De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

150. De Falanx is katholiek

1. Tenslotte weet de falangist dat «  het Rijk Gods in de hemel is  ». Het leven op deze wereld gaat voorbij en is slechts de voorbereiding en de voorafbeelding van de nieuwe wereld die komende is, waarvoor alles is gemaakt en die uiteindelijk alleen van belang is. De geest van onze Falanx is niet humanistisch. Ecologie en corporatisme, monarchie en nationalisme zijn voor de falangist niet gewoon maar stokpaardjes. De inspiratie van onze beweging is van mystieke aard. Elke falangist is eerst en vooral intens katholiek, gehoorzaam aan God, begaan met dienstbaarheid aan de Schepper en vol verlangen naar de volkomen vereniging met Hem in de gelukzaligheid van het eeuwig leven.

2. Als leerlingen van de Z. Charles de Foucauld, broeder Charles van Jezus, hangen de falangisten met een evangelische liefde aan Jezus, een liefde waarvan hun leven overvol is. Vanuit die liefde verlangen zij naar de grenzeloze glorie en vruchtbaarheid van de Kerk, hun moeder, naar de herleving van hun christelijk vaderland en alle tradities die daarmee verbonden zijn, naar een nieuwe missionering en kolonisatie die heel de aarde openstellen voor het rijk van Christus Koning en die indien mogelijk alle mensen zullen redden  ! Die brandende liefde stelt hen in staat om alle verdriet te overstijgen over een Kerk die zich lijkt over te leveren aan het vlees, de wereld en de Antichrist.

3. De falangist beschouwt zonder valse toegeeflijkheid of menselijk opzicht de wanorde die heerst in de zgn. “ hervormde ” katholieke Kerk, die ziek is van het Concilie en de pausen die er zich op beroepen, net zoals hij de chaos vaststelt binnen de christelijke schijngodsdiensten en niet-christelijke religies. Daarom hecht hij zich alleen aan wat waar en goed is, aan wat door de eeuwen heen als van goddelijke oorsprong overgeleverd is  : «  Quod ubique, quod semper, quod ab omnibus creditum est  » (“ Wat altijd, overal en door iedereen geloofd werd ”) (H. Vincentius van Lérins).

De falangist schaart zich bijgevolg achter de katholieke Contrareformatie van de 21ste eeuw, die net als die van de 16de eeuw de belofte van een authentieke katholieke Renaissance inhoudt.

Die strijd in en voor de Kerk, tegen de kanker die haar ondermijnt, is de meest vurige, vrome en hartelijke, maar ook veeleisende dienst die de falangist aan God en zijn medebroeders wil bewijzen, het meest treffende getuigenis ook van zijn geloof, zijn hoop en zijn liefde.

4. Door het voorbeeld en het woord van Christus en met zijn genade weet de falangist dat er buiten de dingen van God hier beneden niets blijvends of volmaakts is. Hij kijkt de dood, die van zijn ouders, zijn leermeesters, zijn geestelijke broers en zonen en die van hemzelf dan ook sereen in de ogen. Hij is gereed om de dood voor God te ondergaan als martelaar, als strijder of ook als het geheimvolle laatste offer van de «  nutteloze knecht  », uit boete, lof en liefde tot de H. Drie-eenheid. Daarom verlangt hij van zijn naasten, zoals hij het ook tegenover hen zal doen, dat zij hem waarschuwen als het sterven op handen is, opdat die laatste levensdaad van hem als katholiek, koningsgezind en communautair falangist de mooiste mag zijn.