19 JULI 2026

De parabels van het Koninkrijk (I)

Jezus openbaarde wat zijn Koninkrijk zou zijn door een nauwkeurig en diepgaand onderricht; het zijn de gelijkenissen die Hij in Galilea verkondigde. Onze-Lieve-Heer kon de eigenschappen van het Koninkrijk dat Hij kwam stichten niet onverbloemd uitleggen, omdat men Hem niet zou hebben begrepen. Door deze verhalen en beelden ontleend aan het dagelijkse leven van zijn toehoorders benaderde Jezus de mensen op zachte wijze en liet Hij hen zelf nadenken, zodat hun geest geleidelijk naar de zijne zou toegroeien.

Het is een bewonderenswaardige methode, een bijzonder rijke vorm van onderricht. Onze-Lieve-Heer wist heel goed dat deze parabels een struikelblok zouden zijn voor slecht ingestelde geesten, maar tegelijk een openbaring voor zielen van goede wil en voor zuivere harten.

Jullie kennen deze parabels. De Kerk brengt ons de woorden ervan over. Er is de parabel van de zaaier, van het zaad dat vanzelf groeit, de parabel van het zuurdeeg, die van het mosterdzaadje, van het onkruid tussen de tarwe, de parabel van de schat en de parel en tenslotte de parabel van het net. Al deze gelijkenissen zijn uiterst eenvoudig en aangrijpend; iedere mens, in elk land, overal ter wereld en in alle tijden, kan ze begrijpen. Maar wat leren zij ons?

Met de gelijkenis van de zaaier wil Jezus tonen dat zijn Koninkrijk geen collectieve werkelijkheid is: geen massa mensen die door een goddelijk wonder worden veranderd en binnengeleid in het Koninkrijk. Nee, zijn Koninkrijk is een gemeenschap van personen die zich allemaal bij Christus de Verlosser hebben aangesloten door naar zijn Woord te luisteren en het vrucht te laten dragen. Degenen bij wie het Woord geen vrucht voortbrengt, zullen zich verwijderen en geen deel uitmaken van het Koninkrijk.

Deze leer weerlegt reeds de gedachte van de Joden dat het loutere feit Jood te zijn, ongeacht hun innerlijke gesteldheid, hun de toegang tot het Koninkrijk zou verzekeren.

De gelijkenis van het onkruid, eveneens ontleend aan de landbouw, openbaart ons dat God werkt door het Woord van de Messias uit te zaaien. Maar ook al is dit Woord krachtig in zichzelf, de duivel is ook aanwezig om zijn onkruid te zaaien. Deze gelijkenis verplicht ons twee perioden in het Koninkrijk te onderscheiden: eerst een tijd waarin goeden en slechten door elkaar leven; wat men ook doet, men zal hen niet volmaakt kunnen onderscheiden. Dat is de lange tijd van de Kerk, van het Koninkrijk van God in zijn vernederde, aardse en historische gestalte.

Daarna, aan het einde van die lange periode, komt de oogsttijd, die heel anders zal zijn. De engelen zullen dan komen en enerzijds de tarwe verzamelen en anderzijds het onkruid bijeenbrengen om het in het vuur te werpen. Dit is een openbaring over het Koninkrijk van God in de Hemel en over het oordeel van de verdoemden die in de hel worden geworpen.

Een andere gelijkenis, die de Joden noodzakelijkerwijs moest afstoten omdat zij helemaal niet verwachtten wat zij leert, is die van het zuur in het deeg. Het Koninkrijk zal zich ontwikkelen op een verborgen en geheimzinnige wijze, zoals het zuurdeeg dat heel het deeg doet rijzen. Men ziet het niet, het kan lang duren, maar het zal onvermijdelijk gebeuren. Dat zuurdeeg bezit een wonderlijke kracht, een goddelijke macht.

De gelijkenis van het mosterdzaadje geeft ongeveer dezelfde les, maar openbaart ons bovendien het doel dat Christus nastreeft. Dit kleine zaadje dat zal uitgroeien tot een grote boom is bestemd om de toevlucht te zijn te zijn voor de vogeltjes. Het is een beeld van de levende Kerk waar iedereen een toevlucht vindt, zijn voedsel ontvangt, zijn schaduw en vreugde vindt. Dat is het onderricht van Onze-Lieve-Heer voor zijn volk.

Het Hart van de Meester ziet helder. Hij “weet wat er in de mens leeft”, zoals Sint-Jan zegt, en Hij waarschuwt zijn apostelen voordat het drama openlijk losbarst: dit volk heeft geen goed hart, het is oppervlakkig en weerspannig, het zal zich niet werkelijk bekeren. De Heer nodigt daarom zijn dierbare Galileeërs, deze brave mensen, uit om hierover na te denken, zodat zij geleidelijk zijn visie zouden aannemen. Maar zij zullen het niet doen!

Wat zou Hij vandaag over ons zeggen?

Abbé Georges de Nantes
Uittreksel uit de retraite over de Evangelies (S 9)