Onze hoop op de Hemel
«HOE is het mogelijk dat wij niet voortdurend aan de Hemel denken ? Hoe komt het dat het Paradijs niet de sterkste aantrekkingskracht in ons leven uitoefent ? Want in de Hemel is het ware leven, blijvend en definitief, waarvan het huidige leven slechts het voorspel is » (abbé de Nantes). Dat is des te meer waar omdat de Hemel zelf zich niet laat vergeten.
HET MES OP DE KEEL
Het Franse wetsvoorstel over euthanasie, dat in het voorjaar van 2025 door de Nationale Vergadering werd aangenomen, is een van de slechtste ter wereld. Het verplicht medische instellingen om euthanasie op hun terrein toe te staan, zelfs in katholieke instellingen, op straffe van een zware sanctie voor iedereen die zich daartegen zou verzetten. Het zogenaamde “ misdrijf van belemmering ” stelt directeurs bloot aan twee jaar gevangenisstraf en een boete van 30.000 euro.
De ladder naar de Hemel. Fresco uit de 12de eeuw in het Sint-Catharinaklooster in de Sinaï.
Met andere woorden : de tekst verbiedt een directeur van een instelling – of die nu openbaar, privé of zelfs uitgesproken religieus is – om zich te verzetten tegen de tussenkomst van externe gezondheidswerkers die een dodelijke injectie komen toedienen wanneer het personeel van het medisch instituut zich zou beroepen op een gewetensclausule.
In vele landen waar euthanasie is gelegaliseerd, hebben privé-instellingen een charter aangenomen waarin hun religieuze en morele overtuigingen worden geformuleerd. Dat heeft niettemin al tot rechtszaken geleid in België, Zwitserland en Canada. In Frankrijk kwam er echter een verrassende wending : de Senaat heeft het wetsvoorstel eerst volledig herwerkt en daarbij het “ misdrijf van belemmering ” uitgesloten. Uiteindelijk werd het hele wetsvoorstel op 28 januari 2026 tijdens een plechtige stemming verworpen : 144 stemmen tegen, 123 voor en 38 onthoudingen.
« Het debat heeft zeer duidelijk aangetoond dat er geen consensus over deze tekst bestaat, maar een echte verdeeldheid tussen voorstanders en tegenstanders van hulp bij zelfdoding en euthanasie. We staan ver af van het beeld dat door peilingen van de voorstanders van “ hulp bij het sterven ” wordt verspreid als zou 90 % van de Fransen er voorstander van zijn ! » (senator Emmanuel Capus van Les Indépendants).
Zij die deze wet absoluut wilden laten aannemen, zijn de socialisten en hun communistische en groene bondgenoten, samen met de aanhangers van Macron. Een minister verklaarde dat de meest strijdvaardige voorstanders behoren tot « een zeer invloedrijke parlementaire lobby » (om niet te zeggen : de Loge !), terwijl er tegelijkertijd « de vastberadenheid is van Emmanuel Macron, die zich heeft geëngageerd om een doorbraak over dit onderwerp tot stand te brengen en die dus moet doorzetten ».
Rechts heeft (voorlopig) een overwinning behaald, maar zonder enige verwijzing naar de wil en de wet van God. Iederéén verwerpt het beroep op God, zelfs de bisschoppen van Frankrijk, die hun verzet tegen de legalisering van euthanasie en hulp bij zelfdoding rechtvaardigen met deze dooddoener : « Men zorgt niet voor het leven door de dood te geven. » Geen enkele verwijzing naar het gebod van God : « Gij zult niet doden. » Kardinaal Jean-Marc Aveline, aartsbisschop van Marseille en voorzitter van de Franse bisschoppenconferentie, beroept zich zelfs op « de broederlijkheid, een centrale waarde van onze Republiek »!
De waarheid is dat het hier gaat om een opstand van de mens tegen God. « Wij, meer dan wie ook, beoefenen de eredienst van de Mens », zei paus Paulus VI op de dag dat Vaticanum II werd afgesloten. Al zijn opvolgers volgden hem in dat heilloze spoor.
Welnu, God antwoordt via de stem van een communistische senator, Pierre Ouzoulias, die boos uitriep : « Een deel van katholiek rechts wil opnieuw het debat over de wet Claeys-Leonetti [een euthanasiewet uit 2016] voeren, in naam van een religieus principe volgens hetwelk het individu geen totale vrije wil heeft : het is God die het leven geeft en het weer terugneemt. » Zijn haat verlicht Ouzoulias om de katholieke geloofswaarheid in herinnering te brengen – en tegelijkertijd de antichristelijke strijd van zijn partij weer aan te wakkeren.
De kans is groot dat het wetsvoorstel niet gestemd kan worden vooraleer het mandaat van de president in 2027 afloopt. Tenzij Macron hoopt om via een referendum toch nog zijn doel te bereiken. Hoe dan ook, de mislukking van het wetsvoorstel is misschien een antwoord van de Hemel op onze gebeden, onze offers en onze bedevaart naar Lourdes die wij in een geest van eerherstel hebben gedaan, want het spook van de euthanasie verwijdert zich voor een tijd van ons.
WIJ ZIJN GEMAAKT VOOR HET PARADIJS
Wij moeten nadrukkelijk de waarschuwing van de “ glimlachende paus ”, de Z. Joannes-Paulus I, in herinnering brengen : « De hel bestaat en wij kunnen er in terechtkomen. » Hij zei dit na een lang gesprek met zuster Lucia van Fatima, aan wie de Allerheiligste Maagd Maria op 13 juli 1917 de hel had getoond : « Wij zagen als een oceaan van vuur en in dat vuur de duivels en de zielen van de verdoemden. Die waren als doorzichtige sintels, zwart of bronskleurig, met menselijke vormen. Zij zweefden in die brand, opgetild door de vlammen die uit henzelf opstegen, samen met wolken rook. Zij vielen neer naar alle kanten, zoals vonken bij grote branden, zonder gewicht of evenwicht, te midden van kreten en gejammer van pijn en wanhoop die afschuw inboezemden en ons van angst deden beven... » (Memoires).
« Maar wij zijn helemaal niet gemaakt voor de hel. God had ons in Adam heilig en gelukkig geschapen en heel zijn heilswerk is erop gericht ons terug te brengen naar een paradijs dat nog beter is dan het paradijs dat wij verloren hebben. Om deze terugkeer naar Hem te volbrengen hebben wij de tijd van een mensenleven. Dat is weinig en tegelijk veel : veel voor de barmhartigheid en het geduld van onze hemelse Vader, die niet moe wordt en niet terugschrikt bij het zien van onze hoogmoed en onze lafheid ; maar weinig gezien onze traagheid en verstrooidheid, die altijd klaarstaan om de kostbare uren te verspillen die snel voorbijgaan en nooit meer terugkomen. Het is ook weinig in verhouding tot het werk dat moet worden verricht : dat van onze heiligheid, volgens het gebod van de Heer : “ Wees volmaakt zoals uw hemelse Vader volmaakt is. ”
« Dit is een al te zeer miskende waarheid : wij zijn allemaal geroepen tot de volmaaktheid van de liefde reeds in dit leven. Men mag de laatste vooruitgang die ons volledig tot kinderen van God maakt niet uitstellen tot het moment van de dood of tot de tijd van het vagevuur. De ladder die vóór ons staat om naar boven te klimmen is niet te lang, zoals men gewoonlijk denkt, om meteen de Hemel te bereiken ; en de beproeving van het vagevuur is niet normaal en niet onvermijdelijk. De theologen leren dat het vagevuur een plaats van straf is en dat wij er niet doorheen moeten gaan als wij trouw zijn aan de genade.
« Onze aardse roeping bestaat er bijgevolg uit om de heiligheid te bereiken die ons van de aarde rechtstreeks naar de hemelse gelukzaligheid in de schoot van God voert. Wij denken uit een verkeerd begrepen nederigheid dat dit geluk voorbehouden is aan enkele uitverkorenen, aan heiligen, maar dat is een vergissing die onze hoop verarmt en onze edelste verlangens ontmoedigt. In werkelijkheid bereidt de Voorzienigheid voor ieder van ons een pad voor dat rechtstreeks naar God leidt en dat wij zonder te bezwijken kunnen volgen tot aan het schitterende einde.
« Hoezeer gaat dit in tegen de gewone opvattingen ! Zoveel zielen smaken de vreugde van een levend geloof niet omdat zij schuchter blijven en in middelmatigheid blijven steken, omdat zij denken dat zij niet tot iets beters geroepen zijn. Zij weten bovendien niet hoe zij de volmaaktheid moeten bereiken ; het ontbreekt hun aan dat goede verlangen, die krachtige wil om hun roeping ten volle te vervullen en naar God zelf te streven door een steeds zuiverder en vuriger liefde. Zij vegeteren en dat is een groot verlies, want ook zij zouden reeds hier op aarde een innige vereniging met God kunnen kennen.
« Dit heilige verlangen is al de helft van het werk, want van zodra het in de ziel verschijnt, wekt het een programma van heiliging op, opeenvolgende “ treden ” voor de beklimming van de heilige Berg. De ziel volgt dan niet langer met gebogen hoofd een lange kronkelige weg door de vlakte, maar zij richt de blik op de lichtende top en bestudeert het tracé van het pad, met de moeilijke passages. En in dit totaalzicht proeft zij al de sterke vreugde van de verwachte overwinning. Alleen de duur van de reis ontgaat haar – gelukkig maar. In de bergen is het een gewone optische vergissing om alles veel te kort in te schatten. Zo denkt de ziel die besluit de weg van de volmaaktheid in te slaan dat zij die in enkele jaren zal bereiken. Maar in de praktijk blijken ze veel langer.
« Het maakt niet uit : het belangrijkste is dat men zich op weg begeeft ! » (abbé Georges de Nantes, Brief aan mijn vrienden nr. 45, 10 november 1958).
broeder Bruno van Jezus-Maria
Hij is verrezen ! nr. 141, mei-juni 2026