25. De Kerk, één, heilig, katholiek en apostolisch

De falangist heeft de Kerk allereerst leren kennen als zijn moeder, die hem door het doopsel heeft doen herboren worden en hem in haar mysteries heeft onderricht. Door haar zichtbaar dienstwerk van verkondiging, heiliging en leiding is hij tot kind van God gemaakt, leerling van Christus, tempel van de H. Geest. Door zich steeds meer in te leven in het geloof leert hij in de zichtbare volmaaktheden van de Kerk de onzichtbare van de H. Geest zelf kennen.

1. Eén is de H. Geest, de Vertrooster, zo volmaakt één als een goddelijke persoon maar kan zijn. En zoals de goddelijke persoon van het Woord de individuele menselijke natuur die Hij zich gekozen heeft heel innig tot de zijne heeft gemaakt, zo is de Vertrooster volmaakt één in de vele trouwe christenen waaraan Hij zich schenkt. Hij brengt hen samen in zijn eenheid als door eenzelfde levensadem waardoor, uit zoveel verspreide elementen, de organische en mystieke eenheid wordt geschapen die de Kerk is.

Eén en enig is de Kerk, hiërarchisch en broederlijk, zonder totalitair collectivisme of anarchistisch individualisme. Zij is dat door de kracht van die goddelijke, eenheid scheppende en volmaakte levensadem, haar geschonken door Christus: de H. Geest.

2. Heilig is de Geest van de Vader en de Zoon, zo heilig als slechts God kan zijn, in wie geen sprankeltje kwaad kan bestaan en van wie de heiligheid glansrijk straalt in de Zoon. De zending van de H. Geest in de Kerk is een onuitputtelijke schittering van deugden en gaven, van goedheid en glorie. Als die de mystieke ledematen van de Kerk bereikt, dan worden zij omgevormd naar het beeld en de gelijkenis van hun hoofd, hun « enig model», Jezus Christus.

Heilig en heiligmakend is de Kerk, een aan schaduwen en veranderingen onderhevige weerschijn op aarde, een in rijke kleuren schitterend en onvergelijkelijk prachtig beeld van de schoonheid en de goedheid van God. Voortdurend ziet men haar in nieuwe vormen verschijnen, bron van vreugde en zaligheid voor al haar kinderen.

3. Katholiek is de onvermoeibare Geest, die in de Kerk als zending heeft de volkeren te evangeliseren en te kerstenen, van het ene uiteinde van de aarde tot het andere en van het begin tot het einde van de tijden. Zijn macht omvat alle mensen en geheel de mens, volgens de oneindige wijsheid van Christus en het mysterieuze plan van de Vader om allen te verenigen in de Kerk. Ondanks de veelsoortigheid van haar leden moet die Kerk één gemeenschap worden, uitgroeien tot één harmonieuze vereniging onder impuls van Hem die haar met zijn eigen schoonheid vervult.

Katholiek is de Kerk door de Geest die haar leidt. In haar hoop en haar liefde omvat zij rechtens, en steeds meer ook in de feiten, alle naties. Zo biedt zij een antwoord op het onbestemd verlangen van het menselijk geslacht om zijn oorspronkelijke eenheid en broederschap in rechtvaardigheid en genade terug te vinden en te bezegelen. Dat is de volheid van de roeping van de Kerk, de vrijgekochte mensheid, dochter van de Vader die naar Hem terugkeert door zijn Zoon Jezus Christus in de eenheid van de H. Geest.

4. Apostolisch is de trouwe Geest, uitgezonden door de Vader en de Zoon om het evangelisch werk verder te zetten. Als profetische Geest had Hij het volk van Israël geïnspireerd, geheiligd en geleid tot aan de komst van Christus. Als apostolische Geest was Hij het die op onfeilbare wijze de prediking en de geschriften van Jezus’ getuigen, de steunpilaren van de Kerk, inspireerde. Zo verleende Hij zijn goddelijke hulp aan de totstandkoming van de christelijke instellingen en vermenigvuldigde Hij de gaven van heiligheid en de wondertekenen om de heilige uitverkiezing van het nieuwe volk voor iedereen duidelijk te maken. En sindsdien, de eeuwen door, staat de Geest-Vertrooster de opvolgers van de apostelen bij en verzekert Hij de rechtlijnige continuïteit en de homogene ontwikkeling van de Kerk, zonder nieuwlichterijen of afwijkingen.

Apostolisch is de Kerk door de trouw die de H. Geest haar voorschrijft en waarin Hij haar bewaart. Ze verliest niets van haar aloude rijkdommen en verdedigt de geloofsschat tegen elke ongeoorloofde verandering. Zij beschermt het volk van God tegen elke onherstelbare val of bederf. Sterker nog, zij vermeerdert voortdurend de schatten van wijsheid, deugd, kracht en goddelijke roem die haar werden toevertrouwd door haar Bruidegom, terwijl ondertussen het aantal uitverkorenen verder aangroeit.