De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

25 MAART 2018

Onze bescheiden plechtigheden
raken het hart van God

HET feest van Palmzondag viert de triomfantelijke ontvangst die Jeruzalem bood aan Onze Heer Jezus Christus, waarbij Hij als hun redder werd erkend. Heel Jeruzalem was vervuld van enthousiasme, maar enkele dagen later zal de menigte zich van Hem afwenden en de dood van Jezus eisen.

Sint-Augustinus doet opmerken dat die grote triomf van Jezus in zijn eigen ogen slechts een klein succes was, want in werkelijkheid is Hij de Koning van de wereld  :

«  Maar wat betekende het voor Jezus om slechts Koning van Israël te zijn  ? Wat een grote verheerlijking was het voor de eeuwige Koning om Koning van de mensen te worden  ? Want Christus was geen Koning van Israël om belastingen op te eisen en een leger uit te rusten dat strijd zou voeren tegen aardse vijanden. Hij is Koning van Israël om te heersen over de zielen, te voorzien in hun eeuwigheid en naar het Koninkrijk der hemelen al diegenen te voeren die in Hem geloven, die op Hem hopen en die Hem beminnen.  »

Sint-Augustinus brengt ons naar het innerlijk hart van Jezus wanneer Hij op de ezelin gezeten is en door de nauwe straten van Jeruzalem trekt, toegejuicht door de massa. Eigenlijk is het een pover tafereel  ! Beeld je het H. Hart van Jezus in, het hart van de mens geworden Zoon van God  ! Hij is God, alles is stof in zijn hand. Wat een contrast tussen de almachtige Jezus, Koning der koningen en Heer der heren, en die zeer bescheiden triomf, zo bescheiden dat het iets bespottelijks heeft.

Jezus had die zogezegde triomf kunnen minachten en absoluut ongevoelig blijven voor die nietszeggende eerbetuigingen. Als mens geworden Zoon van God wist Hij alles, Hij was zich bewust van zijn ontzaglijke majesteit en ook van de kleinzieligheid van de eerbewijzen die Hem gebracht werden. Maar in plaats van gerechtigheid en woede te laten doorwegen heeft zijn zacht en nederig Hart gekozen voor medelijden, medeleven, tederheid. We moeten ons realiseren in welke mate het Hart van Jezus op dat moment vervuld is van een immens medelijden met dat zo broze schepsel dat de mensheid is  ; zijn hart is vol van een ontzaglijk medelijden met die zondige wereld.

Het zijn deze gevoelens van barmhartigheid, van medelijden, van vergevingsgezindheid die zijn Hart op dat moment hebben overstelpt. Beelden we ons niet in dat Hij in een roes geweest is door de eer die Hem werd bewezen. Maar Hij stelde de wanverhouding ervan vast en deze wanverhouding bewoog zijn Hart, een beetje zoals ouders bewogen zijn wanneer ze zien dat hun kind hen een heel lelijke tekening aanbiedt voor hun feestdag. Natuurlijk moet men het kind niet laten geloven dat hij een meesterwerk gemaakt heeft, maar men moet het met heel veel liefde bejegenen, het doen beseffen dat het hen een plezier gedaan heeft.

Aldus laat Jezus de apostelen en de Joden die Hem toejuichen niet geloven dat ze een schitterende daad gesteld hebben  ; Hij blijft absoluut de meester, de verheven Koning, maar vol goedheid. Hij laat zijn verhevenheid voelen en aanvaardt deze triomf uit goedheid. Zo zal men, wanneer Hij veroordeeld zal worden door de slechteriken, de herinnering bewaren aan zijn sereniteit, aan zijn verhevenheid en men zal overtuigd zijn van zijn overwinning.

Waarom wil ik jullie samen met Sint-Augustinus doen mediteren over het Hart van Jezus op dat moment  ? Omdat mijn jarenlange ervaring me toont dat al die godsdienstige plechtigheden, met inbegrip van de processie van Palmzondag – die heel bescheiden zijn wat betreft het aantal mensen dat eraan deelneemt – hun betekenis krijgen door de ernst van de pastoor, door de verhevenheid van zijn ambt, door zijn geloof. De priester vertegenwoordigt Jezus Christus en moet het gevoel hebben van de verhevenheid van Christus, die hij vertegenwoordigt, en terzelfdertijd het gevoel van het grote medelijden van Christus met die kleine menigte die daar aanwezig is.

Het is bespottelijk en toch houdt Jezus van die plechtigheid en, omwille van dat gevoelen van de goedheid van Christus die zo’n kleine dingen aanvaardt, bewaren wij de gedachte dat doorheen de beproeving van het leven Hij ons de overwinning belooft. Dat is de reden waarom we gelukkig moeten zijn deel te nemen aan de kleine plechtigheid van vandaag en tevreden moeten zijn met die eerbewijzen die we aan onze Verlosser bewezen hebben. Natuurlijk, het is zo buiten verhouding, maar we hebben toch aan Christus gezegd dat Hij ook vandaag nog de Koning is, dat we vertrouwen in Hem stellen, dat we van Hem houden en Hem trouw willen zijn.

Terwijl we naar de priester kijken, zien we dat er iets machtigs, transcendent, geruststellend van de plechtigheid uitgaat  : hoe nederig ze ook is, ze is reeds een teken van de goedheid van God die ons de overwinning zal schenken.

In de vreselijke jaren die we doormaken en die jaren van geloofsafval zijn, moeten we zeer trouw, zeer aandachtig blijven wat deze plechtigheden van de Kerk aangaat. We moeten eraan deelnemen met de grootste ernst, er nooit mee lachen noch er beschaamd over zijn of ze als achterhaald beschouwen… Deze plechtigheden betekenen niet veel, maar dat belet niet dat het Hart van God er helemaal door bewogen en getroost is. We juichen Christus toe, Hij is onze Koning, onze aanvoerder, vandaag zoals 2000 jaar geleden. Hij voert ons aan en we weten dat doorheen zijn Passie en zijn dood Hij ons naar de Verrijzenis zal leiden. We weten ook dat doorheen het actuele lijden van zijn Kerk en haar schijnbare dood, haar hergeboorte, haar verrijzenis op het programma staan, dat is zeker. In Fatima verzekert de H. Maagd ons dat de beproevingen maar tijdelijk zullen zijn want «  Op het einde zal mijn Onbevlekt Hart zegevieren  !  »

Ik nodig jullie dus uit het voornemen te maken om deze plechtigheden van de Goede Week goed te volgen. Het gaat om kleine zaken zijn, maar God kijkt ernaar met oneindig veel medeleven en zal ons daarom redden van de huidige kwade tijd. Hij zal ons geloof en dat van onze kinderen doen stand houden en ons naar de overwinning van de hemel voeren.

abbé Georges de Nantes
 uittreksels uit de homilie van Palmzondag 1987