2 AOÛT 2026

De les van de Broodvermenigvuldiging

Wat is die menigte sympathiek die Jezus tot diep in de woestijn is gevolgd! Onze-Lieve-Heer bekommert zich om deze mensen omdat zij niets meer te eten hebben. Jezus wordt door medelijden bewogen; zijn Hart wordt geraakt door een tedere en liefdevolle ontroering die zelfs de kleinste inspanningen en de geringste blijken van edelmoedigheid van de zijnen opmerkt. Dat roept zijn goedheid op en Hij vermenigvuldigt zijn wonderen.

Deze menigte heeft geen brood meer omdat zij Jezus is gevolgd. Maar men zou evengoed kunnen zeggen dat zij Jezus is gevolgd omdat zij geen brood meer had. Want de Meester leert ons in andere gelijkenissen dat wie alle rijkdommen van deze aarde bezit, er zich maar moeilijk van losmaakt om Hem te volgen en het Koninkrijk van God binnen te gaan.

Nu zij midden in de woestenij zijn en zelfs geen brood meer hebben, verricht Jezus dit grote wonder en geeft Hij hun brood. Achter dit zichtbare feit gaat echter een diepe symboliek schuil. Onze-Lieve-Heer wil hiermee een geestelijke werkelijkheid duidelijk maken: het brood dat Hij vermenigvuldigt, is niet bedoeld om alle mensen lichamelijk te verzadigen; het is slechts het teken van iets anders, iets veel beters, dat Hij wil schenken om de zielen te voeden. Aan hen die afstand hebben gedaan van de aardse goederen geeft Jezus het Brood uit de Hemel: zijn Eucharistie. En de Eucharistie is de bron van alle geestelijke goederen: hier op aarde de genade en eenmaal de eeuwige zaligheid.

Wat moeten wij hiervan denken? Ik wil de consumptiemaatschappij niet veroordelen. Ik denk dat men heel goed te midden van alle materiële welvaart kan leven en toch een diep gelovig mens zijn. Beweren dat alle aardse goederen strijdig zijn met de dingen van God is niet waar. Men kan ze heel goed hun juiste plaats geven en, dankzij het gemak dat zij bieden, zich des te meer wijden aan de geestelijke zaken.

De samenleving van morgen zal een indrukwekkende wetenschappelijke, technische en economische ontwikkeling kennen. Dat zal het «overige» zijn dat Christus heeft beloofd aan hen die eerst het Koninkrijk van God en zijn gerechtigheid zoeken. Dat alles is op zichzelf goed, maar het geloof moet op de eerste plaats komen en aan alles zijn juiste orde geven. Wil het geloof zich in de wereld doen gelden, dan moeten de edelste zielen, die geroepen zijn om anderen mee te voeren, Christus volgen uit liefde voor Hem en niet uit liefde voor de gaven die Hij schenkt.

Daarom moeten wij, in deze tijd van de grote geloofsafval, beseffen dat de mensen zich verliezen in de aardse en menselijke goederen, zodat onze samenleving er als het ware door verstikt wordt. Het kwaad schuilt niet in de machines, maar in de wil van de mens, die zich laat meeslepen door alles wat van deze wereld is.

Zich losmaken van de rest van de wereld om het mystieke Brood te ontvangen, is een genade en een onderpand van het eeuwige leven. Daarom mogen wij ons, bescheiden maar oprecht, verheugen dat wij behoren tot de kleine schare die het geloof bewaart terwijl zovelen het verliezen. Waarom? Omdat dit ons de ware goederen schenkt, omdat Jezus met oneindig mededogen neerkijkt op hen die afstand nemen van de aardse goederen, die trouw waken bij Hem en met een open hart luisteren naar zijn onderricht. Dan stort Hij de ware rijkdommen uit in ons hart: de goederen van het eeuwige leven en bovendien ook alles wat wij op aarde werkelijk nodig hebben.

Mochten wij in deze vreugde en deze fierheid de moed vinden om aan anderen te zeggen dat de ware weg naar het eeuwige leven ons uitnodigt de stad van de mensen achter ons te laten, Jezus te volgen en van Hem het geestelijke voedsel te ontvangen dat het onderpand is van het eeuwige leven.

Abbé Georges de Nantes
Fragmenten uit de preek van 22 juli 1987