Conciliaire continuïteit

OP 4 oktober 2025 ondertekende onze H. Vader paus Leo XIV zijn eerste apostolische exhortatie, Dilexi te, die een tekst van zijn voorganger Franciscus overneemt en aanvult. Het document over de liefde van Christus voor de armen presenteert zich niet als programmatisch of leerstellig, maar als pastoraal. Toch geeft het ons inzicht in de denkbeelden van de nieuwe Opperherder.

Op een meer ingetogen toon misschien, vergeleken met paus Franciscus, gaat het nog altijd om de hoofdidee van Vaticanum II : het vervangen van de verering van God door de verering van de mens. Hoe dan ? Door een halve waarheid te verkondigen. De exhortatie legt bijna uitsluitend de nadruk op de eerste beweging van de liefde van de Kerk, die zich keert naar de armen en in hen Christus terugvindt. Er zijn massa’s heiligen die deze waarheid geïllustreerd hebben, onder wie natuurlijk Sint-Franciscus van Assisi die Vrouwe Armoede omarmde.

Maar Leo XIV laat de tweede beweging achterwege, die waarbij de Kerk de armen naar Christus toekeert en hen verheft naar de Hemel. Als er hier en daar in de tekst toch gesproken wordt over evangelisatie, dan is dat altijd in verband met de overheersende zorg voor menselijke vooruitgang.

Dit docu­ment, dat doordrongen is van een christendemocratische en zelfs socialistische geest, wijst medelijden, naastenliefde en paternalisme af en eist enkel rechtvaardigheid. We vinden hier terug wat moeder Teresa van Calcutta zei toen ze op 10 oktober 1979 de Nobelprijs voor de Vrede ontving : « Onze arme mensen, onze schitterende mensen, zijn mensen die onze liefde volkomen waardig zijn. Ze hebben geen behoefte aan ons medelijden of onze sympathie. Ze hebben onze begrijpende liefde nodig en ons respect, ze hebben er nood aan dat wij hen met waardigheid behandelen. » De waardigheid van de Mens...

Meteen wordt duidelijk waarom een heel specifieke categorie van armen in Dilexi te volledig ontbreekt : de arme zondaars. Het is geen vergetelheid, maar een weigering : voor zondaars bidden, wat Onze-Lieve-Vrouw nochtans in Lourdes en in Fatima uitdrukkelijk gevraagd heeft, zou betekenen dat we hen als minderwaardig aan onszelf beschouwen.

Voor het vijftigjarige jubileum van de conciliaire verklaring Nostra ætate (28 oktober 1965), over de verhouding van de katholieke Kerk tot de niet-christelijke godsdiensten, riep paus Leo XIV in het Romeinse Colosseum religieuze hoogwaardigheidsbekleders van alle gezindten en religies bijeen, christenen zowel als Joden, moslims, boeddhisten en hindoes. Zoals Joannes-Paulus II… en Benedictus XVI… en Franciscus…

IS ONZE-LIEVE-VROUW GEVAARLIJK ?

Terwijl de conciliaire Kerk langs de ene kant de arme verheerlijkt, doet zij er aan de andere kant alles aan om de Allerheiligste Maagd Maria te vernederen. Zo publiceerde de Dicasterie voor de Geloofsleer in de persoon van haar prefect, kardinaal Fernández, op 4 november een doctrinaire nota, Mater Populi fidelis, om de Medeverlossing door de Maagd Maria en haar Universele Bemiddeling te ontkennen.

Het gaat niet op te beweren dat het enkel om een privé-initiatief van de kardinaal gaat, die zich in het verleden al liet kennen als een onwaardig iemand : de paus had op 7 oktober zijn goedkeuring gehecht aan dit document.

« Wanneer de Kerk spreekt over Maria als Co-­Redemptrix – een term die door heiligen en pausen niet lichtvaardig is gebruikt – dan bedoelt zij niet [...] dat zij Christus’ unieke plaats aantast. De Traditie bedoelt dat zij, door een onuitsprekelijke genade, op onvergelijkbare wijze is betrokken bij datgene wat Christus tot stand bracht. Dit leerstuk heeft een bepaalde ontwikkeling doorgemaakt. De ontwikkeling van de leer betekent niet de verandering van het dogma, maar de ontplooiing van wat in de kiem altijd al aanwezig was. Het komt mij voor dat de titel Co-Redemptrix geen noviteit is, maar een gevolgtrekking van wat altijd geloofd is : dat Maria, door genade, het instrument was waardoor het Woord vlees werd, en dat zij in geloof, liefde en lijden deelhad aan het heilswerk van Christus.

« De titel Co-Redemptrix stond eeuwenlang vreedzaam geschreven in de bladzijden van de Kerk. Heiligen gebruikten het woord niet uit roekeloosheid, maar uit eerbied. Zo sprak de H. Bonaventura van Maria als degene die “ met Christus aan het werk was in de verlossing. ” Bernardinus van Siena had de moed om de samenwerking van de Maagd met de Zoon te prijzen, omdat hij wist dat samenwerking (co-operatio) geen gelijkheid is. De Kerkvaders waren niet bezorgd dat de gelovigen Christus zouden vergeten zodra men Maria prees. Zij vertrouwden erop dat mensen het onderscheid zouden begrijpen zoals zij het onderscheid tussen de Zon en de maan konden begrijpen. »

Mgr. Rob Mutsaerts, Paarse pepers, 26 november 2025

Om de beide voorrechten van Onze-Lieve-Vrouw te verwerpen, steunt het document uitsluitend op twee zaken : enerzijds de Schrift alléén (sola Scriptura, zei Luther, met verwerping van heel de Traditie) – terwijl er nochtans niets in de H. Schrift staat dat in tegenspraak is met de twee privileges van Maria ! – en anderzijds het Tweede Vaticaans Concilie en de post-conciliaire pausen. Maar om zijn stelling te onderschrijven kan Fernández geen enkele heilige of paus van vóór het “ jongste concilie ” aanhalen, laat staan enige openbaring van de H. Maagd zelf tijdens haar verschijningen.

De grote sluwheid van de prefect is dat hij overvloedig citeert uit de teksten van kardinaal Ratzinger, die door vele traditionalisten nog altijd wordt vereerd als de grote verdediger van de vroomheid en de ware liturgie, maar die zijn hele leven resoluut gekant was tegen het promoveren van de voorrechten van de Onbevlekte Maagd.

Mater Populi fidelis heeft tot doel « de juiste grondslagen van de mariale devotie te verdiepen », schrijft kardinaal Fernández in zijn inleiding. « Het gaat er niet om te corrigeren », beweert die slang van een prelaat, maar wel om « een authentieke mariale devotie » die eigen is aan « het gelovige volk van God » naar waarde te schatten. Wat het “ volk van God ” werkelijk denkt van heel dit manoeuvre, bleek bij de presentatie van het document : een van de aanwezigen, een gewone Sardische katholiek (die blijkbaar het veiligheidsprotocol had kunnen omzeilen), onderbrak de prefect verschillende keren en riep dat hij verraad pleegde aan de traditie van de Kerk. « Dit document staat God niet aan ! » klonk het luidkeels.

Wat verder in de inleiding komt de aap uit de mouw : « Wij moeten de plaats van Maria verduidelijken in het licht van het mysterie van Christus, de enige Middelaar en Verlosser. » Hij bedoelt : wij moeten Maria op haar plaats zetten ! En dat « vereist een bijzondere oecumenische inspanning ». Aha ! Altijd weer hetzelfde punt, in lijn met het Tweede Vaticaans Concilie en zijn beledigende nadruk op de « ondergeschikte rol van Maria » (Lumen gentium, hoofdstuk 8) : omdat de protestanten de Maagd Maria haar titels van Medeverlosseres en Universele Middelares weigeren, moet de katholieke Kerk toegeven. En dus ontnemen onze “ gereformeerde ” pausen onze goddelijke Moeder haar kronen.

Dat is de hele bedoeling van de tekst van de Dicasterie voor de Geloofsleer. Om verder te kunnen palaveren met onze “ afgescheiden broeders ” – en men vraagt zich af wat dat de afgelopen zestig jaar eigenlijk opgebracht heeft, buiten de voortschrijdende protestantisering van de katholieke Kerk – moet het Vaticaan Onze-Lieve-Vrouw naar beneden halen.

De H. Maximiliaan Maria Kolbe daarentegen schreef : « De Onbevlekte moet zo snel mogelijk de Koningin van alle mensen worden, zowel van de samenlevingen als van elk individu afzonderlijk. Wie zich hiertegen verzet en zich niet aan haar heerschappij onderwerpt, zal verloren gaan. »

« ONGEPAST »

Onder nr. 22 schrijft kardinaal Fernández : « Gezien de noodzaak om de ondergeschikte rol van Maria ten opzichte van Christus in het verlossingswerk uit te leggen, is het gebruik van de titel Medeverlosseres om de medewerking van Maria te omschrijven altijd ongepast. Deze titel dreigt de unieke verlossende bemiddeling van Christus te verduisteren en kan dus verwarring en onevenwichtigheid veroorzaken in de harmonie van de waarheden van het christelijke geloof. »

Ongepast ? « De unieke verlossende bemiddeling van Christus » moet allicht ook « ongepast » geweest zijn tijdens de interreligieuze bijeenkomst van 29 oktober in het Colosseum, ter gelegenheid van de 50ste verjaardag van Nostra aetate, aangezien Leo XIV er met geen woord over heeft gerept in het bijzijn van de Joden en de moslims die hij had uitgenodigd !

Zo komen de godsdienstvrijheid en de oecumene van Vaticanum II ertoe zelfs datgene te verloochenen wat onder het dogmatische leergezag van de Kerk valt. Want net als de goddelijkheid van Jezus Christus kunnen de voorrechten van zijn H. Moeder niet “ gepast ” of “ ongepast ” zijn. Ze zijn waar of onwaar, door God geopenbaard of niet, en het antwoord op deze vraag valt onder het onfeilbare leergezag van de opvolger van Petrus. De Kerk heeft daar altijd zo over geoordeeld, vanaf de afkondiging van het goddelijke Moederschap van Maria in Efese in 431 tot die van haar Tenhemel­opneming in 1950.

Sinds de conciliaire Hervorming is de Kerk verdeeld tussen theologen die de glorieuze titels van de H. Maagd verloochenen om de “ afgescheiden broeders ” te behagen aan de ene kant en aan de andere kant het grootste deel van de kudde, dat hoopt dat het uitroepen van Maria tot Medeverlosseres en Universele Middelares nieuw leven zal brengen in het stervende lichaam van de Kerk. Daarom is het de plicht van de Opperherder om zijn buitengewone leergezag te gebruiken en op onfeilbare wijze zijn broeders in het geloof te bevestigen. Ter ere van de Maagd Maria en voor de redding van de zielen : « Wie gelooft, zal worden gered, maar wie niet wil geloven, zal worden veroordeeld ! » (cf. Mc 16, 16).

Maar Leo XIV, trouw aan zijn onmiddellijke voorgangers, wil deze “ ongepaste ” waarheden niet definiëren, ondanks de vele verzoeken die de afgelopen jaren aan de H. Stoel zijn gedaan, en hij kan ze evenmin veroordelen. Hij laat daarom deze nota publiceren, die geen ander effect zal hebben dan « in de harten van de kinderen [de kinderen van de Kerk] openlijk onverschilligheid, minachting of zelfs haat jegens deze Onbevlekte Moeder te zaaien », volgens de woorden van Onze-Lieve-Heer zelf aan zuster Lucia.

HET BLOED VAN DE MARTELAREN

Op 23 oktober ontving de paus de schismatieke Britse koning Charles  III en baden zij samen in de Sixtijnse Kapel. De viering werd gezamenlijk voorgegaan door de H. Vader en de zogenaamde anglicaanse aartsbisschop van York, Geoffrey Cottrell, die helemaal geen geestelijke is, maar slechts een verklede ambtenaar in dienst van de Kroon. Niemand in Rome die er aanstoot aan nam !

Zo wordt de interreligieuze dialoog, het troetelkind van de conciliaire nieuwlichters, ook vandaag nog altijd beleefd in de idyllische setting van de paleizen en salons van het Vaticaan. Maar hoe anders is de realiteit op het terrein, waar we getuige zijn – als we het tenminste willen zien – van de uitmoording van massa’s christenen door islamisten die geen boodschap hebben aan vredevol samenleven. « Gij zult gehaat zijn om mijn Naam » : dit woord van Christus is nog altijd een harde waarheid.

Nigeria, het dichtstbevolkte land van Afrika, wordt geteisterd door een golf van geweld van ongekende omvang die gericht is tegen de christelijke gemeenschappen. Volgens het laatste rapport van de ngo International Society for Civil Liberties and Rule of Law (Intersociety), dat in september 2025 werd gepubliceerd, zijn tussen januari en juli jl. meer dan 7087 christenen vermoord en bijna 7800 ontvoerd. De daders zijn de islamisten van Boko Haram en jihadistische stammen zoals de Peul-herders (die tot de tanden bewapend zijn met Kalasjnikovs !), die het geen moer kan schelen dat de pausen de vertegenwoordigers van de islam zo innig aan hun hart drukken.

Nog altijd volgens Intersociety werden in Nigeria op veertien jaar tijd minstens 52.000 Nigeriaanse christenen om het leven gebracht. Dat volstaat blijkbaar nog niet om de ogen te openen van kardinaal Parolin, de staatssecretaris van het Vaticaan, die het religieuze karakter van het conflict in Nigeria ontkende, terwijl een bisschop uit het land had verklaard : « Terwijl het bloed van de Nigerianen als rivieren vloeit, lijken degenen die zouden moeten handelen het slaapmiddel van de gemakzucht te hebben genomen » (Mgr. Matthew Hassan Kukah, 22 april 2025).

In 1942 legde zuster Lucia de bovennatuurlijke achtergrond van deze tragedie uit, zoals voorgesteld in het Derde Geheim : « De Goede God heeft opnieuw met grote bitterheid geklaagd over het zondige, lauwe en luie leven van een groot aantal priesters, religieuzen en kloosterlingen. Het is van deze zielen dat Hij genoegdoening verwacht en het zijn zij die zijn woede en zijn kastijding uitlokken... Als zijn gerechtigheid niet verzoend wordt door de middelen die Hij gevraagd heeft, dan moet zij verzoend worden door het bloed van de martelaren. »

broeder Bruno van Jezus-Maria
& broeder Guy van de Barmhartigheid

Hij is verrezen ! nr. 139, januari-februari 2026

WAT WIL DE KATHOLIEKE CONTRAREFORMATIE ?

Abbé Georges de Nantes (1924-2010) stichtte onze beweging om de hoofdoorzaak van de teloorgang van het katholieke geloof aan te klagen en te bekampen : het Tweede Vaticaans Concilie, dat onder invloed van modernistische en progressistische nieuwlichters bewust gebroken heeft met twintig eeuwen Traditie en ons een andere, vervalste godsdienst opgedrongen heeft. Dat gebeurde op een geslepen manier : men deed of de conciliaire akten door iedereen aanvaard moesten worden, terwijl het in werkelijkheid in de woorden van de promotoren zelf niet om een dogmatisch, maar om een “ pastoraal ” concilie ging zonder enige aanspraak op onfeilbaarheid.

De KCR wil deze strijd in de Kerk voeren en niet erbuiten : wij wijzen elke vorm van schisma even radicaal af als de ketterijen die de Kerk sinds 1962 vergiftigen en wij weigeren onze Moeder uit te leveren aan de valse profeten door haar de rug toe te keren. En tegelijkertijd is het ons niet te doen om een terugkeer naar vroeger, maar om het voorbereiden van een Derde Vaticaans Concilie, dat klaarheid moet brengen en een katholiek reveil inluiden voor de Kerk, de « grote stad die voor de helft in puin ligt » overeenkomstig het derde Geheim van Fatima.