28 JUNI 2026

Het Evangelie is het Kruis, maar met Jezus!

Jezus gaat op naar Jeruzalem met vastberaden gelaat. Hij weet heel goed dat Hij zijn ergste vijanden zal tegemoet treden: de Schriftgeleerden, de Farizeeën en de hogepriesters. Dit is de tweede periode van het Evangelie en ze is dramatisch.

JésusMet ernstige woorden waarschuwt Onze-Lieve-Heer zijn apostelen en zijn leerlingen, zijn «kleine kudde» zoals Hij zegt. Zeker, zij moeten niet bang zijn, maar Jezus verbergt hen niet dat het zeer hard zal zijn. Hij is niet gekomen om vrede op aarde te brengen, maar het zwaard. Hij is gekomen om verdeeldheid te brengen in de gezinnen, de vader en de moeder tegen de kinderen, drie tegen twee en twee tegen drie, de dochter tegen haar moeder en de schoonmoeder tegen haar schoondochter. De mens zal in zijn eigen huis vijanden hebben. Hij kondigt ons aan dat de strijd die Hij zelf aangaat in de samenleving van zijn tijd, ook ons deel zal zijn.

Jezus benadrukt krachtig en herhaaldelijk de voornaamste eigenschap van hen die beweren zijn leerlingen te willen zijn: «Wie van u niet verzaakt aan al zijn bezittingen, kan mijn leerling niet zijn.» Dus moeten wij gehoorzaam zijn aan het Evangelie, dat de apostelen zelf met zoveel weerstand en onbegrip hebben gevolgd. Zij hebben later gewild dat hun onwetendheid en hun ongeloof breed zouden worden uitgesmeerd doorheen de Evangelies om ons des te beter tot les te dienen.

Aan hen, evenals aan ons vandaag die trouwe christenen willen zijn, vraagt Christus ons Kruis op te nemen en onszelf te verloochenen. Wij moeten het juk van Christus op onze schouders nemen, wij moeten het Kruis opnemen, verzaken aan alle goederen; de Heer zal aan de apostelen die Hem er om vragen niet de glorie geven, maar de kelk, zijn kelk van bitterheid. Niemand staat boven zijn Meester; als de Meester door het lijden en het Kruis is gegaan, dan zullen ook zijn leerlingen Hem daarin moeten volgen.

Men moet niet zeggen dat de Heer gekomen is om het leven gemakkelijker te maken! Men moet niet zeggen dat het Evangelie geluk aankondigt; het Evangelie is het Kruis, het is de beproeving, maar met de Heer.

Dat is de vorming van de apostelen en de leerlingen, die altijd eindigt met een uitnodiging: «Waakt en bidt.» Ons leven is dus niet gemaakt om te dromen, ons te amuseren of te slapen. God heeft ons een roeping gegeven. Deze roeping bestaat erin onze talenten vrucht te laten dragen, het Koninkrijk van God vooruit te helpen. Zelfs als dit ons veel moeite kost.

De Kerk moet dit Evangelie prediken, het Evangelie van de Heer die helemaal alleen strijdt tegen zijn vijanden. Zo beschrijft Psalm 22 trouwens de beproevingen van de Messias: alleen, door allen verlaten, zal Hij zijn als iemand die belaagd wordt door buffels, loeiende stieren en verscheurende honden. Enkele generaties later zullen duizenden christenen op hun beurt deze profetie vervullen wanneer zij worden overgeleverd aan de wilde dieren in de circussen van Rome.

In het Evangelie meten wij de eenzaamheid van de Heer. Hij staat alleen om zich te verdedigen tegen al zijn vijanden: de Herodianen, de Sadduceeën, de Farizeeën, de Schriftgeleerden en de hogepriesters. Hij is alleen, alleen met zijn kleine, bange kudde. En de Heer gaat hen tegemoet omdat dit de wil van zijn Vader is en omdat Hij naar de aarde gekomen is om de wil van zijn Vader te doen. Het Koninkrijk Gods vestigen kan enkel gebeuren in tranen, bloed, vervolging en uiteindelijk in de dood.

Dat is het Evangelie. En als het leven van de Heer er zó uit ziet dan komt dat omdat het een teken is van wat de hele geschiedenis van de wereld zal zijn, de hele geschiedenis van de Kerk tot aan het einde van de tijden. Het is Sint-Jan die deze strijd tussen licht en duisternis in zeer krachtige bewoordingen in zijn Evangelie heeft beschreven. En het is dezelfde Sint-Jan die ons in zijn Apocalyps de strijd heeft geopenbaard tussen de Kerk en de wereld – het grote Babylon – tussen de leerlingen van Jezus en de antichristen die zullen komen, tussen de stuiptrekkingen van de wereld en de vervolgingen van de Kerk waarin de leerlingen van Christus getuigenis zullen moeten afleggen met hun bloed. Dat is het Evangelie, dat is de waarheid over het Koninkrijk der Hemelen dat geweld lijdt.

Laten wij het Evangelie lezen in alle waarheid: het is HET WOORD VAN DE LEVENDE GOD gericht tot iedere mens die in deze wereld komt. Jezus zegt ons: «Wie zijn vader of moeder meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig; wie zijn zoon of dochter meer liefheeft dan Mij, is Mij niet waardig; wie zijn Kruis niet opneemt en Mij niet volgt, is Mij niet waardig. Wie zijn leven vindt, zal het verliezen; wie zijn leven verliest omwille van Mij, zal het vinden.»

Beeld je in hoe het Evangelie wordt vervormd wanneer de herhaalde waarschuwingen er uit weggewist worden, de dringende aansporingen om ons Kruis te dragen en Hem te volgen in lijden en tegenspraak, tot in de dood.

Wordt het Evangelie in onze tijd nog onverkort gepredikt?

Abbé Georges de Nantes
Uittreksels uit “De waarheden van ons Credo”