De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly

HET LEVEN EN HET WERK VAN DE H. MAXIMILIAAN KOLBE

III. SLACHTOFFER VOOR ZIJN VOLK

Pater Kolbe in Niepokalanow aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

OP het Groot Kapittel van 1936 werd pater Kolbe terug naar Polen geroepen om de leiding van de Stad van de Onbevlekte weer op zich te nemen. Hij kwam toe in juli.

In de loop van dit Kapittel aanvaardden de paters een motie die pater Maximiliaan-Maria het jaar tevoren had neergelegd en waarin hij de toewijding van heel de Orde aan de Onbevlekte vroeg. Zij stelden deze toewijding vast op 8 december en besloten ze elk jaar te hernieuwen op dezelfde datum.

Zo kon vanaf deze 8ste december 1936, feest van de Onbevlekte Ontvangenis, de geest van de Militia Immaculatae geheel de Orde van de franciscanen-conventuelen officiëel doordringen en bezielen.

Op 16 juli volgde pater Maximiliaan-Maria pater Floriaan Koziura op, zijn geliefde en intieme medewerker, die Niepokalanow uitbreidde volgens de geest van zijn stichter en afhankelijk van hem.

OORLOG AAN DE EINDER

In deze periode, zo herinnert broeder Lucas zich, droeg pater Kolbe zijn Mis in zo’n “ staat van genade ” op dat hij scheen “ te stralen van een bovennatuurlijk licht ”. Hij kende een soort “ transformatie ”, zegde een andere broeder. Dit intens innerlijk leven verhinderde hem niet blijk te geven van een zeer scherpe zin voor de aardse realiteit. Zo voorzag hij vanaf 1936, bij de analyse van de politieke situatie van onze Europese landen, de vreselijke ramp die de Tweede Wereldoorlog zou worden  :

«  Er is iets op til in de wereld, maar wat kan er ons overkomen, waar we ook zijn, vermits we zijn toegewijd aan de Onbevlekte  ? Hoogstens kan men ons van het leven beroven. Maar in dit geval zal men ons de grootst mogelijke dienst bewijzen, omdat we zo met grote doeltreffendheid aan de verovering van heel de wereld voor de Onbevlekte kunnen meewerken  » (Pancheri, p. 19).

Omdat hij in niets wou tekortschieten bij het voorbereiden van zijn “ kinderen ” op de pijnlijke conflicten die hen te wachten stonden, nam Maximiliaan-Maria de gewoonte aan tweemaal per week en op zondag een soort geestelijke toespraakjes te houden. Hij borduurde dikwijls voort op een thema uit de H. Schrift dat hem volgens broeder Pelagius Poplawski nauw aan het hart lag  : “ De rechtvaardige leeft uit het geloof ”. Hij toonde hen hoe men zijn lijden kan gebruiken voor zijn eigen heiliging en die van anderen, hoe men temidden van beproevingen en angst toch blij kan blijven, en hoe men vrij kan zijn door van niets of niemand bang te zijn. Hij herinnerde hen tenslotte aan het belang van de liefde en het gebed voor de vervolgers, voor hen die martelen en doden.

Van deze conferenties, die hij gaf in de eerste helft van het jaar 1938, hebben sommige toehoorders enkele passages onthouden  :

«  Mijn kinderen, er gaat een onbarmhartig gevecht plaatsgrijpen. Ik weet niet wat dat juist zal inhouden, maar hier in Polen moeten we ons aan het ergste verwachten.  »

«  De oorlog staat veel dichter voor de deur dan we vermoeden, en als hij losbarst, zal dat betekenen dat onze communauteit uiteengedreven wordt. We moeten niet ongerust zijn, maar ons moedig overgeven aan de wil van de Onbevlekte.  »

«  Wij kunnen ons in zekere zin verheugen over de huidige situatie want, dankzij de beproevingen waar we nu door moeten, sporen we elkaar wederzijds aan tot een grotere ijver en voelen wij duidelijker de behoefte aan gebed en boete.  »

«  Wat de toekomst ook mag brengen, alles zal voor ons ten goede keren. Wij staan in zo’n positie dat niets ons echt kwaad kan doen  : de morele of fysieke pijnen zullen ons doen vooruitgaan op de weg van de heiliging. Wij zouden onze beulen zelfs moeten bedanken, en hen onze erkentelijkheid betuigen, om zo de genade van hun bekering te bekomen met de hulp van de Onbevlekte. Ja  ! Wij zijn onoverwinnelijk  !  » (Patricia Treece, p. 100)

De broeders noteerden zorgvuldig al zijn woorden, en het is spijtig dat deze uitspraken niet gepubliceerd zijn. Het lijkt erop dat de vertaling en de publicatie van de geschriften van pater Kolbe “ geblokkeerd ” werden. Waarom  ? Laat ons zorgvuldig de uittreksels die ons gegeven worden in de levensbeschrijvingen van onze heilige bijeengaren  :

«  Het leven is kort, wij moeten onze tijd goed gebruiken en er gierig mee omgaan. We leven maar één keer. Wij moeten geen halve heiligen zijn, maar hele, tot meerdere glorie van de Onbevlekte, en door Haar tot meerdere glorie van God. Alleen het heden is in onze handen. Het is van groot belang te beseffen dat wij ons nù moeten heiligen, en niet morgen, want we weten niet of we nog een morgen zullen hebben.  »

«  Er zal misschien een tijd komen dat ik niet meer bij u zal zijn. Er zullen waarschijnlijk vervolgingen en oorlog komen. De oorlog is dichterbij dan men vermoedt  ; vervolgingen tijdens de oorlog zijn mogelijk. Jullie die de plechtige geloften hebben afgelegd en de geestelijke vaders van Niepokalanow moeten zijn, jullie moeten voorbereid zijn op een tijd die erger is dan deze. De Onbevlekte zal het zeker toelaten voor ons heil. Na het uitbreken van de oorlog zal de communauteit verspreid worden. Wij mogen daar niet bedroefd om zijn, maar moeten met overtuiging instemmen met de wil van de Onbevlekte. Deze instemming moet elk moment oprechter, sterker en levendiger zijn. Op die manier zal de verspreiding ons niet schaden maar integendeel onze heiligheid doen toenemen.  »

«  Als de partijen van links aan de macht komen en als dat gebeurt zoals in Frankrijk en Spanje, dan zal dat beter zijn voor ons, omdat er dan meer gelegenheden zijn om te lijden en onze trouw aan God te tonen. Wij bevinden ons in zo’n situatie dat men ons geen schade kan toebrengen. Elk uiterlijk of innerlijk lijden helpt ons op de weg naar de heiligheid. Voor de Onbevlekte zijn wij tot alles bereid, zelfs om ons leven te geven, als ze dat willen  : een gratis toegangsbewijs voor de Hemel  ! Wij moeten hen daarvoor dan bedanken door voor hen tot de Onbevlekte te bidden, opdat ze zich zouden bekeren en onze plaats hier op aarde zouden innemen. Eigenlijk staan wij heel sterk  !  »

«  Misschien zal er een moment komen dat elk van ons er helemaal alleen voorstaat. Daarom moet iedereen er zich op voorbereiden een Overste voor zichzelf te zijn, en er zorg voor dragen zijn geloften goed na te leven. Hoe meer liefde wij in ons zullen hebben, des te meer wij de noodzaak zullen voelen van te lijden  » (Ricciardi, p. 274).

HET “  LAATSTE AVONDMAAL  ”

Niepokalanow, de Stad van de Onbevlekte

Niepokalanow, de Stad van de Onbevlekte

Op een dag onthult Pater Maximiliaan tijdens een onderhoud met de geprofeste broeders dat Onze-Lieve-Vrouw hem de hemel beloofd heeft  :

«  Het was zondag 10 januari 1937. Na het avondmaal zou de communauteit een toneelvoorstelling over het Kerstmysterie bijwonen, dat men bij ons Jaselka noemt. Ze zou plaatsvinden in een daartoe speciaal ingerichte zaal, en de broeders die geen priester waren zouden samen met de novicen acteren. Allen wachtten ongeduldig de avond af. Pater Maximiliaan kondigde in de loop van de maaltijd de voorstelling aan, maar liet degenen die hun eeuwige geloften hadden afgelegd vrij om met hem te blijven spreken in de refter. Na het eten trokken de meesten naar de zaal. Maar een deel bleef bij Pater Kolbe  : hij die deze gebeurtenis vertelt, de broeders Hilarius, Kamiel, Lucas, Emiel en nog anderen, en ook Pater Pius Bartosik. Pater Maximiliaan sprak ongeveer als volgt  :

Laat ons rond de tafel gaan zitten volgens rangorde. We gaan een vertrouwelijk gesprek voeren.

«  Zo gezegd, zo gedaan. Pater Bartosik ging rechts van Pater Gardiaan zitten, en rondom de tafel de broeders die geen priester waren, te beginnen met de langst geleden geprofesten.

Mijn geliefde zonen, begon Pater Maximiliaan (hij sprak als in een halo van zachtheid), nu ben ik met jullie. Jullie houden van mij en ik ook van jullie. Ik ga sterven en jullie, jullie zullen blijven leven. Vooraleer deze wereld te verlaten wil ik jullie een herinnering nalaten. Omdat ook ik de wil van de Onbevlekte wil volbrengen, heb ik alleen aan degenen die hun eeuwige geloften afgelegd hebben en het verlangden gevraagd hier te blijven. Jullie aanwezigheid is het teken dat de Onbevlekte jullie hier wou. Jullie noemen mij Pater Gardiaan, en dat ben ik. Jullie noemen mij Pater Directeur, en dat is goed gezegd, want dat ben ik, zowel in het klooster als in de drukkerij. Maar wie ben ik nog  ? Ik ben jullie vader. Een nog échtere vader dan de vader naar het bloed die jullie het natuurlijke leven gaf. Het is inderdaad door mij dat jullie het geestelijk leven, dat goddelijk leven is, hebben gekregen, evenals deze religieuze roeping die het tijdelijk leven zelf overstijgt. Wat ik zeg is waar, niet  ?

– Natuurlijk is het waar, zegt iemand. Zonder U, Pater, zouden de Ridder, de Stad van de Onbevlekte en wij allemaal hier nu niet zijn.

– Het is door het lezen van de Ridder dat ik het franciscaans apostolaat heb leren kennen, zegt een ander.

– Bij mij is het de Ridder van de Onbevlekte die mijn kloosterroeping deed ontstaan en groeien, zegt een derde.

«  En ieder deelde zijn persoonlijke ervaring in alle oprechtheid mee.

Zie je, vervolgde Pater Kolbe na deze tussenkomst, ik ben jullie vader. Spreek me dus niet aan als Pater Gardiaan of Pater Directeur, maar eenvoudigweg als vader. Jullie hebben zeker opgemerkt dat ik jullie altijd met jij en jou aanspreek, omdat een vader zijn zoon alleen maar vertrouwelijk toespreekt.

«  Hij keek ons allen met een tedere blik aan  ; hij leek nu in gedachten bezig met iets groots dat hij graag had willen onthullen, dat hem nauw aan het hart lag, maar dat een gevoel van nederigheid hem weerhield te zeggen. Tenslotte, als had hij een grote schroom overwonnen, sloeg hij de ogen neer, boog hij het hoofd en liet zijn hevige emotie zien. De atmosfeer op dit ogenblik leek vol van het mysterie dat hij ons ging onthullen. En hij hernam  :

Mijn geliefde kinderen, jullie weten dat ik niet altijd bij jullie kan zijn. Daarom wil ik jullie iets zeggen als herinnering aan mij.

– Ja, ja, spreek, vader, riep iedereen vol verwachting.

Mijn lieve kinderen, als jullie eens wisten hoe gelukkig ik ben  ! Mijn hart loopt over van geluk en vrede, zoveel vreugde en vrede als men hierbeneden maar kan smaken. Ondanks de teleurstellingen van het leven blijft er altijd een onuitspreekbare vrede in het diepst van mijn hart. Geliefde kinderen, houd van de Onbevlekte, houd van haar en zij zal u gelukkig maken  ! Heb vertrouwen in Haar, een grenzenloos vertrouwen. Het is niet iedereen gegeven de Onbevlekte te begrijpen. Dat kan men alleen bekomen door het gebed. De Moeder van God is de zeer heilige Moeder. Wij begrijpen wat “ moeder ” wil zeggen… Maar Zij is de Moeder van God, en alleen de Heilige Geest kan de genade geven zijn Bruid te kennen aan wie hij wil en wanneer hij wil. Ik wou jullie nog iets zeggen, maar misschien volstaat dit  ?

«  Hij keek ons allemaal aan met een soort schuchterheid, maar wij drongen aan en vroegen hem om niets verborgen te houden en ons alles te doen kennen.

Goed dan, ik zal het zeggen. Ik heb jullie gezegd dat ik zeer gelukkig was en vol vreugde, omdat mij op ondubbelzinnige wijze de Hemel beloofd is… Mijn dierbare zonen, houd van de Maagd Maria, houd zoveel mogelijk van haar  !

«  Hij zei dit met zoveel emotie dat zijn ogen zich met tranen vulden. Er viel weer een stilte.

– Vader, vertel ons nog andere zaken  ! Wij zullen misschien nooit nog een laatste avondmaal zoals dit meemaken  !

Omdat jullie zo aandringen, voeg ik er dit nog aan toe  : het is gebeurd in Japan  ! Meer zeg ik niet, stel verder geen vragen meer over dit onderwerp  !

«  Sommige aanwezigen vroegen nog om meer details, maar dat was nutteloos  : hij wou niets meer zeggen over zijn geheim. Toen ons aanhoudend gevraag ophield, sprak hij verder op vaderlijke toon  :

Ik heb jullie mijn geheim doen kennen, om jullie de kracht en de geestelijke energie te geven die nodig zijn in de moeilijkheden van het leven. Moeilijkheden, beproevingen, verleidingen en droefheid staan voor de deur. Als het zo ver is, zullen deze herinneringen jullie de kracht geven om stand te houden in het religieuze leven  ; ze zullen jullie helpen om de offers te aanvaarden die de Onbevlekte zal vragen.

Mijn dierbare zonen, kijk niet uit naar geweldige zaken  : doe gewoon wat de wil is van de Onbevlekte. Hààr wil moet geschieden, niet de onze  ! Ik heb dit allemaal aan jullie willen zeggen, maar tegelijk heb ik ook haar wil willen volbrengen. Daarom heb ik tijdens de maaltijd gezegd dat alleen de geprofesten die hun eeuwige geloften hebben afgelegd hier mochten blijven… als ze dat wilden. Terwijl ik sprak met jullie had ik mijn rozenhoedje in de hand en telde ik de weesgegroeten af, bijna alsof het een middel was om te weten of ik er met jullie moest over spreken of niet. Ik bid jullie, vertel dit alles aan niemand zolang ik nog leef. Beloof het  !

– We beloven het, antwoordden alle aanwezigen.

«  Na een moment van stilte begonnen we vragen te stellen over verschillende onderwerpen, vooral over de toekomst  : hoe handelen in die of die omstandigheid, hoe zich gedragen bij die of die gebeurtenis. Pater Maximiliaan antwoordde duidelijk op elke vraag, met een zekerheid hem ingegeven door de Geest Gods.

«  De buitengewone bijeenkomst was voorbij. Wij verlieten de refter met in ons hart en op onze lippen de woorden die niet geheim kónden blijven  : “ Houd van de Onbevlekte, mijn dierbare zonen, houd van de Onbevlekte  ! ” Wat in onze gedachten de boventoon haalde, waren de perspectieven die pater Kolbe voor onze ogen geopend had, als verhelderd door een profetisch licht. Moeilijke tijden gingen aanbreken, tijden van beproeving, verleiding en ontmoediging. Maar de herinnering aan de ontvangen genade zou voor ons een stevige steun en een kracht zijn in de moeilijkheden van het leven  » (Ricciardi, p. 246-249).

NIEPOKALANOW (1936-1939)
Inkleding in de kapel van Niepokalanow.

Inkleding in de kapel van Niepokalanow.

Als pater Maximiliaan-Maria terugkeert uit Japan, is men in Niepokalanow het kapelletje en de houten barakken, die in 1927 haastig waren opgetrokken en omgeven met een soort palissade, al lang vergeten  !

Reeds in 1930, toen pater Kolbe de Stad van de Onbevlekte verliet voor het Oosten, was Niepokalanow een echt stadje geworden dat zichzelf volledig kon bedruipen.

Wanneer hij in 1936 terugkeert, herbergt het klooster 694 bewoners. Het heeft geen weelderige gebouwen  : de religieuzen hadden de reeds bestaande constructies uitgebreid en de kapel vergroot. Op de vooravond van de Duitse invasie van 1939, die een streep trok onder de wonderbaarlijke groei, telde het klooster van Niepokalanow – het belangrijkste ter wereld  ! – ongeveer 800 leden  : 622 broeders en postulanten, 13 priesters, 122 seminaristen uit de buitenlandse missies (vóór deze dagen van onzekerheid waren het er 186) en 15 jongeren die op het punt stonden priester te worden gewijd.

Het klooster publiceerde elf tijdschriften, waaronder een dagblad dat zelfs ‘s zondags verscheen en een oplage had van 228.560 exemplaren. De Ridder van zijn kant had in 1938, in dit land met zijn 34 miljoen inwoners, een oplage van één miljoen nummers. Bovendien ging elk nummer van hand tot hand en waren er dus nóg meer lezers. De boodschap van pater Kolbe bereikte op die manier een belangrijk deel van het Poolse volk.

De Militie van de Onbevlekte telde 691.219 leden in Polen alleen al, en verscheidene honderdduizenden aanhangers in de rest van Europa, in het Verre Oosten en in de andere landen waar de franciscanen-conventuele voet aan de grond hadden. Er waren broeders speciaal belast met het beantwoorden van de stapels post die elke dag binnenkwamen  ; in 1937 750.000 brieven uit Polen allen al.

Broeder Bart geeft een overzicht van de werkzaamheden van dit klooster-stad-uitgevershuis dat gonsde als een bijenkorf  :

«  Alles bleef omzeggens 24 uur op 24 draaien  : wij losten elkaar af, en de enen werkten terwijl de anderen rustten.

«  Pater Kolbe was een heel modern man  : “ Als Jezus of Sint-Franciscus nu zouden leven, zei hij, dan zouden ze al onze technologieën gebruiken om zich door hun tijdgenoten te doen horen  ! ” Zo had Niepokalanow, vóór de Tweede Wereldoorlog, een radiostation, maakte het zich op om televisie te ontvangen en publiceerde het zijn eigen dagblad, waarvan het hoofdartikel van ‘s morgensvroeg af hét gespreksonderwerp vormde in heel het land.

«  Vóór pater Kolbe was in onze Orde een broeder iemand die keerde en kookte. Toen hij kwam leek het alsof hij ons voorbereidde op de toekomst, want hij trachtte altijd ieders talenten te gebruiken  : “ Hoe meer jullie ervan afweten, hoe beter jullie God zullen dienen  ! ”, placht hij te zeggen. En inderdaad, hij haalde uit ons en onze capaciteiten het beste naar boven. Zo herinner ik me een broeder die in de uurwerkmakerij werkte  : dank zij pater Kolbe werd hij een over heel Europa bekend uurwerkmaker die later over dit onderwerp onbetwistbare werken schreef.  »

De broeders zetten de eerste rotatiepers in gang.

De broeders zetten de eerste rotatiepers in gang.

Pater Marian Wojcik, die tot in 1939 directeur was van het dagblad van Niepokalanow, voegt enkele kostbare details toe over het professionele leven van de religieuze gemeenschap  : «  De taakverdeling gebeurde volgens het Amerikaans principe van de natuurlijke bekwaamheden. Elk departement had zijn eigen vormingsdienst en die vorming was gebaseerd op de talenten van elke deelnemer  ; ze was zo volmaakt opgevat dat de broeders heel snel een professioneel niveau bereikten. Zo hadden bijvoorbeeld voor het zetwerk vier broeders op 30 de hoogste classificatie van heel Polen. Het onderricht beperkte zich overigens niet tot de behoeften van Niepokalanow, want de meest begaafde broeders werden naar Warschau en Poznan gestuurd.

«  Op technologisch vlak stond het klooster op een zeer hoog niveau en sommige van onze uitvindingen werden later overgenomen door de Poolse industrie. De belangrijkste was waarschijnlijk de adressograaf die een eerste prijs behaalde op de handelsbeurs van Poznan, en later in Parijs, om vervolgens gebreveteerd te worden in Polen en in het buitenland.

Vouwen en bundelen van het dagblad.

Vouwen en bundelen van het dagblad.

«  Niet alleen bouwden wij onze huizen met het hout van de zagerij en stonden wij zelf in voor de voeding, de kleding en de verzorging van onze broeders – er waren in het klooster zelfs een tandarts, een apotheker en een klein hospitaal – maar ook alle machines en al hun onderdelen werden ter plaatse gemaakt. De broeders fabriceerden zelf de uiterst delicate platen voor de adressograaf, goten zelf de drukletters enz. Met zijn drieëndertig rotatiepersen was Niepokalanow de modernste drukkerij van heel Polen. Eén ervan produceerde per uur 60.000 exemplaren van het 16 bladzijden tellende dagblad, in twee kleuren  ; een andere – een echt monument  ! – drukte “ De Ridder ”, stelde hem automatisch samen, bond het tijdschrift in en droogde het zelfs… Deze machine kon ook alle nodige verrichtingen uitvoeren die vereist waren voor het maken van een boekje van 144 bladzijden. Het departement van de graveertechniek was ook sterk ontwikkeld en kon in een kwartier tijd een fotografische plaat voor de drukkerij klaarmaken.

«  Pater Maximiliaan had een passie voor de moderne technieken en hij was de ziel van deze bedrijvigheid  : hij voorzag voor de toekomst een papierfabriek en een vliegplein voor de verzending van onze publicaties. Toen de oorlog uitbrak, waren er al twee broeders in Warschau aan het leren voor piloot.

DE STAD VAN DE ONBEVLEKTE
Het moment van de recreatie: franciscaanse blijdschap.

Het moment van de recreatie  : franciscaanse blijdschap.

«  Ook dacht hij aan de publicatie van gespecialiseerde tijdschriften, bestemd voor verschillende beroepscategorieën en verschillende lagen van de bevolking  : weekbladen voor de middelbare scholen en de universiteiten, maandbladen voor ambtenaren, boeren en ambachtslieden, en zelfs een verzameling volksliteratuur die weinig kostte en samengesteld was uit romans van goede kwaliteit.  »

Zo’n groot aantal activiteiten, gebaseerd op de diensten van zo’n groot aantal individuen, vervolgt broeder Bart, vereiste natuurlijk een volmaakte organisatie. Hij beschrijft ze in detail  : twaalf departementen, elk verdeeld in onder-departementen, en bestuurd door de meest onderlegde en meest bekwame broeders. Elke avond haalde een broeder de verslagen op van het werk dat overdag door elk van de ploegen geleverd was.

Deze twaalf departementen groepeerden alle gespecialiseerde diensten die onontbeerlijk waren voor het dagelijks leven van een stad. Dat ging van electriciens, mecaniciens en telefonisten van het technisch departement over schoenlappers en het medisch personeel van het departement voor materiële noden tot de priesters en de broeders die instonden voor de godsdienstige opvoeding en het geestelijk leven in het klooster. Deze laatsten wisselden elkaar dag en nacht af. Er bestond zelfs een brandweer en, na een sabotagepoging, patrouilleerden er elke nacht vijf nachtwakers met honden. De sabotage, verduidelijkt broeder Bart, was het werk van de communisten, terwijl andere vijanden de verkoop van franciscaanse kranten in de kiosken trachtten te verhinderen  : daardoor waren de religieuzen verplicht hun eigen verkooppunten uit de grond te stampen overal waar ze konden. Om hun publicaties te vervoeren beschikten ze over zeer moderne voertuigen en ook over een waar leger van fietsen om binnen de kloostermuren rond te rijden. De tijd was ver voorbij dat een broeder bij de buren een fiets moest gaan lenen  !

«  Pater Kolbe hield van de geest van armoede en zal er trouw aan blijven tot het einde. Ik moest dikwijls naar zijn cel komen om allerhande zaken te regelen en nooit heb ik iets overbodigs gezien. Op een keer merkte ik op dat zo’n onthechting misschien een soort hoogmoed kon meebrengen  ; dat men door zijn onthechting de bekoring kon krijgen zich beter te voelen dan zijn naaste. Een vriendschappelijk lachje was het enige antwoord.  »

Pater Kolbe pakte niet uit met zijn talloze gaven maar gebruikte ze alleen in dienst van God.

«  Bij het leiden van de uitgestrekte en machtige onderneming die Niepokalanow was, vertelt broeder Bronislav, toonde pater Maximiliaan zich buitengewoon nauwgezet en doeltreffend. Hij was een volmaakt organisator, en een personeelschef die in de keuze van zijn medewerkers zeer oordeelkundig was.  »

Het radiostation van de Onbevlekte.

Het radiostation van de Onbevlekte.

Het geheel van de techieken – instrumenten van hoge nauwkeurigheid, het ploegenstelsel, de dagelijkse verslagen, enz. – vond zijn inspiratie in het domein van de industrie, maar toch had Niepokalanow een eigen stempel. Broeder Juventien legt ons uit welk het kenmerkend karakter was van deze onderneming, die geen gewone fabriek was maar een huis van God  :

«  Het geheim van ons succes ging schuil achter de uiterst moderne organisatie van het werk  : het was de bijna bovenmenselijke gehoorzaamheid die pater Maximiliaan eiste en die hijzelf tot in het heldhaftige toe beoefende.  »

Misschien vat broeder Bart het best de ziel van Niepokalanow samen wanneer hij uiterst nauwkeurig de fundamentele bron van de energie ervan bepaalt  : «  Het was gewoonweg een natuurlijke neiging tot volmaaktheid, en het zeer levendig gevoel te werken voor de glorie van God.  »

Een ander verschil lag in de passie – sommigen zullen zeggen  : de obsessie – van Maximiliaan Kolbe voor de armoede. Wanneer hij bezorgd was om menselijke productiviteit dan was het alleen met het oog op zijn geestelijke zending, en wanneer hij rijkdom op het oog had dan was het alleen de rijkdom die de grenzeloze liefde tot God verleent. Nooit ontstond er in zijn geest enige verwarring tussen de evangelische uitstraling van zijn werk en zijn materiële successen, zoals Eugeen Srzednicki, zakenman en beheerder van prins Drucki-Lubecki, die de pater sinds 1927 kende, noteert  :

«  Ik zag hem in Grodno dikwijls kampen met de ergste financiële moeilijkheden  ; en in Niepokalanow zag ik hem ook grote giften in ontvangst nemen. Welnu, in beide gevallen was zijn gedrag juist hetzelfde  : hij bleef de eenvoudige en bescheiden franciskaan die hij altijd was geweest. De waarheid is dat op het ogenblik dat hij het meeste geld ontving hijzelf er het meest onthecht scheen uit te zien. Niets voor zichzelf, alles voor zijn werk, zou men kunnen zeggen. Niet dat hij ook maar enige minachting voor de materiële goederen had, maar hij gebruikte ze slechts in functie van zijn ideaal en de verwezenlijking daarvan.  »

Anderzijds legde pater Kolbe tegenover zijn religieuzen een bezorgdheid aan de dag die eveneens een bijzonder karakter gaf aan de betrekkingen die hij met de mensen onderhield. Broeder Bronislav  : «  Wij waren met vele honderden, en toch kende de pater ieder van ons door en door. De deur van zijn werkkamer stond altijd open en voor iedereen had hij zonder uitzondering een warme glimlach en een bemoedigend woord.   »

(Patricia Treece, Een man voor de anderen  :
Maximiliaan Kolbe, de Heilige van Auschwitz, p.85-91)

KCR januari-februari 1999 (27ste jaargang nr. 1)