26. Tegen elk schisma en elke ketterij

De falangist omhelst met dezelfde liefde Christus en de Kerk; hij weigert elke scheiding, elke tegenstelling tussen beide. Christen zijn, katholiek zijn is eenzelfde en ondeelbare genade, niet door de wil van het vlees of uit een menselijk verkregen overtuiging, maar door voorbeschikking en genade van God. In het licht van de vier volmaaktheden van de H. Geest die in de ware Kerk geopenbaard zijn, zal de falangist in zichzelf en rondom hem, in de wereld en in de geschiedenis, kunnen onderscheiden wat van God is en katholiek en wat daarentegen van de duivel en uit de zonde van de mens voortkomt. Het eerste zal hij volgen, het tweede haten. Maar zijn eigen oordeel zal hij altijd onderwerpen aan het onfeilbaar oordeel van de hiërarchische Kerk.

1. De falangist vreest en verafschuwt het schisma, dat een opstand is tegen het goddelijk en hiërarchisch gezag van de Roomse Kerk, een breuk in de broederlijke liefde die door geen enkel motief kan gerechtvaardigd worden. Want het schisma gaat in tegen de eenheid en de katholiciteit, gaven van de H. Geest. Zo ook heeft de falangist een afkeer van elke poging tot modernisering en wijziging van het geloof die, door een hardnekkige rebellie tegen het onfeilbaar leergezag, leiden tot de ketterij. Daardoor worden de heiligheid en de apostoliciteit, andere gaven van de H. Geest, geschonden.

2. De schisma’s en ketterijen, zowel die van vroeger als die van onze huidige tragische tijd, getuigen van de trouweloosheid en de misdadige bedoelingen van hen die er de aanstichters van zijn en ook van de verblinding en verdorvenheid van de volkeren die hen volgen. Overgeleverd aan hun eigen krachten vallen zij terug tot het lage niveau van een louter menselijke politiek en ideologie. Hun geschiedenis is er dan verder een van steeds nieuwe en hatelijke scheuringen binnen de oorspronkelijke dissidentie, van talloze dwalingen die tot nieuwe ketterijen leiden waarbij men elkaar venijnig naar het leven staat.

De vruchten van dat alles zijn verwerpelijk en brengen de beschaving in gevaar. Want schisma’s en ketterijen brengen al te veel hartstochten met zich mee, ze voeren tot moord, plundering van kerkelijk bezit, onblusbare haat, ontrouw aan religieuze geloften en tomeloze ambitie. Het gevolg is onvermijdelijk dat de mensheid erdoor kan terugvallen in barbaarsheid.

3. Overeenkomstig de onafgebroken traditie van de Kerk en getuigend van zijn katholiek geloof en zijn gehoorzaamheid veroordeelt de falangist de aartsketters en scheurmakers van vroeger en nu. Hij kent hen geen enkele verdienste toe, hij weigert hen te rechtvaardigen of te verontschuldigen tegen de H. Geest en de Kerk in. Integendeel, hij beschouwt hen als de grootste boosdoeners van de mensheid: de Byzantijnse patriarchen Photius en Michael Cerularius, Luther, Calvijn, Zwingli, Hendrik VIII van Engeland enz. Want de falangist wil leven en sterven als zoon van de H. Rooms-katholieke Kerk.