4 OKTOBER 2026
De moorddadige wijnbouwers, toen en nu
Het Evangelie van deze zondag geeft antwoord op een fundamentele vraag: Wie heeft de Heer gedood? Achter de historische waarheid gaat een mysterie schuil: dat van het volk van God, dat was uitverkoren om de wegen van de Messias te bereiden en Hem aan de volkeren te schenken, maar dat, in plaats van boete te doen om Hem waardig te zijn en door Hem gered te worden, Hem heeft verworpen. Laten wij zien hoe dit mysterie van ongerechtigheid ook vandaag nog werkzaam is.
Heel het Oude Testament getuigt van de voortdurende ontrouw van het joodse volk, dat in opstand kwam tegen zijn God. Waarom? Omdat ieder zijn eigen ondeugd had: liefde voor het geld, verdeeldheid en rivaliteit, wrok en jaloezie. Anderen leefden in voortdurende angst voor “wat de mensen zouden zeggen”, zoals de ouders van de blindgeborene, die bereid waren alles te verloochenen liever dan slecht aangeschreven te staan bij de overheden van de synagoge, hoewel zij Jezus toch een schitterend wonder ten gunste van hun zoon verschuldigd waren.
Dan beginnen wij te begrijpen waarom dit volk godsmoord pleegde. Nadat het eerst vol bewondering en onder de indruk was geweest, werd het bang voor de machtigen en begreep het dat het in zijn eigen belang was de bladzijde om te slaan en Jezus te vergeten. Van daar tot openlijk tegen Hem optreden was maar één stap, die snel werd gezet. Laat Hij dan maar sterven en laat er verder niet meer over gesproken worden! Onze-Lieve-Heer weet echter wat Hem te wachten staat. Hij neemt het op tegen al die machtigen, tegen de Farizeeën, die de macht van de kennis bezitten, evenals tegen de Sadduceeën, die de kennis van de macht hebben.
Vanaf het begin is het oorlog tussen Jezus en hen. Het gaat niet om misverstanden. Het is een tegenstelling van geest tegen geest. Jezus zal het portret van de Farizeeër zo scherp uitbeitelen dat het de eeuwen heeft doorstaan en tot ons is gekomen. Het is geen karikatuur. Het is de afschuwelijke grond van hun wezen die in het volle licht wordt gesteld, opdat het voor niemand nog mogelijk zou zijn zo vol van zichzelf, zo leugenachtig tegenover zichzelf, zo huichelachtig en zo geldzuchtig te zijn en zich tegelijk een vriend van God te noemen:
«Wee u, Schriftgeleerden en Farizeeën, huichelaars… Slangen! Adderengebroed! Hoe zult gij ontkomen aan de veroordeling tot de hel?» Dat zullen zij Hem niet vergeven. Zij aarzelen er zelfs niet voor zich met hun ergste vijanden te verbinden om Hem ter dood te brengen.
Hoe valt te begrijpen dat een hogepriester van Jeruzalem, die in die mate door God werd verlicht dat hij profeteerde dat Christus moest sterven voor het heil van heel het volk, zelf zijn moordenaar werd? Hier is het antwoord: «Nu zoekt gij Mij te doden, omdat mijn woord geen ingang vindt bij u… Dat heeft Abraham niet gedaan: gij doet de werken van uw vader!» Over wie spreekt Hij? De omstanders houden hun adem in en dan komt het antwoord, brandend scherp: «Gij hebt de duivel tot vader, en de begeerten van uw vader wilt gij volbrengen. Hij was een moordenaar vanaf het begin… vriend en vader van de leugen.»
Toen «namen zij stenen op om Hem te stenigen; maar Jezus onttrok zich aan hen en verliet de Tempel.»
De parabel van de moorddadige wijnbouwers vat heel de heilsgeschiedenis samen. «Een man plantte een wijngaard, zette er een omheining omheen, groef een wijnpers en bouwde een toren.» De allegorie is doorzichtig. «Hij verpachtte hem aan wijnbouwers en vertrok naar het buitenland. Toen de tijd gekomen was, zond hij een knecht naar de wijnbouwers om van hen zijn deel van de opbrengst van de wijngaard te ontvangen. Maar zij grepen hem, sloegen hem en stuurden hem met lege handen terug. Opnieuw zond hij hun een andere knecht; ook die sloegen zij op het hoofd en zij overlaadden hem met beledigingen. Toen zond hij nog een andere; die doodden zij. En zo nog vele anderen: sommigen sloegen zij, anderen doodden zij.»
Heel zijn geschiedenis door is dit volk in opstand gekomen tegen de gezanten van God. Maar dan volgt de openbaring van het Hart van God: «Hij had nog iemand over: een geliefde zoon. Hem zond hij als laatste naar hen toe, want hij dacht: Mijn zoon zullen zij ontzien. Maar die wijnbouwers zeiden onder elkaar: “Dat is de erfgenaam; kom, laten wij hem doden, dan zal de erfenis van ons zijn.” Zij grepen hem, doodden hem en wierpen hem buiten de wijngaard.»
Vanaf het begin voelden de Farizeeën en Sadduceeën zich aangesproken. Nu worden zij duidelijk ontmaskerd, juist op het ogenblik dat zij samenzweren om Jezus te doden. Nadat zij hun misdaad hadden voltrokken, was het meest ernstige dat zij geweigerd hebben hun misdrijf te erkennen en dat zij tot op de dag van vandaag blijven weigeren.
Wat een ontzaglijk drama! En men wil vrede sluiten, een dialoog voeren tussen Joden en christenen? De waarheid moet worden gezegd, omwille van hun heil zowel als van het onze, want de heilsgeschiedenis gaat verder. In de Brief aan de Romeinen wordt ons haar ontknoping geopenbaard. Als de terzijdestelling van de Joden, de verwoesting van Jeruzalem en de vervloeking van het joodse volk aanleiding zijn geweest tot een verzoening voor de wereld, dat wil zeggen tot de terugkeer van de heidenen tot de ware God, wat zal dan de terugkeer van de Joden in de schoot van de Kerk, hun volledige bekering, anders zijn dan een verrijzenis uit de doden?
Sint-Paulus richt zich tot ons, heidenen, die zo goed gelopen hebben op de christelijke weg. Maar op onze beurt hebben wij het geloof in Christus verlaten en boven Hem de eredienst van de Mens verkozen. Wij zijn veel schuldiger dan de Joden, wij die schuldig zijn aan geloofsafval na twintig eeuwen christelijke beschaving.
Sint-Paulus heeft dit gezien en geweten en hij zegt ons: Wees op jullie hoede, want als de hoogmoed van de Joden hen uit de waarheid heeft doen vallen en zo voor de heidenen een vrije doorgang heeft geopend om de Kerk binnen te gaan, weet dan dat zich aan het einde van de tijden de omgekeerde beweging zal voltrekken. Jullie zullen doen zoals de Joden in de tijd van Jezus: jullie zullen hoogmoedig worden, nog erger dan zij. Jullie zullen Jezus Christus verloochenen en Hem op jullie beurt doden door zijn gezanten en vertegenwoordigers om te brengen. Als apostaten zullen jullie uit het koninkrijk van God worden verdreven. En dan zal het ogenblik aanbreken dat God heeft uitgekozen om de Joden opnieuw binnen te brengen.
Wij verwachten dus de terugkeer, de bekering van de Joden en wanneer zij terugkeren, zullen wij onze armen wijd voor hen openen als voor oudere broers!
Abbé Georges de Nantes
Fragmenten uit Il est ressuscité! nr. 32, maart 2005