Het leven en de betekenis van Georges de Nantes

VOLGENDE beknopte biografie van onze vader, abbé de Nantes, laat ons zien hoe veelomvattend zijn inspanningen ter voorbereiding van de wedergeboorte van de Kerk wel waren.

1. EEN GELUKKIGE JEUGD…

Georges de Nantes werd geboren in de Zuid-Franse havenstad Toulon op 3 april 1924. Hij had een gelukkige jeugd, want ze was doordrenkt van godsdienstigheid. Zijn ouders waren fervente katholieken van de Action française. Vanaf zijn jonge jaren had Georges een grote bewondering voor zijn vader, die als zeemachtofficier tegelijkertijd vroom, waardig en zeer onderlegd was. De maaltijden waren voor de jongen en zijn broers altijd een gelegenheid om nieuwe dingen te leren. Omdat het gezin verplicht was om regelmatig te verhuizen naargelang de militaire aanstellingen van vader, gaf Georges er zich rekenschap van dat hij een groot geluk had: overal vond hij zijn beste Vriend terug die hem nooit verliet, Jezus in het tabernakel.

Bij de jezuïeten in Brest.

Hij had ook het voorrecht om onderricht te kunnen krijgen van achtereenvolgens de broeders maristen, de jezuïeten en de broeders van de Christelijke Scholen. Heel zijn leven zou hij een immense bewondering koesteren voor die onvergelijkelijke leermeesters, die er niet alleen in slaagden aan hun leerlingen een houding van werkzaamheid en discipline door te geven, maar die hen ook het voorbeeld gaven van de hoogste religieuze deugden. De vakanties van de kleine Georges speelden zich af op het familiekasteel in Chônas (ten zuiden van Lyon), waar hij volop de vruchten kon plukken van de tegelijk tedere en kordate opvoeding door Mamine, die voor hem een onvergelijkbare moeder was. Georges was heel extrovert en uitbundig en bewonderde alles wat hij op zijn weg tegenkwam: de broeders, de pastoor van het dorp, de kerkgezangen, de ceremoniën. Zo verwierf hij geleidelijk aan een geweldige bewondering voor de Kerk en haar instellingen, die van de Franse samenleving een gelukkige samenleving maakten.

Dat alles maakte deel uit van een plan van de Voorzienigheid. Omdat Georges de Nantes alle bovennatuurlijke weldaden van de christenheid ondervonden had, zou hij die mooie en aantrekkelijke realiteit die onder onze ogen aan het verdwijnen is heel zijn leven verdedigen.  In zijn voetspoor willen wij verkondigen dat het katholicisme zal herboren worden voor de redding en het geluk van heel de mensheid. Alles in het leven en het werk van onze vader getuigt ervan: het geluk om katholiek te zijn is een voorsmaakje van de Hemel!

2. DE KATHOLIEKE ACTIE

We vinden onze vader terug in 1939, wanneer hij vijftien jaar is. Paus Pius XI heeft zopas de Katholieke Actie in het leven geroepen. Zowat overal worden groepen van jongeren gevormd die de wereld willen «veranderen» (in België waren dat bv. de KAJ of Katholieke Arbeidersjeugd en de KSA of Katholieke Studentenactie). Op het pensionaat van de broeders van de Christelijke Scholen in Le Puy, waar Georges de Nantes studeert, richt men een afdeling op van de JEC (Jeunesse étudiante chrétienne). Hij wordt er al snel de voorzitter van. De Katholieke Actie is voor vernieuwing, dus bekritiseert men het bestaande om beter te gaan doen! Zo’n klimaat wakkert de slechte geest aan, want de leerlingen vellen zelf een oordeel over wat vóór hun tijd gedaan werd en zijn waarde bewezen had.

Tijdens de vakantie gaat Georges terug naar Chônas. “Mamine” vraagt hem uitleg over de JEC en hij antwoordt dat het gaat om «democratisch apostolaat bij de basis door de basis». Zijn moeder bekijkt hem wantrouwig en waarschuwt hem: «Je liegt tegen jezelf. De anderen willen veranderen alvorens jezelf te veranderen kan alleen maar je hoogmoed strelen.» Terug op het pensionaat wil hij absoluut voorzitter blijven, maar het loopt verkeerd; hij concentreert zich niet meer op zijn studies en stoort de lessen. Op een dag zet broeder Champagnac hem in volle klas duchtig op zijn plaats en verwittigt hem voor de hoogmoed: «De Nantes! Een kar vol ondeugden die getrokken wordt door de nederigheid gaat naar de Hemel. Maar een kar vol deugden getrokken door de hoogmoed leidt naar de hel!»

Vanaf die dag was het definitief gedaan met zijn hoogmoedige pretentie om het beter te doen dan zijn opvoeders. De les die we moeten onthouden is simpel: men verricht niets goeds als men zich verzet tegen zijn meesters en zijn ouders. Om vooruitgang te boeken in de liefde tot God en de naaste moet men de nederigheid hebben om de opmerkingen te aanvaarden die zij ons durven maken om onze ondeugden te corrigeren. Als ons de onschatbare genade te beurt valt de CRC te kennen en goede ouders te hebben die ons opvoeden zoals het hoort, dan moeten we hen nog wel gehoorzamen: de gehoorzaamheid is de sleutel tot de Hemel.  

3. EEN OVERVLOED AAN GENADEN

De religieuze roeping van onze vader dateert van zijn doopsel, dat twee dagen na zijn geboorte plaatshad. Inderdaad vroeg de priester tijdens de ceremonie aan M. de Nantes: «En deze hier, zullen we van hem geen priester maken? Als de goede God dat wil, geven we de jongen aan Hem. Het zou voor ons een grote eer zijn.» Later, op het pensionaat in Le Puy, wordt zijn roeping van monnik-missionaris duidelijker na het zien van de film L’appel du silence, over het leven van Charles de Foucauld.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog – die door de Action française al lang van tevoren was aangekondigd als het onvermijdelijk gevolg van de democratie – slaat de bevolking op de vlucht uit de zone die al snel door de Duitsers bezet wordt. Haar exodus naar het zuiden van Frankrijk neemt catastrofale afmetingen aan. Georges de Nantes wordt gemobiliseerd om die dolende sukkelaars op te vangen in de stad Le Puy, die voor hen een onderdak regelt. De toespraak van maarschalk Pétain waarin hij de wapenstilstand en de opschorting van de vijandelijkheden aankondigt, wordt door heel de bevolking met een immense opluchting verwelkomd.

Onze vader behaalt zijn academische kwalificatie (“bac”) en begint te studeren aan de universiteit van Lyon. Hij maakt kennis met de charismatische bewegingen van zijn tijd en wordt ingewijd in de liturgische veranderingen, die hem geen voldoening schenken. Hoewel hij er vurig naar verlangt om zo vlug mogelijk priester te worden, gaat hij toch het seminarie niet binnen: hij verkiest te gehoorzamen aan de wijze beslissing van zijn vader, die hem vraagt zich eerst te engageren in de Chantiers de jeunesse (een soort van paramilitaire organisatie die zich inzette voor werken van algemeen belang). Die ervaring van een gezond en hard leven zal hem later enorm dienstig zijn.

In 1943 wordt hij tot zijn grote vreugde toegelaten tot het seminarie van Issy-les-Moulineaux ten zuidwesten van Parijs. Hij toont nog altijd hetzelfde enthousiasme en dezelfde erkentelijkheid tegenover zijn leraars en de instellingen die hem gevormd hebben. Doorheen het onderricht dat hem verstrekt wordt, ontdekt hij de schoonheid van de Waarheid. Dan komt de Bevrijding van 1944: de Duitsers verlaten Frankrijk, terwijl communisten en gaullisten het land in handen nemen en een verschrikkelijke zuivering doorvoeren tegen de Fransen die maarschalk Pétain gesteund hebben. Commandant de Nantes ontsnapt maar op het nippertje aan de dood. 

Op het seminarie verandert de atmosfeer. Het respect voor de hoogleraars en de kerkelijke discipline zijn verdwenen. Onze vader zou willen protesteren tegen de wind van anarchie die opsteekt, maar zijn beste leraar, abbé Vimal, kan hem daarvan doen afzien. Georges de Nantes werpt zich dan op de studies om in staat te zijn de slechte seminarieproffen te weerleggen. Hij begrijpt dat men zijn intelligentie moet ontwikkelen om de Waarheid te verdedigen en goed te doen voor de zielen.

Twee dagen voor zijn priesterwijding, die op een Witte Donderdag valt, ontvangt hij een zeer grote genade. De H. Geest doet hem al de rijkdom begrijpen van het hoofdstuk uit Sint-Jan over de wijngaard die rijke vruchten draagt. De goddelijke woorden dringen diep in zijn geest door als een aankondiging van wat hem tijdens zijn leven zal te beurt vallen. Hij ziet in wat heel de lotsbestemming van de priester is: geënt op de mystieke Wijnstok en onafgebroken gesnoeid en gezuiverd door de beproeving brengt hij vrucht voort in overvloed. Dat genadevol inzicht zal hem zijn leven lang leiden en troosten.

4. DE VERDEDIGING VAN DE WAARHEID

Op het seminarie werd de geestdrift van onze vader opgewekt voor de Waarheid die hij ontdekt had in het eeuwenoud onderricht van de Kerk. Maar hij begreep ook dat de Kerk op het punt stond binnen te treden in een nieuw tijdperk van revolutie en veranderingen die de oude, eerbiedwaardige orde bedreigden.

In het seminarie van Issy-les-Moulineaux.

De bisschop van Grenoble vatte het plan op de pas gewijde priester abbé de Nantes te benoemen tot directeur van zijn seminarie. Daarom trok onze vader naar de universiteit van Parijs om er te studeren en zich zo voor te bereiden op zijn toekomstige taak.

Tijdens de vakanties vervangt hij een pastoor in Villeurbanne, een stad van atheïstische en communistische arbeiders. De progressistische priesters nemen verbazingwekkende beslissingen, zoals de vervanging van het beeld van Onze-Lieve-Vrouw in de Kerk door dat van een vrouw die de afwas doet! Onze vader van zijn kant zet zich in om dienstwerk te verrichten dat op traditionele leest geschoeid is – met succes, want veel mensen nemen de godsdienstpraktijk terug op. Maar zijn manier van doen zet ook kwaad bloed, meer bepaald bij de pastoor van de parochie die al het mogelijke doet om hem te laten wegsturen.

Tenslotte keert abbé de Nantes terug naar Parijs, waar hij in het tijdschrift Aspects de la France bijzonder scherpzinnige artikels schrijft over de Kerk, de politiek en de toekomst van Frankrijk. Zijn openlijke kritiek op de christendemocratie levert hem echter een serieuze sanctie op vanwege de aartsbisschop van Parijs, Mgr. Feltin, die hem verbiedt nog eender welk geestelijk ambt in zijn diocees uit te oefenen.

Gelukkig krijgt hij een leraarsfunctie aangeboden aan het college van Pointoise (ten westen van de hoofdstad), waar hij kennismaakt met Bruno Bonnet-Eymard en Gérard Cousin, de latere broeders; ze zullen de onschatbare genade kennen om tussen 1952 en 1955 van zijn onderricht te mogen genieten.

Op het einde van het schooljaar 1954-1955 verlangt onze vader ernaar een meer onthecht leven te leiden en vraagt om te mogen intreden bij de karmelieten. Maar de overste van de Karmel weigert hem: de directeur van het college van Pointoise heeft abbé de Nantes aangegeven als iemand die aan politiek doet... Daarom gaat hij les geven in Normandië, waar de Voorzienigheid hem laat kennismaken met pater Théry; die geeft hem de raad zijn eigen communauteit te stichten.

Onze vader kiest Charles de Foucauld als model en krijgt de nodige inspiratie om een Leefregel te schrijven voor zijn kleine, piepjonge gemeenschap van monniken-missionarissen. De bisschop van Troyes is bereid hem in zijn diocees te ontvangen en vertrouwt hem drie plattelandsparochies toe: Villemaur, Pâlis en Planty. De communauteit wordt gesticht op 15 september 1958, eeuwfeest van de geboorte van Charles de Foucauld. De eerste broeders krijgen hun monastiek habijt uit handen van de bisschop van Troyes in 1961. Abbé de Nantes geeft ondertussen leiding aan zijn parochies volgens de traditionele methodes; hij begrijpt dat hij de erfgenaam is van een lange traditie van heiligheid, die hij enkel maar moet verderzetten opdat de genade vrucht zou dragen in de zielen die hem zijn toevertrouwd.   

5. PASTOOR VAN DRIE PAROCHIES

Het leven van curé de campagne is voor hem geen rustperiode, want er is veel werk aan de winkel. Er gaan maar weinig mensen naar de kerk, geschandaliseerd als men is door het wangedrag van een voormalig pastoor van Villemaur die er met een vrouw uit het dorp vandoor gegaan is. Bovendien is het algemeen bekend dat de bevolking van de streek in grote mate communistisch en antiklerikaal is. Onze vader slaat echter met vertrouwen de hand aan de ploeg.

Op de zondagen heeft hij het altijd heel druk, want hij staat er op dat elk van zijn parochies zijn eigen mis heeft, de vespers en het lof. Hij bezoekt regelmatig zijn parochianen, ook zij die niet pratikeren of de godsdienst vijandig gezind zijn. Soms wordt hem de deur gewezen, maar dat ontmoedigt hem niet: hij komt terug, discussieert met hen, toont belangstelling voor hun zorgen en brengt hen geleidelijk opnieuw naar de zondagsmis. Zijn oud-parochianen zullen getuigen dat hij er zich op toelegt geesten en harten te raken door een eenvoudige, voedzame prediking. Op korte tijd veranderen de parochies volledig. Zijn vurige vroomheid en voorbeeldige naastenliefde wekken tal van religieuze roepingen op, waarvoor zijn bisschop hem prijst.

Toch gaan de zaken niet blijven zoals ze zijn. President De Gaulle maakt zich klaar om Frans Algerije te verraden. Abbé de Nantes ziet dat en is verontwaardigd. Hij schrijft verschillende artikels om de regering te herinneren aan haar morele, militaire en politieke plicht tot verdediging van de Fransen in Algerije, die dreigen in handen van de moslimterroristen te vallen. De kerkelijke gezagsdragers vragen hem op te houden met in het publiek over deze kwestie te spreken. Maar onze vader weigert zijn broeders in Algerije te verraden en vindt het een plicht van naastenliefde om de schandalige politiek van De Gaulle aan de kaak te stellen. Zijn moed levert hem veel vijandschap op vanwege de machthebbers van deze wereld, waarbij zelfs de officiële erkenning van zijn monastieke gemeenschap in het gedrang komt.

6. HET BEROEP OP DE ONFEILBARE PAUS TEGEN EEN PAUS EN EEN CONCILIE DIE FEILBAAR ZIJN

We zullen nu zien hoe abbé de Nantes ertoe gekomen is iets te ondernemen wat niemand vóór hem ooit gedurfd heeft: aan de paus vragen om over zichzelf een oordeel uit te spreken.

Alles begint in 1959 wanneer paus Joannes XXIII de samenroeping van een concilie aankondigt om de Kerk te hervormen. Onze vader is daar tevreden over en behoudt al zijn vertrouwen in Rome. Zijn Brieven aan mijn vrienden getuigen van zijn kinderlijke aanhankelijkheid aan Joannes XXIII én van zijn vurige hoop op een concilie dat orde op zaken zal stellen. In Rome begrijpt kardinaal Ottaviani, de nummer twee in de hiërarchie, heel goed wat er met deze nieuwe kerkvergadering op het spel staat; hij verlangt de terugkeer van de Kerk naar de traditionele methodes.

Maar op het moment dat kardinaal Ottaviani het woord neemt om aan de vergadering van de bisschoppen de voorbereidende werkzaamheden voor het concilie te presenteren, wordt hij in het publiek vernederd. Men sluit zijn micro af om hem te beletten verder te spreken en men beslist openlijk om helemaal geen rekening te houden met zijn voorbereidend werk. En onvoorstelbaar toppunt van dwaasheid: de paus feliciteert de prelaten die zo gehandeld hebben! De nog onbesliste bisschoppen, die eerst verrast zijn door de houding van Joannes XXIII, gaan de dag daarop overstag en voegen zich bij het verkeerde kamp.

Het concilie heeft beslist om «de Kerk open te stellen voor de wereld». We zijn getuige van een echte revolutie. Onze vader klaagt die huichelarij aan in zijn Brieven aan mijn vrienden, die meer en meer gelezen worden in Rome en in Frankrijk. De lucht in de wereld, stelt hij, is vervuild door Satan. De vensters van de Kerk openen voor de geest van de wereld komt neer op het binnenlaten van ketterijen en immoraliteit, het betekent dat men de duivel vrij laat rondwandelen in de Kerk.

Vaticanum II beslist ook om de godsdienstvrijheid te erkennen. Nog een vorm van verdwazing, want als alle godsdiensten dezelfde rechten hebben, dan wil dat zeggen dat ze ons allemaal naar de Hemel kunnen voeren en is het niet meer nodig de mensen te bekeren! Uiteindelijk verklaart Paulus VI, opvolger van Joannes XXIII: «Ook wij, wij meer dan wie ook, beoefenen de eredienst van de Mens.» Zinsverbijstering zonder voorgaande… In de wervelstorm van ketterijen is onze vader de enige die de moed heeft recht te staan om te protesteren.

Precies vanwege die kritiek wordt hem op 25 augustus 1966 het recht om de sacramenten toe te dienen ontnomen (suspens a divinis). Hij vraagt en verkrijgt dat het geheel van zijn  geschriften aan het oordeel van het H. Officie wordt onderworpen. Dat proces vindt plaats in Rome in 1968. Hoewel men hem geen enkele leerstellige dwaling kan ten laste leggen, vraagt men van hem toch een algemene herroeping van zijn kritiek op paus Paulus VI en het concilie… en bovendien een onvoorwaardelijke en onbegrensde onderwerping aan elk kerkelijk gezag. Abbé de Nantes weigert die buitensporige tekst te ondertekenen, waarop hij een jaar later, op 10 augustus 1969, “gediskwalificeerd” (?) wordt verklaard in een perscommuniqué van het H. Officie. Het proces is dus niet geldig afgesloten bij gebrek aan canonieke beslissing; en tot op vandaag is zo’n beslissing nooit geveld.

Omdat hij weet dat enkel de paus in de Kerk de onfeilbare rechter kan zijn, óók in zijn eigen zaak, schrijft onze vader in 1973 een Aanklachtenboek tegen Paulus VI wegens ketterij, schisma en schandaal. Dat boek brengt hij op 10 april 1973 naar Rome, omringd door zijn communauteit van broeders en 70 leiders van de Liga van katholieke Contrareformatie die hij gesticht heeft. Maar de paus wil hem niet ontvangen en belet hem de toegang tot het Vaticaan met een cordon Italiaanse politieagenten. Daarop publiceert abbé de Nantes zijn Liber accusationis en keert terug naar Rome om hem te verdelen onder de kardinalen en de Romeinse geestelijkheid.

Wij sluiten deze paragraaf af met twee schijnbaar tegenstrijdige uitspraken van Onze Heer Jezus Christus. De eerste verwijst naar de huidige geloofsafval die Jezus klaar en duidelijk heeft aangekondigd toen Hij zei: «Zal de Mensenzoon bij zijn terugkomst nog het geloof op aarde vinden?» De tweede uitspraak steekt ons een hart onder de riem: «De poorten van de hel zullen de Kerk nooit overweldigen.» Die belofte is het fundament van onze bovennatuurlijke hoop op de Kerk die, ondanks de schijn dat het anders is, toch altijd op onfeilbare wijze de geloofsschat van de apostelen zal bewaren, onafhankelijk van de aanvallen van de duivel die lijkt te triomferen. Door zijn werk ter verdediging van het geloof, ten dienste van de Kerk, heeft onze vader die onfeilbaarheid gewaarborgd. Wij mogen nooit twijfelen aan de Kerk: zij heeft de beloften van het eeuwig leven. Dankzij de verschijningen in Fatima weten we bovendien dat «het Onbevlekt Hart van Maria op het einde de overwinning zal behalen».

7. EEN GEVAL DAT UNIEK IS IN DE GESCHIEDENIS VAN DE KERK

Wat ongelooflijk is in het geval van abbé de Nantes is dat hij in de Kerk de enige geweest is die het geloof verdedigde terwijl hij tegelijkertijd het gezag van de paus respecteerde. Bij zijn terugkeer in het Maison Saint-Joseph na de overhandiging van het eerste Aanklachtenboek zet hij het werk van De katholieke Contrareformatie verder door onafgebroken in het getouw te zijn: maandelijkse conferenties in Parijs, publicatie van de CRC, sermoenen, geestelijke lezingen, brieven, de monastieke getijden…

Hij slaapt enkel het strikte minimum en verliest geen ogenblik, zoals bewezen wordt door een anekdote verteld door de bisschop van het Canadese diocees Nicolet: hij zat in hetzelfde vliegtuig als onze vader en getuigde dat hij hem tijdens de zeven uren durende vlucht heel de tijd zag werken, zonder één minuut te stoppen. De veertig boekdelen van De katholieke Contrareformatie vormen het doorslaggevend bewijs. Vanaf 1974 komen de jaarlijkse jeugdkampen mee op de lijst van realisaties. En in 1982 neemt abbé de Nantes de beslissing om de CRC in Canada in te planten met de komst van twee broeders.  

Op 6 augustus 1978 overlijdt Paulus VI. Zijn opvolger, Joannes-Paulus I, schenkt de Kerk terug een geweldige hoop. Zijn komst op de troon van de H. Petrus wekt roepingen en bekeringen op. Spijtig genoeg wordt hij op tragische wijze vermoord, drieëndertig dagen na zijn uitverkiezing. Het is in die periode dat onze vader de verschijningen in Fatima begint te bestuderen. Voor onze communauteiten betekent het een enorme vertroosting vast te stellen dat zijn strijd voor de verdediging van de Waarheid in de Kerk op alle punten overeenstemt met de boodschap van de Allerheiligste Maagd.

Bij het begin van het pontificaat van Joannes-Paulus II is abbé de Nantes eerder positief ingesteld. De Poolse paus lijkt traditioneel, hij houdt altijd zijn paternoster in de hand. Vanaf zijn eerste encycliek is het echter duidelijk dat de oriëntaties van het nieuwe pontificaat dezelfde zijn als die van Paulus VI en het Tweede Vaticaans Concilie. Nadat verschillende brieven aan de Opperherder onbeantwoord zijn gebleven, brengt onze vader op 13 mei 1983 een tweede Aanklachtenboek naar Rome, maar ook Joannes-Paulus II wil die niet aannemen.

Hetzelfde doet zich voor in 1993, wanneer onze overste de zgn. “Catechismus van de katholieke Kerk” ontmaskert: de elf grote ketterijen die er in staan en glashelder bewezen worden, storen de slaap van het H. Officie niet….

In 1996 zetten de Kerk en de Franse staat een gezamenlijke operatie op om abbé de Nantes definitief het zwijgen op te leggen. Men noemt hem een sekteleider en een dissident. Hij wordt ervan beschuldigd de sancties die hem opgelegd zijn te misprijzen en misbruik te maken van zijn gezag om een afwijkende leer over de Eucharistie en Onze-Lieve-Vrouw te onderwijzen. Tenslotte wordt hij bedreigd met schorsing als hij al zijn werk niet opgeeft en zijn beschuldigingen niet intrekt.

Omdat die acties ondernomen worden zonder enig respect voor de meest elementaire rechtsregels, zoals het recht op verdediging, is de hele zaak voor abbé de Nantes de providentiële gelegenheid om de H. Stoel ertoe te dwingen het proces van 1968 terug te openen en af te werken. Hij gaat telkens opnieuw in beroep waardoor zijn gerechtvaardigde vraag tenslotte terechtkomt bij het hoogste tribunaal van de Apostolische Signatuur. Na meer dan twee jaar, op 7 oktober 2000, geeft de secretaris van het tribunaal een verklaring vrij: het onderzoek van het beroep wordt geweigerd met als motief… dat de kwestie niet op definitieve wijze ten gronde is beoordeeld!

Zo heeft abbé de Nantes gedurende 35 jaar, als getuige van de Waarheid, een beroep gedaan op het oordeel van het onfeilbaar leergezag van de Kerk en heeft hij omgekeerd tot op vandaag slechts botte afwijzing, suspensie, dreiging met schorsing en “diskwalificatie” gekregen – maar nooit een antwoord ten gronde. Zijn strijd is een luide kreet van geloof in en liefde voor de Rooms-katholieke Kerk, Bruid van Christus en Moeder van de uitverkorenen, een onophoudelijk herhaald beroep op Onze Heer Jezus zelf, soeverein Rechter over levenden en doden, die beloofd heeft dat «de poorten van de hel haar nooit zullen overweldigen».

In december 2000, toen het derde Geheim van Fatima wereldkundig was gemaakt, besloot abbé de Nantes om de titel van zijn maandblad, De katholieke Contrareformatie in de twintigste eeuw, te vervangen door Verrijzenis en kort daarna door Hij is verrezen! Op die manier bevestigde hij zijn door het geloof gedragen overtuiging dat de Kerk een wedergeboorte zou kennen, overeenkomstig de beloften die Onze-Lieve-Vrouw van Fatima ons gedaan heeft: «Maar op het einde zal mijn Onbevlekt Hart triomferen!»

Broeder Pierre van de Transfiguratie