4 JANUARI 2026

Driekoningen: een historische gebeurtenis

We hebben de geboorte van het Kindje Jezus gevierd en vandaag vieren we het feest van de Openbaring van de Heer. Deze grote liturgische feesten zijn geen uitvindingen van de Kerk. We kunnen zeker zijn van deze gebeurtenissen, omdat ze historisch zijn.

We hebben alle bewijzen dat Jezus in Bethlehem is geboren in het jaar 1 vóór onze jaartelling, dat Hij werd bezocht door de Wijzen zoals de H. Mattheüs vertelt, dat alles wat de Evangelies ons berichten over Jezus, Maria en Jozef waar is en dat ons geloof dus ernstig en betrouwbaar is. Het rust op een stevig fundament. De chronologie van deze gebeurtenissen staat vandaag volledig vast. We mogen er trots op zijn katholieken te zijn!

De bevoorrechte getuige van dit verslag van de Openbaring, zoals de evangelisten Lucas en Mattheüs het vertellen, is Maria zelf, die «al deze gebeurtenissen in haar hart bewaarde en erover nadacht.»

Na haar terugkeer in Bethlehem kreeg de H. Familie bezoek van de “naties”, vertegenwoordigd door de Wijzen die kwamen om hun “Licht” te aanbidden, de ster die zij in het oosten hadden gezien.

Terwijl «de herders terugkeerden, God verheerlijkend en lovend om alles wat zij hadden gehoord en gezien, precies zoals het hun was verkondigd» (Lc 2, 20), ontvingen enkele “Wijzen” uit het land van Moab, ten oosten van de Jordaan – het land van Ruth en Noëmi – een ander “teken”: de “ster die opgaat uit Jakob”, aangekondigd door Bileam, profeet ten tijde van Mozes (Nm 24, 17). Nadat de Wijzen deze ster hadden waargenomen en vervolgens zagen dat zij zich in beweging zette, volgden zij haar. Haar licht leidde hen tot in Jeruzalem:

«Toen Jezus geboren was in Bethlehem in Judea, ten tijde van koning Herodes, kwamen er Wijzen uit het Oosten in Jeruzalem aan en vroegen: “Waar is de pasgeboren Koning der Joden? Want wij hebben zijn ster zien opgaan en zijn gekomen om Hem hulde te brengen.”»

Dit nieuwe verslag werd geschreven door de H. Mattheüs (Mt 2, 1-2), maar het sluit aan bij dat van Sint-Lucas. De reis had enkele dagen geduurd en zo kwamen zij begin januari aan, na de gebeurtenissen van de Geboorte, waarvan de geruchten Jeruzalem hadden bereikt door de profetes Anna. Daarom veroorzaakte de komst van de Wijzen grote opschudding in de hoofdstad, vooral bij koning Herodes, een wrede tiran die zijn macht angstvallig bewaakte.

«Hij riep alle hogepriesters en Schriftgeleerden van het volk bijeen en vroeg hun waar de Messias geboren zou worden. “In Bethlehem in Judea,” antwoordden zij, “want zo staat het geschreven bij de profeet: En gij, Bethlehem, land van Juda, gij zijt zeker niet de minste onder de stammen van Juda; want uit u zal een leider voortkomen die mijn volk Israël als herder zal leiden.”

«Daarop liet Herodes de Wijzen in het geheim bij zich komen. Hij wilde van hen weten wanneer de ster precies verschenen was. Vervolgens stuurde hij hen naar Bethlehem met de opdracht: “Ga zorgvuldig onderzoek doen naar het Kind. En wanneer jullie het gevonden hebben, breng mij bericht, zodat ook ik Hem kan gaan huldigen.”

«Na deze woorden van de koning gingen zij op weg, en zie: de ster die zij in het oosten hadden gezien, ging voor hen uit, totdat zij bleef staan boven de plaats waar het Kind was. Bij het zien van de ster werden zij vervuld van grote vreugde. Zij gingen het huis binnen…»

Jozef had zijn gezin intussen blijkbaar weer kunnen onderbrengen in “het huis”, waar het gewone leven zijn gang hernam.

«... en zij zagen het Kind met Maria, zijn moeder. Ze wierpen zich neer en brachten Hem hulde; daarna haalden zij hun schatkisten tevoorschijn en boden Hem koninklijke geschenken aan: goud, wierook en mirre.» Deze drie kostbare gaven hebben de traditie ertoe gebracht om te spreken van drie “koningen”.

Het was 6 januari van het jaar 1 na Christus.

«En nadat zij in een droom de opdracht hadden gekregen niet naar Herodes terug te keren, gingen zij langs een andere weg naar hun land terug.»

Maar meteen daarna namen de gebeurtenissen een dramatische wending:

«Nadat zij waren vertrokken, verscheen de engel van de Heer in een droom aan Jozef en zei: “Sta op, neem het Kind en zijn moeder mee en vlucht naar Egypte; blijf daar tot ik het u zeg, want Herodes zal het Kind zoeken om het te doden.” Hij stond op in de nacht, nam het Kind en zijn moeder en trok zich terug in Egypte.»

Egypte lag op vijf à zes dagreizen. Het stond sinds de verovering door Augustus (30 v. Chr.) onder de Pax Romana. Het was al vaker een toevluchtsoord geweest voor de kinderen van Jakob, voor de koningen en later in de tijd van de Makkabeeën.

Het verblijf van de H. Familie duurde niet lang. Herodes stierf kort vóór Pasen, eind maart. Maar vóór zijn dood beging hij nog een afschuwelijke misdaad, de ergste van allemaal:

«Toen Herodes merkte dat de Wijzen hem misleid hadden, werd hij woedend en gaf het bevel in Bethlehem en heel zijn gebied alle jongetjes van twee jaar en jonger te doden, overeenkomstig de juiste tijd die hij van de Wijzen had vernomen.»

De juiste tijd die hij zich door de magiërs had laten verduidelijken, is «de tijd van het verschijnen van de ster» (Mt 2, 7). De periode van «twee jaar» die door Herodes werd berekend, lijkt erop te wijzen dat de wijzen de ster hebben gezien op het moment van de aankondiging aan Zacharias, vijftien maanden vóór de geboorte van Jezus. De lofzang van Zacharias, die «de Ster uit den hoge» begroet op de dag van de geboorte van zijn zoon, wijst er allicht op dat ook hijzelf hierover een openbaring heeft ontvangen (Lc 1, 78). De wijzen zouden de ster dus meerdere maanden hebben waargenomen, voordat zij haar op de dag van de Geboorte in beweging zagen komen en haar volgden.

«Toen Herodes gestorven was, zie, toen verscheen de engel van de Heer in een droom aan Jozef in Egypte en zei: “Sta op, neem het kind en zijn moeder met u mee en ga naar het land van Israël, want zij die het kind naar het leven stonden, zijn gestorven.” Hij stond op, nam het kind en zijn moeder met zich mee en keerde terug naar het land van Israël. Maar toen hij hoorde dat Archelaüs over Judea regeerde in plaats van zijn vader Herodes, vreesde hij erheen te gaan; en na in een droom gewaarschuwd te zijn, trok hij zich terug in de streek van Galilea en ging wonen in een stad die Nazareth heet» (Mt 2, 1-23).

Sint-Jozef keert dus terug naar Nazareth, dat hij drie maanden eerder had verlaten. Deze bijzondere gebeurtenissen, nauwkeurig in de tijd gesitueerd en geografisch bepaald, zijn bevestigd door een onbetwistbare ooggetuige, naar wie de H. Lucas in grote eenvoud de blik en het hart leidt van de komende generaties: «Maria bewaarde al deze dingen zorgvuldig en overwoog ze in haar hart» (Lc 2, 19).

Broeder Bruno van Jezus-Maria
Uittreksels uit «Bible, Archéologie, Histoire», deel 3