DE GROTE CRISIS VAN HET ARIANISME

2. De triomf van de rechtzinnige leer

In ons nummer van september-oktober beschreven we, met een artikel van abbé de Nantes uit 1975 als leidraad, hoe Arius en zijn machtige bondgenoten het werk van het Oecumenisch Concilie van Nicea ongedaan maakten en hun dwaalleer aan nagenoeg heel de Kerk oplegden. Alleen de H. Athanasius van Alexandrië in het Oosten en de H. Hilarius van Poitiers in het Westen verdedigden heldhaftig de rechtzinnige leer, maar beiden werd het zwijgen opgelegd. In het diepst van de duisternis zou echter weldra terug het licht opflakkeren.

WE schrijven 361. Op het moment zelf dat de rechtzinnige leer van Nicea voorgoed het onderspit lijkt te delven sterft plots keizer Constantius, de grote verdediger van de ariaanse ketterij. God laat zijn Kerk niet in de steek, en op het moment dat alles duisternis lijkt te zijn kan Hij plotseling ingrijpen om alles weer recht te trekken...

Toch werd er vóór de dood van de keizer al achter de schermen gewerkt aan het herstel van de eenheid binnen het christendom. « Tijdens diezelfde jaren bereidde men langzaam het herstel van de eenheid in het geloof voor. Het Westen was ten gronde niceaans gebleven, ondanks sporadische uitingen van vrees en lafheid. Paus Liberius was op zijn stappen teruggekeerd en had zijn broeders in het episcopaat bevestigd. In het Oosten hadden alle partijen een zelfde afkeer opgevat voor de gewelddadigheden van de “ homoianen ” », de ariaanse sekte die bij de keizer in de gunst stond, « wat leidde tot nieuwe bondgenootschappen. Tenslotte had de grote wederzijdse beïnvloeding van het Oosten en het Westen, ten gevolge van de vervolgingen en de talloze verbanningsdecreten – vooral die waarvan Paus Liberius, de geloofsheld Athanasius en zijn Latijnse tegenhanger Hilarius het slachtoffer waren – de meest waardevolle figuren ertoe gebracht elkaar beter te begrijpen. Men mag nooit wanhopen aan de Paus of aan de Kerk ! » (abbé de Nantes, CRC nr. 89, februari 1975, p. 7).

Christus Pantocrator
Christus zegent met zijn rechterhand, terwijl zijn linkerhand het Evangelie vasthoudt dat opengeslagen is op een passage uit Sint-Jan : « Ik ben het licht der wereld. Wie Mij volgt, zal niet in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens bezitten » (Jo 8, 12).

DE WEG NAAR DE VERZOENING

Het is dus in volle vervolgingstijd « dat onder de ware christenen de eerste gebaren van verzoening worden gesteld. » Het zijn vooral de semi-arianen van het “ homoioesios ” « die spontaan toenadering zoeken tot de vervolgde aanhangers van Nicea. Deze semi-arianen betogen dat de Zoon in alles gelijkt op de Vader en geboren is uit diens eigen wezen » : homoi-oesios, “ gelijkend in wezen ”. Daarmee staan ze veel dichter bij het katholieke dogma dan de rationalisten onder de arianen, die verkondigen dat de Zoon slechts een schepsel is dat in alles verschillend is van de Vader ! « Het homoi-oesios van de semi-arianen is op een jota na eigenlijk hetzelfde als het katholieke homo-oesios, maar deze term blijven zij koppig verwerpen » omdat hiermee volgens hen de rijkdom van de verscheidenheid in God ontkend wordt : één God, drie hypostasen. « Nochtans moeten zij erkennen dat de verdedigers van Nicea zich al vijftig jaar lang niet schuldig gemaakt hebben aan enige vermenging tussen de Vader en de Zoon. »

Wat de zaken nodeloos bemoeilijkt heeft, is de formulering van het anathema dat aan het symbolum van Nicea toegevoegd was. Zoals we in het vorig artikel gezien hebben werden hierin, onder Latijns-westerse invloed, de begrippen oesia en hypostasis met elkaar gelijkgesteld : « De Latijnen weigeren met klem elk onderscheid in hypostasen. Zij belijden dat God, volgens de termen zelf van het Concilie van Nicea, slechts één en unieke Oesia Of Hypostasis is in drie Personen. Maar dat komt er op neer, protesteren de Grieken, dat die drie “ personen ” slechts drie toneelmaskers zijn, drie opeenvolgende personages... » De verschillende invulling van het begrip hypostasis staat met andere woorden centraal in het debat en blokkeert een toenadering die nochtans perfect mogelijk is.

« Paus Liberius had dit goed begrepen toen hij kennis nam van de formule opgesteld door het Concilie van Ancyra in 358 », waar de semi-arianen van het homoioesios bijeengekomen waren. « Hij ondertekende deze formule, ditmaal niet uit zwakheid, maar zeer bewust. Want deze tekst was, hoewel onvolkomen, in elk geval niet verkeerd en moest vanuit zijn eigen logica ongetwijfeld leiden tot het volle en ware katholiek geloof. »

HH. Hilarius en Athanasius
De eenzame strijders voor de rechtzinnige leer van Nicea: de H. Hilarius van Poitiers en de H. Athanasius.

Het jaar daarop, in 359, « stellen Athanasius en Hilarius, de twee grote kampioenen van de orthodoxie van Nicea, elk van hun kant en zonder het van mekaar te weten een stand van zaken van de controverse op in hun werken getiteld De Synodis (“ Over de Concilies ”). Ook zij steken de hand uit naar de “ homoioesianen ”. Zij redeneren dat, in vergelijking met de andere ariaanse partijen die het geloof tegenspreken of weigeren het in klare definities te formuleren, de semi-arianen van het homoioesios het mysterie werkelijk belijden en slechts van de katholieken verwijderd zijn door kwesties van taalgebruik en misverstanden. »

Is dit dan een vorm van vage en sentimentele “ oecumene ” ? Helemaal niet : « Het gaat om een weloverwogen beslissing van geloofsbelijders die door hun naastenliefde uitstijgen boven elke sektegeest en elke bekrompenheid, ten dienste van de Waarheid alleen. »

« Kort daarop wordt Hilarius verjaagd uit Constantinopel en terug naar Gallië gestuurd. Hij maakt de Latijnen duidelijk wat de echte moeilijkheden van de Grieken zijn. In 360 staat een Concilie van Parijs het semi-ariaanse homoioesios toe naast het niceaanse homooesios ! »

Het effenen van het terrein naar de eenheid is des te dringender omdat ondertussen een ronduit antichristelijke keizer aan de macht is gekomen : Julianus de Afvallige (361-363), die het heidendom opnieuw invoert.

DE BEKOMMERNIS OM DE EENHEID

« Athanasius, die teruggekeerd is in Alexandrië, roept er alle Oosterlingen bijeen. Dit concilie van 362 krijgt later de roemrijke naam van “ Concilie van de Belijders ” : zo groot is het aantal aanwezige bisschoppen en priesters die voor hun verdediging van het geloof van Nicea marteling, inbeslagname van bezittingen, gevangenis en ballingschap doorstaan hebben. Allemaal plaatsen ze de bekommernis om de eenheid boven mogelijke persoonlijke wrok. Ze onderschrijven een oproep tot eenheid, opgesteld ter intentie van de Kerk van Antiochië, die een mijlpaal vormt in de geschiedenis. Deze Brief aan de Antiochiërs formuleert de zo breed mogelijk opgevatte voorwaarden voor de eenheid van het katholiek geloof in het Oosten. Iedereen krijgt officieel de vrijheid om in God één of drie hypostasen te belijden, volgens de betekenis die men aan deze term hecht. » Onrechtstreeks wordt zo erkend dat in de leer van Nicea, en meer bepaald in het toegevoegde anathema, nog een punt schuilt dat om verdere verduidelijking vraagt.

Als antwoord op deze uitgestoken hand roepen ook de “ homoioesianen ” een vergadering bijeen : de synode van Lampsaca, in 364, die besluit om vrede te sluiten met Rome. « De semi-arianen worden hierbij extra aangespoord door het feit dat Valens, de opvolger van Julianus in het Oosten, tegen hen een grote vervolging ontketent. Zij sturen een gezantschap naar Milaan om aan keizer Valentinianus te vragen dat hij het geweld van zijn broer Valens zou intomen én om zich te verzoenen met Paus Liberius in Rome. »

De Paus begreep gelukkig wat er op het spel stond. « Rome aanvaardde de opening naar de semi-arianen en het opnieuw in vraag stellen van het anathema van Nicea : het werd verboden om zonder nuancering te verklaren dat er eenheid van hypostasis in God is en het werd zelfs toegelaten om de onbevredigende term homoioesios te gebruiken. Een verloochening ? Helemaal niet : een harmonisering van het taalgebruik en een verzoening van de harten in de eenheid van eenzelfde eerlijk geloof. »

Liberius ontving de ambassadeurs van de “ homoioesianen ” en overhandigde hen een Brief aan de Oosterlingen waarmee de eenheid hersteld werd. « De Paus kon tevreden sterven op 23 september 366. Hij had de wegen naar de eendracht heropend. De H. Basilius en de H. Ambrosius, die uit zijn handen de priesterwijding ontving, hebben Liberius beschouwd als een held van het geloof van Nicea en een heilige Opperherder. Het is jammer dat de geschiedenis van deze heel grote paus enkel zijn tijdelijke val onthouden heeft... »

LUCIFERIAANSE REACTIE

Dat bij het tot stand komen van deze grote, waarlijk katholieke verzoening aan veel personen de tijdelijke fouten uit het verleden vergeven werden was sommige voorstanders van de harde lijn nochtans een doorn in het oog. De geschiedenis heeft de naam onthouden van één van hen, de bisschop van Cagliari : een zekere Lucifer...

« Lucifer – ik bedoel de bisschop van Cagliari – was helemaal niet opgezet met de wending die deze algemene verzoening nam. Zij paste niet in zijn kraam omdat zij zijn hoogmoed niet streelde. De man die door zijn brutale pamfletten keizer Constantius uitgedaagd had om van hem een martelaar te maken, maar die het martelaarschap niet waardig gekeurd was, had diep in zijn hart slechts de grootste minachting voor de bisschoppen die op een bepaald ogenblik bezweken waren voor de angst of de foltering. Nu verdacht hij zijn medestanders die kop en schouders boven hem uitstaken van verraad omdat zij de hand uitstaken naar hun afgedwaalde of berouwvolle broeders om de verloren eenheid te herstellen. »

Een belangrijke les voor ons, trouwe geloofsverdedigers van het eerste uur ! Ooit zal de zwarte bladzijde van Vaticanum II definitief omgeslagen worden door een Paus en een Concilie die de eenheid in de waarheid zullen herstellen. Reiken wij dan de hand aan alle “ conciliairen ” die hun ongelijk inzien, of sluiten wij ons trots op in ons grote gelijk ?

« In tegenstelling tot de zachtmoedige Eusebius van Vercelli, zijn trouwe metgezel, weigert Lucifer om in 362 naar Alexandrië te gaan waar Athanasius de oosterse bisschoppen bijeengeroepen heeft om aan de verzoening te werken. Twee diakens uit de omgeving van Lucifer houden hem echter op de hoogte van alles wat er gebeurt. Het is Eusebius van Vercelli die van het Concilie de opdracht krijgt om aan de Antiochiërs de Brief te brengen die hen moet toelaten vrede te sluiten. »

Maar Lucifer is net iets vlugger. « Hij profiteert van de weinige tijd die hem gelaten wordt om het werk van de verzoening te torpederen en haast zich naar Antiochië. De stad van Lucianus en Eusebius van Nicomedia is nog altijd het centrum van het meest radicale arianisme. Niettemin is er nooit een onderbreking geweest in de opvolging van de katholieke bisschoppen. Alleen een zekere Paulinus, die olie op het vuur van de twisten heeft gegooid, heeft sommigen overtuigd om een sekte te vormen en hij heeft in zijn dissidente kapel al diegenen gegroepeerd die de leerstellige compromissen niet kunnen verdragen. De sekte weigert in 360 om de wettig benoemde bisschop Meletius te erkennen en beschuldigt hem, zonder enig bewijs, van ketterij. » Dat Meletius voor zijn orthodoxie verbannen en vervolgd is geweest, maakt op hen geen indruk.

« Lucifer aarzelt geen minuut om zijn keuze te maken : Paulinus is de held en Meletius de valserik ! En daarop gaat de bisschop van Cagliari er zonder verpinken en op eigen gezag toe over Paulinus tot bisschop van Antiochië te wijden... »

EEN KWALIJK SCHISMA

Lucifer, de man die nooit gefaald heeft, « weigert de wederopneming in de katholieke gemeenschap van bisschoppen die op een ongelukkig moment een ketterse of dubbelzinnige formule ondertekend hebben – in de praktijk dus nagenoeg alle oosterse en westerse bisschoppen, op enkele uitzonderingen na ! Want nagenoeg iedereen is drie jaar tevoren in de fout gegaan tijdens de concilies van Rimini en Seleucia. Deze gepassioneerde onbuigzaamheid in de zuiverheid van het geloof maakt Lucifer nu tot een tegenstander van Athanasius en Hilarius », die besloten hebben toenadering te zoeken tot de “ homoioesianen ”. Op de duur staat de bisschop van Cagliari zelfs moederziel alleen, want iedereen wil de verzoening.

« In de logica van zijn hoogmoed komt Lucifer er tenslotte toe te beweren dat bisschoppen die ooit tot ketterij vervallen zijn automatisch elke wijdingsmacht verliezen. Wat blijft er in zijn ogen dan over van de Kerk ? Hijzelf. En Paulinus. En enkele kapellen hier en daar. Hij slingert zijn banbliksems naar iedereen en sticht kapellen in het Oosten, in Rome zelf, op Sardinië. Het zijn minuscule dissidente kernen die de hervonden vrede vergiftigen. Hij erkent noch Liberius noch diens opvolger Damasus als Paus. Er is geen geldige Opperherder meer, er zijn geen wettige bisschoppen meer. Iedereen heeft gefaald. Behalve hijzelf. »

Paus Damasus, die het besmettingsgevaar van het « luciferianisme » terdege beseft, geeft zijn naaste medewerker Hiëronymus, de grote kerkvader, de opdracht om tegen dit ellendig schisma te schrijven. « Het werk Contra Luciferianos van Hiëronymus kan met zekerheid gedateerd worden in de jaren 378-380, en is in Rome geschreven. De Kerk heeft ondertussen de schittering van haar eenheid teruggevonden, zonder en ondanks de aanhangers van Lucifer. Hiëronymus legt de vinger op de wonde en verwijt hen te denken dat hun kleine, geïsoleerde, dissidente kapellen op zichzelf de katholieke Kerk kunnen vormen. “ Ecclesiae salus in summa sacerdotii dignitate consistit. ” De Kerk bevindt zich niet in de kapel van Paulinus en evenmin in de luciferiaanse eilandjes her en der. Het heil van de Kerk wordt gewaarborgd in de opperste waardigheid van de Roomse Kerk en alles wat in met haar in gemeenschap blijft. »

Lucifer, het prototype zelf van de integrist, sterft tenslotte als een volslagen schismatiek, men weet zelfs niet meer in welk jaar...

DE « AARTSENGEL VAN DE EENHEID »

HH. Basilius,Gregorius en Chrysosthomos
De HH. Basilius de Grote, Gregorius van Nazianze en Johannes Chrysostomos, in het Oosten vereerd als de Drie Heilige Hiërarchen.

In 362, op het moment dat Athanasius in Alexandrië het « Concilie van de Belijders » samenroept, wordt Basilius – de H. Basilius de Grote, de « Aartsengel van de eenheid », zoals hij zal genoemd worden – tot priester gewijd.

« Hij komt uit een familie van martelaren en heiligen, en heeft in Constantinopel en nadien in Athene het beste onderwijs van zijn tijd gevolgd ; retoriek, filosofie : in alle disciplines heeft hij zich schitterend onderscheiden. Hij wordt een beroemd magistraat, maar breekt zijn carrière af en trekt zich terug op het landgoed van zijn familie om er samen met de zijnen het monastiek ideaal te beleven. »

In 370 wordt hij verkozen tot bisschop van Caesarea Mazaca, de voornaamste stad van Cappadocië. « Zijn genie begrijpt het verschrikkelijk meningsverschil tussen de oosterlingen en Rome » met betrekking tot de begrippen persona en hypostasis. « Met heel zijn kennis van de filosofie toont hij aan dat het om de crisis op te lossen dringend noodzakelijk is aan de oosterlingen de volledige vrijheid van hun woordenschat te verlenen – ook al druist deze woordenschat in tegen de letter van Nicea, maar niet tegen de geest ervan ! Als ze goed begrepen wordt dan is de oosterse terminologie aanvaardbaar voor de Latijnen ; zij is zelfs superieur aan hun taalgebruik : één Oesia, drie Hypostaseis. Vanaf de dag dat hij bisschop van Caesarea is, wijdt Basilius zich aan deze grote zaak van de verzoening van het Oosten met Rome. God zal hem slechts negen jaar schenken (370-379) om alles tot een goed einde te brengen. »

« Zijn tegenstander is, in Antiochië, de reeds genoemde Paulinus die door Lucifer op onwettige wijze tot bisschop gewijd is en die in Rome ondersteund en gepromoot wordt door een jonge Latijn die van de Griekse problemen niets begrijpt : Hiëronymus (de H. Hiëronymus !). De Romeinse clan vormt blok tegen bisschop Meletius, de H. Meletius, die de volle steun heeft van Basilius en die volgens de oosterse traditie drie hypostasenin God belijdt. Paus Damasus, door Hiëronymus op een dwaalspoor gebracht, wil op de bisschopszetel van Antiochië enkel de sinistere Paulinus erkennen en weigert elke taalkundige toegeving, net zoals hij elke eenheid met Meletius en zijn Kerk afwijst ! »

De bisschop van Caesarea bestormt Rome met brieven en boden, maar zonder succes. « Zonder enig teken van ontmoediging te tonen schrijft Basilius het jaar daarop naar alle westerse bisschoppen. Het antwoord dat hij in 373 vanuit Rome krijgt is kil en autoritair ; het gaat om een formule die hij moet ondertekenen, volledig opgesteld volgens het Latijnse vocabularium, alsof men hem daarginds verdenkt van ketterij ! En eens te meer negeert men de draagwijdte en de hoogdringendheid van het debat over de hypostasen. »

In zijn persoonlijke brieven klaagt Basilius later over het onbegrip van Paus Damasus, « een man gezeten op een verheven troon, van waarop hij amper kan horen wie er hem van beneden uit de waarheid zegt » (Brief 215). Toch ondertekent hij in alle nederigheid de toegestuurde formule, want de Paus in Rome is de Plaatsvervanger van Christus.

« In zijn laatste brief, in 377, legt Basilius uit dat het arianisme eigenlijk geen probleem meer vormt in het Oosten. Dat de verzoening mogelijk is, maar ook dringend. Want andere ketterijen steken de kop op, zoals die van de Pneumatomachoi (letterlijk “ Strijders tegen de H. Geest ”), die de ontkenningen van de arianen tegen de Zoon hernemen, maar nu tegen de Geest ! »

Maar Rome begrijpt het niet « en weigert het vertrouwen op te zeggen in de partij die als enige een hinderpaal voor de eenheid vormt. Basilius krijgt geen enkel antwoord. Hij sterft op 1 januari 379, 49 jaar oud en reeds als een heilige vereerd in heel het Oosten. »

HET CONCILIE VAN CONSTANTINOPEL (381)

Theodosius de Grote en Sint-Ambrosius
Keizer Theodosius de Grote en de H. Ambrosius van Milaan. Schilderij door Rubens.

In 378 komt dan keizer Theodosius aan de macht – Theodosius de Grote, zoals de geschiedenis hem met recht en reden genoemd heeft. De nieuwe keizer is zeer gehecht aan het rechtzinnig geloof, en hij is ook vast van plan de ketterij met wortel en al uit te roeien. Grote bisschoppen zullen hem in zijn werk bijstaan. Athanasius is gestorven in 373, maar een jaar later is Ambrosius verkozen tot bisschop van Milaan ; in Constantinopel, dat nog sterk ariaans is, wordt Gregorius van Nazianze op de cathedra geplaatst. « Beide bisschoppen zijn doordrongen van de leer van de H. Basilius en zijn fier zijn vriend geweest te zijn. De continuïteit is dus verzekerd. »

Keizer Theodosius « roept in 381 de bisschoppen van het Oosten in concilie bijeen. Hij bepaalt de plaats waar de hoge vergadering zal gehouden worden : niet meer in Alexandrië maar in Constantinopel, dat de grote metropool van het Oosten geworden is. Honderdvijftig aanhangers van Nicea begeven zich ernaar toe, gevolgd door zesendertig semi-ariaanse bisschoppen die jammer genoeg ook nog eens beïnvloed zijn door de nieuwe ketterij van de Pneumatomachoi. De betrokken prelaten hebben uiteindelijk besloten om het homo-oesios (in het Latijn consubstantialis) te aanvaarden, maar van de andere kant verzetten ze zich tegen de leer dat de Geest “ één in wezen ” is met de Vader. »

« Het Concilie definieert plechtig de volledige en volmaakte goddelijkheid van de Heilige Geest, die zo uitgeroepen wordt tot “ één in wezen ” met de Vader en de Zoon. Daarop verlaten de zesendertig bisschoppen die het “ pneumatomachisme ” aanhangen de vergadering : zij verkiezen hun te diep geworteld arianisme boven het katholiek geloof. Na hun vertrek vinden alle overblijvende bisschoppen elkaar om hun trouw aan het geloof van Nicea te verkondigen. Tegelijkertijd veroordelen zij alle ketterijen die gedurende vijfenvijftig jaar dit geloof weersproken hebben. »

« Het grote moment van dit Concilie is de viering van de heilige en heldhaftige nagedachtenis van Athanasius, door Gregorius van Nazianze. Hij spreekt in prachtige en verfijnde bewoordingen, van die aard dat zij de volledige instemming van allen bewerkstelligen – vooral die van de verre westerlingen en van Rome zelf. »

Want Rome doet nog altijd moeilijk. Paus Damasus steunt de fameuze Paulinus, de schismatiek die rebelleerde tegen de wettige bisschop van Antiochië en daarbij de steun genoten heeft van Lucifer ! Ook de Griekse leer van de drie hypostaseis wordt door Rome niet aanvaard. Westerse concilies gehouden in Milaan (381) en in Rome (382) spreken hun steun uit voor Paulinus tégen Flavianus, de wettig gekozen opvolger van Meletius... Op die manier dreigt het Concilie van Constantinopel een maat voor niets te worden.

« Het is tenslotte het almachtig gezag van keizer Theodosius dat in de praktijk het werk van het Concilie redt. In een tijdspanne van tien jaar wettelijke, kalme en volgehouden repressie voltooit hij de vernietiging van het reeds dodelijk gewonde arianisme. Alleen bij de Goten in de keizerlijke legers blijven er nog sporen van bestaan. In het Westen is het aan de bewonderenswaardige moed van Ambrosius te danken dat de orthodoxie gered wordt van de plotse sympathie die keizerin Justina voor de ketterij betoont. In 392 tenslotte sterft de opvolger van Paulinus aan het hoofd van de integristische kapel van Antiochië, Evagrius, en alles wordt in het werk gesteld opdat deze niet zou vervangen worden. Alexandrië heeft al afstand genomen van de schismatieke beweging en Flavianus erkend. Rome volgt de algemene stroming en sluit vrede met de wettige bisschop in 394. »

DE LES VAN HET ARIANISME

« Het meest aangrijpende in de geschiedenis van deze lange crisis is de overleving van de Kerk, de verdediging van haar geloof, haar strijd om haar voortbestaan en haar vrijheid doorheen zoveel opeenvolgende gevaren. De triomf van de Kerk was alleen maar mogelijk door het gebed van de heiligen, het bloed van ontelbare martelaren en belijders, het intellect van grote bisschoppen en kerkleraars die de ketterij bestreden en op onvermoeibare wijze het trouwe volk onderrichtten. »

« Dit eerste grote debat onder christenen betekende voor de Kerk een zware leerschool, waarin zij moest leren omgaan met haar vrijheid en haar snelle expansie. Zij kan zich niet verspreiden zonder dat de dreiging van verdeeldheid de kop opsteekt en op een of andere wijze moet worden beteugeld. »

« Om haar eenheid, apostoliciteit, heiligheid en katholiciteit in de vierde eeuw te bewaren heeft de Kerk moeten vechten. Zij moet ook vandaag vechten, en ze zal altijd moeten vechten. Dit is een element van haar historische eigenheid en van haar goddelijke roeping. Wie dat beginsel op de helling zet, wie hij ook is, schiet te kort tegenover zijn eigen menselijke natuur en tegenover God. »

redactie KCR