27 APRIL 2026

De lijdende Dienaar

Op dit feest van de Goede Herder is de brief van de H. Petrus van een buitengewone rijkdom. Wanneer men deze bewonderenswaardige tekst leest, ontdekt men dat heel het Nieuwe Testament, en in het bijzonder de Handelingen van de Apostelen, in Jezus de Dienaar van Jahweh laat zien, zoals door Isaïas werd geprofeteerd (hoofdstuk 53).

Werkelijk, de apostelen en de eerste christenen waren diep doordrongen van dit beeld van de lijdende Dienaar, die als een schaap naar de slachtbank wordt geleid voor het offer: Jezus!

Voor Petrus betekent het de herinnering aan Jezus die op een avond uit de Hof van Olijven werd weggevoerd om naar zijn proces en zijn marteldood te worden gebracht en die, in plaats van zich te verzetten, zich onderwierp als een lam dat naar de slachtbank wordt geleid:

«Geliefden, geduldig verdragen dat gij te lijden hebt om uw goede daden, dat is het wat God behaagt.» Aangezien Christus zich zo heeft onderworpen, hebt gij niet het recht om in opstand te komen. Wij hebben niet het recht ongehoorzaam te zijn, wij hebben niet het recht ons te verzetten. Juist daarin zullen wij Christus navolgen en waardig worden kinderen van God genoemd te worden.

«Het is ook uw roeping, want Christus heeft voor u geleden en u een voorbeeld nagelaten; gij moet in zijn voetstappen treden…» Dat is het Lijden van Christus.

«Hij heeft geen zonde gedaan en in zijn mond is geen bedrog gevonden.» Geen leugen in zijn mond: dat is een letterlijke aanhaling uit Isaïas 53. Hij behoorde dus niet tot hen die slagen ontvangen omdat zij die verdiend hebben. Zoals Petrus eerder zei: er is geen verdienste in slagen te ontvangen wanneer men ze verdiend heeft; maar wanneer men ze niet verdiend heeft, wordt men enigszins gelijkvormig aan Christus, want Hij is de eerste die ons dit voorbeeld van onderwerping heeft gegeven.

«Toen Hij gescholden werd, schold Hij niet terug.» Dit psychologische portret van Jezus moet men werkelijk overwegen door het H. Aanschijn te beschouwen, door te kijken naar de Lijkwade die de levende illustratie is van wat Isaïas had voorzegd: een mens die geen menselijke gedaante meer had, die als een worm werd, een mens over wie men spotte en die door de omstanders werd beschouwd als het uitschot van de mensheid.

«Toen men Hem leed aandeed, uitte Hij geen dreigementen. Hij liet zijn zaak over aan Hem die rechtvaardig oordeelt.»

«Vader, in uw handen beveel ik mijn geest.» Dat is het ware portret van Jezus!

«In zijn eigen lichaam heeft Hij onze zonden op het kruishout gedragen…»  Opnieuw Isaïas: Hij heeft onze zonden gedragen op het hout, dat in de Bijbel een teken van vervloeking was. Sterven aan het hout, vastgebonden aan een balk of opgehangen aan een boom, was een vloek. Jezus heeft die vloek ondergaan!

«… opdat wij aan de zonden zouden afsterven en gaan leven voor gerechtigheid. Door zijn striemen zijt gij genezen.» Hij is dus gewond, maar juist door die wonden zijn wij genezen.

«Want gij waart verdwaald als schapen, maar nu zijt ge bekeerd tot de herder en behoeder van uw zielen.» Het is omwille van dit laatste vers dat deze tekst gekozen is voor de zondag van de Goede Herder. Dit vers geldt voor de Joden, die al schapen van Gods kudde waren, maar die Jezus na zijn dood en Verrijzenis tot zich heeft getrokken. Het geldt nog meer voor de heidenen, die werkelijk verloren waren en die Jezus door zijn Offer heeft gered. De “behoeder”, in het Grieks, heet episkopos, degene die waakt. De bisschop is degene die waakzaam zorg draagt voor zijn kudde. Jezus was de eerste bisschop, de bisschop van alle bisschoppen.

Wanneer men deze brief leest, ademt men de ware geest van het Evangelie. Op deze zondag van de Goede Herder moeten wij ons laten raken, maar niet op een sentimentele manier, door dit waarachtige portret van Christus dat door Isaïas, zeshonderd jaar vóór de geboorte van Jezus, werd neergeschreven. Onze-Lieve-Heer heeft het op zo’n duidelijke, ontroerende en indrukwekkende wijze vervuld dat de apostelen er voor het leven door getekend werden.

Omdat zij zo diep geraakt waren, hebben zij Jezus zelf als hun model genomen. Zij zijn werkelijk dienaars van hun broeders geworden. Zij hebben onderwerping gepredikt, ook tegenover de heidense overheden.

Wij moeten dit onderricht overwegen. Dat is de christelijke deugd. Ik heb het jullie al honderd keer gezegd: wij leven in een wereld van opstandigheid, een wereld van hoogmoed. Men verdraagt geen enkel juk meer. Dat is het tegenovergestelde van het voorbeeld van Christus! Men heeft voortdurend het Evangelie op de lippen en noemt dat “het evangelie van de bevrijding”! We zien hoe ver wij van de waarheid verwijderd zijn.

Maar laten wij onze broeders niet veroordelen, laten wij naar onszelf kijken en de Heer om vergeving vragen in onze H. Communie voor alle beledigingen en krenkingen die wij Hem hebben aangedaan, vroeger en ook nu nog. En tenslotte: laten wij Hem de genade vragen om meer op Hem te gelijken.

Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit de preek van 9 april 1989