Het prachtige mysterie van de Drie-eenheid

DE mysteries van onze godsdienst zijn de verheven werkelijkheden, de goddelijke waarheden die God zelf aan de mensen heeft bekendgemaakt, door ze te openbaren door zijn profeten en zijn apostelen, maar vooral door zijn Zoon Jezus Christus, die ze ons allemaal heeft geleerd tijdens zijn aardse leven. Hij bevestigde ze door talloze wonderen en daarna liet Hij het aan de H. Geest over om te blijven herinneren aan deze waarheden en om ervoor te zorgen dat de Kerk de mysteries voldoende begreep om ze te kunnen bewaren en op onfeilbare wijze te onderrichten.

De drie grootste christelijke mysteries zijn die van de H. Drie-eenheid, de Menswording en de Verlossing. Het mysterie van de Drie-eenheid is het mysterie van God zelf, van zijn innerlijke wezen. Het is het eerste mysterie dat alle andere verklaart en zonder hetwelk de andere onverklaarbaar en onbestaand zouden zijn. Het is het Mysterie van de ene God die in drie Personen leeft : de Vader, de Zoon en de H. Geest.

Het bestaan van God dringt zich op aan iedereen met gezond verstand door het bestaan zelf en de schoonheid van de wezens in het universum. Ze hebben zichzelf niet gemaakt ; alleen een oneindig wijze, goede en machtige Schepper was in staat om hun het leven te geven en ze voor elkaar te laten bestaan, met het onderscheid en de bewonderenswaardige complementariteit die in het intieme van hun aard is gegrift.

Niet enkel manifesteert God zich door zijn hele schepping, maar Hij sprak ook tot de mensen bij monde van zijn profeten, waarbij Hij hen geleidelijk aan inleidde in zijn mysterie en zijn bovennatuurlijke bedoelingen openbaarde. We weten dus dat Hij echt tussenbeide kwam in onze geschiedenis. Hij verscheen aan onze eerste voorouders, aan de aartsvaders en aan de profeten, zichzelf openbarend als de Vader van zijn volk en de komst aankondigend van zijn eigen Zoon, zijn ene en eeuwige Woord. Uit deze dubbele bron van haar kennis van God, namelijk de menselijke rede en de goddelijke openbaring, ontleent de Kerk haar leer over de goddelijke volmaaktheden.

Jezus heeft ons geopenbaard dat God onze oneindig goede Vader is, die alles uit liefde geschapen heeft om zijn eeuwige heerlijkheid en zaligheid te delen met haast ontelbare mensen naar zijn gelijkenis. Hij is de Schepper die ieder van ons zeer nabij is, de aandachtige en trouwe Voorzienigheid die op elk moment de minste van zijn schepselen in stand houdt en hen leidt naar de vervulling van hun bestemming. Hij is overal actief, Hij weet alles, Hij ziet alles. Hij is een barmhartige Vader, moeilijk kwaad te krijgen en vol liefde.

In God, Vader en Zoon, werd ons geopenbaard dat er nog een derde Persoon is : de H. Geest. Het is op Pinksteren dat de H. Geest in kracht neerdaalde over de Maagd Maria en de elf apostelen rond haar. Het was als een geweldige wind, als tongen van vuur die op hen neerkwamen. Ze werden « vervuld met intelligentie en moed ». Ze ontvingen de kracht van de goddelijke Wil en daardoor spraken ze in talen, verrichtten ze wonderen en bekeerden ze hele menigten. Vanaf dan kunnen we de geschiedenis van de Kerk omschrijven als « de Handelingen van de H. Geest ».

Het mysterie van de H. Drie-eenheid is het mysterie van één God in drie Personen. Jezus maakte het aan de mensen bekend tijdens zijn openbare leven. Hij was het die dit mysterie glashelder formuleerde toen Hij zijn apostelen uitzond om alle mensen die in Hem zouden geloven te dopen « in de Naam van de Vader, de Zoon en de H. Geest » (Mt 28, 19). De « Naam », enkelvoud, geeft aan dat de Drie genoemden één en dezelfde God zijn, één goddelijke substantie of natuur. « De Vader, de Zoon en de H. Geest » duiden de drie verschillende Personen aan die, zo legt onze catechismus uit, « in alle dingen gelijk zijn omdat ze, als één en dezelfde God, alle drie dezelfde volmaaktheden hebben ». De Kerk heeft de termen « persoon » en in het Grieks « hypostase » op onfeilbare wijze uitgekozen om aan te geven dat de Vader, de Zoon en de H. Geest voortbestaan zonder verdeeldheid, zonder dat tussen Hen verwarring mogelijk is. Ze zijn Drie-in-Eén in dezelfde « substantie ».

De Vader brengt zijn Woord voort, de Zoon van God, die met Hem « consubstantieel » is (zoals bevestigd door het concilie van Nicea). Van de Vader en de Zoon « als één Principe » (Sint-Augustinus) komt de H. Geest voort, die  dezelfde « aanbidding en verheerlijking » (concilie van Constantinopel) waardig is. Het is door hun « onderlinge relaties » dat de Personen worden onderscheiden. Een moeilijk mysterie ! Het is niet te vatten voor de menselijke rede. Maar God vraagt ons om in Hem te geloven, in zijn Woord. Het is waardig, rechtvaardig en heilzaam om te luisteren naar God die zichzelf aan zijn schepsel openbaart.

Ondanks de aanvallen van de atheïstische propaganda die erop gericht is ons en onze kinderen van het geloof af te brengen, hebben we geen reden om te twijfelen of af te wijken van de goddelijke religie waarin we werden geboren en gedoopt. Want alles is waarachtig, alles is onvergelijkbaar mooi en draagt het zegel van zijn goddelijke oorsprong. Andere religies zijn in hun onvolmaaktheid slechts menselijke verzinsels.

De katholiek hoeft dus geen andere godsdienst te bestuderen dan zijn katholieke geloof. Hij heeft de plicht hem te beoefenen, hij is geroepen hem te verdedigen en hem bekend te maken aan anderen, voor hun redding. Dat is het geloof waarin we willen leven en sterven om daarna God de Vader, zijn Zoon Jezus en de H. Geest, samen met de H. Maagd Maria, in de Hemel te aanschouwen.

Abbé Georges de Nantes
uittreksels uit « Toute notre religion »
Hij is verrezen ! nr. 115, januari-februari 2022