16 AUGUSTUS 2026
De Kanaänitische vrouw en de verzoeken
van Onze-Lieve-Vrouw van Fatima
Jezus had zich teruggetrokken naar de streek van Tyrus en Sidon. Daar kwam een Kanaänitische vrouw naar Hem toe en begon te roepen: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David!” Dat zij een Kanaänitische vrouw wordt genoemd, betekent dat zij een heidense was die haar land verlaten had. Zij had de dwaling van de inwoners van Tyrus en Sidon achter zich gelaten om onder de Joden te gaan wonen en deelde zeker hun geloof, want zij richt zich tot Jezus en noemt Hem de Zoon van David.
Waarom heeft dit Evangelie mij zo getroffen? Omdat wij op dit ogenblik nadenken over een profetie van Fatima die verschrikkelijk is en die een scheidsmuur opricht tussen de gelovige katholieken en allen die op weg zijn naar de hel. Wij moeten erkennen dat, althans in een eerste fase, iedereen die goddeloos leeft, die in opstand komt tegen de wet van God of Jezus Christus en zijn Kerk veracht, dat die verloren gaat. Alle slechten gaan naar de hel. Dat is absoluut noodzakelijk om de grens tussen de Kerk en de anti-Kerk te herstellen. Tussen Christus en Belial bestaat geen gemeenschap. Daarover moeten wij standvastig blijven, ook als we op ons eigen hart moeten trappen.
In het verhaal van de Kanaänitische vrouw zien wij echter dat deze grens niet ondoordringbaar is. Er is die Kanaänitische vrouw, die Sint-Lucas met een nauwkeuriger en geografisch juistere naam aanduidt: een Syro-Fenicische vrouw. Zij bevond zich in Judea, aan de kant van de Joden. Deze vrouw, die aanhanger van Christus was geworden, pleit voor haar dochter die zich aan de andere kant van de grens bevond en verloren dreigde te gaan.
Ik baseer me op het Evangelie van de Matteüs om te zien hoe Jezus dit geval heeft behandeld. Hij heeft het precies zo behandeld als Onze-Lieve-Vrouw van Fatima toen Ze zei: “Bid, bid veel en breng offers voor de zondaars, want vele zielen gaan naar de hel omdat er niemand is die voor hen bidt en zich voor hen opoffert.”
Deze bekeerde Kanaänitische vrouw denkt aan haar dochter, die als heidense zal sterven. Jezus antwoordt: “Ik ben alleen gezonden tot de verloren schapen van het huis van Israël.” Maar de vrouw bleef voor Hem neergeknield en herhaalde: “Heer, kom mij te hulp.” Waarop Jezus: “Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.” De vrouw antwoordde: “Dat is waar, Heer, maar juist de hondjes eten de kruimels die van de tafel van hun meester vallen.”
Toen zei Jezus tot haar: “Vrouw, groot is uw geloof; mocht het u gebeuren zoals gij verlangt.” En op hetzelfde ogenblik werd haar dochter genezen.
Op een ogenblik waarop wij het aantal atheïsten, mondaine mensen en zelfmoordenaars zien toenemen, zullen wij zien hoe Jezus antwoord geeft op onze bezorgdheid.
De H. Catharina van Siena vertelt hoe zij de zielen zag neerstorten in de grote ketel van de hel. Plotseling zag zij een hand die een deksel vasthield en het op de hel plaatste. De zielen zijn dus op weg naar de hel, klaar om erin te vallen, wanneer de genade van God tussenbeide komt. Wij bemiddelen voor hen opdat zij de genade zouden ontvangen om gered te worden.
In Fatima wordt het fijnzinniger uitgedrukt. Onze-Lieve-Vrouw zegt ons: “Bid, bid veel en breng offers voor de zondaars, want vele zielen gaan naar de hel omdat er niemand is die voor hen bidt en zich voor hen opoffert.”
Men moet goed begrijpen dat het deksel dat op de ketel van de hel wordt gelegd, op zichzelf niet voldoende is. Wij moeten de strengste uitleg aannemen, maar tegelijk de Kanaänitische vrouw navolgen. Hoe vaak heb ik dit niet gezegd tegen moeders die diep bedroefd waren door de goddeloze dood van een van hun dierbaren. Laten wij luisteren naar Jezus, die geraakt wordt door het hart van deze vrouw.
Zelfs al gaat het om een goddeloze of iemand die zichzelf van het leven beroofd heeft: zolang er iemand voor hem bidt, is niets verloren.
De Kanaänitische vrouw roept: “Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David!” – dat is haar akte van geloof – “mijn dochter wordt door een demon gekweld.”
“Maar Jezus antwoordde haar geen woord.” Dat is precies de moderne wereld, die door de demonen wordt geteisterd. Zijn leerlingen zeiden tot Hem: “Geef haar toch haar zin, want zij blijft achter ons aan roepen.” Dat is rechtstreeks uit het leven gegrepen!
De vrouw laat zich niet ontmoedigen en Jezus geeft toe aan haar smeekbede, met grote tederheid. Op hetzelfde ogenblik werd haar dochter genezen.
Zo is de barmhartigheid van onze goddelijke Verlosser. Maar om deze oneindige barmhartigheid te kunnen uitoefenen, heeft Hij bemiddelende zielen nodig die voor de zondaars ten beste spreken en voor hen bidden. Eén liefdevolle ziel kan duizenden zielen redden.
Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit de preek van 9 maart 1995