5 JULI 2026

Bloemen gooien

De H. Mattheüs verhaalt in zijn Evangelie dat Onze-Lieve-Heer op een dag dit gebed uitsprak: «Ik prijs U, Vader, Heer van Hemel en aarde, omdat Gij deze mysteries verborgen hebt gehouden voor wijzen en geleerden en ze geopenbaard hebt aan kleinen.»

De “wijzen” en de “geleerden” zijn de grote theologen en de exegeten; en de “kleinen”… dat zijn jullie! Mijn zeer geliefde broeders en zusters, jullie zijn klein; ik hoop dat wij behoren tot die nederigen waarvan Jezus spreekt, arme kleine zielen die niet hoog kunnen vliegen.

«Ja, Vader, Ik dank U dat Gij het zo hebt gewild.» Jezus houdt van eenvoudige zielen, zoals Lucia, Francisco en Jacinta, aan wie Hij zijn Moeder heeft gezonden, in Fatima, in Pontevedra en in Tui. En Jezus ging verder en legde aan zijn apostelen uit: «De Vader heeft Mij alles in handen gegeven en niemand kent de Zoon tenzij de Vader. Maar niemand kan de Vader bereiken tenzij de Zoon en hij aan wie de Zoon Hem wil openbaren.»

Alles begon in de maagdelijke schoot van zijn Moeder, op de dag van de Aankondiging door de engel Gabriël, waarop zij antwoordde: «Ja! Mij geschiede naar uw woord.» Vanaf die dag was zij Moeder, een jonge moeder, die in haar schoot haar eerstgeboren Zoon droeg, de Zoon van God, en in haar Onbevlekte Hart het H. Hart van haar Kind hoorde kloppen.

Stel je voor hoe diep zij hierdoor geraakt werd, of beter gezegd: hoezeer zij door liefde werd ontvlamd door dit contact van haar hart met het hart van haar Kind! Welke afgrond van moederliefde in het maagdelijke hart van Maria! Na negen maanden van een onophoudelijk liefdesgesprek bracht zij Hem ter wereld, wikkelde Hem in doeken en legde Hem neer in de kribbe van een stal. Toen kwam het aanschouwen van aangezicht tot aangezicht! God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest – van wie Maria de duif is – van aangezicht tot aangezicht met de Moeder van God!

De Vader in de Hemel, de eerste Persoon van de H. Drie-eenheid, openbaarde zich in het gelaat van dit Kind, haar Jezus, haar Zoon, de tweede Persoon van de H. Drie-eenheid in zijn heilige mensheid. Dertig jaar later zal Hij tot Filippus zeggen: «Wie Mij ziet, ziet de Vader.» Maar hij ziet ook Maria, op wie Jezus gelijkt zoals geen enkel kind ooit zo sterk op zijn moeder heeft geleken.

In de mensheid van Jezus is de Zoon van God werkelijk mens geworden. Men “ziet” Hem in talloze zo menselijke trekken waarvan de evangelisten getuigen, vooral in het verhaal van zijn Lijden. Denk maar aan hoe Hij vastgebonden was aan de geselkolom, bedekt met bloed en wonden, en hoor hem zeggen tot de H. Margareta-Maria: «Zie wat je Mij gekost hebt!»

Wie van ons begrijpt deze aangrijpende taal niet als hij bidt of mediteert en beseft «hoe weinig belang vele dingen hebben», zoals de H. Charles de Foucauld zei? De prijs van alle beproevingen van het leven om de Hemel binnen te gaan, betalen wij niet te duur! «Komt tot Mij, gij allen die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt mijn juk op uw schouders en gaat bij Mij in de leer, want Ik ben zachtmoedig en nederig van Hart.»

Dat is het “geheim” dat de beschouwing van ons kruisbeeld ons openbaart, waar Jezus, zachtmoedig en nederig van Hart om de ergste mishandelingen van zijn beulen te ondergaan, ons uitnodigt op de weg van de liefde samen met de H. Teresia van het Kindje Jezus. Wij zullen doen zoals zij en onze bloemen gooien. Bij haar is dat de weg van een liefde die niet aarzelt met Hem het verschrikkelijke kruisoffer te ondergaan, omdat wij het geheim van zijn Hart ontdekken, namelijk de liefde van God voor ons.

Daaraan zullen wij denken wanneer wij onze processie houden en onze rozenkrans gaan bidden tot Onze-Lieve-Vrouw, om te mediteren over het geheim van haar Hart, dat één is met dat van haar Zoon, namelijk het geheim van Gods liefde voor ons.

Broeder Bruno van Jezus-Maria
Uittreksels uit de preek van 9 juni 2024