10 MEI 2026

Van een redelijke christen naar een heilige

Hoe openbaart de H. Geest zich aan de christenen en hoe helpt Hij hen gedurende hun hele christelijke leven? Sint-Paulus zegt ons: de Geest komt onze zwakheid te hulp. En Sint-Jan heeft ons de aankondiging overgeleverd die Jezus aan zijn apostelen deed van een Trooster, een Parakleet, een Verdediger, een Advocaat. Al deze namen moeten wij zorgvuldig overwegen.

Want anders dan bij Christus in het Evangelie, van wie wij een gezicht, een gedrag en woorden kennen die ons helpen te begrijpen wie het Woord van God is, hebben wij hier alleen woorden van Christus, die ons iets onthullen over de onzichtbare Persoon van de H. Geest.

De H. Geest is allereerst een gids, een innerlijke steun, gegeven aan de christenen om hen in Christus te doen leven. «De Geest van de waarheid, gij zult Hem kennen, omdat Hij bij u blijft en in u zal zijn», zegt Sint-Jan. En verder preciseert Christus: «Hij zal u alles leren en u alles in herinnering brengen wat Ik u gezegd heb.» Hij zal dus verlichten en doen begrijpen wat Jezus heeft onderwezen. «Hij zal niet uit zichzelf spreken, maar wat Hij u zegt, zal Hij van Mij ontvangen hebben… Hij zal Mij verheerlijken.»

Deze andere verdediger zal dus niet een andere Christus zijn die midden onder de mensen een historische rol speelt. Nee, Hij zal geheel afhankelijk zijn van de Heer en Hem uitstralen.

Hij zal een Geest zijn van verlichting en innerlijke kracht, die allereerst ingrijpt in het hart van de Kerk, in het hart van de ziel, om God te erkennen, te dienen en te verheerlijken. Men ziet heel goed welke vergelijking zich opdringt: Christus, die de Bruidegom is, gaat heen en laat zijn bruid achter. Hij spreekt tot de apostelen en denkt aan ieder van hen die Hij als wees zal achterlaten. Zijn bruid zowel als deze wezen zullen zonder gids zijn, zonder kracht, zonder te weten hoe zij hun boot moeten besturen, hoe zij de onderneming, de familie na zijn vertrek moeten voortzetten.

Christus zal hun iemand geven die geen nieuwe Bruidegom zal zijn, geen nieuwe Vader, maar die binnen in hun hart een veelvormige en éne Geest zal zijn, die hen zal doen handelen volgens Jezus, om Hem voort te zetten.

Laten wij nu komen tot zijn openbaring: hoe maakt de H. Geest zich kenbaar, hoe laat Hij zich zien? Hoe openbaart Hij zich? Daarover vertellen de apostelen ons heel duidelijk in de Handelingen. Zoals de grote mystici zijn zij het eens over hetzelfde woord of over dezelfde werkelijkheid: een geestelijke dronkenschap… De charisma’s in de vroege Kerk tonen dit. Overal waar de Kerk wordt geplant, wordt een gemeenschap gesticht; en onmiddellijk verschijnen in de bijeenkomsten de charisma’s, de wonderen, allerlei gaven van de H.  Geest. Dat is merkwaardig en zelfs volstrekt onweerlegbaar!

In die vroege Kerk was er wijsheid, orde, tucht, gezond verstand. Maar te midden van dat wijze en volmaakte leven waren er ook bovennatuurlijke verschijnselen, tekenen van de openbaringen van de Geest. Geestelijke dronkenschappen, dat staat buiten twijfel! De H. Geest heeft zich niet in eigen Persoon getoond, maar Hij heeft op zichtbare wijze gehandeld en Hij blijft dat doen.

Wanneer iemand werkelijk ten volle christen is, dan is dat dankzij een instorting van de H. Geest, waardoor de menselijke geest zijn eigen grenzen overstijgt, de kring van zijn vertrouwde zekerheden te boven gaat en uitkomt op de oneindige oceaan van het ontoegankelijke licht dat de goddelijke Wijsheid zelf is. Sint-Paulus zegt het zo: «Dit mysterie van God kan niemand kennen dan de Geest van God» en zij die door Hem bezield worden en zich door Hem laten leiden.

Niet iedereen laat zich door de H. Geest leiden. Er bestaat een diepe kloof tussen de brave christenen, die binnen hun vertrouwde zekerheden blijven, en zij die de “dwaasheid van het Kruis” omarmen. Dat is voor ieder van ons van groot belang. Zoals er een soort zichtbare grens bestaat, waarover Teresa van Avila spreekt, die de zielen van gebed scheidt van de zielen die daarin niet zijn binnengetreden, zo bestaat diezelfde grens tussen christenen die zich beperken tot het menselijke, zij het met geloof en bovennatuurlijke genade, en degenen die dat overstijgen om de dwaasheid van het kruis te omhelzen.

Er is een vollediger gave, maar daarvoor is een elan nodig dat de krachten van de ziel te boven gaat. Dat is het werk van de H. Geest door zijn gaven. Ja, deze zielen blijven wel degelijk leidsters van hun eigen leven, door hun theologische deugden van geloof, hoop en liefde, en door hun morele deugden. Zij bezitten die, maar dat is niet voldoende. God wil méér.

Wat wil Hij? God wil dat zijn H. Geest bezit van hen neemt en hun, als een voornaamste handelende kracht, werken doet voortbrengen die in alle opzichten de menselijke natuur te boven gaan. Daarin ligt de ware heiligheid en, strikt genomen, het ware mystieke leven: het leven van de ziel voor zover zij door de H. Geest gegrepen en boven zichzelf verheven wordt om geheel aan Christus toe te behoren.

Abbé Georges de Nantes
Uittreksel uit “Het ideale klooster”, herfst 1965