De jaren van beproeving:
de jonge Kerk in de jaren 62-68

DE Handelingen der Apostelen verhalen ons de beginjaren van de Kerk te Jeruzalem, tot aan de komst van procurator Festus, in 57, die Paulus verwijst naar het tribunaal van de Keizer (Hand. 25, 1-12). De Handelingen kennen hun voltooiing te Rome in 62 en laten de laatste jaren van de Moederkerk van Jeruzalem, die uiteengeslagen zal worden door de Joodse Oorlog, in het duister gehuld.

Wij willen aantonen dat de marteldood van Jacobus de Mindere, in 62, de definitieve bekrachtiging inhoudt van de afschaffing van de joodse liturgie, gecelebreerd in de Tempel van Jeruzalem, ten gunste van het éne, heilige offer dat ingesteld werd door Onze Heer Jezus Christus op het Laatste Avondmaal en dat sinds Pinksteren door de christenen van Jeruzalem opgedragen werd op de berg Sion. Dit is het eindpunt van een eerste periode in het leven van de Kerk, waarin Jacobus, “de broeder van de Heer”, het gezag voerde te Jeruzalem, terwijl Petrus in Rome was.