De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

KIEV, BAKERMAT VAN DE RUSSISCHE BESCHAVING

De wieg van Rusland staat in Oekraïne, dat niet toevallig altijd “ Klein-Rusland ” is genoemd. Het was in Kiev dat de H. Vladimir het doopsel ontving en dat de kerstening van het oude Roes een aanvang nam. In zijn magistrale studie La Russie avant et après 1983 (CRC nr. 184, december 1982) wijdde abbé Georges de Nantes een boeiend hoofdstuk aan «  De bewonderenswaardige christenheid van Kiev  ».

«  HET Russische volk is werkelijk drager van de waarheid. Sinds de verschijningen in Fatima weten de katholieken dat wij een bijzondere ­lots­­­bestemming hebben. En de zogeheten Russische revolutie is een niet-Russische poging geweest om aan dat lot te ont­komen...  » (Vladimir Volkoff, Le montage, 1982, p. 263).

Voor ons katholieken, die er aan gewoon zijn dat Onze-Lieve-Vrouw in een katholiek land verschijnt om zich in de eerste plaats met ons bezig te houden, zou die voorliefde voor Rusland erg intrigerend moeten zijn. Het gaat er niet alleen om door de bekering van dit land een eind aan onze angst te zien komen [dit artikel werd geschreven in 1982, onder de ­dreiging van een Sovjetinvasie – red. KCR]; het gaat ook om het heil van het Russische volk zelf, dat onze hemelse Vader op bijzondere wijze aan het Onbevlekt Hart van Maria heeft toevertrouwd. Verdient het land dat  ? Is het “ heilige Rusland ” werkelijk zo heilig  ?

Als ik geloof mag hechten aan mijn leermeester Mgr. Rupp, die zeer goed de Slavische wereld en de Oosterse Kerken kende, dan is het Russische volk diepchristelijk en bij uitstek een evangelisch volk. We moeten absoluut de geschiedenis van Rusland bestuderen om beter te kunnen begrijpen wat God met dit volk voorheeft. Zo zullen we zelf vaststellen welke bewonderenswaardige eigenschappen het door de H. Maagd zo beminde Rusland bewaard heeft – eigenschappen waardoor het de wereld zal evangeliseren – en door welke lelijke en kwaadaardige fouten het gekenmerkt wordt waardoor er zo’n grote rampspoed over het land gekomen is.

Kijev

Het Holenklooster van Kiev, gelegen op een heuvel die uitkijkt over de Dnjepr.
Het werd gesticht in 1051 door een monnik van de berg Athos met de bedoeling de Byzantijnse monastieke traditie in het rijk van Kiev in te voeren. De huidige gebouwen zijn grotendeels opgetrokken in Russische barok (18de eeuw), maar onder de grond bevindt zich nog een uitgebreid gangenstelsel met tal van oeroude kapellen. Deze eerbiedwaardige laura geldt als het oudste klooster van de Russische christenheid.

HET DOOPSEL VAN RUSLAND

Alles begint in Kiev, de bakermat van de Russisch-christelijke beschaving.

De Slaven stichten Kiev en Novgorod in de 8ste eeuw. De Vikingen van Roerik vestigen in de volgende eeuw een reusachtig rijk tussen de Baltische en de Zwarte Zee. Toch moet ik de lezer waarschuwen  : heel de oorsprong van Rusland is een duistere kwestie  ; vermenging, migraties, opeenvolging van rassen en volkeren, vooral in het Oosten, maken de taak van de historicus er niet ­­­­gemakkelijker op…

Vikingen en Roes van Kiev trekken in 860 samen op naar Constantinopel om het te belegeren  ; zij worden echter teruggeworpen door de tussenkomst van de Theotokos, de Moeder Gods. Paradoxaal genoeg, vermits het om hun nederlaag ging, blijven de Russen tot op vandaag deze gebeurtenis vieren op 1 oktober, feest van de Tussenkomst van de Allerheiligste Maagd, terwijl de Grieken alles al lang vergeten zijn  !

Tengevolge van dit eerste contact zenden de By­zan­tijnen missionarissen naar die barbaren in het Noorden. De heilige broeders Cyrillus en Methodius evangeliseren de Bulgaren en dopen hun koning Boris. Zij maken christenen in Kiev en zetten vervolgens hun buitengewone apostolische tocht verder tot in het middelpunt van Europa, in Moravië. Daar stoten ze overigens op de Germaanse Franken, die de Latijnse ritus aanhangen en de Slavische liturgie afwijzen en bekampen. Bij hun bezoek aan Rome in 867 wordt het werk van de HH. Cyrillus en Methodius door paus Adrianus II goedgekeurd  : ze krijgen volledige vrijheid op het domein van de liturgie. De broers vertalen de Evangelies in het Slavisch en stellen ze op schrift met behulp van een nieuw alfabet, het “ cyrillisch  ”, een verbeterd glagolitisch. Zo zijn zij wer­kelijk de grondleggers van de Russische beschaving.

In de volgende eeuw wordt de evangelisatie van de Russen met veel succes verder gezet door Bulgaarse priesters. De H. Olga, prinses van Kiev, bekeert haar kleinzoon, grootvorst Vladimir, die zich met heel zijn volk in 988 laat dopen. Zijn vorstendom is het model van de christelijke staten, met waarlijk evangelische zeden.

Na het overlijden van de H. Vladimir doodt een van zijn heidens gebleven zonen twee van zijn broers om zich van de troon meester te maken  ; die laatsten zijn de HH. Boris en Gleb, de “ geofferde Onschuldigen ”, want zij verkozen te sterven liever dan een moordende broederstrijd aan te gaan. Zij zijn de eeuwen door de lievelingsheiligen van het Russische volk gebleven.

Onder de regering van grootvorst Jaroslav (1019-1054) beleeft het rijk van Kiev zijn hoogste bloei. Maar zijn missionaire uitstraling en hoogstaande beschaving zullen nog twee eeuwen lang stand houden, tot aan de inval van de Tataren van de Gouden Horde in 1240. Dan neemt Novgorod de fakkel over.

In Kiev werd de Russische ziel gevormd. Zij is radicaal evangelisch, bezit een heftig besef van de zonde en een niet minder hevig streven naar heiligheid. Haar obsederend verlangen naar zuivering en transfiguratie gaat gepaard met een kwellende hang naar universele en zelfs kosmische verlossing. Stellig is de diepste grond waarop dit mysticisme stoelt het aangeboren medelijden dat de Rus, die zo vaak bekoord wordt om nutteloos wreed te zijn, telkens voelt opkomen voor “ het onschuldig lijden ” en voor “ de vervolgde rechtvaardige ”. Wat is er meer evangelisch dan dit gevoelen dat zo diep verankerd zit in de gekerstende Slavische ziel  ?

We moeten daar nog andere fundamentele karaktertrekken van het mysticisme van het Russische volk aan toevoegen  ; ze zijn niet geïnspireerd door de on­metelijkheid van de Russische vlakte en haar eentonigheid, maar geboren uit de overweging van het Evangelie  : de zin voor de gemeenschap, de onthechting ten aanzien van aards bezit. Daaraan wordt voldaan door de bedevaarten, de nooit eindigende omzwervingen van het ene klooster naar het andere en de zielsverrukking in de overstelpende weelde van de Byzantijnse liturgie en de schittering van de iconenwanden.

«  DE GEOFFERDE ONSCHULDIGEN  »
De H. Boris en de H. Gleb. Icoon uit het midden van de 14de eeuw.

De H. Boris en de H. Gleb.
Icoon uit het midden van de 14de eeuw.

Grootvorst Vladimir van Kiev heeft al twee zonen, Sviatopolk en Jaroslav, wanneer hij een huwelijk sluit met de Byzantijnse prinses Anna. Zij schenkt hem twee kinderen, Boris en Gleb, die een vrome opvoeding krijgen en de oogappels van hun vader worden. Hij vertrouwt hen beiden een rijksstad toe, die zij moeten besturen volgens de hoge morele normen die voortvloeien uit de kerstening van het vorstendom. Boris krijgt Rostov  ; Moerom (een stad aan de Gouden Ring) is voor Gleb.

In 1015 sterft de H. Vladimir. Ogenblikkelijk grijpt Sviatopolk, bijgenaamd “ de Vervloekte ”, de macht over het rijk van Kiev. In zijn jaloersheid besluit hij zich ook meester te maken van de gebieden van zijn halfbroers. De twintigjarige Boris, die zijn leger ontplooid heeft aan de oever van de Alta, weigert gehoor te geven aan zijn raadgevers die hem voorstellen als eerste toe te slaan en zich zo van de troon meester te maken. «  Het komt me niet toe mijn hand op te heffen tegen mijn oudste broer. Veeleer wens ik dat Sviatopolk, nu mijn vader dood is, zijn plaats in mijn hart inneemt  » (kroniek van de H. Nestor, een monnik van het Holenklooster, ca. 1110).

Boris wordt in de steek gelaten door zijn soldaten en blijft met enkele dienaren achter, terwijl de door Svia­topolk omgekochte bojaren naderen. Zijn besluit staat vast  : «  Ik vlucht niet. Dat Gods wil geschiede.  » In het volle bewustzijn van wat hem te wachten staat, brengt hij zijn laatste nacht in gebed door.

Eerst overheerst nog het verlangen om te leven  : «  Heer Jezus Christus, laat me niet sterven, maar strek uw machtige arm uit over mij, arme zondaar. Verlos mij van de razernij van hen die tegen mij optrekken.  » Dan volgt de berusting en bidt hij, de blik gericht op een icoon van de Verlosser  : «  Heer Jezus, Gij die onder deze beeltenis op aarde verschenen zijt voor onze verlossing en die vrijwillig uw handen op het Kruis hebt laten nagelen om voor onze zonden te lijden, maak dat ook ik mijn lijden aanvaard.  » Heel in het bijzonder vraagt hij aan God zijn broer vergiffenis te schenken.

Bij het ochtendgloren dringen de moordenaars de tent van de prins binnen en doorsteken hem met hun lansen. Stervend sleept Boris zich naar buiten  : «  Ik dank U, mijn Almachtige Heer en God, dat Gij mij in mijn onwaardigheid verleend hebt deelachtig te zijn aan de Passie van uw Zoon. Want Gij hebt uw Eniggeboren Zoon in de wereld gezonden en de boosaardigen hebben hem uitgeleverd aan de dood. En ook ik ben gezonden door mijn vader om het volk van de heidenen die tegen hem opstonden te redden. En zie hoe ik nu verwond ben door de dienaren van mijn vader. Vergeef hen hun zonden, schenk mij de rust in het gezelschap van de heiligen. In uw handen beveel ik mijn geest...  » Daarop wordt hij afgemaakt.

Daarmee is ook het lot van Gleb bezegeld. De vijf­tienjarige prins, haast nog een kind – hij wordt altijd baardeloos afgebeeld – is gevlucht per schip, maar wordt al snel door de mannen van Sviato­polk ingehaald. Zij komen aan boord en bevelen de kok van Gleb om zijn meester de keel over te snijden. Wanneer de trouweloze dienaar het hoofd van de prins vastgrijpt, zegt deze enkel  : «  Zo wil ik deelnemen aan het Lijden van Christus.  » En zonder zich te verzetten, als een onschuldig lam dat naar de slachtbank wordt geleid, biedt hij zijn keel aan de moordenaars aan en gaat de dood in, zijn geliefde broer tegemoet.

In 1019 wordt Kiev veroverd door de tweede zoon van de H. Vladimir, Jaroslav, die de geschiedenis zal ingaan als “ de Wijze ”. Hij laat de lichamen van zijn onfortuinlijke halfbroers zoeken en opgraven, waarna hij hen plechtig laat herbegraven in een nieuwe kerk aan hen gewijd. Zij worden in 1071 heilig verklaard onder de bijzondere titel van strastoterpsy, «  dragers van het Lijden  », heiligen die onschuldig het lijden ondergaan hebben. Daardoor hebben zij deelgehad aan de Passie van Christus en genieten zij een bijzondere verering.

De HH. Boris en Gleb worden de beschermheiligen van de Russische orthodoxie en zijn tot op vandaag de meest geliefde volksheiligen.

DE RUSSISCHE HEILIGEN

De heiligen waren de bezielers en scheppers van die eerste beschaving in Kiev. We dienen op te merken dat die heiligen ook erkend zijn door de Rooms-katholieke Kerk, zelfs diegenen die leefden na het Byzantijns schisma van 1054. Allemaal zijn het tot op vandaag geliefde volksheiligen.

Op de eerste plaats komen Boris en Gleb, de «  heiligen die de Passie geleden hebben  », en de H. Igor van Tsjernigov (ca. 1100-1147), evenknie van de H. Lodewijk van Frankrijk aan de oevers van de Dnjepr. Dan volgen de heilige monniken. Antonius de anachoreet staat aan het begin van het kluize­naars­leven in de vele grotten aan de boorden van de Dnjepr. In dat «  Holenklooster  » voert zijn opvolger, de H. Theodosius, de regel van de stoudieten in (monniken van het Stoudiosklooster in Constan­tinopel), waardoor deze laura het eerste van de grote Russische kloosters wordt. Theodosius verdient zo de titel van patriarch van de Russische monniken… als het ware hun Sint-Benedictus  !

Daarna komen de christelijke vorsten, tenminste toch zij die in de ogen van het eenstemmige volk het Koninkrijk Gods op aarde vestigen  : Vladimir II Monomach, de Rechtvaardige (1053-1125); zijn kleinzoon de H. Vsevolod II (ca. 1100-1146), die kort voor zijn dood in een klooster trad  ; en vooral de H. Aleksander Nevski (1220-1263), overwinnaar van de Zweden op de rivier de Neva (1240) – vandaar zijn bijnaam Nevski – en van de Teutoonse ridders op het bevroren Peipusmeer (1242).

Tenslotte zijn er de grote bisschoppen, bouwers van kathedralen en missionarissen, zoals de H. Abraham van Smolensk, de eerste starets  : een monnik die altijd bereid is raad en geestelijke vertroosting te ge­­ven aan de vele pelgrims die hem komen opzoeken.

Zo is de levenskracht van het Russische christendom verzekerd. De Byzantijnse liturgie is er het es­sentiële voedsel van. «  Wij dachten dat we in de Hemel waren en niet meer op aarde  », hadden de afgezanten van de H. Vladimir hem gezegd bij hun terugkeer uit Constantinopel, sprekend over de liturgische diensten die zij bijgewoond hadden in de Hagia Sophia. De cultus van de iconen, overgenomen van de Byzan­tijnen – de bekering van het rijk van Kiev vond plaats kort na de triomf van de orthodoxie over het icono­clasme (842) – geeft de Russische spiritualiteit haar intieme vurigheid. En, niet te vergeten, de devotie tot de heilige apostelen Petrus, Paulus en Andreas, en bovenal tot de Allerheiligste Maagd Maria, een devotie die doordrongen is van een diep respect en zich tegelijkertijd uit in een grote familiariteit.

De Kerk van Kiev en later die van Moskou blijven overeenkomstig de wil van de heilige stichters, Cyrillus en Methodius, gehecht aan Rome. Ze zijn waarachtig katholiek. En anders dan men zich gewoonlijk inbeeldt blijven ze dat op een ongecompliceerde wijze ook lang na het Byzantijnse schisma van 1054. Wanneer kardinaal-legaat Humbert de Moyenmoutier in dat jaar de excommunicatiebul tegen patriarch Michaël Cerularius op het altaar van de Ha­gia Sophia heeft gelegd, keert hij terug naar Rome via Kiev… waar hij met alle eerbewijzen ontvangen wordt.

Deze trouw zal nog eeuwen duren, ondanks de metropolieten van Kiev  : dat zijn in de regel fanatieke antikatholieke Grieken uitgestuurd door Con­s­tantinopel  ! Om in het Slavisch het begrip “ katholiciteit ” weer te geven, had de H. Cyrillus de term sobornost gekozen, en aan dat concept waren de Russen uitermate gehecht.

Het dient trouwens onderstreept dat veel Russische heiligen van nà 1054 ook als dusdanig door de Rooms-katholieke Kerk erkend zijn. Denken we maar aan de H. Sergius van Radonezj (1313-1391) (zie het artikel De H. Sergius van Radonezj, patroon van het Heilige Rusland in Hij is verrezen  ! nr. 73, januari-februari 2015, pp. 4-8).

DE TSARISTISCHE MYTHE VAN HET DERDE ROME

Door toedoen van de onophoudelijke verwoestende aanvallen van de Tataren in de zuiderse vlakten vluchtte de christelijke beschaving in de 13de en 14de eeuw naar de ondoordringbare wouden van het noorden. Geleidelijk aan werd ze opnieuw geboren in Novgorod, in Rostov en tenslotte in Moskou, waar metropoliet Peter in 1325 zijn zetel vestigde. De kathedraal van de Tenhemelopneming die hij er bouwde, werd de hoofdkerk van heel Rusland.

Dan komt echter de rampspoed over het christelijke Rusland, wanneer Moskou zich in de nasleep van het concilie van Florence (1439) afscheurt van de Moederkerk en uitroept tot het “ derde Rome ”.

Tot vlak na het concilie van Florence kan men niet zeggen dat deze volkeren, zowel die van Kiev als die van Moskou, formeel gebroken hadden met Rome. Paus Pius XII heeft dit trouwens welwillend in herinnering gebracht in zijn encycliek Sacro vergente anno van 1952.

HET CONCILIE VAN FLORENCE

Het oprukken van de Turken in de 15de eeuw maakte dat de Byzantijnse keizer steeds meer vragende partij werd ten aanzien van het Westen, waarvan hij hulp verwachtte om de dreigende catastrofe af te wenden.

Een grote kerkvergadering werd bijeengeroepen in Ferrara, maar omdat daar de pest uitbrak, ging men graag in op de uitnodiging van Cosimo de’ Medici om het concilie te verplaatsen naar Florence. Op 5 juni 1439 werd de verzoening tussen Rome en Con­s­tantinopel plechtig ondertekend. De dag daarop weerklonk in de Santa Maria del Fiore plechtig in het Grieks en in het Latijn  : «  Laat de hemelen jubelen en de aarde juichen, want de muur die de Kerk van het Westen en de Kerk van het Oosten scheidde, is geslecht  ! Vrede en eendracht zijn weergekeerd  !  » De Griekse patriarch en keizer Joannes Paleologus knielden vervolgens aan de voeten van paus Eugenius IV. Het schisma van 1054 was ten einde.

Isidorus, de metropoliet van Kiev en in die functie de voornaamste vertegenwoordiger van de Russische Kerk, reageerde verheugd op de hereniging. Ook hij ondertekende op zijn beurt het decreet en keerde vol hoop op een nieuwe toekomst voor het christendom naar Kiev terug.

Het concilie zorgde voor de hereniging van Rome met Byzantium. Ongelukkig genoeg was deze hereniging zeer broos en duurde ze slechts kort. De kerkvergadering werd de oorzaak van de definitieve afscheiding van Moskou van elk van beide obediënties. Want na de definitieve breuk met Rome werd ook de gehoorzaamheid aan Byzantium opgezegd omdat het, in de ogen van Moskou, door zijn hereniging met Rome apostasie gepleegd had en de zaak van de orthodoxie verraden had.

Er moet luid en duidelijk gezegd worden dat de verantwoordelijkheid voor het Russisch schisma volledig bij grootvorst Basilius II van Moskou ligt en niet bij metropoliet Jona. Die laatste werd door Basilius aan de Kerk van Moskou opgedrongen in de plaats van de wettige metropoliet, Isidorus van Kiev, die uit Florence was teruggekeerd als een vurige apostel van de Eenheid.

In de Dictionnaire de théologie catholique, artikel Russie, schrijft J. Ledit zeer terecht  :

«  De verwerping [van Constantinopel] opent een nieuwe periode in de godsdienstige geschiedenis van Rusland. Voor Moskou heeft de Byzantijnse orthodoxie gefaald  ; de keizer van Constantinopel en zijn patriarch zijn tekort geschoten in hun historische zending. Na het eerste Rome, het antieke, dat van de keizers en de pausen, gaat nu ook het tweede Rome ten onder. De inname van Constanti­nopel door de Turken in 1453, in het Westen geïnterpreteerd als een straf omdat de Grieken de vereniging van Florence uiteindelijk verworpen hadden, zal voor de Moskovieten een straf zijn opgelegd aan de Grieken voor hun apostasie  : hun recente unie met Rome  ! Er rest dus enkel nog het derde Rome, Moskou… Moskou werd zo het centrum van de dissidente orthodoxie, maar de voornaamste figuur van het derde Rome was nu de grootvorst, later de tsaar, tenslotte de keizer – in elk geval altijd een leek  !  »

Een noodlottige breuk, die voltrokken werd op het concilie van Moskou in 1448. Vanaf dat ogenblik zal de sobornost, de geestelijke en broederlijke eenheid die in Rusland zo verheerlijkt wordt, heel snel haar mystiek karakter verliezen en herleid worden tot een gedwongen en kille politieke noodzaak. Elke stap weg van Rome wordt betaald met een verzwaring van de wereldlijke macht  : op die wet bestaan geen uitzonderingen. De vernedering van de keizer van het H. Roomse Rijk in Canossa (1077) redde het Westen voor vijf eeuwen van de gesel van het cesaropapisme.

De funeste stap van Basilius II de Blinde staat aan het begin van zowel het autocratisch regeringssysteem in Rusland als het verval van het geestelijk leven in Moskovië. Het burgerlijk gezag neemt in macht toe, het geestelijk gezag vervalt tot ondergeschiktheid. De logische consequentie, net geen eeuw later, is de troonsbestijging van een despoot als Ivan de Verschrikkelijke, gekroond als «  vertegenwoordiger van God voor heel Rusland  »  !

abbé Georges de Nantes
Hij is verrezen  ! nr. 75, mei-juni 2015