12 APRIL 2026
Vrede zij u!
De verrezen Jezus verscheen aan Maria Magdalena, nadat Hij eerst zijn Moeder had bezocht om hun liefde te belonen en hun gemeenschappelijk Hart met nieuwe vlammen te doen branden. Daarna verscheen Hij aan zijn apostelen om hun zending te funderen op een ooggetuigenis waaraan wij allen geroepen zijn geloof te hechten, opdat wij zouden behoren tot de zaligen die niet hebben gezien en toch hebben geloofd.
Dit apostolisch getuigenis betreft feiten die “tekenen” zijn: lichtende tekenen, door de hand van God zelf neergelegd. Het eenvoudige relaas ervan is zo vol verstand, wijsheid en barmhartigheid dat het hart van wie luistert het Hart van God ontmoet en daarin het Leven vindt, badend in de waarheid die door zijn Bloed is bevestigd.
«In de avond van die eerste dag van de week, toen de deuren van de verblijfplaats der leerlingen gesloten waren uit vrees voor de Joden, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Na dit gezegd te hebben toonde Hij hun zijn handen en zijn zijde» (Jo 20, 19).
Doorboorde handen en een doorboorde zijde – maar dat wisten wij nog niet. De evangelisten hebben er zelfs niet aan gedacht dit afschuwelijke detail te vermelden: Jezus werd met nagels aan het kruis bevestigd en niet met touwen. Dat zullen wij zo meteen vernemen. Niets openbaart beter de volkomen eenvoud en oprechtheid van hun getuigenis.
«De leerlingen waren vervuld van vreugde toen zij de Heer zagen.» Men zou voor minder! Ook hier kon Johannes het contrast niet beter weergeven: enerzijds de liefdevolle uitbarstingen van Maria Magdalena, anderzijds de verbijstering van de apostelen die bewijzen verlangen. Maar hoe zouden zij nog kunnen twijfelen bij het zien van de glorievolle stigmata?
«Nogmaals zei Jezus tot hen: “Vrede zij u. Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zo zend Ik u.”» Tijdens zijn openbaar leven, toen zij in Samaria waren en de mensen, door de Samaritaanse vrouw gewaarschuwd, uit de stad naar Hem toe kwamen over de velden met rijpend graan, had Jezus al gezegd: “Ik heb u uitgezonden om te oogsten.” Hij sprak in de verleden tijd, alsof Hij, de zaaier, zijn maaiers reeds had uitgezonden, gedreven door zijn honger en dorst om het werk van de Vader volbracht te zien (Jo 4, 38). Nu is het uur gekomen om de vrucht van zijn verlossend offer te oogsten.
«Na deze woorden blies Hij over hen en zei: “Ontvang de H. Geest. Aan wie ge de zonden vergeeft, zijn ze vergeven, en aan wie ge ze niet vergeeft, zijn ze niet vergeven.”» Hier wordt de vervulling zichtbaar van het woord van Johannes de Doper, die had aangekondigd dat Jezus de Verlosser van de wereld zou zijn: “Zie het Lam van God dat de zonde van de wereld wegneemt.” De Voorloper had ook verkondigd dat hij de Geest uit de Hemel had zien neerdalen als een duif en op Hem had zien rusten: “En ik heb gezien en getuigd dat Hij de Uitverkorene van God is” (Jo 1, 34).
“Hij is het die doopt in de H. Geest”, had de Voorloper beloofd. En men kan zeggen dat heel het vierde Evangelie getekend is door deze verwachting van de H. Geest, zonder wie Jezus zijn onderricht niet in volle kracht en vruchtbaarheid kon geven. Hij sprak tot doven, omdat de Geest hun nog niet was gegeven, vermits Jezus nog niet verheerlijkt was. Maar na zijn Verrijzenis draagt zijn lichamelijke adem, de adem van zijn mond als vleesgeworden Woord, de beloofde H. Geest. Zo geeft Hij aan de apostelen de macht die Hijzelf tijdens zijn sterfelijke leven heeft uitgeoefend: de zonden vergeven of ze “behouden”, de macht van een rechter om te vergeven of te veroordelen.
«Thomas, een van de twaalf, ook Didymus genaamd, was echter niet bij hen toen Jezus kwam. De andere leerlingen vertelden hem: “Wij hebben de Heer gezien.” Maar hij antwoordde: “Als ik niet in zijn handen het teken van de nagelen zie en mijn vinger in de plaats van de nagelen kan steken en mijn hand in zijn zijde leggen, zal ik het niet geloven.”»
Nagels? Heer Jezus, U bent dus met nagels aan het kruis bevestigd! Gelukzalig ongeloof van Thomas dat ons zo’n openbaring heeft geschonken! Het werd een bron van diep medelijden voor heilige zielen door de eeuwen heen, tot zelfs onze afvallige generatie de “sporen van de nagels” opnieuw ontdekte op de H. Lijkwade.
«Acht dagen later waren zijn leerlingen weer in het huis bijeen, en nu was Thomas er bij. Hoewel de deuren gesloten waren, kwam Jezus binnen, ging in hun midden staan en zei: “Vrede zij u.” Vervolgens zei Hij tot Thomas: “Kom hier met uw vinger en bezie mijn handen. Steek uw hand uit en leg die in mijn zijde, en wees niet langer ongelovig, maar gelovig.” Toen riep Thomas uit: “Mijn Heer en mijn God!” Toen zei Jezus tot hem: “Omdat ge Mij gezien hebt, gelooft ge? Zalig die niet gezien en toch geloofd hebben.”»
Johannes heeft het Hart van Jezus horen kloppen om ons zijn geheimen te leren. En wat te zeggen van Thomas, die Hem met zijn vinger heeft aangeraakt en zijn hand heeft gelegd in het vlees dat door de wond geopend was, maar nu verrezen! Zijn uitroep verleent aan Jezus een titel die nog niemand Hem had gegeven. Het is niet alleen een uitdrukking van een volledig geloof in de goddelijke natuur van Jezus, voortgekomen uit de evidentie van de Verrijzenis en voor het eerst uitgesproken door de lippen van de ongelovige Thomas; het is ook een uitbarsting van liefde die nooit meer zal uitdoven in het hart van de “gelovigen”, zelfs bij hen die niet hebben gezien. Want van generatie tot generatie verkondigt de nagel, roept de wond uit dat God werkelijk in Christus is, die de wereld met zich verzoent.
Toen abbé de Nantes deze tekst uitlegde, merkte hij steeds op dat Jezus dus aanwezig was in de bovenzaal, “acht dagen” eerder, toen Thomas weigerde geloof te hechten aan het getuigenis van zijn broeders. Jezus hoorde dit en nam zich voor tegemoet te komen aan de eisen van de ongelovige. Maar daardoor openbaarde Hij tegelijk aan de apostelen dat Hij, zelfs wanneer Hij onzichtbaar is, altijd aanwezig blijft. “Zo worden wij gewaarschuwd dat Jezus met ons is tot het einde van de wereld”, besloot onze vader. Een “aanwezigheid in de vorm van afwezigheid”, die de apostelen eraan laat wennen Hem altijd bij hen te weten, zelfs wanneer Hij naar de Hemel zal zijn opgevaren.
«Nog vele andere tekenen heeft Jezus gedaan in het bijzijn van zijn leerlingen, welke niet in dit boek zijn opgetekend, maar deze hier zijn opgetekend opdat gij moogt geloven dat Jezus de Christus is, de Zoon van God, en opdat gij door te geloven leven moogt bezitten in zijn Naam.»
De Verrijzenis van onze Heer Jezus Christus is een historisch feit waarvoor elke oprechte ziel zich moet buigen. Wie weigert te geloven wat de apostelen zeggen gezien te hebben, kan niet gered worden. «Wie gelooft en zich laat dopen zal gered worden; wie niet gelooft zal veroordeeld worden.»
Broeder Bruno van Jezus-Maria
Uittreksels uit de preek van 6 mei 2023