11 OKTOBER 2026

De parabel van het bruiloftskleed

Sinds 13 juli 1917 weten wij dat de hel bestaat, want Onze-Lieve-Vrouw van Fatima heeft haar aan drie kleine kinderen getoond en dit visioen heeft hun leven volledig veranderd. Als wij trouw zouden zijn aan het Evangelie van de H. Maagd Maria, zouden wij voortdurend aan de hel denken.

Ook Onze-Lieve-Heer wordt voortdurend door deze gedachte gekweld. Laat ons het Evangelie openslaan en zien hoe de parabel van het bruiloftskleed op aangrijpende wijze over de hel spreekt. Mattheüs toont ons hoe Jezus de Farizeeën en Sadduceeën van Jeruzalem confronteert met tragische parabels, om hen met aandrang tot bekering te bewegen en te proberen tenminste hun hart te openen voor een heilzame vrees.

«Het Rijk der Hemelen kan vergeleken worden met een koning die voor zijn zoon een bruiloftsmaal aanrichtte. Hij stuurde zijn dienaren er op uit om de genodigden voor het feest te roepen, maar zij wilden niet komen. Daarop stuurde hij andere dienaren met de boodschap: “Zeg aan de genodigden: Zie, ik heb mijn maaltijd bereid, mijn gemeste dieren zijn geslacht, alles staat klaar. Kom naar de bruiloft.” Maar zij trokken er zich niets van aan en gingen weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn handel.»

Wij zien hoe de Heer zijn blik op de Farizeeën priemt en hen ontmaskert. Zij beweerden godsdienstiger te zijn dan de anderen, maar hielden zich in werkelijkheid bezig met aardse zaken. God, de Koning, heeft hen uitgenodigd. Laten wij zien wat zij doen. «Anderen grepen de dienaren vast, mishandelden hen en doodden hen.» Hiermee worden de Joden bedoeld, die in vroegere tijden zoveel profeten hebben omgebracht.

«De koning werd vertoornd en zond zijn legers uit; hij liet die moordenaars ombrengen en stak hun stad in brand.» Dat lijkt wel bijzonder streng… Het is een hele categorie mensen die door de Heer wordt blootgesteld aan de vlammen van het eeuwige vuur. Tweeduizend jaar geleden waren daarmee de Joden bedoeld, maar vandaag geldt dit ook voor de christenen die geen gehoor geven aan de oproepen van de Heer en massaal afvallig worden. Daarom moeten wij bidden en offers brengen, naar het voorbeeld van de kinderen van Fatima, voor deze arme mensen, opdat hun bespaard moge blijven eeuwig door de duivels van de hel gekweld te worden...

«Toen zei hij tot zijn dienaren: “Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. Ga daarom naar de kruispunten van de wegen en nodig allen die gij daar vindt uit voor de bruiloft.” Zij gingen de wegen op en brachten allen bijeen die zij vonden, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten.»

De huisvader is grootmoedig. Hij heeft allen laten halen die door de prediking van de Kerk niet bereikt waren. Dat zijn heel wat mensen. De bruiloftszaal liep vol met gasten die aan tafel gingen. Maar daarmee is de zaak niet afgelopen. Plotseling neemt de gebeurtenis in die bruiloftszaal een tragische wending.

«Toen de Koning binnenkwam om te zien wie er aan tafel zaten...» Het is prachtig verteld: men ziet het tafereel voor zich. De Koning komt binnen te midden van het rumoer. De mensen staan zelfs niet op. Hij gaat van tafel tot tafel en bekijkt degenen die binnengekomen zijn. «Daar zag hij een man die niet gekleed was in een bruiloftskleed. Hij zei tot hem: “Vriend…”» Dat woord “vriend” is verschrikkelijk. Zo zal Jezus ook Judas aanspreken. «“Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed?” Maar de man bleef stom.»

Ik wil jullie hierover geen welsprekend betoog houden, maar jullie uitnodigen samen met mij te mediteren. Het beneemt mij de adem: “Maar de man bleef stom.” «Toen zei de Koning tot zijn dienaren: “Bind hem aan handen en voeten en werp hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars.”»

Het daaropvolgende vers: «Want velen zijn geroepen, maar weinigen uitverkoren» is niet de conclusie van de parabel. De parabel zelf eindigt met deze verschrikkelijke bestraffing.

Heel mijn kinderjaren lang en nog gedurende een groot deel van mijn priesterleven heb ik mij afgevraagd wat dat bruiloftskleed eigenlijk betekende. Ik vond het antwoord niet. Wanneer ik over het Evangelie preekte en het uitlegde, wist ik mij er altijd wel uit te redden. De ene keer zei ik dat daarmee het geloof bedoeld was, want zonder het geloof kan men niet gered worden; een andere keer zei ik dat het de naastenliefde was.

Het is een vraag die de ziel diep aangrijpt. Opeens heb ik iets begrepen: deze man heeft geen bruiloftskleed en wordt veroordeeld, maar dat komt niet doordat hij arm is. De anderen hebben er wel een, omdat God het hun gegeven heeft. Aan hem heeft God het niet gegeven. Waarom? Omdat hij in zijn leven iets verkeerds heeft gedaan? Maar ook de anderen hebben geen stichtend leven geleid en toch redt God hen, zoals de parabel laat zien. God redt iedereen, behalve hem – behalve mij, als ik mij toevallig in dezelfde toestand bevind.

Maar hoe kan ik dan weten of ik behoor tot die categorie mensen die de rechtvaardige toorn van de Koning heeft opgewekt?

Dit is wat ik dit jaar ontdekt heb. Die man wordt niet weggestuurd omdat hij geen geld had om een bruiloftskleed te kopen. Het gaat niet om een arme stakker. Als er gezegd wordt dat hij geen bruiloftskleed draagt, betekent dit dat hij een ander kleed aanheeft, dat ergens anders vandaan komt. Hij draagt een prachtig gewaad dat helemaal van hemzelf is, maar dat hij niet van de Vader ontvangen heeft. Hij is trots op de kwasten van zijn kleed en op de gebedsriemen op zijn voorhoofd. Hij is een voortreffelijk man – of liever: iemand die van zichzelf wéét dat hij voortreffelijk is, die zichzelf vanaf zijn geboorte bewondert om zijn eigen deugden in vergelijking met die van anderen. Hij presenteert zich als iemand die ver verheven is boven al die eenvoudige lieden rondom hem en daagt de Meester van het huis uit.

Ik heb begrepen dat deze man, voor wie Jezus slechts minachting en afkeer toont, zich dus niet onderscheidde door de rijkdom van zijn kleding, maar door de pretentie waarmee hij naar zijn medemensen kijkt.

Jullie begrijpen dat de H. Maagd niet gekomen is om de grote massa gewone christenen wakker te schudden. Zij is gekomen voor de leiders die de kudde meeslepen naar waar zij niet moet zijn en die zichzelf als de redders van de wereld beschouwen. De Maagd Maria heeft de hel getoond voor dit soort mensen, die wakker geschud moeten worden in de hoop hen te redden. Met de anderen zal Christus barmhartigheid hebben.

Wij moeten over dit Evangelie mediteren om de H. Maagd beter te begrijpen, die aan de kinderen van Fatima heeft getoond wat de hel is en de zonde die er naar toe leidt. Zij waren daardoor zo diep geschokt dat zij zich erop toelegden de zondaars te redden door onophoudelijk de rozenkrans te bidden en offers te brengen. Het is dus hoog tijd, mijn dierbare broeders, dat wij Fatima ernstig nemen.

Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit de preken van 11 en 12 juni 2000