8. Jezus Christus, mens geworden Zoon van God

De falangist gelooft in Jezus Christus, de enige Zoon van God die zelf God is, geboren uit de Maagd Maria, gestorven op het Kruis voor onze zonden, verrezen uit de doden en gezeten aan de rechterhand van de Vader, vanwaar Hij levenden en doden zal komen oordelen.

Want uiteindelijk is Hij zelf gekomen om door de mensen gezien en aangeraakt te worden en om hen te redden, hen zijn licht, kracht, genade liefde en liefde te schenken. God komt de mens nabij. Met Jezus begint de laatste etappe van de geschiedenis. God verklaart zijn liefde: dat is de Blijde Boodschap, deze keer voor heel de wereld bestemd.  

1. Deze waarheid van het mysterie van de Menswording voert in de geschiedenis van de mensheid iets volkomen nieuws binnen. Jezus wordt de maatstaf van alle wijsheid, Hij wordt de wet, de goedheid en de schoonheid van de wereld. Hij is het referentiepunt en het centrum van de geschiedenis; alles moet beoordeeld worden in zijn licht. De falangist plaatst Jezus Christus, zijn Persoon, zijn woord en zijn werk boven alles. Hij verafschuwt alles wat het gezag van Christus en zijn invloed op de wereld tegenspreekt of wil beperken, verminderen, teniet doen.

De enige godsdienst die telt, is de zijne. Alle andere godsdiensten worden erdoor in de schaduw gesteld. De enige ware openbaring is de openbaring die Hem aankondigt, aanwijst en verklaart. De enige wijsheid, de enige moraal en de enige beschaving zijn diegene die uit Hem voortkomen, in Hem hun fundament en waarborg hebben en door Hem leven krijgen.

2. In de devotie tot het Onbevlekt Hart van Maria wordt de ultieme betekenis van de Menswording onthuld. God heeft met steeds meer nauwkeurigheid en volmaaktheid in Israël de wijsheid geschapen, beeld van zijn eigen Wijsheid; vervolgens heeft Hij zich een bruid geschapen om in de Onbevlekte Maagd de Godmens tot stand te brengen, zijn Andere zelf, zijn Woord, zijn enige Zoon die « Mensenzoon » geworden is, zoon van Maria Moeder Gods.

De Menswording als integrale mystieke daad maakt voorgoed een einde aan de antieke mythologieën en de moderne vormen van gnosis, ten dode opgeschreven uitingen van een op hol geslagen verbeelding. In hun plaats komt de christelijke beschaving. Want de eredienst van de Moedermaagd en het Kind uit haar schoot geboren is werkelijk de stichtingsakte van de beschaving. De verweesde mensheid, zondig en steriel, en heel het universum daar rond waren in verwachting van een verlosser. Jezus Christus, het goddelijk Kind geboren uit de maagdelijke schoot van Maria, het Woord van God dat door haar, in haar, met haar en voor haar een menselijk bestaan begon, is onze broeder, onze reisgezel, onze Meester en tenslotte onze Verlosser. In Jezus en Maria is alles volbracht.

Daarom gelooft, aanbidt, hoopt en bemint de falangist door Maria, in Maria en voor Maria. De Goede God vervult haar met zijn almacht en maakt zichzelf tot haar Kind om ons beter te raken, te overwinnen en te redden.