vaticanum II, die hij niet expliciet verwerpt zoals wij dat doen  ; hij identificeert de Hervorming evenmin met de toespraken en daden van Paulus VI, of tenminste met de gedachten en diepste overtuigingen van de Paus. Hij laat bewust een smalle marge van onduidelijkheid en onzekerheid tussen wat hij banvloekt en de personen zelf, te weten de morele persoonlijkheid van het oecumenisch Concilie en de persoon van de regerende Opperherder.  »

Vanaf die periode rechtvaardigde Mgr. Lefebvre zijn afwijzing van de liturgische hervorming met leerstellige argumenten, terwijl hij toch nog altijd volhield onderworpen te zijn aan de Paus. Nochtans bleek uit zijn privé-brieven overduidelijk dat hij zich geen enkele illusie maakte over Paulus VI.

Verschillende keren reikte abbé de Nantes hem de hand opdat hij zijn onsamenhangende houding met de onvermijdelijke fatale gevolgen zou laten varen en het standpunt van de CRC zou overnemen. In februari 1975 publiceerde de stichter van de Katholieke Contrareformatie een ophefmakend hoofdartikel  : «  Mik op het hoofd  » («  Frappe à la tête  »). Na de laatste schandaalverwekkende daden van Paulus VI uiteengezet te hebben, besloot hij  : «  Het was te voorzien dat bij de eerste aanmaning van het hoogste Gezag al diegenen zouden capituleren die gezworen hadden dat zij verzet zouden bieden tegen de greep van de Masdu, dat zij trouw zouden blijven aan de Kerk van hun doopsel, aan de Mis van hun wijding, aan het Credo van Nicea… maar “ in volkomen gemeenschap met de Heilige Vader ”, in “ totale gehoorzaamheid aan zijn wilsbeschikkingen ”. […] Dan blijft er slechts één redmiddel over, de ultieme en heldhaftige remedie, de enige waarvoor Hij, die welbewust de betekenis van zijn goddelijke en apostolische zending verdraaid heeft, bang is  : dat een bisschop, zelf ook opvolger van de Apostelen, lid van de onderwijzende Kerk, collega van de Bisschop van Rome en net zoals hij gewijd voor het algemeen welzijn van de Kerk, de gemeenschap met hem verbreekt zolang hij niet het bewijs heeft geleverd van zijn trouw aan de taken van zijn ambt als Opperherder.  » Een kadertekst op de eerste pagina van dit hoofdartikel, met daarin een prachtige tekst van Sint-Augustinus tegen het schisma, maakte de bedoeling van abbé de Nantes overduidelijk  : aan de stichter van Écône het enige middel voorstellen waardoor het geloof kon verdedigd worden en het schisma vermeden.

Jammer genoeg ging Mgr. Lefebvre hier niet op in, wel integendeel. Op 3 maart van hetzelfde jaar werd hij in Rome ontboden vóór een commissie van drie kardinalen, die ten prooi waren aan een echte obsessie  : verhinderen dat Mgr. Lefebvre zich zou aansluiten bij het leerstellig gevecht van abbé de Nantes. Daarom wilden zij tot elke prijs dat hij aan de Paus zou schrijven om zijn volledige communio met Paulus VI uit te drukken. Het verslag van deze dagvaarding is bezwarend voor de stichter van Écône  : hij weet niet wat te antwoorden aan zijn ondervragers, die er op aandringen dat hij heel de liturgische hervorming en heel het Concilie moet aanvaarden in naam van de gehoorzaamheid aan de Paus, waarop hij zich altijd heeft laten voorstaan  !

Dit volstond niet om Mgr. Lefebvre de ogen te openen over de zwakheid van zijn positie. Integendeel, hij ging voort met bewijzen te willen leveren van zijn onderwerping aan Paulus VI  ; daartoe viel hij abbé de Nantes enkele dagen later publiekelijk af door te doen alsof deze hem opriep om een schisma met Rome door te drijven  ! «  Weet goed dat als er een bisschop zal zijn die met Rome breekt, dat ik het dan niet zal zijn  !  » (brief aan abbé de Nantes, gedateerd 19 maart 1975 en gepubliceerd in het tijdschrift Itinéraires).

Vanaf die dag kon onze geestelijke vader niets meer ondernemen om het afdrijven te beletten van Mgr. Lefebvre en van iedereen die hem in vertrouwen volgde, tot aan de onvermijdelijk geworden breuk met Rome.

Op 6 mei 1975 werd het decreet tot oprichting van de Priesterbroederschap van de H. Pius X ingetrokken  ; het seminarie van Écône verloor daarmee zijn bestaansrecht. Op 15 mei legde abbé de Nantes tijdens een openbare voordracht in Parijs aan zijn toehoorders uit dat, als Mgr. Lefebvre in opstand zou komen zonder openlijk de dogmatische redenen voor zijn afwijzing van de conciliaire hervorming kenbaar te maken, hij dan «  een impliciet, omfloerst maar niettemin reëel schisma zou scheppen. Een bisschop kan niet op wettige wijze plots stoppen met te gehoorzamen en een seminarie blijven openhouden tegen de beslissing van de plaatselijke bisschop en tegen de Romeinse gezagsdragers in.  » Abbé de Nantes merkte ook op dat, door het Rome van altijd tegenover het Rome van vandaag te plaatsen, zonder een beroep te doen op het onfeilbaar oordeel van de Paus, Mgr. Lefebvre in feite zichzelf tot opperrechter uitriep…

OPENLIJKE REBELLIE

Op 29 juni 1975 schreef Paulus VI een brief naar de stichter van Écône om hem een publieke daad van gehoorzaamheid te vragen  : de sluiting van het seminarie. Mgr. Lefebvre liet deze brief onbeantwoord. Op 8 september schreef de Paus hem opnieuw om zich verbaasd te tonen over het stilzwijgen, terwijl hij tegelijkertijd liet verstaan dat het weigeren van gehoorzaamheid zou gesanctioneerd worden. Enkele dagen later opende het seminarie opnieuw zijn deuren  : een formele daad van weerspannigheid.

In oktober informeerde de H. Stoel de bisschoppenconferenties over de hele wereld dat de stichtingen van Mgr. Lefebvre hun bestaansrecht verloren hadden. Op hetzelfde moment verklaarde Mgr. Lefebvre echter  : «  Neen, er is geen echt conflict met de Paus. Paulus VI staat niet vijandig tegenover de Priesterbroederschap van de H. Pius X. Het zijn de bisschoppen van Frankrijk, de leden van de Franse clan in het Vaticaan, de prelaten in de onmiddellijke omgeving van de Paus, met name Mgr. Benelli en kardinaal Villot, die het seminarie van Écône willen vernietigen.  » Of nog  : «  Mijn seminarie is de duidelijkste uitdrukking van een houding van gehoorzaamheid aan de Paus, opvolger van Petrus en Plaatsvervanger van Jezus Christus.  »

In juni 1976 verbood Paulus VI hem uitdrukkelijk om nog nieuwe wijdingen te verrichten. Mgr. Lefebvre antwoordde door opnieuw zijn onderworpenheid te onderstrepen en de H. Vader te verzekeren van zijn volledige communio van gedachten en geloof  ; hij vroeg de Paus ook om een dialoog met enkele kardinalen toe te staan, omdat hij er niet aan twijfelde dat op die manier de plooien zouden gladgestreken worden.

Ondanks het verbod diende Mgr. Lefebvre op 29 juni de wijding toe aan vijftien priesters. Geldige wijdingen weliswaar, maar onwettige. Op 22 juli viel dan het verdict  : de stichter van het seminarie van Écône werd getroffen door een suspensie a divinis.

Maar in die periode kreeg hij nog brede steun vanwege een groot deel van de traditionalistische gelovigen, die niet begrepen dat de Paus zo streng was terwijl anderzijds zoveel misbruiken in de Kerk onbestraft werden gelaten.

Zonder schrik te hebben voor het ongenoegen van een deel van zijn lezers publiceerde abbé de Nantes twee hoofdartikels waarin hij de geschiedenis van de Fraternité sacerdotale Saint-Pie X beschreef en waarin hij de betreurenswaardige vergissingen van de stichter onderstreepte. Hij waarschuwde ook dat het voortaan «  niet alleen nutteloos maar ook verkeerd was  » om de stichtingen van Mgr. Lefebvre te steunen. Hij verwierp het onderscheid dat de voormalige aartsbisschop van Dakar, om zich te rechtvaardigen, maakte tussen “ de Kerk van altijd ” en “ de hervormde en liberale Kerk ”. Daartegenover schreef abbé de Nantes een krachtige geloofsbelijdenis in de enige en eeuwige Kerk  : «  De Kerk is Eén, Heilig, Katholiek en Apostolisch. Dat geloof ik op het Woord van God, met een absolute zekerheid. Het tegenovergestelde zeggen of doen, of zelfs wensen dat de zaken anders zouden zijn, zou van onzentwege een fout zijn, een zonde tegen de Kerk en dus tegen Christus-God, want wie de Bruid kwetst, kwetst tegelijkertijd ook de Bruidegom. En zoiets kan door geen enkel voorwendsel van vriendschap of belang gerechtvaardigd worden.  »

Heel het drama van Écône, aldus nog abbé de Nantes, kwam voort uit het opzet van Mgr. Lefebvre om «  een officieuze, discrete, nederige, stilzwijgende Kerk te stichten, een trouwe Kerk die de Traditie zou bewaren met behulp van de tradities van altijd. Op die wijze was de ontwikkeling van twee parallelle, mekaar beconcurrerende en onverzoenbare Kerken begonnen, onder de doorzichtige schijn van onderworpenheid aan de Paus en liefde en verering voor zijn persoon, die beschouwd werd als gevangene van zijn omgeving of van zijn personage… Omdat Mgr. Lefebvre van stad tot stad rondtrok, van Australië tot in Canada, om zijn werk te doen kennen en zijn gelovigen aan te moedigen, vroeg men hem om de sacramenten. Het is toen dat hij, zonder zich te bekommeren om de heilige canons van de Kerk die hij met voeten trad, maar in alle gewetensrust, begon met overal als bisschop op te treden zonder de toelating van wie dan ook. En hij deelde niet alleen het vormsel toe, maar hij her-vormde ook de kinderen van wie de ouders aan de geldigheid van het eerste vormsel waren gaan twijfelen  ! Hij maakte daar geen geheim van  : hij deed het om te voldoen aan de nood van de zielen, en dat was voor hem de opperste wet  !  »

Mgr. Lefebvre vertrouwde dus in de praktijk aan de gelovigen zelf de zorg toe om te beslissen over de geldigheid van de uitgesproken formules en de rechtzinnigheid van de bedoelingen van de bedienaren, volgens hun persoonlijke indruk  ! Een dergelijke «  algemene verdenking  », schreef abbé de Nantes, «  werd door de geestelijkheid over heel de wereld als een affront opgevat, en meer nog, als een aanslag op de wettelijkheid van de zichtbare Kerk in haar organisatie, haar hiërarchie en in de dagelijks wereldwijd toegediende sacramenten.  »

Het ergste was dat Mgr. Lefebvre zijn vergissing nooit heeft willen inzien. En omdat hij bleef doen alsof hij niet bekend was met de theologische bewijsvoeringen van de stichter van de CRC, die de leerstellige dwalingen van Paulus VI vanaf het begin van diens pontificaat aan de kaak stelde, kon hij aan zijn Priesterbroederschap geen doctrinaire eenheid verschaffen. Ten gevolge van deze op zijn zachtst gezegd irrationele houding van Mgr. Lefebvre ontstond er in de schoot van zijn traditionalistische beweging diepe verdeeldheid, die weggemoffeld werd achter de gemeenschappelijke gehechtheid aan de mis van de H. Pius V. Daardoor waren er jonge priesters, in Écône gewijd, die daags na hun wijding de kringen van de sedevacantisten gingen vervoegen. Vandaar ook dat vandaag sommige lefebvristen toenadering met Benedictus XVI zoeken, terwijl anderen hem verketteren.

HET SCHISMA VOLTROKKEN

Met de komst van Joannes-Paulus II op de pauselijke troon kwam er geen verandering in de situatie, ondanks de verwachtingen die geschapen waren door bepaalde uitlatingen van de nieuwe Opperherder. Er was uiteraard geen sprake van terug te komen op de liturgische hervorming, en nog minder op de dwalingen van het Concilie die ook die van de aartsbisschop van Krakau, de nieuwe Paus, waren  ! De discussies tussen de H. Stoel, vaak vertegenwoordigd door kardinaal Ratzinger, en Mgr. Lefebvre sleepten zich voort zonder enig resultaat, zodat laatstgenoemde er Rome tenslotte begon van te verdenken zijn dood af te wachten  : de integralistische weerstand zou dan vanzelf oplossen, bij gebrek aan bisschop om de seminaristen te wijden.

In 1984 publiceerde hij samen met de Braziliaanse bisschop Mgr. Castro-Mayer – eindelijk  ! – een leerstellige kritiek van de conciliaire dwalingen. Onze geestelijke vader juichte dit initiatief toe  ; het was wat al veel vroeger had moeten gebeuren. Maar jammer genoeg verwerkte Mgr. Lefebvre in zijn tekst ook de bedreiging dat hij bisschoppen zou wijden om hem op te volgen… Daardoor gaf hij meer dan ooit blijk van een schismatieke geestesgesteldheid, en bood hij Joannes-Paulus II een uitgelezen voorwendsel om het leerstellig onderzoek, waarvan de Paus absoluut niet wilde weten – en met reden – te weigeren.

Tussen 1984 en 1988 liet abbé de Nantes geen gelegenheid voorbijgaan om op het onderwerp terug te komen en onvermoeibaar te herhalen dat de crisis van het geloof in de Kerk niet kon opgelost worden met schisma te plegen  : het ene kwaad kan niet opgelost worden met een ander kwaad. Maar alles was tevergeefs.

Op 30 juni 1988 diende Mgr. Lefebvre de bisschopswijding toe aan vier priesters van zijn Broederschap, zonder pauselijk mandaat en tegen de wil van de H. Vader in. Zo voltrok hij zonder dat er nog kon aan getwijfeld worden zijn breuk met de Kerk. Onze geestelijke vader gaf volgend commentaar  : «  De partij aan de macht wachtte slechts op deze fout, en de excommunicatie is gevallen. […] Zelfs als zij uitgaat van een onwaardige hiërarchie en begeleid wordt door verwensingen en aansporingen met een sterke fanatieke en modernistische inslag, dan nog gaat het om een wettelijke sanctie. Zij gaat uit van het wettig Gezag, ze is dus “ gebonden in de Hemel ” zoals ze het “ op de aarde ” geweest is door Petrus en de Apostelen in hun werkelijke opvolgers. Niemand kan immers een autonome hiërarchie instellen, in geen enkele omstandigheid en voor geen enkele reden, zonder de eenheid te kwetsen, de heiligheid te ontkennen, het apostolisch karakter te verraden en de katholiciteit te verbreken. Aan die wet kan niemand zich onttrekken.  »

Mgr. Lefebvre

KERK TEGEN KERK

Elk schisma verwordt snel tot ketterij, en verschillende erfgenamen van Mgr. Lefebvre zullen zijn gebrekkig concept en zijn onzuivere theologie van de Kerk verergeren. Want Mgr. Lefebvre, die zijn vorming genoten had aan het Frans seminarie in Rome, had de leer die daar onderwezen werd tot de zijne gemaakt  : dat de Pausen haast nooit in de fout gaan en dat de apostolische Stoel door de hulp of de inspiratie van de H. Geest behoed wordt voor elke dwaling. Vandaar dat hij een blind vertrouwen had in Rome, tijdens het Concilie, en dat hij volkomen in de war was toen hij begreep dat Paulus VI op zijn minst medeplichtig was aan de ketterij. Omdat hij totaal niet inzag dat de goddelijke instellingen van de Kerk toelieten om zich tegen deze toestand te verzetten, door een beroep op de Paus tégen de Paus, begon hij te zeggen  : «  De Kerk is daar waar het ware geloof is  », en zo kwam hij er weldra toe te gaan twijfelen of de Kerk nog wel bestond buiten zijn Priesterbroederschap.

De Fraternité Saint-Pie X begon zich te organiseren alsof zij pretendeerde zichzelf de machten van de Paus en de Romeinse Curie toe te eigenen  : in 1991, nog tijdens het leven van Mgr. Lefebvre, stelde zij kerkelijke tribunalen in en eigende zij zich een werkelijke macht toe om over de gelovigen te regeren. In hoofde van het adagium «  Ecclesia supplet  » – maar uitgebreid tot buiten de gevallen die door het canoniek Recht voorzien waren – legden de leiders van de Broederschap wederrechtelijk de hand op de juridische macht van de Paus om dispensatie toe te staan in huwelijksbelemmeringen, gesloten huwelijken te annuleren, vrij te stellen van religieuze geloften, kerkelijke tuchtmaatregelen op te heffen – met inbegrip van excommunicaties. In een brief van 15 januari 1991 bevestigde Mgr. Lefebvre dat de canonieke Commissies van de Priesterbroederschap «  in zekere zin de afvalligheid van de Romeinse congregaties moesten compenseren.  » Men vernam ook dat de Fraternité haar gelovigen ertoe verplichtte het engagement aan te gaan om zich tot geen enkel officieel kerkelijk tribunaal te richten voor een onderzoek van of een oordeel over hun zaak. Kortom, de Priesterbroederschap van Mgr. Lefebvre richtte een Tegenkerk op.

HET EINDE VAN HET SCHISMA, MAAR TEGEN WELKE PRIJS  ?

Het is aan deze «  mooie knoeiboel  », om een uitdrukking van abbé de Nantes na de bisschopswijdingen te gebruiken, dat Benedictus XVI vandaag zou willen verhelpen. “ Men ” zou van plan zijn voor hen een speciaal statuut te scheppen, een prelatuur vergelijkbaar met die van het Opus Dei, met een grotere mogelijkheid om de tridentijnse mis op te dragen  ; de excommunicaties zouden opgeheven worden. Maar in ruil zouden zij het gezag van de Paus én het onderricht van Vaticanum II moeten erkennen.

In de schoot van de Priesterbroederschap verzetten velen zich tegen dit “ arrangement ”, dat hen een knieval voor de «  hervormde en liberale Kerk  » lijkt, en dus een verloochening van Mgr. Lefebvre. Binnen de kerkelijke hiërarchie is de tegenstand van bepaalde bisschoppen niet minder heftig  : zal deze prelatuur niet als een vreemd lichaam zijn, bij gebrek aan eenheid van denken en hart met de rest van de Kerk  ? Zal zo’n verzoening bijgevolg geen kunstmatige verzoening zijn  ?

De lectuur van de Lettre à mes amis nr. 151, van 1 september 1963 – dus van lang vóór het schisma van de lefebvristen – zou kunnen helpen om tot een oplossing te komen. Abbé de Nantes zet er de principes van een verzoening met de integralisten in uiteen.

Hij onderstreept vooreerst dat de integralisten tot een «  defensieve houding  » gedwongen zijn  : «  Zij moeten proberen te overleven in een Kerk die hen onder de duim houdt als een veroordeelde minderheid, zonder hen te horen.  » Vandaar de waarschuwing die onze geestelijke vader aan zijn lezers laat horen  : «  Omdat de integralisten in de steek gelaten worden, komen ze onvermijdelijk tot bepaalde standpunten die tegengesteld zijn aan de bovennatuurlijke wijsheid die zij denken te verdedigen, tot bepaalde defensieve houdingen die te rigide zijn en die hen dreigen mee te sleuren in de dwaling of in onwettige rebellie. […] Maar het is niet lofwaardig en niet rechtvaardig het integralisme te veroordelen op basis van de tekortkomingen binnen deze partij. Het is beter er zich op toe te leggen aan die tekortkomingen te verhelpen door een houding van sympathie, waardering en luisterbereidheid waarop elke gelovige recht heeft.  »

Deze verzachtende omstandigheden nemen echter niet weg dat er drie reële klachten zijn die bepaalde integralisten kunnen verweten worden  : «  Volgens mij kunnen alle aanvaardbare aanklachten tegen het integralisme herleid worden tot volgende drie fouten  : deze stroming geeft, boven elk geredeneer, de voorkeur aan het gezagsargument, dat beschouwd wordt als absoluut doorslaggevend, op elk gebied  ; zij verwerpt volledig alle verworvenheden of nieuwe hypothesen van de wetenschappen, want ze ziet deze laatste slechts als vermomde bondgenoten van het ongeloof of de ketterij  ; en tenslotte is het integralisme onvoorwaardelijk onderworpen aan de gevestigde orde, in de Kerk zowel als in de staat, en wil het niet weten van welke verandering ook uit afgrijzen voor de revolutie.  »

Op basis van deze vaststellingen kan abbé de Nantes de principes van een dialoog met de integralisten voorstellen om tot een vruchtbare overeenstemming te komen. Ik citeer hem, waarbij ik me veroorloof een eigennaam toe te voegen om de tekst zo actueel mogelijk te maken  :

«  Wat ik jullie verwijt, zou Benedictus XVI zeggen, is uiteraard niet de zuiverheid en de volheid van jullie katholiek geloof, en evenmin jullie tekortkomingen […]. Wat ik jullie wél verwijt zijn jullie beoordelingsfouten over de rede, de wetenschappen en de menselijke instellingen. Het zijn deze dwalingen die ik in jullie bestrijd omdat zij ernstige schade toebrengen aan de Kerk.

«  Op deze voorzet zouden de integralisten verschillend kunnen reageren  : sommigen zouden de verdediging kunnen opnemen van hun extreme standpunt, anderen zouden kunnen proberen om deze kritiek te weerleggen als laster en hun oppositie kunnen herleiden tot de ware redenen.  » Zo zou een dialoog van start kunnen gaan, «  waarbij de naastenliefde en de waarheid zouden winnen, en daardoor ook de eenheid  !  »

Abbé de Nantes beëindigde zijn Brief met het definiëren van de houding die onze beweging van katholieke Contrareformatie in het hele debat moet aannemen. «  Tussen het progressisme enerzijds, dat in naam van de vrijheid, de wetenschap en de evolutie de Kerk omvergooit en haar traditie verwerpt, en het integralisme anderzijds, dat zich in naam van het gezag en de gevestigde orde daar lijnrecht tegenover stelt, willen wij een derde stroming waarin iedereen zich kan verzoenen  : de katholiek die trouw is aan zijn geloof wordt niettemin uitgenodigd om te trachten met heel zijn intelligentie zijn godsdienst te begrijpen, om zijn kennis te verrijken met alle onaanvechtbare verworvenheden van de menselijke wetenschappen en om onafgebroken te zoeken naar de beste instellingen voor het gemeenschappelijk welzijn van de Kerk en de natie.  »

broeder Pierre van de Gedaanteverandering
«  La Renaissance catholique  » nr. 136 (maart 2006)
HIV nr. 24, november-december 2006, pp. 3-8