10. De omvorming door het Evangelie

Door de menselijke uitboeting en de goddelijke vergiffenis van het Kruis heeft Jezus de wereld gered uit de slavernij van Satan en elke mens bevrijd van de last van zijn eigen fouten. Hij heeft een vurig verlangen, een niet te stillen dorst om te beminnen en bemind te worden. Hij wil zijn Vader oneindig liefhebben, met al de kracht van zijn menselijk hart, en door Hem bemind worden om zijn leven, zijn genade en zijn glorie onder de mensen te verspreiden. Zijn H. Hart dorst er ook naar de mensen lief te hebben en door hen bemind te worden, opdat zij zouden antwoorden op zijn oproep, voor Hem en voor hen, voor zijn voldoening en glorie, voor hun verlossing en eeuwige zaligheid.

1. Daardoor is Hij onze Middelaar geworden: Hij geeft ons het leven terug en opent opnieuw de hemel door zijn offer. Door middel van het Kruis heeft Hij ons heil bewerkt. Wij zijn op die manier zijn schuldenaren geworden. Hij heeft rechten over ons verkregen, of beter: zijn liefde trekt ons aan en vraagt om gehoorzaamheid.

Daarom heeft de falangist een grote devotie tot het H. Hart van Jezus en tot zijn H. Kruis. Hij kent de Vader in de Zoon en hij put zijn vreugde uit de glorie die verschijnt op het Gelaat van de gekruisigde Jezus, aan de wereld geopenbaard in de H. Lijkwade van Turijn. De glorie van God straalt af van zijn bespot Gelaat, de liefde van God stroomt uit zijn doorboord Hart, Gods schoonheid is in zijn spreken, de goddelijke genade ligt in zijn handen. De falangist denkt aan niets anders dan Hem na te volgen door als een andere Christus te leven.  

2. De falangist aanbidt daarom het Hart en het Kruis van Jezus, die zo innig met elkaar verbonden zijn, door het middelaarschap van het Onbevlekt Hart van Maria. Zo wil hij binnentreden in het mysterie van lijden en dood uit liefde, van schoonheid in lijden, van vreugde in pijn, van eer in dienstbaarheid, glorie in vernedering, ultieme gelukzaligheid in vervolging en martelaarschap.

De Vader in de Zoon vinden betekent de glorie bereiken door het Kruis, het geluk zoeken in de beproeving, rijkdom in armoede, het leven in het offer en de dood uit liefde. Dat is de inhoud van de Zaligsprekingen uit het Evangelie. Zo wordt het geopenbaard mysterie van de goddelijke wijsheid « in de ogen van de mensen een dwaasheid», terwijl het voor hen die geloven waarheid en zegening is. Het Kruis is het privilege van de Falanx. De falangist treedt vastberaden binnen in het mysterie van het Kruis, in het besef dat aan wie aan alles verzaakt, ook aan zichzelf, het honderdvoudige wordt beloofd in dit leven en in het hiernamaals.