31 MEI 2026
De H. Drie-eenheid en de Maagd Maria
Wij hebben van onze vader abbé de Nantes geleerd dat God ons naar zijn gelijkenis heeft geschapen, zodat wij in onze heel gewone menselijke ervaring – niet voorbehouden aan wijzen of geleerden, maar toegankelijk voor iedere mens – vele beelden vinden die ons op weg helpen naar zijn mysterie, het mysterie van de H. Drie-eenheid. God heeft de mens niet zo verschillend van zichzelf willen maken dat Hij een vreemde zou blijven; integendeel, omdat Hij de mens wilde laten delen in zijn eigen innerlijk leven (een wonderlijk plan!) heeft Hij vanaf de schepping man en vrouw dicht bij zich gedacht.
Wat is er voor een mens sprekender dan de verhouding van vader tot zoon? Van vader tot dochter?
Man en vrouw zijn, echtgenoot en echtgenote zijn, raakt eveneens het diepste van het wezen. Deze zoektocht van man en vrouw naar een eenheid die hun geluk uitmaakt, laat niemand onverschillig. Dat zijn de grote gegevens van onze menselijke ervaring, omdat God, Vader, Zoon en H. Geest, ons naar zijn gelijkenis heeft geschapen. Daarom zijn de bewegingen van onze wezens naar elkaar toe, onze liefdes en onze neigingen, een beeld van de neigingen die het wezen zelf van God uitmaken, die de theologen “processies” noemen.
Het wonder is dat, hoewel God ons zo naar zijn trinitaire beeld heeft geschapen, wij zijn eigen innerlijk mysterie, het mysterie van de H. Drie-eenheid, niet uit onszelf hadden kunnen ontdekken. Daarvoor was de Openbaring nodig. Maar tegelijk is het zo verwant aan onze ervaring dat, zodra het geopenbaard is, het ons aanspreekt en wij het goed begrijpen. Wij begrijpen vooral dat, als Hij ons zo gelijkvormig aan zichzelf heeft geschapen, dit gebeurt met het bovennatuurlijke plan om ook ons binnen te voeren in zijn eigen innerlijke leven: niet alleen om ons onder elkaar te verenigen, maar om ons met Hem te verenigen.
Merk op hoe geniaal deze theologie van abbé de Nantes is, in alle opzichten: niet alleen mystiek, maar ook pastoraal. In de onverschilligheid van onze tijdgenoten tegenover God is er nog een weg om hen voor de godsdienst te interesseren: hun zeggen dat God Vader is, Bruidegom, Vriend. Ja, dat ligt werkelijk in onze natuur en dat is wat God voor ons voorbereidt. Hij wil van zijn schepsel zijn kind maken. En nadat Hij het door de genade tot het bovennatuurlijke leven heeft voortgebracht, houdt Hij niet op te verlangen zijn Bruidegom te zijn en dus aan dit schepsel zijn eigen Zoon als Bruidegom te geven. Zo wil Hij in dit huwelijk de vereniging zo volmaakt maken dat zij nog slechts één van geest met Hem is.
Welnu, het schepsel waaraan God van alle eeuwigheid heeft gedacht, waaraan Hij het eerst heeft gedacht, is de H. Maagd. Hij is eerst Vader geweest van de H. Maagd; Hij heeft eerst aan Haar gedacht, vóór de aarde, de zon, de sterren, de dieren, de planten, vóór Adam en Eva en ons allen… vóór alles, vóór David, vóór… Jezus Christus! Want Hij had zijn Woord, zijn Zoon, bij zich en de H. Geest. In het bewonderenswaardige raadsbesluit van de H. Drie-eenheid, op de dag dat Zij eraan dachten te scheppen, iemand uit het niets tevoorschijn te roepen, iemand naar hun gelijkenis, om met hen verenigd te zijn en in hun intimiteit binnen te gaan, zegt de H. Maximiliaan Kolbe: «Zij hebben aan Maria gedacht.»
Niet aan de engelen, niet aan de aartsengelen, maar aan Maria. Een vrouw! Zoals Sint-Jan met bewondering zegt in de Apocalyps: «Een vrouw, bekleed met de zon, de maan onder haar voeten en een kroon van twaalf sterren op haar hoofd.»
En wanneer de Vader dit kind ziet, zo door Hem geschapen, en haar diep met zijn Zoon wil verenigen, hen aan elkaar wil geven tot zijn glorie en tot zijn vreugde, maakt Hij van Haar de Moeder van zijn Zoon. Zij zal de Moeder zijn van zijn Zoon Jezus, die ook de Zoon van God is. De Vader geeft haar zijn Zoon om Hem te baren. Zo wordt de Zoon van God, één in wezen met de Vader, Jezus, Zoon van Maria. Hij verblijft negen maanden in haar schoot, gevoed door haar bloed, gevormd uit haar eigen wezen. Daarna, als klein boeleke in haar armen, voedt Hij zich met haar melk. En zij die zich de Dienares van de Heer had genoemd, wordt de Moeder van God!
Zo begint deze zo innige vereniging tussen dit uitverkoren schepsel en de Zoon van God. Maar deze Zoon zal opgroeien, volwassen worden; Hij is de nieuwe Adam en deze nieuwe Adam zoekt een nieuwe Eva. Deze nieuwe Adam komt uiteraard om heel de mensheid tot bruid te nemen en dus in de eerste plaats haar die daarvan de meest volmaakte verpersoonlijking is: de Maagd Maria. Dit huwelijk wordt voltrokken op het Kruis en op dat moment is het Jezus die zijn Bloed geeft voor de Maagd Maria. Niet om haar te reinigen, maar om haar te bewaren voor elke smet. Dan wordt de Maagd Maria werkelijk de Bruid van Jezus Christus, de Zoon van God, het vleesgeworden Woord. Zij is de nieuwe Eva.
Deze Zoon zal in Haar, in haar schoot, de H. Geest uitstorten, Geest van de Vader en van de Zoon, die haar vanaf de Menswording overschaduwt en haar vervult met de volheid van zijn gaven onder het Kruis, wanneer Hij haar tot Medeverlosseres maakt en waarachtige Moeder van heel de mensheid, en opnieuw op Pinksteren, en dag na dag, tot het einde van haar aardse taak. Zo wordt de Maagd Maria het heiligdom van de H. Geest.
Zij is niet zijn bruid: Zij wordt vervuld van de H. Geest door Jezus, haar Bruidegom, om Moeder te worden van generatie tot generatie. En deze H. Geest maakt haar vruchtbaar, dat wil zeggen werkzaam in de Hemel. Ook Zij brengt haar Hemel door, meer dan wie ook, door goed te doen op aarde. Zij schenkt onophoudelijk kinderen aan haar Bruidegom tot eer van de Vader.
Laten wij hopen gerekend te worden tot deze kinderen van Maria, opdat wij één mogen worden met Haar en met Haar in de Hemel mogen zijn, om daar de zegevierende Kerk te vormen waarvan de Maagd Maria als het ware de verpersoonlijking is. Telkens wanneer wij het kruisteken maken, in de naam van de Vader en de Zoon en de H. Geest, verenigen wij ons met de H. Drie-eenheid en met onze Moeder, voor altijd!
Broeder Bruno van Jezus-Maria
Uittreksels uit de geestelijke lezing van 24 mei 2005