De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

31 MAART 2019

De afwezige in de parabel van de verloren zoon

OP deze 4de zondag van de Vasten is het goed te mediteren over de parabel van de Verloren Zoon, waarin Jezus ons het barmhartig Hart van onze zeer geliefde hemelse Vader openbaart.

Wat ontbreekt er aan de parabel  ? Was die vader van dat gezin soms weduwnaar  ? Het lijkt erop dat er geen vrouw of moeder in dat huis aanwezig was  ; dat is vreemd. Waarom heeft Jezus in zijn parabel geen vrouw ten tonele gevoerd, een moeder die het beeld zou geweest zijn van de Maagd Maria  ?

Maar  : alles op zijn tijd… Jezus heeft dat niet gewild want de Joden en meer nog de heidenen waren niet klaar om deze openbaring te ontvangen. De mensen mochten zich niet gaan verbeelden dat er in God een vrouwelijke godheid bestond. De heidenen zouden dan de Maagd Maria aanbeden hebben als een godin, hetgeen ondenkbaar is. Deze voorzichtige wijsheid is de reden van het stilzwijgen van de evangelisten over de Maagd Maria. In de schoot van een zeer verdorven heidendom waarbij, zodra men spreekt over een vrouw, de slechte mensen zich het ergste inbeelden, moest de evangelische boodschap dus zonder dubbelzinnigheid zijn.

God is God, God is Vader en de mens is het beeld van God, Adam. Het bewijs bestaat hierin dat zijn Zoon, zijn goddelijk beeld, man geworden is en geen vrouw. Dat is veel meer dan een conventie, want God is de Leider, het gezag. Vandaag is deze dogmatische waarheid onuitstaanbaar voor die dwazen van feministen die beweren dat God evenzeer vrouw als man is. Ze vinden een tweeslachtige God uit en sommigen onder hen strijden er zelfs voor opdat de naam van Jezus, die van het mannelijk geslacht is, in de vrouwelijke of tenminste in de onzijdige vorm zou gezet worden  ! De hoogmoed van de vrouw op heidense bodem is, gisteren zowel als vandaag, zonder maat…

Deze nieuwe ketterij van het feminisme heeft God op een schitterende manier van antwoord gediend. God is Vader, de mens is zijn beeld, dat is juist, maar Hij heeft in zijn schoot, als ik dat zo mag zeggen, een vrouw verborgen  : de Maagd Maria. In alle eeuwigheid is zij daar, tegenwoordig. Laten we, om de thomisten welgevallig te zijn, zeggen dat zij een eenvoudig idee van God is, maar men kan aan dat idee diepgang geven door aan de ziel van de Maagd Maria, de Onbevlekte Ontvangenis, een reële pre-existentie toe te kennen.

Als de evangelisten een zeer grote discretie bewaren over de Maagd Maria, dan is dat omdat ze beseffen dat ze tegenover een mysterie staan. Nochtans zullen ze evenmin vergeten het ons te openbaren, zelfs als dat onder bedekte termen gebeurt opdat “zij die oren hebben, zouden luisteren…

Herinner u het mirakel van Kana en verder ook volgende passage uit het Openbaar Leven van Jezus. Hij heeft Nazareth en de Maagd Maria verlaten. Om niet alleen te blijven heeft hij zich aangesloten bij zijn verwanten, maar deze familie, al deze neven, geloven niet alleen niet in Jezus, maar denken dat Hij krankzinnig geworden is. Op een dag dwingen zij de Maagd Maria hen te vergezellen om Jezus op te zoeken en Hem onder dwang naar Nazareth terug te brengen. Ze komen aan te Kafarnaüm  : “Daar zijn uw Moeder en uw broers die u zoeken.

Dat is voor Jezus een uitstekende gelegenheid zijn om hen uit te leggen hoe belangrijk zijn Moeder voor Hem is. Maar in zijn eindeloze wijsheid zegt Hij hen  : “Wie zijn mijn Moeder en mijn broers  ? Het zijn zij die het Woord Gods aanhoren en het in de praktijk brengen.” Dat wil niet zeggen dat alle aanwezige vrouwen moeders van God waren, maar het was een manier om zijn moeder aan te duiden en te troosten, want als er één iemand is die het woord Gods in praktijk gebracht heeft, dan is het wel Zij. Want niemand heeft meer het woord Gods in praktijk gebracht dan diegene die Hem haar vlees en haar bloed gegeven heeft om Hem te doen verschijnen in de wereld. Hier gaat het om een manier om haar zijn liefde te verklaren, mee te leven met de moeilijke situatie waarin ze zich bevindt.

Later is er een ultiem moment geweest waarop Jezus heel zijn Hart heeft geopenbaard, waarop Hij niet langer in allusies of parabels heeft gesproken. Hij heeft zijn langdurig stilzwijgen ingehaald, Hij heeft ons alles gezegd. Ik heb gehoord hoe predikanten me deze woorden van het Evangelie citeerden, ik heb ze honderden keren gehoord en gelezen, maar dat is over mij heen gegaan zonder er aandacht aan te schenken. Ieder van ons heeft zijn ogenblik en soms moet men lang wachten alvorens de H. Geest eensklaps in onze ziel een vonk intelligentie doet opvlammen. Dan krijgen de woorden van Christus, die aan ons verstand ontglipt waren, plots een goddelijke waarde…

Toen Jezus aan het Kruis hing, heeft Hij tot zichzelf gezegd  : “Ik ga hen mijn geheim vertellen. Deze keer loop ik geen risico; de Farizeeën en de anderen horen mij niet. In mijn lijden ga ik mij oprichten steunend op de nagel in mijn voeten en Ik ga hen mijn geheim prijsgeven.” Hij zegt tot de H. Maagd  : “Vrouw, ziedaar uw zoon” en vervolgens tot de H. Johannes  : “Ziedaar uw Moeder“. Dat is de openbaring.

Er is dus wel degelijk een vrouw in het grote huis van het Koninkrijk Gods en ze neemt daar de eerste plaats in. Jezus geeft ons aan Haar. “Vrouw, ziedaar uw zoon.” In zijn liefde voor ons openbaart Jezus ons dat de Maagd Maria daar is. Hoe kwaadaardig we ook zijn, zij is steeds belast met onze redding. Vervolgens, terwijl Hij zich tot de H. Johannes wendt  : “Ziedaar uw Moeder.” Aan ons die zo verdoofd, zo onwetend, zo ongelukkig zijn in onze rebellie tegen God, wordt geopenbaard dat we een moeder, een mama hebben  !

Men moet de parabel van de Verloren Zoon begrijpen in het licht van deze ultieme vervulling van de openbaring. Die familievader die de feestzaal verlaat om zijn verloren zoon te spreken of vervolgens zijn verharde oudste zoon  : dat is een moederlijk gebaar. God openbaart daar een moederlijk gevoelen. Deze moederlijke fijngevoeligheid van zijn Hart heeft Hij om het zo te zeggen gegeven aan de Maagd Maria. Het is door Haar dat Hij ons zijn barmhartig hart toont en er voordeel laat uithalen. Zij is het die nu, als middelares van alle genade, naar de zondaars toe rent.

Hoeveel heiligen, zonder te spreken over de massa brave christenen, hebben deze parabel van de Verloren Zoon kleur gegeven door met een hart vervuld van dankbetuigingen de goedheid te bezingen van Maria Hulp der Christenen, Maria van Goede Bijstand, Maria Toevlucht van de zondaars… Meer en meer komt ze in de Kerk tussenbeide en te Fatima openbaart ze ons dat God in de wereld de devotie tot het Onbevlekt Hart wil invoeren. Waartoe  ? Om de zielen te redden van de arme zondaars die op weg naar de hel zijn, om de ongelukkige verloren kinderen te redden – en die zijn zo talrijk in onze tijden van geloofsafval  !

Op deze 4de zondag in de Vasten moeten we eerherstel brengen, vergiffenis vragen aan de H. Maagd voor al onze minachting, onverschilligheid, ondankbaarheid waardoor haar Hart doorstoken wordt. We gaan dit doen door nu beter te begrijpen dat ze daar is, met de grenzeloze macht van haar Onbevlekt Hart, alles voor allen, volledig in beslag genomen door haar zwoegen om de mensheid te redden. Als de H. Maagd niet bestond, zouden we hulpeloos staan tegenover de rechtvaardigheid van God.

abbé Georges de Nantes
uittreksels uit de homilie van 5 maart 1994