De dwaalwegen van 
de Priesterbroederschap Sint-Pius X

ABBÉ Davide Pagliarani,  overste van de Priesterbroederschap Sint-­Pius X (FSSPX), kondigde in het begin van dit jaar aan dat hij, met de unanieme goedkeuring van zijn raad, op 1 juli zou overgaan tot nieuwe bisschopswijdingen.

Daarop heeft de paus kardinaal Fernández opgedragen de zaak persoonlijk in handen te nemen, wat ertoe leidde dat de kardinaal en abbé Pagliarani achter gesloten deuren bijeenkwamen. De kardinaal stelde een « leerstellige discussie » voor, met als uiteindelijk doel de FSSPX canonieke erkenning te verlenen. In ruil daarvoor vroeg de prefect dat de leiders van het instituut de onwettige bisschopswijdingen zouden opschorten, anders zouden zowel de wijbisschoppen als de wijdelingen excommunicatie oplopen.

Abbé Georges de Nantes in het Maison Saint-Joseph in 1997, bij zijn terugkeer uit ballingschap. «God heeft ons welslagen niet nodig. Hij verkiest eerder ons offer, waarin Hij meer vreugde schept.»

Het antwoord van overste Pagliarani kwam na een week in de vorm van een brief. Het is precies wat men van de Priesterbroederschap kon verwachten. Hij zegt daarin dat het weliswaar zijn bedoeling is om over de leer te spreken, maar dat hij van tevoren weet dat dit geen zin heeft : « We weten allebei al vooraf dat we het op leerstellig vlak niet eens kunnen worden, met name wat de fundamentele koers betreft die sinds het Tweede Vaticaans Concilie is ingezet. Dit meningsverschil is, wat de Broederschap betreft, niet louter een verschil van mening, maar een echte gewetensvraag, voortkomend uit wat een breuk met de Traditie van de Kerk blijkt te zijn. Deze complexe knoop is helaas nog moeilijker te ontwarren ten gevolge van de leerstellige en pastorale ontwikkelingen die zich tijdens de recente pontificaten hebben voorgedaan. »

We hebben hier dus te maken met een priester die zich op gelijke voet met een kardinaal plaatst door tegen hem te zeggen : ik kan geen dialoog met u voeren omdat ik weet dat alles al bij voorbaat vastligt en ik niet zie hoe we tot een akkoord zouden kunnen komen. Daarmee begaat hij een grote fout : hij stelt zich op gelijke voet en doet geen beroep op het pauselijke gezag, dat wil zeggen op het buitengewone leergezag van de paus, op de onfeilbaarheid van de paus. Hij heeft het daar op geen enkel moment over.

En anderzijds zegt hij verderop in zijn brief dat, aangezien men het niet eens kan worden, de Broederschap een beroep doet op de kardinaal als « herder » en « u alleen maar vraagt om dezelfde weldaden te mogen bewijzen aan de zielen aan wie zij de heilige sacramenten toedient. [...] De Broederschap kan de zielen niet in de steek laten. De behoefte aan de sacramenten is een concrete noodzaak op korte termijn voor het voortbestaan van de Traditie, ten dienste van de H. katholieke Kerk. »

Het feit dat de Broederschap de sacramenten toedient zonder canonieke bevoegdheden (behalve voor de biecht), stoort hem absoluut niet. Hij zegt dat ze niet anders kunnen dan bisschoppen wijden, want het gaat om het heil van de zielen. Dat betekent voor hen dat men zijn ziel nergens anders in de Kerk kan redden !

Voorlopig profiteren ze van de opheffing van de excommunicatie, maar ze blijven hun priesters wijden in ongehoorzaamheid aan Rome. Ze zijn niet geïncardineerd [als priester opgenomen in een bisdom] en zijn onderhevig aan suspensie a divinis [geschorst in de uitoefening van hun priesterlijke functie]. In de canon van hun missen noemen ze de paus, maar niet de bisschop van het plaatselijke bisdom. Het staat dan ook vast dat ze hun schismatieke geest hebben behouden.

In een nota uit 2012 had de commissie Ecclesia Dei toegestaan dat men de communie ontvangt tijdens hun missen, op voorwaarde dat het niet tijdens een zondagse mis is. Deze toestemming zal ter discussie worden gesteld in geval van een nieuwe excommunicatie. In dit verhaal komen de Waarheid, het welzijn van de Kerk en de verdediging van Jezus Christus helaas opnieuw op de tweede plaats.

In de officiële verklaring die hij na afloop van zijn ontmoeting met de overste van de Priesterbroederschap eigenhandig ondertekende, schreef kardinaal Fernández dat hij « een specifiek theologisch dialoogtraject had voorgesteld, met een zeer precieze methodologie, betreffende thema’s die nog niet voldoende waren verduidelijkt. » En verderop : « Deze aanpak zou tot doel hebben om, uit de besproken thema’s, de minimale elementen aan te wijzen die nodig zijn voor de volledige gemeenschap met de katholieke Kerk. »

Dit verduidelijkingswerk is precies wat onze vader, abbé de Nantes, zijn hele leven lang heeft geprobeerd te bereiken, zonder daarin te slagen.

Het voorstel van de prefect van de dicasterie voor de Geloofsleer zou de gelegenheid zijn geweest voor een heilzame confrontatie.

Enerzijds zou de dicasterie ertoe gedwongen worden om, op eigen initiatief, duidelijk aan te geven welke van de nieuwe wetten betrekking hebben op een leer die niet kan worden afgewezen omdat ze, volgens het Vaticaan, volledig in overeenstemming is met het geloof van de Kerk.

En anderzijds zou de Priesterbroederschap verplicht zijn om een nauwkeurige en volledige lijst op te stellen van de fundamentele leerstellingen die in haar ogen ketterse doctrines vormen, dat wil zeggen doctrines die men niet kan omarmen zonder het ware geloof te verliezen.

Zoiets zou een nuttige confrontatie zijn ter verdediging van het geloof, in een oprechte en liefdevolle dienst aan de Kerk. Vanaf de documenten van het Tweede Vaticaans Concilie tot en met alle daaropvolgende documenten worden we namelijk geconfronteerd met een ongelooflijke hoeveelheid teksten die jaar in, jaar uit de moderne, conciliaire religie van een hervormde Kerk uitdragen.

Door deze confrontatie aan te gaan, zou de Priesterbroederschap Sint-Pius X een werk van de Contrareformatie hebben verricht. Met welk resultaat ? Misschien zou zij officieel de vrijheid hebben verkregen om het katholieke geloof te belijden zonder haar instemming te moeten geven aan twijfelachtige leerstellingen die geen enkele garantie van onfeilbaarheid genieten. En daarmee zou de Broederschap hebben aangetoond wat absoluut noodzakelijk is : dat de Opperherder van de Kerk, en hij alleen, een buitengewoon en plechtig oordeel moet vellen om op onfeilbare wijze uitspraak te doen over de absoluut onverzoenbare geschilpunten.

Maar in plaats daarvan hebben de oversten van de FSSPX, net zoals Mgr. Lefebvre in 1976 had gedaan, het werk van de Contrareformatie verraden dat de dicasterie voor de Geloofsleer hun voorstelde. Zelfs voordat ze de strijd aangingen, gaven ze zich al gewonnen en gaven ze er de voorkeur aan om, in een geest van schisma, hun persoonlijke werken veilig te stellen in plaats van het dogma van het geloof te verdedigen. Zonder dat dogma kan er geen gemeenschap binnen de Kerk bestaan.

Om de vrijheid te hebben het dogma van het geloof te verdedigen, tot het punt waarop men van de paus de Waarheid eist die hij op onfeilbare wijze kan verkondigen, moet men dus klein zijn en als quantité négligeable worden beschouwd. Dat is vandaag ons voorrecht, het voorrecht van De Katholieke Contrareformatie in de 21ste eeuw, in volledige trouw aan de strijd die abbé de Nantes is begonnen.

broeder Bruno van Jezus-Maria & broeder Michel van de triomferende Onbevlekte en het goddelijke Hart

WAT WIL DE KATHOLIEKE CONTRAREFORMATIE ?

Abbé Georges de Nantes (1924-2010) stichtte onze beweging om de hoofdoorzaak van de teloorgang van het katholieke geloof aan te klagen en te bekampen : het Tweede Vaticaans Concilie, dat onder invloed van modernistische en progressistische nieuwlichters bewust gebroken heeft met twintig eeuwen Traditie en ons een andere, vervalste godsdienst opgedrongen heeft. Dat gebeurde op een geslepen manier : men deed of de conciliaire akten door iedereen aanvaard moesten worden, terwijl het in werkelijkheid in de woorden van de promotoren zelf niet om een dogmatisch, maar om een “ pastoraal ” concilie ging zonder enige aanspraak op onfeilbaarheid.

De KCR wil deze strijd in de Kerk voeren en niet erbuiten : wij wijzen elke vorm van schisma even radicaal af als de ketterijen die de Kerk sinds 1962 vergiftigen en wij weigeren onze Moeder uit te leveren aan de valse profeten door haar de rug toe te keren. En tegelijkertijd is het ons niet te doen om een terugkeer naar vroeger, maar om het voorbereiden van een Derde Vaticaans Concilie, dat klaarheid moet brengen en een katholiek reveil inluiden voor de Kerk, de « grote stad die voor de helft in puin ligt » overeenkomstig het derde Geheim van Fatima.