12 JUNI 2026
De gevoelens van het Hart
van het Kindje Jezus in Nazareth
O Jezus van Nazareth, wie zal ooit ten volle het mysterie van je verborgen leven doorgronden? Ver voorbij de bleke historische reconstructies lag daarin reeds heel het mysterie van je Hart, in zijn breedte en diepte, onbegrijpelijk voor engelen en mensen. Jij was een buitengewoon kind, geheel overgeleverd aan de beschouwing. Het huis van Nazareth leek op een klooster. Jij was ook een volmaakt voorbeeld te midden van een volk dat zo weinig godsdienstig en zo slecht was! Je leven was al vanaf Nazareth een onderricht en een prediking…
Dat dit jou, evenals je ouders, vele vernederingen, vele speldenprikken en misschien nog erger heeft opgeleverd, daaraan kan helaas niet worden getwijfeld! Jij behoorde tot die kinderen die door de zeer hoge deugden van hun ouders op de wereld worden gezet om er bloot te staan aan onbegrip en vervolgingen. Over die kinderen staat men niet verwonderd dat zij al op prille leeftijd een ernst en een droefheid tonen eigen aan zuivere zielen, die door de gewone gang van de wereld alleen maar kunnen lijden…
Bernadette van Lourdes had jouw diepe blik, Jezus, wanneer de hare die van de smalende rijkdom kruiste; zij had jouw stem wanneer zij haar nichtje of vriendinnetjes berispte om hun slechte gedrag. Het hart van Teresia van Lisieux moet door dezelfde steken zijn doorboord als het jouwe bij het contact met de zonde van de wereld. Terwijl de meeste kinderen zich vlug aanpassen aan de gebreken van anderen en ze al snel navolgen, moet jij geleden hebben en je er nooit bij hebben kunnen neerleggen…
Met de jaren en met het ontwaken van het verstand moet de mens jou voorgekomen zijn als verdwaald in een labyrint van tegenstrijdigheden en dwalingen, erfelijke zowel als vrijwillige, waaruit het moeilijk leek hem te bevrijden – zozeer hield hij van zijn eigen kwaad. Hoe vaak moet de aanblik van de zonde, de troosteloze taferelen van menselijke onwetendheid en hoogmoed je in droefheid hebben gestort. Meer dan alles verwondde de lage manier waarop men de heilige godsdienst van de vaderen begreep en beoefende je Hart. Die bitterheid was je dagelijkse brood.
Jij bleef God in dit alles. Je waarnemingen, je overwegingen als kind hadden een oneindige weerklank in je ziel. Alles was voor jou lijden en soms begrepen zelfs je bewonderenswaardige ouders je intieme smart niet, je stille verontwaardiging die alleen jouw Hart verwondden. Hoewel je zachtmoedig en onderdanig was tegenover iedereen, heb je meer dan eens de menselijke slechtheid onder ogen gezien, heb je de hardnekkigheid ervan gepeild. Op die dagen kon men, zonder dat je er iets van toonde, op je ontredderd gelaat een angst lezen die niet van jouw leeftijd was, niet van een mens, maar van de Zoon van God.
Jij begreep dat je lessen, op het moment dat je jezelf zou openbaren, deze boze mensen tot godsmoord zouden brengen en jouzelf tot de afschuwelijkste dood: die in het huis van zijn broeders. De hatelijke blikken, de slagen die je soms ontving waren van tijd tot tijd de voorboden van de Lijdensweg die je zou moeten ondergaan.
En trouwens, het kwaad was zo algemeen, de onwetendheid zo diep ingeworteld, dat de gedachte in je opkwam dat de tragische afloop noodzakelijk was. Er zou een groot martelaarschap nodig zijn, de stromen van een zeer zuiver Bloed vergoten in schande, om een zó krachtig getuigenis af te leggen van de waarheid dat de mensheid wakker geschud en gedwongen zou worden op het Kruis haar Verlosser te aanschouwen. Je nam je voor om dit licht dat men gedurende de dertig jaren van Nazareth onder de korenmaat had geplaatst, hoog op te heffen als een fakkel, opdat die zelfs de meest verblinden en de meest verstarden zou verlichten en verwarmen. Jij zou die fakkel dus aan het Kruis bevestigen, op de top van de Calvarieberg.
Jij vond zoveel vreugde en rust in de intimiteit van het ouderlijke huis, Jezus. Waarom ben jij daar niet altijd gebleven? Nee, je werd naar buiten gezogen door een onblusbare dorst die in je menselijke hart neerdaalde vanuit de mysterieuze hoogten van je goddelijkheid: die drang die je voortstuwde, was in je gevoelsleven de echo van de zending die je Vader je van alle eeuwigheid had gegeven.
Men stelt zich je altijd voor als kind in Nazareth… maar waarmee voedde jij je gedachten en je hart tussen je twintig en dertig jaar? Zeker niet met beuzelarijen, maar altijd met dit Kruis, dit martelaarschap, deze offerande waarvan het uur was vastgesteld. Heb jij niet, voor je binnentrad in de vaart van je openbare leven in de richting van de beklimming van de Calvarieberg, dertig jaar lang deze pijnlijke en sterke offerande gekend, met onophoudelijk vernieuwde en veelvuldige intenties, zoals een prefatie op je doodsstrijd?
Over dit menselijke kwaad dat je Hart ontredderde, bleef jij toen nog zwijgzaam en je bestreed het nog niet openlijk. Maar juist daardoor droeg je deze pijn al des te krachtiger voor de ogen van je Vader. Je zag je buren handelen, je berekende de schuld. En hoewel die schuld je elke dag zwaarder voorkwam, vond elke ochtend je nog meer ontvlamd van verlangen om haar bloedig uit te boeten.
De liefde voor de goede Vader en de liefde voor je naaste vermengden zich in je Hart, iets onvoorstelbaars, tot het punt dat zij samenvielen. Vóór jij het aan de christenen hebt geleerd, heb je in Nazareth dit gebod van de dubbele liefde beleefd, evenals het andere gebod dat ons verplicht iedere dag ons kruis te dragen. Wie zal de verheven opwellingen van liefde beschrijven die jou, diep in de verlaten tuin van je kleine huis of in de werkplaats tijdens de lange uren arbeid, ertoe brachten jezelf aan de Vader aan te bieden alsof je reeds op het Kruis hing, om de schuld van de hele wereld op jou te nemen?
Het Lichaam dat je bezat, was voor jou slechts de gezegende materie voor het komende Offer; je verheugde je over het Bloed in je aderen bij de gedachte aan de dag waarop je het zou vergieten. Je luisterde naar de kloppingen van je Hart terwijl je ze aan God opdroeg tot de laatste toe, ja vooral de laatste, als getuigenis van je wil alle mensen lief te hebben en te redden.
Je ziel van slachtoffer en priester heeft iedere dag van je verborgen leven de offerliturgie gevierd. Om de grootheid van het Kruis en van het Laatste Avondmaal te begrijpen, moeten wij deze prefatie op het offer overwegen, die dertig jaar heeft geduurd, pijnlijk of gelukkig. Meer dan met lachen en spelen, meer nog dan met mediteren en onderrichten, bestond het leven van Jezus hier beneden erin zich aan zijn Vader aan te bieden en zich voor zijn broeders, de zondaars, te offeren. Dat was zeker zijn bezigheid en tijdverdrijf in Nazareth. En duizend innerlijke gebeurtenissen, duizend gebeden en gedachten die onze harten zouden ontroeren, blijven ons onbekend,.
Tijdens zijn bedevaarten naar Jeruzalem, waarbij Hij misschien langs gekruisigden kwam, wat waren toen de gedachten van dit Kind, de verzuchtingen van zijn Hart? Misschien is Hij reeds op voorhand de Calvarieberg gaan bekijken? O ondoorgrondelijke diepte van het Hart van Jezus!
Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit de Lettre à mes Amis nr. 84, maart 1961