8 FEBRUARI 2026
Het Kruis in ons dagelijkse leven
Het Kruis is het centrum van onze godsdienst; het moet ook het centrum van ons persoonlijk leven zijn. Als het werkelijk het centrum van ons leven is, is het onmogelijk dat HET NIET TOT ONS SPREEKT.
Het Kruis van Christus is voor ons in de eerste plaats het grote teken van de goedheid van God die de zondige mensheid vergeeft. Als Sint-Jan in zijn brief schrijft: «God is liefde», dan heeft hij die les geleerd aan de voet van het Kruis. Op het Kruis betuigt Christus ons zichtbaar de vergeving van de onzichtbare God. Daarom is de barmhartigheid van God een voorwerp van geloof: wij geloven erin zonder haar te zien.
Zoals heel ons geestelijke leven in de eerste plaats een daad van geloof is in God die goed is, zo is ook het Kruis het fundament van ons geloof. Als wij geloven in een God die ons liefheeft en ons vergeeft, dan is dat omdat wij het Kruis zien.
In welke mate houdt God van ons? De voorwaarde is dat wij in het Kruis geloven. Het Kruis drukt in een toegankelijke en ontroerende menselijke vorm het mysterie uit van de onzichtbare genade van God. Daarom is elke blik op het Kruis een hulp voor het geloof.
Aangezien het geloof het fundament is van het hele christelijke leven en de eerste theologische deugd, hoe vaak moeten wij dan in de loop van de dagen onze ogen naar het Kruis opheffen om opnieuw zekerheid te vinden in ons geloof, om de zekerheid terug te vinden dat God ons liefheeft en ons vergeeft. God is liefde in het Kruis van Christus, maar wie het Kruis verwerpt, zal in God slechts een verschrikkelijke Rechter aantreffen.
Er is een woord uit het Evangelie dat bijzonder veelzeggend is: «Komt allen tot Mij, gij die zwoegt en vermoeid zijt, en Ik zal u verkwikken.»
Omwille van dit woord kunnen wij de toekomst tegemoet zien zonder te beven. Elke dag van ons leven voelen wij ons moe en afgemat, maar elke dag van ons leven is Christus ook aanwezig op zijn Kruis, waar Hij zijn Offer voor ons blijft hernieuwen om ons de vruchten ervan te schenken. Hij geeft ons opnieuw het bovennatuurlijke Brood, zoals het Evangelie het noemt, dat dagelijkse brood om ons te herstellen, en die mystieke wijn om ons te vervullen, te sterken en te verblijden. Dat is het Lichaam en het Bloed van zijn Kruis. Daarom is de essentiële eredienst, de eredienst die als de zon is waarvan alle andere slechts de stralen zijn: de H. MIS.
Wat is de Mis? Het is het heilig Offer van het Kruis, dat elke dag voor ons wordt hernieuwd, voor allen die eraan deelnemen, opdat wij aan de vruchten ervan zouden deelhebben. De Mis voegt niets toe aan het Offer van het Kruis wat de verdiensten van Christus betreft, maar zij verspreidt die verdiensten en deelt ze aan ons uit. Dat voegt iets toe, niet aan Christus, maar aan ons, die zijn mystieke Lichaam zijn. De Mis verwezenlijkt en verdeelt de vruchten die eens en voor altijd op het Kruis zijn verworven. Christus is God, maar het is als mens dat ik Hem nader, en in deze wonderbare uitwisseling, door mijzelf te verenigen met Hem, verenigt Hij mij met zijn godheid; Hij vergoddelijkt mij.
Zo kan onze heilige godsdienst worden samengevat in één woord van Sint-Paulus: «Ik heb onder u niets anders willen kennen dan Jezus Christus en wel Jezus Christus gekruisigd.» Er is voor ons dus slechts één volmaaktheid: bij Christus blijven op Golgotha en zelf ons kruis dragen. Want toen Jezus wilde uitleggen waarin de volmaaktheid van het Evangelie bestaat, zei Hij: «Als gij mijn leerlingen wilt zijn, neem dan elke dag uw kruis op en volg Mij; zo kunt gij mijn leerlingen zijn.»
Daarom is elk lijden dat uit liefde wordt aanvaard, in de gedachte van de vereniging met Christus aan het Kruis, een bron van grote verdiensten.
Het Kruis is het unieke gebeuren, het middelpunt van elke godsdienst en het centrum van ons persoonlijk leven. Het is ook in ons leven een onophoudelijke oproep om elke dag ons kruis op te nemen en Jezus te volgen; en niet alleen Jezus, maar ook de heiligen, om binnen te treden in de gemeenschap van genaden met de heiligen. Want Christus heeft aan de heiligen dit wonderlijke voorrecht gegeven: verdiensten te verwerven voor ons zodat wij, door ons met hen te verenigen, aan hun verdiensten kunnen deelnemen.
Ook wij koesteren, door elke dag ons kruis op te nemen, het verlangen om medeverlossers te zijn voor het heil van vele andere zielen. Dat is het zegel van de gelijkenis van het heilige wezen dat aan God is toegewijd, omdat hij op zijn beurt mede-verlosser wordt met Christus.
Al onze gebeden en al onze werken hebben slechts waarde wanneer zij met het Kruis van Christus verbonden zijn, wanneer wij dat alles doen om met Christus op het Kruis te zijn en wanneer wij al die gebeden en al die werken aan God aanbieden door Jezus Christus, onze Heer, door ze te verenigen met het Offer van het Kruis. Dan krijgen onze werken – die op zichzelf slechts werken van geringe verdienste zijn en zeer relatief – de waarde zelf van het lijden van Christus wanneer zij worden neergelegd in het Hart van de lijdende Christus aan het Kruis. En zo behagen zij God, onze Vader.
Zo kunnen wij tot God terugkeren, als het ware door onze eigen verdiensten, op zodanige wijze dat de mens zichzelf redt in het Kruis van Christus, door het Kruis van Christus, en kan binnentreden in de gemeenschap van het goddelijke. Zo zullen wij – wat een ongelooflijk voorrecht! – in de eeuwigheid samenleven met de drie goddelijke Personen, met de Vader, de Zoon en de H. Geest, in onderlinge relaties van gelijkheid en volmaakte liefde, dat wil zeggen in een oneindige liefdevolle omgang. God zal ons heel zijn wezen schenken, al zijn heiligheid en al zijn geluk en wij zullen Hem als antwoord al onze liefde schenken. Dit alles dankzij het Kruis van Christus!
O Crux, ave, spes unica! Gegroet, o Kruis, onze enige hoop!
Abbé Georges de Nantes
27 mei 1971