15 MAART 2026
De historische context
van het wonder van de blindgeborene
We zijn aangekomen bij de derde fase van het zo korte openbare leven van Onze-Lieve-Heer. Zijn eerste prediking in Galilea eindigde, na een korte periode van enthousiasme, in een mislukking. Na de geloofsbelijdenis van Petrus bij Caesarea legt Jezus zich toe op de vorming van zijn apostelen. Hij kondigt hun driemaal zijn Lijden aan; Hij wil hen voorbereiden op dit drama en hen laten binnentreden in het mysterie van de Verlossing.
Maar ook daar is er sprake van een mislukking of althans van een voorlopige mislukking. De oren en harten van de apostelen blijven gesloten voor dat vooruitzicht. Tot het einde toe zullen zij redetwisten over hun plaats als ministers in het nieuwe Koninkrijk… Maar wanneer zij met Pinksteren in de genade bevestigd zijn, zullen zij er zelfs op aandringen dat de evangelisten niets van dit weinig flatterende verleden weglaten. Zalige nederigheid die waarheid is: het is immers waar dat Jezus rondom zich dappere, maar zwakke apostelen had.
Tegen deze laatste confrontatie met de religieuze autoriteiten van Jeruzalem voelden zij zich totaal niet opgewassen. Het is als het ware Jezus alleen die zijn vijanden tegemoet treedt. Deze keer beantwoordt de kleinmoedigheid van de apostelen zelfs aan de diepere bedoeling van Jezus. Wanneer Hij tijdens zijn optreden in Jeruzalem zijn apostelen en de meeste leerlingen op de achtergrond laat, dan is het omdat Hij zich vooral wil tonen als de Zoon van God, die uit den Hoge komt.
Het was dus niet het moment om zich een Galilees kleurtje te geven of regionale hartstochten op te wekken, terwijl Hij juist de zielen van de elite van Jeruzalem wilde verheffen tot de erkenning van de Messias. Noch Galileeër, noch Judeeër: Jezus was de Zoon van God, gekomen van de Vader, die altijd in de schoot van de Vader is en daarheen zal terugkeren. Hij alleen kon naar waarheid zeggen: “De Vader en Ik zijn één.”
De hoofdstukken 7 tot 11 van Sint-Jan vertellen in detail over deze hevige controverses. Het zijn bliksemschichten van goddelijk licht die Farizeeën en Sadduceeën ontmaskeren: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: vóór Abraham werd, Bén Ik.” En wanneer de Farizeeën stenen oprapen om Hem te stenigen, treft hen deze openbaring: “Jullie hebben de duivel tot vader en willen de begeerten van jullie vader volbrengen.”
Het gewone volk van Jeruzalem staat versteld: “Nog nooit heeft iemand zo gesproken!” En daarom “geloofden velen in Hem.” Men voelt het hart van Jezus trillen in deze woordenwisselingen die zijn leven op het spel zetten. Hij probeert zijn tegenstanders nog steeds te raken en hen van hun dwaling te overtuigen: “Ook al geloven jullie Mij niet, geloof dan toch omwille van de werken en weet voor eens en voor altijd dat de Vader in Mij is en Ik in de Vader.”
“De werken” zijn de wonderen van Jezus. Voor hun ogen zal Hij de blindgeborene genezen. Deze scène is uit het leven van het Jeruzalem van toen gegrepen, een momentopname met een buitengewone frisheid en waarachtigheid. Het wonder is zo indrukwekkend dat zelfs de Farizeeën verdeeld raken. Maar het slechtste deel van hen haalt de bovenhand en wil Jezus stenigen. Toch is zijn uur nog niet gekomen. Hij verlaat Jeruzalem om zijn terugkeer beter voor te bereiden en dan een beslissende stap te zetten. Hij zal niet alléén terugkeren, maar aan het hoofd van zijn “kerk”, zijn “commando van Galileeërs”, iets wat de joodse leiders zeker ongerust moest maken.
Wat wij moeten onthouden is dit: in een klimaat van groeiende tegenstand, in een steeds agressiever wordende vijandigheid van gierige en hoogmoedige Farizeeën, straalt Jezus toch zachtheid, barmhartigheid en vreugde uit te midden van de zijnen. Men zou kunnen zeggen dat Jezus hier aan zijn Kerk de bestanddelen meegeeft van haar dagelijks leven tot aan zijn wederkomst.
Het is dus een uitnodiging voor ons om Onze-Lieve-Heer te volgen in de tijd van het Lijden die nadert: Hem te volgen omwille van zijn oneindige barmhartigheid, Hem te volgen in gehoorzaamheid aan zijn eisen, ondanks de vervolgingen die ons omringen, en de vreugde te bewaren dankzij de Zaligsprekingen die Hij zijn apostelen, zijn leerlingen en de menigten heeft geleerd en herhaald voor allen die in zijn spoor willen treden.
Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit de conferenties over het Evangelie (1968-1969)