1 FEBRUARI 2026

Ons ideaal: de Zaligsprekingen naar 
het voorbeeld van de H. Familie

 Het verborgen leven in Nazareth heeft dertig jaar geduurd. Laten wij deze drie heilige personen beschouwen: Jezus, Maria en Jozef, aan het werk, in stilte, in gebed. Wat een prachtig drieluik! Hierin ligt heel het ideaal besloten van de Kleine broeders en de Kleine zusters van het H. Hart en van allen die zich hebben aangesloten bij de Falanx van de Onbevlekte.

We zien hen alle drie in gebed. Pater de Foucauld heeft begrepen dat het leven in Nazareth een contemplatief leven was, een leven van gebed; dat Jezus, de Maagd Maria en de H. Jozef ondergedompeld waren in een sfeer van gebed, onderlinge liefde en een liefde tot God die heel hun bestaan doordrong.

Wij zien hen ook alle drie aan het werk. Wanneer zij zich even losmaakten van het gebed, was dat voor de Maagd Maria om een eenvoudige maaltijd te bereiden, voor het Kindje Jezus om naar school te gaan, voor de H. Jozef om te werken en in het levensonderhoud te voorzien. Het was geen groots of indrukwekkend bestaan; het streelde de trots niet en voedde het egoïsme niet. Wat bracht dit leven hun op? Het noodzakelijke om te leven, niets meer.

Ten slotte zien wij hen alle drie in stilte, in rust en sereniteit, alsof de tijd stilstond in dit eenvoudige leven van Nazareth, dat dag na dag hetzelfde bleef.

Toch werden Jezus, Maria en Jozef – de drie volmaaktste mensen uit de hele wereldgeschiedenis – die dertig jaar lang in een onbeduidend dorpje leefden, nauwelijks opgemerkt. De mensen van Nazareth, vaak huichelachtig en goddeloos, zoals de psalmen zeggen, hadden geen achting voor de Maagd Maria en geen genegenheid voor de H. Familie. De deugd van de heiligen is beminnelijk en toch wordt zij niet bemind. De liefde wordt niet bemind.

In het Evangelie voelt men aan dat de mensen niet vriendelijk voor hen waren. De H. Jozef heeft daaronder geleden, voor zichzelf, maar vooral om de Maagd Maria en nog meer om het Kind Jezus. Dat men hem kleine pesterijen aandeed, onrecht pleegde, hem niet betaalde, zijn werk afkeurde of het hem liet overdoen: dat kon hij nog verdragen. Hij had een brede rug en was bovendien een man. Maar wanneer men de H. Maagd beledigde, deed dat hem wenen – daar mogen wij zeker van zijn. En wanneer hij zag dat men de kleine Jezus sloeg bij zijn terugkeer uit de synagoge of van school, dan was dat ondraaglijk. Hij heeft ongetwijfeld veel te verduren gehad.

Maar in hun geloof in Christus, die in hun midden was en van wie zij uit de H. Schrift wisten dat Hij moest sterven en zijn leven zou offeren voor het heil van de wereld, traden de Maagd Maria en Sint-Jozef dit mysterie van de Verlossing binnen. Zij deden dit door te vergeven, door het lijden te aanvaarden en het als het ware op voorhand te verenigen met het lijden van Jezus. Zo zien wij de H. Jozef, de Maagd Maria en het Kind Jezus hun verlossingswerk beginnen door het verdragen en vergeven van beledigingen.

Heel dit bestaan is doortrokken van drama: de liefde is hier geen genietende liefde, maar een lijdende liefde, een liefde die bewust de weg van het lijden kiest, omdat zij een herstellende en verlossende liefde is.

Wanneer wij onze heilige ouders zo zien leven, in zachtmoedigheid, nederigheid, zelfverloochening en vernedering, vooruitlopend op het verlossingsmysterie van het Kruis, dan wordt het voor ons gemakkelijker om, in het licht van ons geloof in Jezus die volledig is geopenbaard en van het Evangelie dat wij volledig kennen, ons eigen leven de vorm van de Zaligsprekingen te geven:

«Zalig de armen, zalig de zachtmoedigen, want hun behoort het Koninkrijk der hemelen. Zalig zij die wenen, want zij zullen getroost worden. Zalig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden» (Mt 5, 3-7).

Jezus, Maria en Jozef hebben in Nazareth een leven van vervolging geleid. Jezus leed onder het lijden van zijn Moeder en zijn Moeder onder het lijden van haar Zoon. De verschijningen van Pontevedra openbaren ons dat dit wederzijdse mede-lijden vandaag in de Hemel voortduurt! Voor ons betekent het omarmen van de eerherstellende devotie dat wij ons verenigen met dit medelijden van Jezus voor het Hart van zijn Moeder. Ook Sint-Jozef heeft geleden. Zij hebben geleden en zij hebben vergeven.

Wanneer wij ons de zeer concrete, dagelijkse beledigingen voorstellen die zij hebben ondergaan, helpt dit ons hun huidige smart te begrijpen. Zij zien nu de zonden van de hele wereld en een menigte mensen die niet geloven, niet aanbidden, of hen zelfs verachten, haten en beledigen. Wij leven in de tijd van de grote droefheid van God, waarin de naastenliefde van velen is verkild en waarin de heilige Harten van Jezus, Maria en Jozef bedelaars om liefde zijn geworden. Aan ons om hen te troosten.

Broeder Bruno van Jezus-Maria 
Uittreksels uit «Les mystères joyeux du Rosaire», januari 2023