De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

FRANCISCUS EN
HET ONBEVLEKT HART VAN MARIA

ONZE hoop is gelegen in het Onbevlekt Hart van Maria. De paus zou slechts één woord moeten spreken om «  in de wereld de godsvrucht tot het Onbevlekt Hart van Maria in te stellen  », en dus de vrede te verzekeren die haar is toevertrouwd.

Franciscus is daar helemaal klaar voor. Hij heeft een grote devotie voor de H. Teresia van Lisieux, die gezegd heeft  : «   Ik begreep dat de Kerk een Hart had, en dat dit Hart brandde van liefde… Ik begreep dat de Liefde alle roepingen omvatte, dat zij alle tijden en alle plaatsen omhelsde…   » (8 september 1896).

Welnu, de bron van deze liefde is het Onbevlekt Hart van Maria. Het volstaat de paus te beluisteren om te begrijpen dat zijn mariale devotie draagster is van de godsvrucht tot het Onbevlekt Hart van Maria die God in de wereld wil instellen. Op het feest van het H. Hart van Jezus bracht hij in herinnering dat «  de bijbelse term “ erbarmen  ” te maken heeft met de moederschoot   ».Inderdaad duidt het Hebreeuwse woord rahamîm de baarmoeder aan, de moederschoot die “ ineenkrimpt van medelijden ” zoals gebeurt bij de ware moeder tijdens het Salomonsoordeel (1 K 3, 26). De paus besloot  :

«  Laten wij ons richten tot de Maagd Maria  : haar Onbevlekt Hart, haar moederhart, heeft maximaal gedeeld in het “ erbarmen ” van God, in het bijzonder in het uur van het lijden en de dood van Jezus. Mocht Maria ons helpen om zacht, nederig en barmhartig te zijn jegens onze broeders.   »

Als Lucia van Fatima de waarheid heeft gezegd – en dat staat als een paal boven water – dan bevinden wij ons in de tijd van de vervulling van het derde deel van het Geheim, en dat is beangstigend  : «  Links van Onze-Lieve-Vrouw, een beetje hoger, zagen wij een engel met een zwaard van vuur in zijn linkerhand. Het fonkelde en verspreidde vlammen die de wereld leken te moeten in brand steken.  »

12 oktober 2013

Een bezorgd en bedroefd ogende paus Franciscus
verwelkomt Onze-Lieve-Vrouw van Fatima, 12 oktober 2013.
© SERVIZIO FOTAGRAPHICO. O. R.

Dat is wat in september 2013 ei zo na gebeurde, toen Obama besloot om Syrië te bombarderen. Maar op 7 september had de paus urbi et orbi het rozenhoedje doen bidden. En «  de vlammen doofden uit toen ze in contact kwamen met de schittering die Onze-Lieve-Vrouw vanuit haar rechterhand liet uitgaan in de richting van de engel met het zwaard van vuur.  »

Dankzij de bemiddeling van Rusland…

Maar het gevaar is niet geweken. Zal Israël Iran aanvallen om de nucleaire sites te vernietigen, zoals in Irak in 1981 en in Syrië in 2007  ? Dat kan inderdaad de hele wereld in vuur en vlam zetten. Als de Israëlische leiders die beslissing echter zien als een «  existentiële  » noodzaak zullen ze niet aarzelen.

Daarom is er geen andere redding dan zijn toevlucht te zoeken bij het Onbevlekt Hart van Maria  :«  Herinneren we ons dat op de dag van Pinksteren Maria zich aan de zijde van de apostelen bevond. Bij hun moeder zijn de kinderen veilig. Zoals de kinderen doen die schuilen in de armen van hun moeder, zo moeten ook wij, als we schrik hebben, naar haar toegaan die ons behoedt en beschermt onder haar mantel   » (paus Franciscus, 6 juli 2013).

DE OORLOG IS OVERAL

De Amerikanen vielen Irak binnen in 2003. Twee jaar na de terugtrekking van hun troepen op het einde van 2011 is de situatie als de hel op aarde  : meer dan zesduizend personen gedood in 2013, een aantal dat bovenop het hallucinant cijfer van een half miljoen doden komt, slachtoffers van tien jaar strijd en aanslagen. Welk voordeel heeft het tijdperk “ na Saddam Hoessein ” gebracht  ?

Syrië is de laatste buffer tussen Iran en Israël. De grote dreiging van de hel over Syrië is niet het chemisch wapentuig of de Iraanse nucleaire macht. Neen, de dreiging die de vrede in de wereld op het spel zet is de jihad, de heilige oorlog ontketend door de islam om de christenheid van het Midden-Oosten te vernietigen.

De «  vlammen van de hel  » hebben in de nacht van 1 op 2 december het christelijk dorp Maaloula getroffen. De rebellen hebben vanaf de steile rots die boven het dorp uitsteekt een groot aantal banden gevuld met explosieven laten terechtkomen op de regeringsgetrouwe soldaten, die daarop de vlucht genomen hebben. De jihadisten zijn vervolgens naar het klooster van de H. Tecla (Mar Takla) getrokken, waar ze met geweld twaalf orthodoxe zusters hebben meegevoerd.

Is Assad een verschrikkelijke dictator  ? Er is erger dan de dictatuur, namelijk anarchie, die tot burgeroorlog leidt. De Verenigde Naties wakkeren het vuur nog aan  : de hoge commissaris voor de mensenrechten van de VN beschuldigt Assad van misdaden tegen de mensheid  !

De huidige toestand in Libië zou onze leiders, die zo fel gekant zijn tegen de Syrische president, nochtans moeten overtuigen van hun dwaling. Het is nu iets meer dan twee jaar geleden dat Kadhafi gelyncht werd door de rebellen nadat zijn konvooi door de Franse luchtmacht gebombardeerd was. Sindsdien stellen zomaar eventjes 1700 onderscheiden milities en clans de wet. De best georganiseerde heersen over de aardolieterminals of verrijken zich met de handel in drugs, wapens of mensen… De Libische kusten zijn het vertrekpunt geworden van het grootste aantal clandestiene migranten naar Europa. Voor een overtocht naar het Europese “ eldorado ” eisen de Libische trafikanten duizend dollar per persoon.

Het zuiden van Libië is het schuiloord geworden voor de islamistische katiba’s (bataljons), traditionele vijanden van Frankrijk die de hele Sahel afschuimen. Vandaag de dag hebben de Fransen op het Libische grondgebied geen enkele betrouwbare partner meer met wie ze het islamisme en de handel in drugs, wapens en mensen kunnen bestrijden. Deze hel is het resultaat van de militaire tussenkomst van Nicolas Sarkozy in maart 2011  !

Op 55 km ten noorden van Damascus ligt het dorp Maaloula, het aloude hart van het christendom in Syrië, waar men nog Aramees (de taal van Christus) spreekt. Maaloula is al verschillende maanden het toneel van gevechten tussen het regeringsleger en de “ rebellen ”. Op 4 september 2013 vond een eerste invasiepoging door jihadisten plaats die verhinderd werd door het leger en plaatselijke volkscomités. Enkele dagen later kwamen honderden gewapende mannen, Syriërs en vreemdelingen, terug naar Maaloula en dwongen de regeringssoldaten om zich terug te trekken. Een vrouwelijke ooggetuige vertelt  :

«  De terroristen hebben de kloosters van Mar Sarkis (H. Sergius) en Mar Bakhos (H. Bacchus) in brand gestoken. Zij hebben alles doorzocht en geplunderd terwijl ze veel godslasteringen riepen. Antoine Saalab, de assistent van pater Toufik Eid, werd door hen onthoofd. Talrijke christelijke inwoners zijn gevlucht naar Damascus.

«  Ze zijn eerst binnengedrongen bij Aboe Aala al Haddad, een christen die in Libanon woont en die enkele dagen in zijn geboortedorp doorbracht. Zijn aanvallers gaven hem het bevel zich tot de islam te bekeren. Ze braken de kruisen en iconen in stukken en sloegen daarna de hele inboedel kort en klein. Alvorens hem te vermoorden, zeiden ze  : “  Wij voeren de heilige oorlog tegen de kruisvaarders.  ”

«  Vervolgens vielen ze binnen bij Jamilé Oum Mahfouz, een weduwe, en haar dochter. Ze riepen  : “ Hier zijn de goddelozen  !  ” Ze behandelden de moeder en de dochter als aanbidsters van het kruis. Ze namen het kruisbeeld dat in het huis troonde en braken het stuk. Daarna namen ze beiden mee naar een onbekende plaats.

«  Nadien gingen de terroristen naar het centrale plein, waar ze godslasteringen begonnen te roepen tegen alle gewijde voorwerpen  : iconen, kruisen en beelden. De kinderen waren zo afgrijselijk bang dat ze hun stem kwijt zijn. Enkelen van hen zijn nog in klinieken in Damascus.

«  Onder de terroristen waren er naar het schijnt ook Libiërs en Tsje-tsjenen. Ze hebben verschillende christenen meegenomen om als menselijk schild te dienen in het geval van een confrontatie met het leger.

«  Wij zijn wanhopig. Vervloekt is de democratie die Amerika en Frankrijk ons willen brengen.  »

bron  : Investig’Action

broeder Bruno van Jezus-Maria
Hij is verrezen  ! nr. 67, Januari-Februari 2014