De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw
Print Friendly, PDF & Email

OVER DE OPVOEDING VAN DE KINDEREN
XI. ZIJN DE OUDERS VERANTWOORDELIJKALS EEN KIND ONTSPOORT ?

JULLIE zijn zeker ontzet en bang als jullie in de krant de misdaden lezen die sommige jongeren begaan. Het gaat dan om, zo noemt men ze, ontspoorde jongeren. Maar zij komen soms uit eervolle families met een goede reputatie. En dat geeft ons een wee gevoel  : als dat bij zo’n mensen kan gebeuren, waarom zouden zulke monsterachtige zaken dan op een dag niet ook bij ons kunnen voorvallen  ? Wie beschermt ons tegen zo’n ongeluk  ? Zullen onze kinderen, die zo vlug groot worden, tot de goede soort behoren of tot de misdadigers  ?

WOORDEN WEKKEN,
MAAR VOORBEELDEN STREKKEN

Wij sparen tijd noch geld als het over hun gezondheid gaat, maar de kwaliteit van hun ziel is moeilijker te beschermen of te vervolmaken. En nochtans, wat is er belangrijker  ? Als de ziel dood is, wat voor belang heeft de rest dan nog  ?

Ik maak me zorgen over al jullie kinderen, waarvan ik hou en die ik een mooie toekomst toewens, op materieel en natuurlijk vooral op moreel vlak. Ik lig wakker van al de verlokkingen die hen bestoken om hen verloren te laten lopen. Ze gaan zo op in alle vormen van amusement, ze zijn alle goede dingen die men hen aanbiedt zo vlug moe, ze vergeten zo snel hun plichten  !

Een journalist schreef een tijd geleden een artikel over een crimineel en eiste dat zijn ouders zouden veroordeeld worden  : alles kwam, zo zei hij, door hun slechte opvoeding  ; de verantwoordelijkheid van de ouders vond hij verpletterend…

Een vader heeft hem geantwoord  : «  Je doet met je kinderen niet wat je wil. Als ze verdorven zijn, als ze dat in zich hebben, wat kunnen de ongelukkige ouders dan doen  ? En als de gemeenschap hen dan nog zou helpen  ! Maar het familiale midden kan de kinderen niet meer behoeden voor de invloeden van buitenaf.  »

Deze polemiek doet me denken aan de aloude dialoog tussen de vader van de filosofie, Socrates, en één van zijn leerlingen, over die eeuwige vraag in verband met de opvoeding  : kan je aan je kinderen de deugd en een waardig gedrag aanleren  ? Wie is verantwoordelijk als zij een goede of een slechte koers varen  : de erfelijkheid  ? Hun eigen karakter  ? De familie of de maatschappij  ?

Een kind dat tot de jaren van verstand is gekomen, heeft van zijn ouders ingeboren gesteltenissen geërfd, maar ook gewoontes in het dagelijks leven die als het ware zijn tweede natuur zijn geworden. Al wat het kind ziet vanaf zijn prilste jeugd laat een diepe indruk in hem achter en het bootst na wat het ziet doen  : heel je leven hou je vast aan de gewoontes die je zijn aangeleerd in je kindertijd. Als de ouders zich pas met de opvoeding gaan bezig houden als het kind zijn kinderschoenen ontgroeid is, zal het al te laat zijn.

HET SCHAAMTEGEVOEL ALS VOORBEELD

Geleerde psychologen hebben aangetoond dat een kind veel moeite heeft om het christelijk geloof (of een andere verheven leer) te omarmen als het er geen spoor van heeft gezien in het dagelijks leven van zijn familie. Zo zullen ook heel veel lessen die men het kind pas later geeft, geen vrucht meer dragen als zijn ouders ze niet hebben voorgeleefd. Het beste voorbeeld hiervan is het schaamtegevoel. Als het kind niet van kleins af aan onafgebroken het schaamtegevoel heeft waargenomen in het gedrag van zijn ouders, waardoor onmerkbaar zijn ziel en zijn gedrag gevormd zijn, zal je het niet meer onder dwang de schroom kunnen aanleren op het ogenblik waarop het in de puberteit een noodzakelijke deugd is geworden.

Sommige kinderen lijken altijd te spotten  : «  Maak dat de anderen wijs  !  », eenvoudig omdat ze niet kunnen geloven in dingen waaraan tot dan toe niemand bij hun weten belang leek te hechten. Je kan tegen hen over God spreken, maar als God in het dagelijks leven van de ouders niet bestaat, tenzij om te vloeken en te lasteren, dan is de kans groot dat het kind er niet in kan of wil geloven.

Tenzij het kind al te zwaar erfelijk belast is of thuis immorele voorbeelden heeft gekregen, is het toch nog ontvankelijk op de leeftijd tussen acht en twaalf jaar. Het luistert en tracht te begrijpen. Je moet het dan wel op alle manieren aantonen dat wat je van hem eist ook werkelijk voor zijn goed is. Kinderen krijgen verbijsterend veel preken te horen… maar je moet er wel zelf in geloven  ! Zeg hen niet dat ze moeten bidden als je het zelf niet doet, zeg hen niet dat ze moeten werken en eerlijk zijn in het leven als je hen zelf het tegendeel voorleeft. Sommige volwassenen zijn helaas zo hypocriet… Onze kinderen hebben ook gezond verstand. Ze zijn niet voor alles blind. Hun geest staat altijd op scherp  !

Natuurlijk zijn de ouders niet volmaakt, maar het is noodzakelijk dat onze kinderen onze diepe overtuiging voelen in de raadgevingen die wij hen geven. Het is een zó boeiende tijd wanneer een vader en een moeder er zich liefdevol op toeleggen om de ziel van hun kinderen te vormen naar de gelijkenis met hun eigen ziel. Echt gelovige en pratikerende, echt deugdzame en eerlijke ouders zullen aan hun kinderen de vreugde en de schoonheid van een hoogstaand leven zo levendig kunnen tonen dat die er bijna zeker zullen naar verlangen om ook zo’n leven te leiden en erin stand te houden, ondanks de onvermijdelijke moeilijkheden van het leven.

ENKELE BELANGRIJKE RAADGEVINGEN

Natuurlijk moet je enkele voorzorgen nemen als je je kinderen echt liefhebt en als je echt bekommerd bent om hun toekomst. Ik geef er jullie enkele.

Je moet nauwgezet toekijken op de personen met wie je kinderen omgaan. Je vertrouwt je auto niet toe aan een garagist als je niet zeker bent van zijn vakkundigheid. Maar je grote kinderen zou je blindelings overleveren aan de macht van om het even welke leraar of kameraad die ze ontmoeten  ! Hoeveel kinderen zijn niet slecht geworden voor het leven door een vergiftigde vriendschap, een verdorven persoon…

Je moet waken over al wat je kind leest en ziet op tv of internet. En je mag niet doen alsof “ grote mensen ” dingen mogen lezen en zien die ze aan hun kinderen verbieden… Als de ouders zelf de kuisheid niet hoog in het vaandel dragen, zullen de kinderen denken dat ze vanaf een bepaalde leeftijd ook met obsceniteiten mogen bezig zijn, naar het voorbeeld van hun ouders. Alstublieft, ouders, offer dat kijk- en leesgedrag van twijfelachtig allooi op om de ziel van jullie kinderen en hun toekomst te redden  !

Je moet niet alsmaar herhalen  : «  Geld is alles in het leven  !  » of  : «  De gezondheid is het hoogste goed  !  » Je moet je kinderen er niet van proberen te overtuigen, onder het voorwendsel van hen beter te laten werken in de klas, dat ze er «  koste wat het kost moeten komen  » en dat «  slagen in het leven  » het enige is wat echt telt, het enige wat zonder voorbehoud onze bewondering wegdraagt. Een kind dat met deze slogans volgepropt wordt, zal vals spelen in de klas, stelen, brutaal worden en aan niemand nog gehoorzamen. Als het uiteindelijk ontdekt dat geld en succes niet méér waard zijn dan de pleziertjes die je erdoor kan krijgen, zal het alle barrières omver gooien om zijn driften te voldoen.

De ouders kunnen zich de rampzalige impact van sommige materialistische opmerkingen op hun kinderen niet voorstellen. Die verderven hen en nemen hen alle edelmoedigheid af, ja zelfs hun geweten. Op een dag zullen zo’n kinderen zich tegen hun ouders keren, maar dan zijn het de ouders die dat gewild hebben. Ik heb ooit een kind gekend dat zijn stiefmoeder de schedel heeft ingeslagen om naar de bioscoop te kunnen gaan  !

DE GEHOORZAAMHEID AAN GOD

Maar «  alle vaderschap komt van God  ». Uiteindelijk zal het welslagen van het opvoedingswerk van de ouders afhangen van hun eigen gehoorzaamheid aan God, hun hemelse Vader, en van de waarachtige liefde die ze Hem hebben betoond.

Waarom zou de adolescent die God misprijst zijn ongelovige ouders niet misprijzen, die minder waard zijn dan God en minder kunnen  ? Wie echter zijn vader en zijn moeder ziet bidden en zich nederig onderwerpen aan de Wet van God, die zal in de dagen waarin de gehoorzaamheid hem ­moeilijk valt, in volle puberteit, begrijpen dat de eisen van zijn ouders van een hogere instantie komen en dat zij betrekking hebben op een bovennatuurlijk geluk dat alle aardse dingen overstijgt.

Gelukkig zo’n ouders  ! Gelukkig zo’n kinderen  ! Want in de Decaloog, die Mozes duizenden jaren geleden van God ontving op de berg Sinaï, staat geschreven  : «  Eer uw vader en uw moeder, zodat ge lang zult leven op de aarde die God u geeft…  »

abbé Georges de Nantes
Hij is verrezen  ! nr. 94, juli-augustus 2018