DE ACTUALITEIT DOORGELICHT
FEBRUARI 2026
DE IRAANSE CRISIS
VAN ECONOMISCHE PROTESTEN TOT EEN POLITIEKE OPSTAND
Vali Nasr is een Iraans-Amerikaans academicus die zich toelegt op de studie van het Midden-Oosten. Hij is de auteur van verschillende boeken, o.m. Iran’s Grand Strategy: A Political History (Princeton University Press, 2025). Het Franse tijdschrift voor geopolitiek Le Grand Continent publiceerde onlangs een interessant interview met hem onder de titel: L’Iran se prépare-t-il à une guerre? Vali Nasr sur la géopolitique des manifestations (29 jan. 2026).
Nasr wijst er op dat Iran regelmatig te maken heeft met grote manifestaties van honderdduizenden betogers. In 2009 ging het om een politieke manifestatie naar aanleiding van een, volgens de verslagen presidentskandidaat Mir-Hossein Mousavi, gestolen verkiezing. In 2022 was de beweegreden cultureel: een grote massa kwam op straat tegen de verplichting voor vrouwen om een hidjab (hoofddoek) te dragen, nadat een jonge vrouw gestorven was ten gevolge van het hardhandige optreden van de zedenpolitie.
Deze keer was de aanleiding economisch: het waren de bazaari, de verkopers in de Grote Bazaar van Teheran, die hun winkeltjes sloten uit protest tegen de hyperinflatie en de scherpe waardedaling van de rial, waarna de acties zich snel uitbreidden naar andere steden.
Vali Nasr: «De protesten verschillen van die in het verleden door hun omvang en reikwijdte, maar ook door de snelheid waarmee ze zijn uitgegroeid van economische protesten, georganiseerd door handelaars, tot iets veel groters. Door de internetstoring is het moeilijk om een schatting te maken van het exacte aantal demonstranten, maar het lijkt erop dat de gebeurtenissen zich hebben uitgebreid tot ongeveer 170 steden. In tegenstelling tot het Iran van 1979 is het land vandaag de dag grotendeels verstedelijkt en woont meer dan 70 % van de bevolking in stedelijke gebieden, wat verklaart waarom de situatie zo snel is geëscaleerd.»
Toen sjah Mohammad Reza Pahlavi nog aan de macht was in Iran, vóór de revolutie van 1979 dus, kreeg hij van sluwe vos Henry Kissinger een belangrijk advies mee: onderdruk eerst de protesten en voer pas daarna hervormingen door; hervormingen tijdens de protesten gooien alleen maar olie op het vuur. Het lijkt er op dat president Masoud Pezeshkian deze raad niet ter harte genomen heeft:
«Sommige acties van Pezeshkian hebben de situatie inderdaad verergerd. Zo draaiden de protesten aanvankelijk om de kwestie van de munteenheid, aangezien het land twee munteenheden kent: een regionale munteenheid die door zakenlieden wordt geprefereerd en een munteenheid voor dagelijkse aankopen. Door voor te stellen deze dualiteit af te schaffen, heeft Pezeshkian de zakenlieden alleen maar geïrriteerd en hen ertoe aangezet zich bij de protesten aan te sluiten» (art. cit.).
De onlusten sloegen snel over naar de arme wijken in de steden en vervolgens naar de universiteiten. Vermits alle studenten verbonden zijn met het internet, kreeg het protest in een oogwenk een nationaal én een politiek karakter. Op 8 januari mengde Reza Pahlavi, de zoon van de sjah, zich in het gebeuren: vanuit zijn Amerikaanse thuisbasis in Maryland riep hij de Iraniërs op om massaal op straat te komen, wat neerkwam op een oorlogsverklaring aan het regime. Dat reageerde prompt met een blokkade van het telefoon- en internetverkeer en begon de opstand met harde hand neer te slaan.
ZESDUIZEND DODEN? OF TACHTIGDUIZEND?
In de westerse media doen de meest wilde cijfers de ronde als het gaat over het aantal doden dat de opstand gekost heeft.
«Een in Toronto gevestigde ngo kwam met de bewering dat Iran 43.000 demonstranten had gedood en nog eens 350.000 had verwond. De organisatie achter dit cijfer, het International Center for Human Rights (ICHR), leverde geen beeldmateriaal, geen forensische gegevens en geen onafhankelijk verifieerbaar bewijs. Toch werd deze statistiek, die in een blogpost van 900 woorden werd gedropt, in het publieke debat gekatapulteerd door de Brits-Iraanse komiek en oppositieaanhanger Omid Djalili, die hem bovenaan zijn X-profiel plaatste.
«Zoals bedoeld ging de bewering viraal. Hetzelfde gold voor vergelijkbare of zelfs nog extremere dodentallen. Ze werden herhaald op sociale media door monarchistische influencers [aanhangers van Reza Pahlavi] en hergebruikt door oppositiekanalen zoals Iran International. […] De cijfers liepen sterk uiteen – van 5848 tot 80.000 doden – en ontbeerden zelfs de schijn van onderbouwing. Maar ze dienden allemaal een duidelijk politiek doel: een argument creëren voor regimeverandering in de Islamitische Republiek» (Robert Inlakesh, Iran’s protests and the dirty numbers game, in The Cradle, 28 jan. 2026).
Iran International is een Perzischtalig netwerk dat online, via de radio en via satellietuitzendingen wereldwijd beschikbaar is, ook in Iran, ondanks officiële pogingen tot censuur. Het netwerk brengt verslag uit over de politieke ontwikkelingen, schendingen van de vrouwenrechten, LGBT-rechten en andere onderwerpen die gevoelig liggen bij de Iraanse regering. Iran International is gevestigd in Londen en wordt financieel gesteund door een Brits-Saoedische ondernemer die banden heeft met de regering in Riyad (cf. Concern over UK-based Iranian TV channel’s links tot Saudi Arabia, in The Guardian, 15 maart 2022). Het mediaplatform is in feite de spreekbuis van de Iraanse oppositie in de diaspora en staat erom bekend dat het graag troonpretendent Reza Pahlavi aan het woord laat.
Toch slikken onze media alles wat Iran International verkondigt als zoete koek. Onze gehersenspoelde publieke opinie slikt trouwens alles. Online-activiste Sana Ebrahimi beweerde dat 80.000 protesteerders gedood waren en citeerde daarvoor een vriend «die in contact staat met bronnen binnen de regering». Haar post werd meer dan 370.000 keer bekeken en gedeeld…
De waarheid is dat de ingestelde internetblokkade het simpelweg onmogelijk maakt om een objectieve kijk te krijgen op het aantal slachtoffers van de repressie… en aan de kant van de ordehandhavers.
HET STANDPUNT VAN DE IRAANSE AUTORITEITEN
Ali Khamenei, de hoogste leider van Iran, gaf in een toespraak op 17 januari toe dat er duizenden doden gevallen waren, van wie «sommigen op een onmenselijke en hoogst brutale manier» om het leven gebracht waren. Hij had het echter over veiligheidstroepen en aanhangers van het regime: «Zij die banden hebben met Israël en de VS veroorzaakten enorme schade en doodden enkele duizenden mensen.»
Voor de Iraanse regering staat het dus als een paal boven water dat de buitenlandse vijanden van het regime de protesten uitgebuit hebben om het land te destabiliseren. Dat is geen inbeelding. In het hierboven aangehaalde interview bevestigt Vali Nasr die bewering:
«Het is vandaag de eerste keer dat een buitenlandse interventie in de protesten in Iran zo openlijk wordt uitgevoerd. […] De inmenging is geen fantasie. Op oudejaarsavond feliciteerde de voormalige directeur van de CIA de Iraanse demonstranten en zei dat alle agenten van de Mossad aan hun kant stonden. In een tweet in het Perzisch bevestigde de Mossad openlijk dat ze in Iran waren en de demonstranten hielpen – zonder te specificeren hoe. President Trump kwam vervolgens op een voor een Amerikaanse president volstrekt ongekende manier tussenbeide» (art. cit.) door te verklaren dat «hulp onderweg was».
Dat de Israëlische inlichtingendienst zich diep in Iran genesteld heeft, bleek tijdens de Twaalfdaagse Oorlog van juni vorig jaar: «Tel Aviv slaagde erin om de slaapkamers van Iraanse nucleaire wetenschappers en militaire leiders te lokaliseren, waardoor uiterst nauwkeurige luchtaanvallen konden worden uitgevoerd die hen doodden. […] De Mossad bouwde de voorbije jaren binnen Iran een netwerk van lokale agenten uit: geen Israëli’s, maar Iraniërs of personen van andere nationaliteiten die gerekruteerd werden met geld of omwille van hun tegenstand tegen het regime. Dit “vreemdelingenlegioen” wordt vanop afstand bestuurd door officieren van de Mossad» (Ghassan Taqi, How Mossad’s “Foreign Legion” Breached Iran’s Nuclear Program, in MBN, 8 dec. 2025).
Het keerpunt in de protestbeweging kwam op 12 januari, toen grote menigten Iraniërs in verschillende steden manifestaties hielden ten gunste van het regime. De Iraanse staatstelevisie toonde beelden van deelnemers die zwaaiden met nationale vlaggen en foto’s bij zich droegen van veiligheidsagenten die bij het protest werden gedood. Onze VRT en soortgelijke media hadden het uiteraard over een «georkestreerde» opkomst, een term die niet gehanteerd werd toen het over de klaarblijkelijk door buitenlandse agenten geïnfiltreerde protesten ging…
Het hoofd van de Iraanse justitie eiste vergelding voor de gedode ordehandhavers: «Er moeten vastberaden en doeltreffende maatregelen worden genomen om de dood van de martelaars en slachtoffers van de recente onlusten te wreken», verklaarde hij. «Wie politie-eenheden heeft aangevallen of installaties van de veiligheidstroepen en stedelijke infrastructuur heeft aangevallen moet prioritair voor de rechter worden gebracht» (12 januari).
Twee dagen later verklaarde Trump dat de Amerikaanse inlichtingendiensten geen weet meer hadden van verdere straatprotesten. Op 18 januari versoepelde de regering van Iran opnieuw de toegang tot het internet.
EEN BEPERKTE MANOEUVREERRUIMTE
Trump wil twee essentiële zaken bereiken, die hem trouwens gedicteerd worden door Israël: het stoppen van de verrijking van uranium en het beperken van het aantal Iraanse ballistische raketten. Maar deze eisen zijn vanuit Iraans perspectief zo grotesk dat het moeilijk te geloven is dat Teheran ze zal accepteren. Zouden de VS dan een militaire operatie in Iran kunnen uitvoeren? Niemand kan zeggen wat de onvoorspelbare Amerikaanse president zal doen, maar er zijn twee factoren waarmee hij rekening moet houden.
Ten eerste wil hij geen militaire interventie waarbij Amerikaanse soldaten naar het terrein moeten worden gestuurd: geen “boots on the ground”. Daarom is de oplossing om de zoon van de sjah op de troon te zetten niet haalbaar, want daarvoor zouden VS-troepen klaar moeten staan om in Iran zelf in te grijpen. Trump is gekozen om een einde te maken aan buitenlandse oorlogen, niet om er opnieuw een te beginnen. Het debacle van Afghanistan zit bij iedereen nog vers in het geheugen.
Ten tweede hebben de Arabische landen de VS gewaarschuwd dat de Twaalfdaagse Oorlog tussen Tel Aviv en Teheran in juni 2025 niet geleid heeft tot een Iraanse nederlaag, maar dat de Islamitische Republiek integendeel nog over een grote voorraad raketten beschikt… en niet zal aarzelen die te gebruiken als zijn voortbestaan op het spel staat.
De Iraanse militaire staf oefent trouwens druk uit op Khamenei om een vuist te maken. Vali Nasr: «Ten minste een deel van de Iraanse veiligheidstroepen vindt dat het een vergissing was om geen Amerikanen te doden toen de VS Soleimani liquideerden […]. Zij vinden dat de Opperste Leider toen slechts zwak heeft gereageerd. Waar wij Khamenei als extreem hard beschouwen, vinden deze militairen hem te gematigd; in hun ogen had Khamenei een bom kunnen en moeten bouwen; door zijn schuld is Iran nu kwetsbaar. Hij zou het regime hebben verhinderd om op te treden toen de Iraanse mogelijkheden in de regio veel groter waren, met name toen Hezbollah nog sterk stond. Voor deze factie staat het buiten kijf dat men de dood van Soleimani met bloed had moeten wreken» (art. cit.).
Ter herinnering: generaal Qassem Soleimani, architect van de sjiitische as (Iran-Irak-Syrië-Hezbollah) en immens populair in zijn vaderland, werd begin 2020 tijdens de eerste ambtstermijn van Trump door de Amerikanen in Bagdad vermoord met een lucht-grondraket. Om deze schokkende vorm van staatsterreur te rechtvaardigen beriep Washington zich eens te meer op de rules based order – lees: de “regels” die de VS eenzijdig aan heel de wereld oplegt en die blijkbaar inhouden dat zij gelijk wie gelijk waar mogen liquideren. Teheran beperkte zijn reactie tot een luchtaanval op een Amerikaanse basis in Irak, waarbij geen doden vielen.
“THE ART OF THE DEAL”
De enorme armada die Trump de voorbije weken naar de Perzische Golf heeft gestuurd, heeft dan ook wellicht niet tot doel een effectieve oorlog te starten, maar dient om via dreiging druk uit te oefenen. De Amerikaanse president wil zoals altijd tot een deal komen. «Hopelijk zal Iran snel aan de tafel komen en onderhandelen over een eerlijke en rechtvaardige overeenkomst – geen kernwapens – die goed is voor alle partijen», aldus Trump op 1 februari.
Is de Iraanse regering onder de indruk? De eerste reactie van het regime wees daar niet op. Ali Shamkhani, topadviseur van de hoogste leider, gaf de Amerikaanse president lik op stuk: «Elke militaire actie van de VS, vanaf welke locatie en op welk niveau ook, zal worden beschouwd als het begin van een oorlog. De reactie zal onmiddellijk, alomvattend en ongekend zijn. De agressor, het hart van Tel Aviv en iedereen die de agressor steunt, zal het doelwit worden.»
Gesteld dat de situatie escaleert en Khamenei nu wél zijn goedkeuring geeft voor het inzetten van alle beschikbare Iraanse vuurkracht, «dan zou het recente vredesverdrag met Saoedi-Arabië dat de Chinezen voor elkaar kregen kunnen verbroken worden en zouden de Saoedische oliereserves het doelwit kunnen zijn. Het zou dan zes tot acht maanden duren om de branden te blussen en de olieprijs zou sterk worden gedestabiliseerd. Qatar en Saoedi-Arabië geloven niet dat de VS een crisis met Iran aankunnen en ze weten dat als er oorlog komt, zijzelf “collateral damage” zullen lijden» (Vali Nasr).
Qatar en Saoedi-Arabië zijn allebei belangrijke bondgenoten van de VS en dus voor de hand liggende doelwitten voor de Iraniërs. De Amerikanen hebben vijf luchtmachtbases in Saoedi-Arabië, waarvan drie in of vlakbij Riyad, met in het totaal meer dan 2300 militaire personeelsleden. De basis van Al Udeid in Qatar is de grootste Amerikaanse basis van het Midden-Oosten.
Het scenario dat Trumps voorkeur wegdraagt, is natuurlijk dat van Venezuela: een korte en beslissende actie waarbij het staatshoofd wordt uitgeschakeld en onderhandelingen kunnen beginnen met een “gematigde” opvolger. Maar in het geval van Iran lijkt dat wishful thinking. Niemand weet waar Ali Khamenei zich ophoudt; wellicht verhuist hij regelmatig van locatie, zeker na de succesvolle eliminaties van de leiders van Hezbollah en Hamas door Israël. «Als antwoord daarop zijn er meer raden in het leven geroepen om de machtsuitoefening te spreiden», zegt Vali Nasr. «De grootayatollah heeft zijn gezag verdeeld over verschillende instanties zodat zijn uitschakeling het regime niet in een crisis stort.»
EEN NIEUWE SJAH?
De zoon van de laatste sjah was er snel bij om de protesten in zijn voordeel te gebruiken en zichzelf als alternatief voor de ayatollahs te presenteren. Reza Pahlavi beschikt over een kleine, maar zeer effectieve achterban die de sociale media handig bespeelt om zijn kandidatuur te promoten. Wat hij wil, staat klaar en duidelijk op de home page van zijn persoonlijke website: «Ik zal niet rusten totdat Iran een nationale, democratische en gekozen regering van het volk heeft.»
Hij komt met andere woorden op voor een seculiere grondwettelijke monarchie naar westers model. Maar niet alleen dat: hij ontpopt zich tot bovendien tot een potentiële bondgenoot van Israël. «De verbannen kroonprins Reza Pahlavi zei op donderdag [15 januari] dat een toekomstig Iran onder zijn leiding Israël onmiddellijk zou erkennen, de Abraham-akkoorden zou uitbreiden tot wat hij de “Cyrus-akkoorden” noemde en een einde zou maken aan het militaire nucleaire programma van Iran, waarmee hij een op Israël gerichte visie uiteenzette voor het toekomstige Iran na de val van de Islamitische Republiek. In een videoboodschap die deze week werd vrijgegeven verklaarde Pahlavi dat een postrevolutionair Iran zou streven naar vrede met al zijn buren» (Ynet Global, 15 jan. 2026).
Tel Aviv is natuurlijk in de zevende hemel, maar eigenlijk is dit voor de joodse staat helemaal geen verrassing: Israël zet al lang in op een terugkeer van Reza Pahlavi en besteedde daar al miljoenen dollars aan.
In april 2023 bracht de pretendent samen met zijn vrouw en oudste dochter een opmerkelijk bezoek aan Israël, waar hij werd verwelkomd en begeleid door minister voor de inlichtingendiensten Gila Gamliel. Hij ontmoette premier Netanyahu en president Herzog en ging, met een kippah op zijn hoofd, bidden aan de Klaagmuur. Bij veel Iraniërs, zelfs in de diaspora, schoot het initiatief in het verkeerde keelgat: ze noemden de kroonprins «een hypocriet, aangezien Israëlische troepen op hetzelfde moment invallen uitvoeren bij Palestijnen die op de bezette Westelijke Jordaanoever wonen en het land wordt geregeerd door wat wordt beschouwd als de meest rechtse regering van Israël, die volgens internationale mensenrechtenorganisaties een vorm van “apartheid” tegen de Palestijnen beoefent» (Al Jazeera, 19 april 2023).
In het verlengde van het bezoek ging een grootschalige campagne ten voordele van Reza van start, die in het geheim door Israël georganiseerd werd. Journalisten van de krant Haaretz legden de werking ervan bloot: «Het blijkt dat er een grootschalige digitale beïnvloedingscampagne in het Perzisch gaande was, die vanuit Israël werd gevoerd en gefinancierd door een particuliere onderneming die overheidssteun ontvangt. De campagne promoot het publieke imago van Pahlavi en versterkt de roep om herstel van de monarchie. Het initiatief maakt gebruik van “avatars”, nep-onlinepersonages die zich op sociale media voordoen als Iraanse burgers. Ze werden voor het eerst ontdekt door onderzoekers van sociale media in Israël en daarbuiten» (The Israeli campaign to install Reza Pahlavi as Shah of Iran, in Haaretz, 3 okt. 2025).
In elk geval is er geen enkel duidelijk bewijs dat de Iraniërs zelf zitten te wachten op een terugkeer van Reza Pahlavi, die verzuimd heeft in het land zelf voor een eigen organisatie of bondgenoten te zorgen.
WURGENDE SANCTIES
Iran wordt al decennialang getroffen door internationale sancties, vooral opgelegd door de VS en in hun spoor door de VN en de EU. De Islamitische Republiek was het meest gesanctioneerde land ter wereld totdat het in 2022 werd ingehaald door Rusland na het begin van de Speciale Militaire Operatie in Oekraïne.
Al sinds de revolutie van 1979 heeft Washington, daarbij aangepord door Israël en de joodse lobby in de Amerikaanse hoofdstad, het voortouw genomen in internationale inspanningen om met sancties invloed uit te oefenen op het beleid van Iran en meer bepaald het programma voor uraniumverrijking, waarvan het Westen zegt dat het bedoeld is om kernwapens te ontwikkelen. Iran blijft beweren dat zijn nucleaire programma voor civiele doeleinden is bedoeld, waaronder het opwekken van elektriciteit en medische doeleinden.
In de loop van de jaren hebben de sancties een zware tol geëist van de Iraanse economie en bevolking. De concrete aanleiding voor de protesten die in december uitbraken was de complete ineenstorting van de nationale munt, met een galopperende inflatie tot gevolg. De VS en Israël gokken er al lang op dat de economische wurggreep de bevolking zal aanzetten tot het omverwerpen van het regime. Dat leek de afgelopen weken te zullen gebeuren – met gebruik van een soort vijfde colonne in Iran zelf, zoals we hierboven uitlegden – maar uiteindelijk had de regering blijkbaar nog meer dan voldoende steun om overeind te blijven.
«Het land kampt met ondervoeding en een zeer hoge inflatie op voedingsmiddelen; tussen december 2024 en december 2025 bedroeg deze 72 %. Dat is een enorm hoog cijfer. Zelfs met subsidies voor de armen kan een deel van de bevolking zich geen vlees veroorloven; ze eten ook niet veel basisvoedingsmiddelen en kunnen bepaalde dingen niet betalen. Een groot deel van de Iraanse middenklasse is onder de armoedegrens terechtgekomen» (Vali Nasr).
GEÏSOLEERD
Zoals gezegd stellen Saoedi-Arabië en Qatar zich zeer terughoudend op en raden zij de VS aan om de situatie niet te doen escaleren, uit schrik voor Iraanse represailles. In feite zien alle traditionele vijanden van het sjiitische regime in dat een voldoende sterk Iran noodzakelijk is als tegenwicht tegen Israël. Bovendien krijgen ze zo een veiligheidsmarge: zolang Iran bestaat, zal de joodse staat hen niet viseren.
Dat geldt in het bijzonder voor Turkije, dat vierkant tegen een Amerikaanse interventie is en Iran het meest openlijk steunt. Erdogan weet dat als de Islamitische Republiek instort, miljoenen vluchtelingen naar Turkije zullen komen en dat het land zelf het volgende slachtoffer op de lijst van Israël is. De Turken willen ook niet dat de Koerdische regio in het noordwesten zich van Iran afscheidt of semionafhankelijk wordt. Daarom verstrekken zij aan Teheran inlichtingen over de Koerdische strijdkrachten die heimelijk de Iraakse grens oversteken om Iran binnen te komen in afwachting van een totale oorlog.
Toch staat Iran in alle opzichten zeer geïsoleerd. De republiek mag dan wel sinds 1 januari 2024 deel uitmaken van de BRICS-landen, dat betekent niet dat zijn bondgenoten Moskou en Beijing bereid zijn tot onvoorwaardelijke steun.
«Tussen juni 2025 en vandaag zijn de Iraniërs zich ervan bewust geworden dat Rusland en China in beperkte mate nuttig kunnen zijn: Rusland heeft Iran waarschijnlijk voorzien van inlichtingentechnologieën, net zoals China het land mogelijk vaste brandstof voor zijn raketten heeft geleverd. Niettemin kan geen van beide landen Iran het soort steun bieden dat de VS aan Israël of Saoedi-Arabië geven. Iran staat er alleen voor in zijn oorlog tegen Israël en de VS.
«Deze situatie laat een asymmetrie zien: Iran heeft Rusland tijdens de oorlog in Oekraïne veel meer geholpen dan Rusland Iran heeft geholpen tijdens zijn oorlog met Israël. De Iraniërs beseffen ondertussen ook dat er een grens is die de Russen en Chinezen niet zullen overschrijden. In tegenstelling tot Pakistan, dat alleen tegen India vecht – waardoor Rusland en China het land van gevechtstechnologieën kunnen voorzien – is de vijand van Iran Washington; gelijkaardig materieel aan Teheran leveren zou Moskou en Beijing onmiddellijk betrekken bij een conflict met het machtigste leger ter wereld.
«De Iraniërs weten dus dat er in geval van oorlog geen Russische cavalerie ter hulp zal schieten. De Chinezen en de Russen zouden weliswaar het hoogstnodige kunnen doen om Iran het hoofd boven water te doen houden, maar de beslissende test zou zijn of China de Islamitische Republiek genoeg geld zou geven om economisch te overleven en zijn economie te verbeteren. Dat is wat Iran op dit moment echt nodig heeft – en China is het enige land dat Iran 5 of 10 miljard dollar kan geven» (Vali Nasr).
WAT BRENGT DE TOEKOMST?
De Iraans-Amerikaanse academicus is ervan overtuigd dat het regime in zijn huidige vorm hoe dan ook geen erg lang leven meer beschoren is:
«Een steeds groter deel van de bevolking gelooft niet meer in de revolutie of in de revolutionaire waarden; ze gelooft niet meer in de boodschap van verzet die de afgelopen halve eeuw centraal stond in Iran: het idee van Iraanse onafhankelijkheid dankzij verzet tegen Amerika en Israël. Een dergelijk idee had destijds een mobiliserend effect; vandaag de dag beschouwt het Iraanse publiek het als achterhaald. Het wil er niet langer de prijs voor betalen, het wil niet langer vanwege dit idee geïsoleerd zijn in de wereld.
«Het meest optimistische en veelbelovende scenario voor Iran zou de komst van een Gorbatsjov of een Deng Xiaoping zijn. Met andere woorden, wanneer een groep Iraanse leiders zou begrijpen dat de oude revolutionaire weg niet langer begaanbaar is. Het gevolg zou niet een democratie zijn, maar allicht eerder het omarmen van een vorm van autoritair kapitalisme en een akkoord met het Westen.
«Het probleem van Iran is dat de Mao van het regime – of, laten we zeggen, zijn Brezjnev – nog steeds in leven is. Khamenei leeft nog, maar hij is oud; hij is zesentachtig en zou aan de kant kunnen worden gezet. Ofwel gebeurt dat op initiatief van de haviken binnen de strijdkrachten, ofwel door een meer pragmatische actie. […] Als we de parallel met China voortzetten, is het mogelijk dat de huidige gebeurtenissen aanleiding geven tot een voorstel voor een nieuw sociaal contract van de kant van het regime. Na de gebeurtenissen op het Tiananmenplein in 1989 slaagde Deng Xiaoping erin een dergelijk contract tot stand te brengen, gebaseerd op de verbetering van het leven van de bevolking. Dat is ook wat de Iraniërs willen.»
Vali Nasr staat niet alleen met zijn analyse. In een opmerkelijk artikel verschenen in de Pan-Arabische krant Asharq Al-Awsat lezen we het volgende:
«Met elke nieuwe ronde van druk of sancties wordt het gevoel sterker dat het systeem niet in staat is om echte oplossingen te bieden zonder politieke concessies te doen. […] De protesten weerspiegelen een diepere verschuiving in de publieke opinie, waarbij de oppositie niet langer gericht is op specifiek beleid, maar op het bestuursmodel zelf. Deze verschuiving stelt het systeem voor een moeilijke vraag: kan de economie worden gered zonder de machtsstructuur te herzien? Wordt Teheran geconfronteerd met een beheersbare bestuurscrisis of met een existentiële crisis?» (Elie Youssef, Iran at a Critical Crossroads Testing the Survival of its Regime, 6 jan. 2026).
We zullen zien of het Iraanse regime er in slaagt zichzelf te hervormen en in een nieuwe gedaante tot een modus vivendi met de VS te komen. Maar de grote vraag blijft of Israël in dat verhaal zal meegaan dan wel zal opteren voor het “Irakese scenario”: Shock and Awe, een vernietigende mokerslag… met alle onvoorspelbare gevolgen van dien.
broeder Michel van de Triomferende Onbevlekte & redactie KCR