Revolutie en Contrarevolutie
het tijdvak 1789-1830
De Franse Revolutie bracht niet alleen een regimewisseling teweeg, maar creëerde ook een nieuwe religie, een nieuwe filosofie, een nieuwe politiek en een nieuwe samenleving, door zich op te dringen met terreur en oorlog, met propaganda en leugens. Ze veroorzaakte een ware geopolitieke aardverschuiving. Net zoals het protestantisme in de 16de eeuw de oorzaak was van een catastrofale omwenteling in Europa, heeft de Franse Revolutie, in het verlengde van het werk van de Reformatie, een nieuwe grote breuk veroorzaakt die de christenheid bijna volledig vernietigde.
HET BEGIN VAN EEN TITANENSTRIJD
DE Revolutie van 1789 is niet specifiek Frans, maar westers. Ze begint in feite niet in 1789, maar al in 1763 in de Verenigde Staten. Tussen 1763 en 1789 begint ze zich snel te verspreiden in verschillende gebieden in Europa. In de Noordelijke Nederlanden proberen de « patriotten » de macht te grijpen, in de Zuidelijke Nederlanden komt men tijdens de Brabantse Omwenteling in opstand tegen het gezag van de Oostenrijkse keizer. Op Malta breekt een rebellie uit tegen de hospitaalridders en in Genève grijpen de lagere klassen naar de wapens tegen de gezagsdragers. Haar hoogtepunt bereikt de Revolutie in Frankrijk, waarna de brand zich uitbreidt over het grootste deel van West-Europa.
Het belangrijkste principe van al deze revoluties is de vrijheid. Elke mens is de enige meester over zichzelf en bezit fundamentele rechten die voortkomen uit zijn eigen natuur : vrijheid van denken, godsdienst, meningsuiting, vergadering, handel enz. Deze vrijheden impliceren in de praktijk het principe van de volkssoevereiniteit. Al deze ideeën worden tot dogma verheven in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring (1776) en in de Verklaring van de rechten van de Mens (1789).
Opvallend is dat de mannen die deze nieuwe ideeën aanhingen niet tot het gewone volk behoorden, maar tot de klasse van de rijken, de grootgrondbezitters, de sociale elite, de burgerij, de leden van geheime genootschappen. De meesten van hen woonden in de grote steden in Zuid- en Noord-Amerika en in West-Europa – kortom in alle landen langs de Atlantische kusten. In de 18de eeuw verliep de uitwisseling van goederen en ideeën namelijk gemakkelijker over zee dan over land. De ideeën van Voltaire, Rousseau, Montesquieu, Locke en de fysiocraten (economen van de Verlichting die pleitten voor afschaffing van douanebarrières, vrije graanhandel en het loslaten van vaste prijsafspraken) werden gedeeld door heel deze kosmopolitische kring van wereldse en welgestelde personen die vaak vervreemd waren van de godsdienst.
Hét grote voorbeeld voor al deze lieden was Engeland, waar de nieuwe ideeën toegepast werden. Sinds de Glorious Revolution van 1688, die voorgoed een einde maakte aan de aanspraken van de katholieke Stuarts op de troon, leefde men daar onder een parlementaire monarchie en genoot men allerlei vrijheden zoals het petitierecht, de vrijheid van meningsuiting en de persvrijheid. Aan het einde van de 18de eeuw was Engeland het grootste economische centrum van de wereld. Het had weliswaar in 1783 de Amerikaanse kolonies verloren, maar die schok deed het besef postvatten dat het beter was de internationale handel uit te breiden dan koloniale gebieden te bezitten. Londen bouwde daarom de grootste koopvaardijvloot ter wereld uit en, ter bescherming daarvan, een machtige oorlogsvloot. In westerse liberale kringen was men ervan overtuigd dat iedereen Engeland moest navolgen, het land dat rijk en welvarend was geworden dankzij zijn politieke liberalisme.
Diezelfde kringen keken daarentegen vol haat neer op de traditionele absolute monarchieën die in vele Europese landen nog altijd aan de macht waren. Vooral Frankrijk met zijn eeuwenoude monarchie van goddelijk recht moest het ontgelden. Het verbond tussen de Troon en het Altaar, tussen de antiliberale Bourbons en de katholieke Kerk, was heel dat “ vooruitstrevende ” wereldje een doorn in het oog. En ook Engeland zelf wist dat Frankrijk altijd het grootste obstakel zou vormen voor haar streven naar de wereldheerschappij.
Daarom zwoer Londen dat het de Franse monarchie ten val zou brengen om daarna in zoveel mogelijk landen, vrijwillig of onder dwang, een liberaal regime naar Engels model te vestigen. Albion zou overal ter wereld elke revolutionair, elke liberaal en elk lid van een geheim genootschap steunen en financieren die bereid was in de richting van de Engelse doelstellingen te werken.
In 1717 was in Londen de Grootloge van Engeland gesticht, met de bedoeling de politiek van de Engelse protestantse en parlementaire monarchie te ondersteunen. In 1771 richt de hertog van Orléans, de neef van koning Lodewijk XVI, in Frankrijk de Loge van het Grootoosten op onder de leuze “ Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid ”, met het doel de Franse katholieke en absolute monarchie te ondermijnen. Wie dat gegeven voor ogen houdt, bezit de sleutel tot heel de geschiedenis van de 18de eeuw.
De Franse Revolutie die in 1789 uitbreekt, is een eerste en enorme overwinning voor Engeland. Door de nieuwe ideeën over te nemen stapt Frankrijk ineens over naar het Engelse kamp. Precies honderd jaar tevoren had Lodewijk XIV hooghartig het verzoek van Jezus, bij monde van de H. Margaretha-Maria Alacoque, afgewezen om het H. Hart op zijn vaandels en paleispoorten te plaatsen ; hij verkoos het embleem van de zon, symbool van zijn eigen glorie. Op 17 juni 1789 verklaart de derde stand, in hoofdzaak de burgerij, zich tot Nationale Vergadering en beweert de natie te vertegenwoordigen. De macht komt niet langer van Boven, maar van onderaf. De voorrechten worden afgeschaft (4 augustus 1789), aan de geestelijkheid wordt met geweld een civiel statuut opgelegd (12 juli 1790), de koning wordt onthoofd (21 januari 1793) en de dauphin sterft in de gevangenis als martelaar (8 juni 1795). Satan triomfeert over de hele lijn...
De kapitalisten en profiteurs van de Revolutie, door abbé de Nantes « de harde kern van de Republiek » genoemd, nemen de macht over. Zij vormen de klasse van de liberale burgerij en zijn de werkelijke leiders van de gebeurtenissen tijdens de Revolutie en gedurende de hele 19de eeuw.
DE REPUBLIEK TREKT TEN OORLOG
Vanaf dat moment « streeft de Franse Revolutie naar de rol van politieke Messias », zoals Mgr. Freppel honderd jaar later glashelder uitlegde (La Révolution française à propos du centenaire de 1789). Hoewel de Assemblée in 1790 had beloofd geen oorlog te voeren tegen de vrijheid van welk volk dan ook, verklaart zij in 1792 de oorlog aan Oostenrijk. Want Oostenrijk en Pruisen, gesteund door Catharina de Grote van Rusland, voelden zich bedreigd door de verspreiding van de revolutionaire ideeën en stuurden troepen naar de Franse grens.
Na de Franse overwinningen bij Valmy en Jemappes verovert de Republiek de Zuidelijke Nederlanden, een deel van het Rijnland, Savoie, Nice... De revolutionaire legers dringen door tot in de Alpen en de Pyreneeën. Alles gebeurt zogezegd in naam van het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren... en van de grenzen die het revolutionaire Frankrijk zichzelf eigenmachtig heeft toegekend. Overal waar zij verschijnt, verspreidt de Republiek haar subversieve ideeën, vervolgt zij de Kerk en schaft zij de gevestigde orde af.
Aanvankelijk staat Engeland gunstig tegenover de Revolutie die zij mee georganiseerd heeft, omdat die Frankrijk verzwakt. Maar vanaf 1791 vreest Londen zelf de revolutionaire besmetting. Wanneer de sansculotten België annexeren, een essentieel doorgangsgebied voor de Engelse koopwaar, oordeelt men aan de overzijde van het Kanaal dat de Engelse economische belangen bedreigd zijn. Londen verkiest zijn eigen model van een minder bloedige liberale monarchie en breekt met Frankrijk. Mgr. Freppel : « In tegenstelling tot Frankrijk, dat zo verbeten de elementen van zijn eigen grootheid vernietigt, is Engeland trouw gebleven aan zijn burgerlijke en politieke instellingen en probeert het die geleidelijk aan te verbeteren » (La Révolution française à propos du centenaire de 1789).
In januari 1793 verklaart de Conventie, die nergens voor terugschrikt, de oorlog aan vrijwel iedereen : Engeland, Oostenrijk, Spanje, de Italiaanse koninkrijken en het Ottomaanse rijk. Gedreven door de buitensporige ambitie het “ licht ” aan heel de wereld te brengen en alle monarchieën omver te werpen, wordt Frankrijk werkelijk de niet te stoppen dolle hond van Europa.
Dat heeft twee gevolgen. Engeland stelt zich steeds onverzoenlijker op tegenover Frankrijk en verwerft, in alliantie met de Verenigde Staten, voor vele decennia de onbetwiste heerschappij over de zeeën. En de opkomende macht Pruisen gooit het op een akkoord met de Republiek en krijgt in ruil voor neutraliteit territoriale compensaties aan de Rijn en een soort protectoraat over heel het noorden van het Duitse rijk. Die dwaasheid van de revolutionairen in Parijs ligt aan de oorsprong van de drie grote conflicten die Frankrijk en het door Pruisen gedomineerde Duitsland in de toekomst tegenover elkaar zullen plaatsen : in 1870, in 1914 en in 1940.
Ondertussen vreet de Franse Revolutie haar eigen kinderen op en ontketent de Terreur, waaraan pas een einde komt door de staatsgreep van Thermidor (juli 1794). Het Directoire, slechts op papier “ gematigd ”, gaat door met de repressie tegen de royalisten en de clerus. Voor het voeren van de oorlog schuift het generaal Napoleon Bonaparte naar voren, die het commando krijgt over het “ leger van Italië ” om de Oostenrijkers, die over het noorden van het schiereiland heersen, te bestrijden.
Napoleon vernietigt systematisch de oude Italiaanse vorstendommen en creëert nieuwe republieken naar Frans revolutionair model. In 1797 verslaat hij de Oostenrijkers en, na zich een machtig leger en aanzienlijke middelen te hebben verschaft dankzij grootscheepse plundering, steekt hij naar analogie met Caesar “ de Rubico ” over...
DE CONSOLIDATIE VAN HET REVOLUTIONAIRE GEDACHTENGOED
Zijn staatsgreep van 18 Brumaire (9 november 1799) wordt door de grote meerderheid van de Fransen toegejuicht : men verlangt naar een adempauze. De liberale bezittende klasse beseft dat er een autoritair systeem moet komen om voor wet en orde te zorgen, haar fortuin te beschermen en de revolutionaire principes te behouden. Napoleon zal haar man zijn.
Het kolossale Franse keizerrijk in 1812.
Om de historische provincies van het Ancien Régime te liquideren voerde de Revolutie de departementen in, waarvan de grenzen op pure willekeur berustten en die naar waterlopen of gebergten genoemd werden. Napoleon legde dat systeem ook op in de gebieden die hij bij het keizerrijk annexeerde.
Binnenlands institutionaliseert Bonaparte de Revolutie. Hij maakt komaf met de katholieke samenleving geregeerd door een koning als plaatsvervanger van Christus, die aan het hoofd staat van een gedecentraliseerd bestuur steunend op de natuurlijke sociale groepen (families, beroepscorporaties, regio’s). In plaats daarvan voert hij een jakobijnse centralisatie in en bevordert het revolutionaire individualisme. Hij bouwt een centrale administratie uit, vervangt de aloude provincies door willekeurig begrensde departementen, neemt het onderwijs in handen en onderwerpt de Kerk aan zijn almacht via de Organieke Artikelen van 1802. Met het nieuwe Burgerlijk Wetboek reglementeert hij alle verworvenheden van de Revolutie en legt ze op aan de Fransen : gelijkheid van de burgers, ontbinding van corporaties en sociale groeperingen, principe van laïciteit enz.
Op buitenlands vlak annexeert hij via zijn grote militaire campagnes verschillende gebieden – het megalomane “ Frankrijk van de 134 departementen ” omvat de Zuidelijke Nederlanden, de Zeven Verenigde Provinciën, delen van het Rijnland, Catalonië, Piëmont, Ligurië en de Pauselijke Staat ! – of maakt er vazalstaten van (de koninkrijken Spanje, Italië en Napels, de Rijnbond, de Helvetische republiek en het groothertogdom Warschau). Overal legt hij nieuwe grondwetten en zijn Burgerlijk Wetboek op. Kerkelijke goederen worden verkocht en de samenleving wordt heringericht volgens het principe van individuele eigendom, wat leidt tot een sterke groei van de bezittende burgerij. Net als in Frankrijk wordt adel vervangen door rijkdom en triomferen de liberale en republikeinse ideeën.
Dan zijn er ook de “ bevriende ” landen die in feite ondergeschikt zijn : Pruisen, Oostenrijk, Rusland, Denemarken. Zij kunnen niet weerstaan aan de verspreiding van het revolutionaire gedachtengoed vanuit het oppermachtige Frankrijk.
De Napoleontische veroveringspolitiek verloopt echter niet vreedzaam en roept woede op bij de plaatselijke bevolking. De meest subversieve elementen begrijpen dat zij, steunend op het ontwrichtende principe van het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, onder mensen met dezelfde taal en gewoonten een gevoel van solidariteit kunnen opwekken : het revolutionaire nationalisme wordt geboren. Dat nationalisme wordt niet alleen een instrument tegen het Franse keizerrijk, maar ook tegen de eigen wettige vorsten. Nationalistische groeperingen in het Duitse rijk, op het Italiaanse schiereiland, in Servië, Polen en zelfs Latijns-Amerika vinden in de door Napoleon verspreide principes de rechtvaardiging voor hun gewelddadige emancipatie. Zo zaait Frankrijk overal in de wereld de Revolutie.
HET CONGRES VAN WENEN EN DE RESTAURATIE
Na Waterloo (18 juni 1815) en de val van Napoleon geraakt de Revolutie op haar retour. De grote mogendheden die de overwinning behaald hebben – Engeland, Rusland, Oostenrijk en Pruisen – willen de prerevolutionaire toestand herstellen en het leeuwendeel van de ingevoerde veranderingen ongedaan maken. Om deze Restauratie te doen slagen stroomlijnen de Grote Vier hun visie op het Congres van Wenen, dat plaatsvindt van september 1814 tot juni 1815. Ook het verslagen Frankrijk is vertegenwoordigd in de persoon van de gewiekste diplomaat Talleyrand, vertegenwoordiger van koning Lodewijk XVIII.
Engeland (sinds 1801 het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Ierland) wil zijn suprematie op zee verankeren, waardoor het zijn dominantie over de wereld hoopt te realiseren. Rusland, meer en meer de rivaal van Engeland, is door zijn ligging en zijn schismatieke godsdienst op zichzelf gericht en streeft naar de hegemonie over de continentale gebieden. Aangezien het voor zijn invloedssfeer onmisbaar is om toegang te hebben tot de zee, streeft het tegen Engeland in naar een evenwicht tussen de maritieme mogendheden (waartoe ook Frankrijk, Spanje en Portugal behoren).
Het doel dat het katholieke Oostenrijk nastreeft, is het bieden van een tegenwicht aan de Russische macht en het doen herleven van de christenheid, waarvan het de spil wil zijn. Ter compensatie van het verlies van de Zuidelijke Nederlanden verwerft het Lombardije, Venetië en Dalmatië, waardoor het toegang krijgt tot de Adriatische Zee. Pruisen wil het beleid van Frederik II voortzetten, dat erin bestond het mozaïek van kleine en grotere Duitse vorstendommen te domineren. Deze staten, die in het zuiden van het voormalige H. Roomse Rijk pro-Oostenrijks en katholiek zijn, bieden echter weerstand aan de druk van Berlijn. Allemaal samen, mét Pruisen en het westelijke deel van het keizerrijk Oostenrijk, vormen zij de Duitse Confederatie en overleggen onderling in de Rijksdag.
De grote winnaars van het congres zijn ongetwijfeld de Britten. Door handig in te spelen op de belangen van alle partijen slaagt Albion erin zijn tijdens de Revolutie verworven maritieme veroveringen veilig te stellen. Het overklast voorgoed de concurrerende zeemachten Portugal en Spanje, die aan invloed op het wereldtoneel verliezen. Met de oprichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden onder Willem I schept het een bufferstaat tegen Frankrijk en onttrekt het de havens van Antwerpen en Amsterdam aan de Franse greep. En door de consolidatie van Oostenrijk en de opkomst van Pruisen te bevorderen, als tegengewicht tegen zowel Frankrijk als Rusland, zorgt het op het continent voor de fameuze Balance of Power.
DE HEILIGE ALLIANTIE
De kaart van Europa hertekend door het Congres van Wenen.
Vanuit zijn “ splendid isolation ” waakte het Verenigd Koninkrijk, heerser over de wereldzeeën, over de machtsbalans op het continent. Frankrijk werd weer de traditionele zeshoek en kreeg twee bufferstaten aan zijn grenzen : in het noorden het Koninkrijk der Nederlanden, in het zuidoosten Piëmont-Sardinië. Oostenrijk, hersteld als keizerrijk, domineerde Centraal-Europa en kreeg een uitweg naar de zee. Pruisen verwierf extra gebieden in het westen, waardoor het binnen de Duitse Confederatie de rivaal van Oostenrijk werd en de kiemen gelegd werden voor een fatale confrontatie.
Initiatiefnemer en spilfiguur van het Weense Congres was de Oostenrijkse kanselier Klemens von Metternich, een uitstekend staatsman en een overtuigde katholiek. Zijn opzet is niet om Oostenrijk de wereldhegemonie te geven, maar om de invloed van de katholieke Kerk te herstellen en de christenheid weer in het leven te roepen. Dat kan alleen worden bereikt door de diverse naties hun soevereiniteit terug te schenken, zoals de wijsheid van de vorsten deze in de afgelopen eeuwen had gecreëerd. Daarom wil Metternich ook een voldoende sterk Frankrijk, maar binnen de grenzen van vóór de expansieoorlogen.
Lodewijk XVIII, de Bourbon die opnieuw de troon van zijn voorvaderen bekleedt, schrijft zich volledig in deze politiek in. Er daagt opnieuw iets van het Frans-Oostenrijkse katholieke bondgenootschap, doorheen de eeuwen in Parijs zo bestreden door verblinde machthebbers als Richelieu, die samenwerking met de protestantse staten verkoos, maar gepredikt door verstandige figuren als de kapucijn pater Joseph du Tremblay, de “ grijze eminentie ” [zie het artikel De geopolitieke gevolgen van de protestantse rebellie, 1517-1648, in Hij is verrezen ! nr. 131 van september-oktober 2024]. In Wenen slaagt de Franse koning er trouwens in om, via zijn afgevaardigde Talleyrand, aan het verslagen Frankrijk opnieuw een plaats op de internationale scène te geven.
Maar Talleyrand begaat een onbegrijpelijke dwaasheid wanneer hij akkoord gaat om aan Pruisen, dat helemaal aan de oostkant van de Duitse Confederatie ligt, grote territoria te schenken aan de westkant ervan : Westfalen en het Rijnland, aan de grens met Frankrijk. Uiteraard zal het streven van Pruisen er vanaf dat ogenblik uit bestaan zijn bakermat te verbinden met zijn nieuwe westerse gebieden tot één groot geheel. In de ogen van Berlijn rechtvaardigt dat doel een politiek van hegemonie ten koste van de Duitse vorstendommen die tussen beide helften in liggen.
(1773-1859)
In het najaar van 1815 sluiten Oostenrijk, Rusland en Pruisen de heilige Alliantie, bedoeld om een christelijk antwoord te bieden op het revolutionaire gedachtengoed. De ondertekenaars verbinden zich ertoe regelmatig bijeen te komen om hun beleid te coördineren. Verschillende andere vorsten sluiten zich later aan en ook het Verenigd Koninkrijk betoont zijn instemming om de vrede en het machtsevenwicht in Europa te bewaren. Metternich, die tot 1848 kanselier van Oostenrijk zal blijven, is de drijvende kracht achter het initiatief. Hij overtuigt zijn partners ervan om overal waar zich ook maar de geringste liberale opflakkering voordoet in te grijpen en deze in de kiem te smoren.
In 1850 zal hij schrijven : « Kan het volk regeren ? Om te regeren heb je het tegenovergestelde nodig, namelijk gehoorzaamheid. Wie zal gehoorzamen als de massa regeert ? Een recht dat niet kan worden uitgeoefend, is slechts een loze kreet. Daarom gaat de volkssoevereiniteit in de praktijk niet verder dan de term zelf. In de realiteit komt ze neer op het recht om zich te laten vertegenwoordigen, wat betekent dat zij ophoudt te bestaan van zodra zij wordt uitgeoefend. » Met zijn scherpe blik voorzag de kanselier hoe in een democratie ambitieuze individuen zich “ in naam van het volk ” de macht zouden toe-eigenen, met totale minachting voor datzelfde volk.
Het is Metternich die in de Duitse staten een einde maakt aan de door studenten aangewakkerde liberale bewegingen ; die Ferdinand I, koning van de Beide Siciliën, in al zijn bevoegdheden herstelt en de constitutionele bepalingen die door de liberale regering van Napels waren aangenomen, nietig verklaart ; die de stokerijen van de Piëmontese maçonnieke liberalen onderdrukt. « Zo maakt men korte metten met de eerste stappen van een revolutie ! », verklaart hij. Hij is het ook die in 1822 zijn steun geeft aan het Franse militaire ingrijpen tegen de Spaanse anti-absolutisten, die de zwakke Ferdinand VII willen domineren. Metternich, die elke liberale of revolutionaire beweging bestreed, was samen met paus Leo XII – verbeten bestrijder van de vrijmetselarij en meer bepaald van de carbonari – en de Franse Bourbonkoningen de echte garant voor de christelijke vrede in Europa.
De dominantie van de herstelde christenheid over het liberalisme kon alleen standhouden zolang de leden van de heilige Alliantie eensgezind optraden. In 1822 kwam daar een bruusk einde aan met de zelfmoord van Lord Castlereagh, de Britse minister van Buitenlandse Zaken die een grote voorstander was van de Alliantie : « een van de ergste rampen die mij ooit hebben getroffen », aldus Metternich. Werd Castelreagh door een vrijmetselaarscomplot uit de weg geruimd omdat hij teveel meeging in de politiek van de Oostenrijkse kanselier ? In elk geval werd hij vervangen door Canning, die een fervent tegenstander was van het antiliberale interventiebeleid.
Deze ommekeer van het Verenigd Koninkrijk zou verstrekkende gevolgen hebben. De liberale en revolutionaire bewegingen, die voortaan opnieuw gesteund werden door Albion en zijn invloedrijke loges, konden zich als een besmettelijke ziekte over de hele wereld verspreiden. Tot 1870 zouden zij zich inzetten om het reactionaire werk van de heilige Alliantie systematisch te vernietigen.
broeder Michel van de Triomferende Onbevlekte en het Goddelijke Hart & redactie KCR
Hij is verrezen ! nr. 140, maart-april 2026